Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AH8556

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-06-2003
Datum publicatie
24-06-2003
Zaaknummer
54847 / KG ZA 03-153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot verwijdering van gerealiseerde verbouwing zonder instemming van rechthebbende architect, afgewezen na afweging wederzijds belangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2003, 70
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

SECTOR CIVIEL

VOORZIENINGENRECHTER

Kort-gedingnummer: 54847 / KG ZA 03-153

vonnis van: 19 juni 2003

Vonnis in kort geding in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ARCHITEKTENBURO IR. SCHAKEL B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

2. [naam eigenaar],

wonende te Harderwijk,

eisers bij dagvaarding van 6 juni 2003,

procureur: mr. C.B. Gaaf,

advocaat: mr. A.J. van der Kolk te Zwolle,

tegen:

1. [1], en diens echtgenote

2. [naam],

3. [2], en diens echtgenote

4. [naam]

allen wonende te Harderwijk,

gedaagden,

procureur: mr. M.A.D. Kok.

Partijen worden hierna mede het architektenburo, [naam eigenaar] en de families [1] en [2] genoemd.

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het architektenburo en [naam eigenaar] hebben onder overlegging van producties de families [1] en [2] gedagvaard tegen de openbare zitting van 17 juni 2003.

Ter zitting hebben de families [1] en [2] onder overlegging van producties geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van het architektenburo en [naam eigenaar] in de proceskosten.

Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnota's mondeling toegelicht, waarna zij vonnis hebben gevraagd.

2. VASTSTAANDE FEITEN

De volgende feiten zullen in dit kort geding als tussen partijen voorlopig vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen, voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.1 Medio 1987 heeft [naam eigenaar] in opdracht van Bimo Bouw B.V. te Ermelo en het gemeentebestuur van Harderwijk een ontwerp gemaakt voor het woningbouwproject [straatnaam] te Harderwijk, met parkeerkelder. Het ontwerp betrof de bouw van 44 woningen, waarvan 40 op een halfverdiepte parkeerkelder.

2.2 Bij notariële akte van 14 juli 1988 heeft de familie [1] de eigendom van het appartementsrecht, plaatselijk bekend als [straatnaam] 49 te Harderwijk verkregen.

2.3 Bij notariële akte van 18 mei 1998 heeft de familie [2] de eigendom van het appartementsrecht, plaatselijk bekend als [straatnaam] 47 te Harderwijk verkregen.

2.4 Op 10 mei 2002 is door Veldkamp Adviesburo namens de families [1] en [2] een schetsplan ingediend bij de gemeente Harderwijk ter realisatie van een uitbouw van hun woningen aan de zijde van het Hortuspark, met het verzoek om dit in een zogenaamd vooroverleg te beoordelen.

2.5 Na de op 15 juli 2002 van de gemeente Harderwijk ontvangen reactie is op 8 oktober 2002 het definitieve bouwplan ingediend.

2.6 Het bouwplan is op 27 november 2002 in de "Stadsomroeper" geplaatst en op 28 november 2002 in het "Schilders Nieuwsblad", met de vermelding dat het plan tot en met 25 december 2002 voor een ieder in de stadswinkel ter inzage ligt en dat tijdens deze inzagetermijn een ieder tegen het plan bezwaar kan aantekenen bij het college van Burgemeester en Wethouders.

Tegen het bouwplan is door niemand bezwaar aangetekend.

2.7 Op 7 januari 2003 is vervolgens aan de families [1] en [2] een bouwvergunning verleend.

2.8 Bij brief van 20 maart 2003, gericht aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Harderwijk, heeft [naam eigenaar] bezwaar gemaakt tegen de verbouwing/uitbreiding van de woonhuizen [straatnaam] 47 en 49. Tevens heeft hij het college verzocht om in heroverweging de bedoelde uitbreiding op deze plaats en in deze vorm niet toe te staan, of , wanneer dat in de procedure niet meer kan, in het belang van "welstand"te ontraden.

2.9 Op 24 april 2003 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Harderwijk - voor zover hier van belang - het volgende aan [naam eigenaar] bericht:

"(...…)

In uw brief van 20 maart 2003 maakt u bezwaar tegen de bouwvergunning die wij verleend hebben voor het uitbouwen van de woningen [straatnaam] 47 en 49.

Wij hebben deze vergunning op 14 januari 2003 bekendgemaakt. Binnen zes weken na deze datum hebben belanghebbenden de mogelijkheid om bezwaar in te dienen. De termijn eindigde op 25 februari 2003. Wij ontvingen uw bezwaar ruimschoots na deze termijn. Uw bezwaar is hierom kennelijk niet-ontvankelijk. (…...)

Wij hebben op dit moment niet de mogelijkheid om de bouwvergunning in te trekken. Maar, ook al zou die mogelijkheid wel bestaan, dan nog zouden wij dit niet willen overwegen. Het bouwplan past binnen ons ruimtelijk beleid en de welstandscommissie heeft positief geadviseerd over het bouwplan.

(…...)

Als u het niet eens bent met onze beslissing kunt u binnen zes weken na de verzenddatum van deze brief beroep aantekenen bij de rechtbank in Zutphen

(…...)".

Door [naam eigenaar] is geen beroep aangetekend tegen deze beslissing.

2.10 In de periode van 1 tot en met 20 mei 2003 zijn de verbouwingen aan de woningen van de families [1] en [2] overeenkomstig de verleende bouwvergunningen gerealiseerd.

3. DE VORDERING, DE GRONDEN EN HET VERWEER

3.1 Het architektenburo en [naam eigenaar] vorderen - na wijziging en aanvulling van eis - dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I aan ieder van de families [1] en [2] zal verbieden om binnen vijf uur na betekening van dit vonnis de onroerende goederen aan de [straatnaam] 47 en 49 (verder) te (doen) verbouwen volgens het huidig ontwerp of een daarmee in hoofdlijnen overeenstemmend ontwerp, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 10.000,00 voor elke gehele of gedeeltelijke overtreding van dit verbod;

II de families [1] en [2] hoofdelijk, dan wel ieder voor zich, zal veroordelen om de woningen aan de [straatnaam] 47 en 49 binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis te herstellen in de oorspronkelijke oude toestand, zulks op straffe van een eenmalige dwangsom van EUR 10.000,00 voor iedere dag dat zij op welke wijze dan ook tekortschieten in de naleving van dit gebod;

III de families [1] en [2] hoofdelijk, dan wel ieder voor zich, zal veroordelen, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, om aan het architektenburo en [naam eigenaar] bij wege van voorschot op de door hen geleden schade te voldoen een bedrag van EUR 50.000,00, dan wel een door de voorzieningenrechter naar redelijkheid en billijkheid te bepalen bedrag, met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 mei 2003 tot de dag van de algehele voldoening;

subsidiair

IV in het geval dat de vordering tot een verbod van verbouwing en een gebod tot herstel in de oude toestand niet dan wel gedeeltelijk niet toewijsbaar is, de families [1] en [2] hoofdelijk zal veroordelen, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, om in het geval de inbreuk op het auteursrecht niet wordt opgeheven aan het architektenburo en [naam eigenaar] bij wege van voorschot op de door hen geleden immateriële schade te voldoen een bedrag van EUR 50.000,00, dan wel een door de voorzieningenrechter naar redelijkheid en billijkheid te bepalen bedrag, met de wettelijke wettelijke rente over dit bedrag vanaf

20 mei 2003 tot de dag van de algehele voldoening;

primair en subsidiair

V de families [1] en [2] zal veroordelen in de kosten van deze

procedure.

3.2 De families [1] en [2] hebben gemotiveerd verweer gevoerd, waarop zonodig in het hierna volgende zal worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING

4.1 Tussen partijen is niet weersproken, dat [naam eigenaar] directeur/eigenaar is van het architektenburo en dat hij persoonlijk en niet in zijn hoedanigheid van werknemer van het architektenburo het ontwerp voor het woningbouwproject [straatnaam] te Harderwijk heeft gemaakt. Voorshands moet het er daarom voor worden gehouden, dat de eventueel op dat project rustende auteursrechten toekomen aan [naam eigenaar]. Het architektenburo zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen.

4.2 Door de families [1] en [2] is aangevoerd, dat [naam eigenaar] wegens het ontbreken van een spoedeisend belang bij de door hem verzochte voorzieningen niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Dit verweer moet worden verworpen. Het spoedeisend belang van [naam eigenaar] is immers reeds gelegen in het verkrijgen van de mogelijkheid om zo spoedig mogelijk een einde te maken aan de door hem gestelde voortdurende aantasting van zijn eer en goede naam als architect, veroorzaakt door het feit dat de in strijd met het aan [naam eigenaar] toebehorende auteursrecht gerealiseerde verbouwingen volgens hem het totale aangezicht en daarmee het oorspronkelijk ontwerp ingrijpend wijzigen. [naam eigenaar] is derhalve in zoverre ontvankelijk in zijn vorderingen.

4.3 De hiervoor onder 3.1 sub I vermelde vordering tot het opleggen van een verbod aan ieder van de families [1] en [2] om de onroerende goederen aan de [straatnaam] 47 en 49 (verder) te (doen) verbouwen volgens het huidig ontwerp of een daarmee in hoofdlijnen overeenstemmend ontwerp, zal worden afgewezen. Tussen partijen staat immers vast, dat de verbouwing overeenkomstig bedoeld ontwerp inmiddels is gerealiseerd, zodat het gevorderde verbod zinledig is geworden.

4.4 Met betrekking tot de hiervoor onder 3.1 sub II vermelde vordering tot herstel van de woningen in de oorspronkelijke oude toestand hebben de families [1] en [2] als verweer van de verste strekking aangevoerd, dat - indien en voor zover de Auteurswet 1912 in casu van toepassing zou zijn - hun belangen bij de gerealiseerde aanpassingen dienen te prevaleren boven het belang van [naam eigenaar] tegen die aanpassingen.

4.5 Dienaangaande staat vast, dat sedert de realisatie van het complex [straatnaam] te Harderwijk aan dat complex diverse verbouwingen/wijzigingen, waaronder een aantal min of meer overeenstemmend met de thans door de families [1] en [2] gerealiseerde verbouwingen, hebben plaatsgevonden en dat [naam eigenaar] zich daartegen nimmer op enigerlei wijze heeft verzet.

Tevens staat vast, dat [naam eigenaar] tijdig op de hoogte was althans had kunnen zijn door de plaatsgevonden publicaties in de in Harderwijk verspreide huis-aan-huis-bladen van de door de families [1] en [2] gewenste aanpassingen aan het complex en dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de hem als belanghebbende toekomende mogelijkheden om langs bestuursrechtelijke weg zijn bezwaren daartegen kenbaar te maken.

4.6 Op grond van het vorenstaande is voorshands niet onaannemelijk, dat de bodemrechter - later oordelend - tot de conclusie zal komen, dat - indien en voorzover de Auteurswet 1923 in casu van toepassing zou zijn - de belangen van de families [1] en [2] bij handhaving van de door hen gerealiseerde verbouwingen dienen te prevaleren boven het belang van [persoon] bij herstel in de oorspronkelijke oude toestand.

Dit onderdeel van zijn vordering behoort reeds hierom te worden afgewezen.

De overige stellingen van partijen met betrekking tot de toepasselijkheid van de Auteurswet 1912 behoeven dan ook verder geen bespreking nu deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden.

4.7 De hiervoor onder 3.1 sub III en IV vermelde vorderingen tot betaling van voorschotten op de door [naam eigenaar] geleden materiële en immateriële schade moeten worden afgewezen. Door [naam eigenaar] zijn immers geen feiten en/of omstandigheden gesteld en ook op andere wijze is daarvan niet gebleken, waaruit valt af te leiden dat [naam eigenaar] schade heeft geleden.

4.8 [naam eigenaar] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5. BESLISSING

De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:

1. verklaart het architektenburo niet-ontvankelijk in zijn vorderingen;

2. wijst de vorderingen van [naam eigenaar] af;

3. veroordeelt het architektenburo en [naam eigenaar] in de kosten van het geding die voor zover gevallen aan de zijde van de families [1] en [2] tot op deze uitspraak worden begroot op EUR 205,00 wegens verschotten en EUR 703,36 wegens salaris procureur.

4. verklaart dit vonnis met betrekking tot de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2003 in tegenwoordigheid van Chr.D.W. van Meurs, griffier.