Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AG0235

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-06-2003
Datum publicatie
17-06-2003
Zaaknummer
06/060080-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 10
Wetboek van Strafrecht 14a
Wetboek van Strafrecht 14b
Wetboek van Strafrecht 14c
Wetboek van Strafrecht 22c
Wetboek van Strafrecht 27
Wetboek van Strafrecht 36b
Wetboek van Strafrecht 36c
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 300
Wetboek van Strafrecht 302
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060080-03

Uitspraak d.d.: 10 juni 2003

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende te [woonplaats]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 mei 2003.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 februari 2003 te Eibergen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een

mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, in het hoofd en/of het gezicht

en/of de (linker) hand van die [slachtoffer A] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 24 februari 2003 te Eibergen opzettelijk mishandelend

[slachtoffer A] met een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, in het hoofd en/of

het gezicht en/of de (linker) hand heeft gestoken en/of gesneden, waardoor

deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 24 februari 2003 te Eibergen

[slachtoffer A] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk

dreigend:

- deze [slachtoffer A] (via een of meer SMS-berichten) de woorden toegevoegd : "ik ga

je dood maken" en/of "ik ga je verminken" en/of "je mag kiezen wie van de drie

M's ik het eerst ga pakken" en/of "ik ga jou nu ook geestelijk helemaal kapot

maken" en/of "je kunt beter zorgen dat je voor vrijdag je spullen hebt gepakt,

want jij maakt mijn leven helemaal kapot. Dan maak ik jouw leven kapot",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer A] getoond en/of

voorgehouden en/of met dat mes een of meer zwaaiende en/of stekende bewegingen

in de richting van die [slachtoffer A] gemaakt;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 24 februari 2003 te Eibergen opzettelijk mishandelend [slachtoffer B] in het gezicht heeft geduwd en/of geslagen en/of met een mes, althans

een daarop gelijkend voorwerp, in de hand van genoemde [slachtoffer B] heeft gestoken

en/of gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 04 november 2002

in de gemeente Eibergen

opzettelijk mishandelend [slachtoffer A]:

- (met kracht) heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- (vervolgens) met een schaar, althans een scherp voorwerp, in de hand heeft

geknipt/gestoken en/of

- met een schaar, althans een scherp voorwerp, op het hoofd heeft geslagen

en/of

- met een schaar, althans een scherp voorwerp, het haar heeft afgeknipt,

waardoor deze [slachtoffer A] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(gevoegd: parketnummer: 053054-03)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 24 februari 2003 te Eibergen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een mes in het hoofd en het gezicht en de (linker) hand van die [slachtoffer A] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op tijdstippen op of omstreeks 24 februari 2003 te Eibergen [slachtoffer A] telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk

dreigend:

- deze [slachtofferA ] (via een of meer SMS-berichten) de woorden toegevoegd : "je mag kiezen wie van de drie M's ik het eerst ga pakken" en "ik ga jou nu ook geestelijk helemaal kapot

maken" en "je kunt beter zorgen dat je voor vrijdag je spullen hebt gepakt, want jij maakt mijn leven helemaal kapot. Dan maak ik jouw leven kapot", en

- een mes aan die [slachtoffer A] getoond en voorgehouden en met dat mes zwaaiende en stekende bewegingen in de richting van die [slachtoffer A] gemaakt;

4.

hij op 04 november 2002 in de gemeente Eibergen opzettelijk mishandelend [slachtoffer A]:

- (met kracht) heeft vastgepakt en vastgehouden en

- (vervolgens) met een schaar in de hand heeft geknipt/gestoken,

waardoor deze [slachtoffer A] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Aangaande het onder 1 primair bewezenverklaarde overweegt de rechtbank dat de aard van het gepleegde geweld en de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, redelijkerwijs geen andere conclusie toelaten dan dat verdachte zich tenminste willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij het slachtoffer door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen.

Met betrekking tot feit 4 overweegt de rechtbank het volgende.

Nu het afknippen van het haar in de tenlastelegging onder de mede kwalificerende bewoording "opzettelijk mishandelend" is gebracht, dient de verdachte voor dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het slachtoffer A pijn of letsel heeft toegebracht door haar haar af te knippen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1 primair: poging tot zware mishandeling;

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 4: mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aann-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdach-te zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast taakstraf als na te melden - met welke strafmodaliteit verdachte heeft ingestemd - op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een gedeeltelijk on-voorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich na eerdere conflicten met zijn toenmalige vriendin zo hevig heeft opgewonden, dat hij haar op ernstige wijze heeft bedreigd en haar in haar eigen woning met een mes te lijf is gegaan. Hij heeft daarmee het slachtoffer veel angst ingeboezemd.

Anderzijds heeft de rechtbank rekening gehouden met de rol die het slachtoffer in de diverse conflicten gespeeld heeft.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenis-straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de hierna te melden bijzon-dere voor-waarden stellen.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven keukenmes, met behulp waarvan het onder 1 primair bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aange-zien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A], wonende [woonplaats], [adres] (bankrekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding ten bedrage van € 1.250,- euro gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36b, 36c, 45, 57, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 3 tenlastegeleg-de heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten las-te gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt ver-dachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1 primair: poging tot zware mishandeling;

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 4: mishandeling.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde straf-baar.

· Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 203 dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelas-ten, op grond dat veroor-deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzon-dere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich geduren-de de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voor-schriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt. Ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door De Tender in Deventer of een soortgelijke door de Reclassering Nederland aan te wijzen instelling. De veroordeelde zal

-zich dan houden aan regels die hem (verdachte) door of namens de leiding van De Tender of die andere instelling zullen worden gegeven;

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd op geen enkele wijze, actief noch passief, contacten zal onderhouden met het slachtoffer [slachtofferA].

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

· Veroordeelt de verdachte tevens tot de navolgende taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 150 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag -ge-no-men - nog niet teruggegeven -keukenmes.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mr. Maanicus, voorzitter, mrs. De Bie en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitge-sproken op de openbare terechtzitting van 10 juni 2003.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.