Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AF9450

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-05-2003
Datum publicatie
03-06-2003
Zaaknummer
Parketnummer: 06/060046-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Verdachte ( psyciatrisch patient)heeft brandstichting gepleegd in een centrum voor geestelijke gezondheid met het doel om de over haar opgemaakte dossiers te vernietigen door middel van "missievuur" ( dat is in haar ogen een voor mensen en goederen ongevaarlijk vuur). Ze heeft al eerder eenzelfde poging gedaan en heeft nu TBS gekregen.

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060046-03

Uitspraak d.d.: 20 mei 2003

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats,geboortedatum],

wonende te [adres]

thans verblijvende in het huis van bewaring te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 mei 2003.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 4 februari 2003 tot en met 5 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk brand heeft gesticht in/aan het pand van De Spatie (gelegen aan de [adres]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk met een glassnijder, althans een (scherp) voorwerp, de beglazing/ruit (in)gesneden en/of (vervolgens) een tegel, althans een of meer voorwerpen, tegen/door (een) ruit(en) gegooid en/of (vervolgens) benzine door de opening naar binnen gebracht/gegoten en/of (vervolgens) een (papieren)

voorwerp in brand gestoken en/of deze vervolgens naar binnen gegooid, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan het pand van De Spatie geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de daar aanwezige personen ( 40-50 patienten), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de daar aanwezige personen (40-50 patienten), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

zij in de periode van 4 februari 2003 tot en met 5 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk brand heeft gesticht aan het pand van De Spatie gelegen aan de [adres], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk met een glassnijder de beglazing/ruit ingesneden en vervolgens een tegel door een ruit gegooid en vervolgens een papieren

voorwerp in brand gestoken en deze vervolgens naar binnen gegooid, ten gevolge waarvan het pand van De Spatie gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de daar aanwezige personen (40-50 patiënten), te duchten was.

Bewezenverklaring

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte be-hoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Opzettelijk brand stichten terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt door F.J. Lodewegens, psychiater, op 23 april 2003, en F. van Nunen, klinisch psycholoog, op 3 mei 2003.

- Uit de inhoud van dit rapport komt het volgende naar voren.

Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, namelijk schizofrenie van het paranoïde type, met al jaren bestaande levendige wanen en hallucinaties. Deze stoornis was aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Verdachtes handelen kan daaruit geheel worden verklaard en zij kan op grond daarvan als volledig ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd. De stoornis is moeilijk te bestrijden, waardoor het recidive-risico blijft bestaan. Een gedwongen en langdurige plaatsing in een inrichting is noodzakelijk. Geadviseerd wordt verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen. Gelet op de detentie-ongeschiktheid is plaatsing in een TBS-kliniek met voorrang zeer gewenst.

De rechtbank kan zich mede gelet op het onderzoek ter terechtzitting verenigen met het over verdachte opgemaakte multidisciplinair rapport. Zij neemt de daarin vermelde conclusies over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting en voormeld rapport is gebleken dat de veiligheid van anderen, danwel de algemene veiligheid van personen, zowel de terbeschikkingstelling als de verpleging van overheidswege van verdachte eist. Verdachte heeft een ernstig delict gepleegd, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaar is gesteld. De rechtbank zal derhalve de terbeschikkingstelling gelasten met bevel dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

Bijzondere motivering

De rechtbank heeft naast het hiervoor vermelde inzake het ontoerekeningsvatbaar zijn van verdachte, ook in het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft tijdens het nachtelijk uur brand gesticht in een gebouw van de instelling, terwijl op dat moment het merendeel van de bewoners lag te slapen. Enkel door het afgaan van het brandalarm en het vervolgens doortastend optreden van derden kon erger worden voorkomen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij Spatie, Centrum voor geestelijke gezondheid, gevestigd te Apeldoorn, heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding ten bedrage van EURO€ 4.474,10 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudi-ge aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde heeft aangegeven dat de door haar geleden schade ook is ingediend bij een verzekeringsmaatschappij en daar nog in behandeling is. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 37a en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Opzettelijk brand stichten terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.

Verklaart verdachte niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart de benadeelde partij Spatie, Centrum voor geestelijke gezondheidszorg, gevestigd te Apeldoorn in haar vordering niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mrs. Van Hoorn, voorzitter, Berghuijs en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

20 mei 2003.