Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AF9108

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-05-2003
Datum publicatie
23-05-2003
Zaaknummer
06/060056-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Taxichauffeur uit Eerbeek vergrijpt zich in Apeldoorn aan een verstandelijk gehandicapte vrouw: werkstraf van 100 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf en betaling van de immateriele schade.

Parketnummer: 06/060056-03

Uitspraak d.d.: 20 mei 2003

tegenspraak / dnip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

ingeschreven op het adres: [plaats], [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 mei 2003.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte wist dat die [slachtoffer] in staat van

lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige

ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die

[slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of

kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte:

- die [slachtoffer] een of meermalen getongzoend en/of

- een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht;

art 243 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 10 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn, door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [voornaam] [slachtoffer] (die verstandelijk gehandicapt is) heeft

gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handeling(en), bestaande uit:

- het kussen/zoenen van die [slachtoffer] en/of

- het kussen/zoenen van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of

- het betasten van de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of

- het uit zijn broek halen van zijn, verdachtes, penis en/of

- het drukken van een hand van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes,

penis/schaamstreek

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit:

- het stilzetten van de taxi en/of

- het dicht naast en/of op korte afstand van die [slachtoffer] is gaan zitten en/of

- het op dwingende toon tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij de penis van hem,

verdachte, moest kussen/zoenen en/of

- het vastpakken van een hand van die [slachtoffer] en/of

- het losmaken van de rits van de broek van die [slachtoffer];

art 246 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 10 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van

lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige

ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die

[slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of

kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte:

- die [slachtoffer] gekust/gezoend en/of

- de hand van die [slachtoffer] gepakt en/of (vervolgens) naar zijn penis en/of

schaamstreek gebracht en/of tegen zijn penis en/of schaamstreek gedrukt en/of

- zijn penis uit zijn broek gehaald en/of

- zijn penis laten kussen/zoenen door die [slachtoffer] en/of

- de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer] betast;

art 247 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

In dit verband wordt overwogen dat verdachte het seksueel binnendringen met grote nadruk heeft bestreden, en dat de andersluidende aangifte van [voornaam] [slachtoffer] op dit punt geen of volstrekt onvoldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal, terwijl de rechtbank bovendien rekening dient te houden met de mogelijkheid dat de beleving van aangeefster ten aanzien van het onderhavige feit beïnvloed kan zijn door een eerdere nare ervaring op dit gebied.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

hij op 10 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn, door feitelijkheden [voornaam] [slachtoffer] (die verstandelijk gehandicapt is) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige

handelingen, bestaande uit:

- het kussen/zoenen van die [slachtoffer] en

- het kussen/zoenen van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en

- het betasten van de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en

- het uit zijn broek halen van zijn, verdachtes, penis en

- het drukken van een hand van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes,

penis/schaamstreek

en bestaande die feitelijkheden uit:

- het stilzetten van de taxi en

- het op korte afstand van die [slachtoffer] gaan zitten en

- het op dwingende toon tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij de penis van hem,

verdachte, moest kussen/zoenen en

- het vastpakken van een hand van die [slachtoffer] en

- het losmaken van de rits van de broek van die [slachtoffer];

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdach-te zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast taakstraf als na te melden - met welke strafmodaliteit verdachte heeft ingestemd - op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de verstandelijk gehandicapte [voornaam] [slachtoffer]. Verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid niet genomen om zich als volwassen man te onthouden van het plegen van ontuchtige handelingen met een dergelijke weinig weerbare vrouw. Verdachte heeft met voorbijgaan aan de nadelige psychische gevolgen, die de handelingen voor het slachtoffer met zich kunnen brengen, zijn eigen seksuele gevoelens laten prevaleren.

De rechtbank acht tevens voorwaardelijke gevangenis-straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [voornaam] [slachtoffer], wonende te [plaats], [adres] (bankrekeningnummer [cijfers]) heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding ten bedrage van €EUR 2.509,75 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zijnde € 9,75 aan materiële schade en EUR€ 2.500,- aan immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering voor wat betreft de immateriële schade - ondanks betwisting - gedeeltelijk toewijsbaar is en dat die schade, gelet op de stukken en het onderzoek ter terechtzitting en in aanmerking genomen de omstandigheid dat verdachte voor het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, naar redelijkheid en billijkheid valt te begroten op €EUR 1.250,-.

Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu dit deel wegens betwisting, summiere onderbouwing en voormelde vrijspraak niet van zodanig eenvoudige aard is dat het zich leent voor afdoening in het strafproces.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank tevens aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

De verdachte is voor die schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegeleg-de heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

· Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 142 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de eventuele opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

· Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten, een werkstraf gedurende 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen.

· Veroordeelt verdachte tevens tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [voornaam] [slachtoffer], wonende te [plaats], [adres] (bankrekeningnummer [cijfers]), tot een bedrag van €EUR 1.250,-, vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerleg-ging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot- op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], voornoemd, voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, een bedrag te betalen van €EUR 1.250,-, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 25 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

De rechtbank verstaat daarbij dat, indien en voor zover ver-oordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van het bedrag van EUR € 1.250,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, daarmee de verplichting van veroordeelde om dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien de veroordeelde aan de betreffende benadeelde partij het bedrag van €EUR 1.250,- heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van het betreffende bedrag komt te vervallen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlo-pige hechtenis.

Aldus gewezen door mr. Van Harreveld, voorzitter, mrs. Van Beuge en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitge-sproken op de openbare terechtzitting van 20 mei 2003.