Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AH9575

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-07-2003
Datum publicatie
09-07-2003
Zaaknummer
06/037507-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Heideplagsel is, gelet op de omstandigheden van het geval, aangemerkt als (bedrijfs)afvalstof, hoewel heideplagsel niet wordt genoemd in de ter uitvoering van artikel 1 van de Richtlijn 75/442 EG vastgestelde Kaderregeling afvalstoffen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Economische politierechter

Parketnummer: 06/037507-02

Uitspraak d.d.: 7 juli 2003

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

de vennootschap onder firma [verdachte] V.O.F.,

gevestigd te [Nijkerk], [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 juni 2003.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 november 2001 tot en met

10 januari 2002 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten een hoeveelheid heideplagsel heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting op een perceel (bouwgrond) op of aan de Broekeld en/of aan de Oude Dijk te Uddel op of in de bodem te brengen;

artikel 1a Wet op de economische delicten

art 10.2 lid 1 Wet milieubeheer

2.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 juli 2001 tot en met 10 januari 2002 in de gemeente Apeldoorn, in ieder geval in de provincie Gelderland, al dan niet opzettelijk, bedrijfsafvalstoffen, behorende tot de categorie van bedrijfsafvalstoffen die

in bijlage 4, onderdeel b, van de Provinciale milieuverordening Gelderland zijn aangewezen, te weten heideplagsel (agrarisch-, tuinbouw- en veilingafval), heeft ingezameld;

artikel 1a Wet op de economische delicten

art 1.2 lid 1 Wet milieubeheer

art 4.3.2.11 Provinciale milieuverordening

Bewezenverklaring

Namens verdachte is gesteld dat verdachte dient de worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde feit omdat heideplagsel geen afvalstof is.

De economische politierechter overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer is het verboden zich van afvalstoffen te ontdoen door deze al dan niet in verpakking buiten een inrichting op of in de

Parketnummer: 06/037507-02 - 2 -

bodem te brengen. Afvalstoffen zijn alle stoffen, preparaten of andere produkten, waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, welke definitie moet worden bezien in het licht van artikel 1 van de richtlijn nr. 75/442 EEG.

Heideplagsel wordt niet genoemd in de ter uitvoering van genoemde richtlijn vastgestelde Kaderregeling afvalstoffen.

Het antwoord op de vraag of sprake is van een afvalstof is dan afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

De grond is afgeplagd ter verschraling van de grond om behoud van heide groei te bevorderen. Het plagsel was een restmateriaal dat diende te worden afgevoerd en vertegenwoordigde een negatieve waarde, althans verdachte ontving geld voor transport en verwerking en verdachte heeft de stof om niet af gegeven ten behoeve van grondverbetering of grondophoging. Het grootste deel van het plagsel was plantaardig van aard dat de oorspronkelijke functie (vegetatie) verloor.

Gelet op het voorgaande was het plagsel een stof waarvan verdachte zich met het oog op de verwijdering daarvan heeft ontdaan en een bedrijfsafvalstof

Naar het oordeel van de economische politierechter is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op tijdstippen in de periode 1 november 2001 tot en met 10 januari 2002 in de gemeente Apeldoorn, opzettelijk zich van afvalstoffen te weten een hoeveelheid heideplagsel heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting op een perceel (bouwgrond) op of aan de Broekeld en aan de Oude Dijk te Uddel op en in de bodem te brengen;

2.

zij op tijdstippen in de periode 1 juli 2001 tot en met 10 januari 2002 in de gemeente Apeldoorn, in ieder geval in de provincie Gelderland, opzettelijk bedrijfsafvalstoffen, behorende tot de categorie van bedrijfsafvalstoffen die in bijlage 4, onderdeel b, van de Provinciale milieuverordening Gelderland zijn aangewezen, te weten heideplagsel (agrarisch-, tuinbouw- en veilingafval), heeft ingezameld.

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de economische politierechter niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

2. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10.21 (oud), eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Parketnummer: 06/037507-02 - 3 -

Strafbaarheid van de verdachte

Ingevolge artikel 4.3.2.11, tweede lid, van de provinciale milieuverordening geldt het inzamelverbod niet voor afvalstoffen bedoeld in bijlage II van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen (259/93). Gesteld noch gebleken is dat die uitzondering zich hier voor doet.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel

In verband met de ernst van de feiten, de persoonlijkheid van de verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, acht de economische politierechter het raadzaam dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen:

- 1, 9a, 51, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht;

- 10.2 en 10.21 (oud) van de Wet milieubeheer;

- 4.3.2.11 van de Provinciale milieuverordening.

BESLISSING

De economische politierechter beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

2. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10.21 (oud), eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Bepaalt, dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Parketnummer: 06/037507-02 - 4 -

Dit vonnis is gewezen mr. Lok, economische politierechter, in tegenwoordigheid

van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank

van 7 juli 2003.