Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AH9569

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-07-2003
Datum publicatie
10-07-2003
Zaaknummer
06/035659-02 en 06/035064-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

OM niet-ontvankelijk, nu de buitenwettelijke Regeling voor gewetensbezwaarden slechts geldt voor een deel van de dieren waarop de Regeling identificatie en registratie van dieren betrekking heeft, terwijl de motivatie tot die beperking ontbreekt. (geldt namelijk alleen voor houders van runderen):

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 349, geldigheid: 2003-07-07
Veewet 10a, geldigheid: 2003-07-07
Veewet 78, geldigheid: 2003-07-07
Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993 2, geldigheid: 2003-07-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JDW 2003/30 met annotatie van Red.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Economische politierechter

Parketnummers: 06/035659-02 en 06/035064-03

Uitspraak d.d.: 7 juli 2003

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te Rotterdam op 28 december 1966,

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 juni 2003.

Voeging meerdere dagvaardingen

Ter terechtzitting heeft de economische politierechter in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/035659-02 en 06/035064-03 tegen verdachte aangebrachte zaken.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd

- parketnummer 06/035659-02:

dat verdachte op of omstreeks 12 augustus 2002 in de gemeente Wehl, dieren, te weten een aantal varkens, heeft gehouden, die niet overeenkomstig artikel 29 van de "Regeling identificatie en registratie van dieren 2002" waren geïdentificeerd en/of geregistreerd;

artikel 1 Wet op de economische delicten

artikel 105 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

art 39 Regeling identificatie en registratie van dieren 2002

- parketnummer 06/035064-03:

dat:

1.

verdachte op of omstreeks 18 december 2002 in de gemeente Wehl, althans in Nederland,

dieren, te weten een aantal slachtvarkens die niet waren voorzien van een slachtmerk als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de "Regeling identificatie en registratie van dieren 2002", en aldus niet overeenkomstig artikel 29 van de "Regeling identificatie en registratie van dieren 2002" waren geïdentificeerd en/of zijn geregistreerd, heeft vervoerd en/of afgevoerd van verdachtes bedrijf naar een slachthuis;

artikel 1 Wet op de economische delicten

artikel 105 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

art 39 Regeling identificatie en registratie van dieren 2002

Parketnummers: 06/035659-02 en 06/035064-03 - 2 -

2.

zij op of omstreeks 18 december 2002 in de gemeente Wehl, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een aantal varkens heeft vervoerd, terwijl die zending varkens niet vergezeld ging van een geldige verklaring van

een praktizerend dierenarts, dat deze dieren afkomstig waren van een bedrijf

dat vrij is van dierziekten;

artikel 10a Veewet

art 2 lid 3 Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Verdachte wordt verweten dat zij op of omstreeks 12 augustus 2002 een aantal varkens heeft gehouden en op of omstreeks 18 december 2002 een aantal varkens heeft afgevoerd naar het slachthuis, terwijl deze varkens in strijd met de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002 niet waren voorzien van I & R merken, noch van slachtmerken.

Verdachte beroept zich op het gelijkheidsbeginsel door te stellen dat personen die het oormerken van runderen niet met hun geweten in overeenstemming kunnen brengen zich niet behoeven te houden aan het bepaalde in de Regeling identificatie en registratie van dieren, mits zij zich aan bepaalde voorwaarden houden.

De economische politierechter is gebleken dat in september 2002 door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is vastgesteld het “Uitvoeringsprotocol gewetensbezwaarde identificatie en registratie van runderen”, op grond waarvan de veehouder die zich schriftelijk als gewetensbezwaarde bij het ministerie heeft gemeld runderen kan weiden zonder I & R-merken en bij slacht door de ontvanger merken worden aangebracht.

Dit protocol is niet in de Staatscourant gepubliceerd en er wordt – ondanks ruime aandacht voor I & R - geen melding van gemaakt op de internetsite van het ministerie en het protocol is niet, althans niet uitdrukkelijk, gebaseerd op enig wettelijk voorschrift.

Vast staat dat verdachte zich als gewetensbezwaarde heeft gemeld.

Aannemelijk is dat zij daarop nimmer enige reactie heeft ontvangen.

In strikte zin kan het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slagen omdat verdachte varkens houdt en geen runderen. Overtuigend is deze strikte lezing evenwel niet omdat runderen dienen te worden voorzien van een levensnummer en varkens van een (minder specifiek) bedrijfsnummer waardoor de noodzaak van een foto (zoals in het protocol voorgeschreven voor runderen van gewetensbezwaarden) vervalt.

Daar waar door de minister is gekozen voor een buitenwettelijke regeling voor houders van runderen met gewetensbezwaren had het dan ook op zijn weg gelegen te motiveren waarom het protocol slechts geldt voor een deel van de dieren waarop Regeling indentificatie en registratie van dieren betrekking heeft.

Nu dit niet is geschied, is de economische politierechter van oordeel dat genoemde Regeling voor gewetensbezwaarden willekeurig wordt toegepast.

Het openbaar ministerie wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in haar vervolging voor zover het de tenlastelegging met het parketnummer 06/035659-02 en feit 1 van de tenlastelegging met het parketnummer 06/035064-03 betreft.

Parketnummers: 06/035659-02 en 06/035064-03 - 3 -

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 06/035064-03 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

zij op 18 december 2002 in Nederland een aantal varkens heeft vervoerd, terwijl die zending varkens niet vergezeld ging van een geldige verklaring van een praktizerend dierenarts, dat deze dieren afkomstig waren van een bedrijf dat vrij is van dierziekten.

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van de verdachte

Met betrekking tot feit 2 van de tenlastelegging met het nummer 06/035064-03 heeft verdachte gesteld dat met het afnemen van bloed van varkens in strijd wordt gehandeld met artikel 36, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waarin is bepaald dat het verboden is om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen. Zij heeft daartoe gesteld dat bij het afnemen van bloed varkens een strop om snuit of hals wordt gedaan waarna met een lange dikke naald uit de hartstreek bloed wordt afgenomen, hetgeen soms tot de dood van het varken leidt.

Het afnemen van bloed dient een redelijk doel nu dit dient ter bestrijding van (verspreiding) van dierziekten. Bovendien neemt niet verdachte het bloed af.

Voorts moet worden gezegd dat verdachte naast haar werk als journaliste varkens houdt. Daartoe is zij niet genoodzaakt doch zij heeft daarvoor gekozen, omdat zij zich het lot heeft aangetrokken van varkens zoals die in Nederland in het algemeen worden gehouden.

Zij heeft zich dus willens en wetens in een situatie begeven waarin zij met de plicht tot bedrijfscontrole met de afname van bloed wordt geconfronteerd.

Verdachte weigert ook niet stelselmatig toe te laten dat bloed wordt afgenomen. Op 18 december 2002 was het slechts iets te lang geleden dat bloed was afgenomen, met als gevolg dat de verklaring van de dierenarts niet meer geldig was.

Het beroep op overmacht moet dan ook worden verworpen.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en draagkracht van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Parketnummers: 06/035659-02 en 06/035064-03 - 4 -

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht;

- 10a en 78 van de Veewet;

- 2 van de Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993.

Beslissing

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging ten aanzien van het de onder parketnummer 06/350659-02 en parketnummer 06/035064-03 onder 1 tenlastegelegde feiten.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/035064-03 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 06/035064-03 onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:

- overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10a van de Veewet.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 150,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis.

Bepaalt, dat de geldboete niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen mr. Lok, economische politierechter, in tegenwoordigheid

van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank

van 7 juli 2003.