Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AH9499

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-06-2003
Datum publicatie
08-07-2003
Zaaknummer
06/060491-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Sorteerproef geen dragend bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer : 06/060491-02

Datum vervroegde uitspraak : 24 juni 2003

Tegenspraak - oip

VERKORT VONNIS

In de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum, geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring [naam]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2003.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven:

- Het namens verdachte door de raadsman gedane verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis en de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte is afgewezen.

De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 oktober 2002 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kerk(gebouw) heeft

weggenomen een koektrommel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de Protestantse kerkgemeente, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 24 oktober 2002 tot en met

25 oktober 2002 in de gemeente Zelhem met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kerk(gebouw) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Hervormde

Gereformeerde Federatie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 11 november 2002 tot en met

13 november 2002 te Wilsum, gemeente Kampen, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kerk(gebouw) weg te nemen een hoeveelheid geld en/of

goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Gereformeerde kerk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en

zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of inklimming, (van die kerk) een raam heeft

vernield en/of een of meerdere (twee) collectebus(sen) heeft opengebroken

en/of een of meerdere (twee) kast(en) heeft opengebroken, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 11 november 2002 tot en met

12 november 2002 te Wilsum, gemeente Kampen, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kerk(gebouw) weg te nemen een hoeveelheid geld en/of

goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Hervormde kerkvoogdij, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of inklimming, (van die kerk) een raam heeft

ingeslagen, althans vernield en/of een vitrinekastje heeft opengebroken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 11 november 2002 tot en met

12 november 2002 in de gemeente Kampen ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

in/uit een kerk(gebouw) weg te nemen een hoeveelheid geld en/of goederen, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Bovenkerk, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang

tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen

en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming, (van die kerk) een raam (met een baksteen) heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 5)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 14 november 2002 tot en met

15 november 2002 te Veessen, gemeente Heerde, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een kerk(gebouw) heeft weggenomen een

hoeveelheid geld en/of een of meerdere (drie) tinnen schaal(tjes) en/of een of

meerdere (twee) zilveren boka(a)l(en), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan de Gereformeerde kerk, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich daarbij de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming

(incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- of schrijffouten en/of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd.

De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Bewijsverweer en bewijsoverwegingen

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat voor de inbeslagname van de schoenen geen machtiging was verleend door de rechter-commissaris.

Als gevolg van het ontbreken van een machtiging is het betreffende bewijsmateriaal onrechtmatig verkregen en mag niet als bewijs worden gebruikt, aldus de raadsman.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslagname van de schoenen op grond van artikel 96 van het Wetboek van strafvordering heeft plaatsgevonden en het verweer derhalve verworpen dient te worden. Voorts is het zo, dat dit sporenonderzoek niet als bewijsmiddel door de rechtbank wordt gebruikt.

Verder heeft de raadsman betoogd dat de betrouwbaarheid van de geuridentificatieproef als bewijsmiddel, ter discussie staat. Hij verwijst hiervoor naar onder meer de publicaties van de experimenteel psycholoog- en geurdeskundige Jan Frijters.

De rechtbank overweegt te dien aanzien dat, onverminderd de kennelijke discussie over de betrouwbaarheid van de sorteerproef, die proef, mits volgens het daarvoor geldende protocol uitgevoerd, tot op heden als een valide instrument voor het leveren van bewijs beschouwd kan worden. Desalniettemin komt het kennelijk voor dat een hond een persoon ten onrechte als verdachte kan aanwijzen. Het bewijsmiddel kent dus wel beperkingen. In het geval dat alleen een door de hond aangegeven geurovereenkomst direct naar de verdachte wijst, wordt deze verdachte aan het risico van een onterechte aanwijzing blootgesteld.

De als modus operandi van deze verdachte beschreven werkwijze, is niet zodanig uitzonderlijk dat de rechtbank die overeenkomst tussen de verschillende, aan verdachte tenlastegelegde feiten, beschouwt als een bewijsmiddel dat direct naar verdachte wijst. Nog daargelaten dat het dossier onvoldoende informatie bevat waaruit blijkt dat, op grond van onomstotelijk bewezen feiten aan juist verdachte een bepaalde specifieke modus operandi met betrekking tot kerkinbraken toegeschreven kan worden, de wijze waarop de dader (of daders) zich toegang tot de verschillende kerkgebouwen verschafte(n) niet zodanig uitzonderlijk en de handelingen met bijbels, die in het dossier beschreven worden, onvoldoende specifiek zijn om daaraan bewijs te ontlenen dat juist verdachte in de betrokken kerken ingebroken heeft en

-als kenmerkende handelingen- in de bijbels gebladerd en deze verplaatst heeft.

Een en ander leidt tot de conclusie dat, nu in elk van de feiten 2-6 alleen de geurovereenkomst verdachte met de inbraak in de kerk verbindt, terwijl daarnaast telkens slechts een bewijsmiddel zoals een aangifte aanwezig is, verdachte daarom van die feiten vrijgesproken dient te worden.

Dit ligt anders bij feit 1 waar, naast de geurovereenkomst, sprake is van herkenning van verdachte door een getuige. Voor dit feit is er wel voldoende bewijs voorhanden om het feit niet slechts wettig, maar ook overtuigend bewezen te achten.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2-6 tenlastegelegde feiten heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 29 oktober 2002 te Gaanderen, gemeente Doetinchem, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een kerk(gebouw) heeft

weggenomen een koektrommel toebehorende aan de Protestantse kerkgemeente,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door middel van braak en inklimming;

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Feit 1:Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu er geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht voor het onder 1 bewezenverklaarde feit na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank acht gelet op verdachtes uitgebreide recidive op onder meer het terrein van de vermogenscriminaliteit (waaronder inbraken in kerkgebouwen), zoals blijkt uit zijn justitiële documentatie, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor na te melden duur voor het bewezenverklaarde feit op zijn plaats.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 2 stuks schoeisel (vermeld onder nummer 4 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 blauwe sporttas (vermeld onder nummer 5 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 geldbuidel (vermeld onder nummer 12 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 zaklamp (vermeld onder nummer 13 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 2 rollen nylon draad (vermeld onder nummer 15 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 2 handschoenen (vermeld onder nummer 16 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

ten tijde van het delict kennelijk aan verdachte toebehorend zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het feit met behulp van deze voorwerpen is begaan of voorbereid.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Benadeelde partijen

De navolgende benadeelde partijen, hebben zich door middel van een formulier als bedoeld in artikel 51 b van het Wetboek van Strafvordering gevoegd in het strafproces, ter zake van door die partijen geleden schade bij gelegenheid van de onder 2-6 tenlastegelegde feiten, te weten;

- Federatie Hervormd Gereformeerd Zelhem, gevestigd te Zelhem, tot een bedrag van € 510 euro

(Feit 2);

- Gereformeerde Kerk, gevestigd te Wilsum, tot een bedrag van € 248,50 euro (Feit 3);

- N.H. Kerk, gevestigd te Wilsum, tot een bedrag van € 100 euro (Feit 4);

- Nederlandse Hervormde Kerk, gevestigd te Veessen, tot een bedrag van€ 500 euro (Feit 6);

Nu, gelet op het bovenoverwogene, niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 361, lid 2, sub a, van het Wetboek van Strafvordering, dienen de benadeelde partijen voornoemd niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen.

De benadeelde partijen kunnen zich desgeraden tot de burgerlijke rechter wenden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 63, 310, 311 van het Wetboek van Straf-recht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2-6 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is ver-klaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Feit 1:Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde

gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 2 stuks schoeisel (vermeld onder nummer 4 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 blauwe sporttas (vermeld onder nummer 5 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 geldbuidel (vermeld onder nummer 12 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 zaklamp (vermeld onder nummer 13 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 2 rollen nylon draad (vermeld onder nummer 15 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 2 handschoenen (vermeld onder nummer 16 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

Gelast de teruggave aan de rechthebbende/veroordeelde van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen te weten:

- 1 slijpmachine(vermeld onder nummer 1 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- gereedschap (vermeld onder nummer 2 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 landkaart (vermeld onder nummer 3 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 sigarendoos (vermeld onder nummer 6 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 bril (vermeld onder nummer 7 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 fles schoonmaakmiddel (vermeld onder nummer 8 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 fles frisdrank (vermeld onder nummer 9 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 aansteker (vermeld onder nummer 10 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 vuilniszak (vermeld onder nummer 11 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 2 paar sokken (vermeld onder nummer 14 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 pet (vermeld onder nummer 17 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 metrokrant dd. 18-10-2002 (vermeld onder nummer 18 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 1 metrokrant dd. 28-10-2002 (vermeld onder nummer 19 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Verklaart de benadeel-de partijen;

- Federatie Hervormd Gereformeerd Zelhem, gevestigd te Zelhem,

- Gereformeerde Kerk, gevestigd te Wilsum;

- N.H. Kerk, gevestigd te Wilsum;

- Nederlandse Hervormde Kerk, gevestigd te Veessen,

niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is aldus gewezen door:

Mr. Van Beuge, voorzitter,

Mrs. Brandsma en Hemrica, rechters,

in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, grif-fier,

en vervroegd uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juni 2003.

Mr. Brandsma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Proces-verbaal van de vervroegde uitspraak meervoudige strafkamer op dinsdag 24 juni 2003 te 13.30 uur.

Tegenwoordig:

mr(s). __________________________________ rechter(s),

mr. __________________________________ officier van justitie,

en __________________________________ griffier.

Betrokkene:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum, geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring [naam] [woonplaats],

is wel / niet verschenen.

(Betrokkene heeft t.t.z. van 17 juni 2003 verklaard WEL aanwezig te willen zijn bij de uitspraak)

De raadsman mr. IJsseldijk/Utrecht is wel / niet verschenen.

De voorzitter/rechter spreekt de beslissing uit.

De voorzitter/rechter wijst op de mogelijkheid van hoger beroep binnen 14 dagen na uitspraak van het vonnis

Opmerkingen:

Waarvan proces-verbaal,

De griffier,