Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AF9050

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-05-2003
Datum publicatie
22-05-2003
Zaaknummer
02/509 AW 58
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

Reg.nr.: 02/509 AW 58

UITSPRAAK

in het geding tussen:

[naam], wonende te [woonplaats], eiser,

en

het dagelijks bestuur van de Regio Achterhoek, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 7 februari 2002.

2. Feiten

Eiser is werkzaam als ambulanceverpleegkundige bij verweerder. Naar aanleiding van

wijzigingen in het voor verweerder van toepassing zijnde functiewaarderingssyteem heeft

verweerder de organieke functieplaatsbeschrijving van de door eiser uitgeoefende functie in

november 1999 opnieuw (voorlopig) vastgesteld. Aangezien geen bezwaar is ingesteld tegen

de voorlopige vaststelling van de organieke formatieplaatsbeschrijving, is deze uiteindelijk

definitief door verweerder vastgesteld.

Vervolgens is de definitieve formatieplaatsbeschrijving met behulp van het van toepassing

zijnde functiewaarderingssysteem gewogen, hetgeen op 5 juli 2000 heeft geleid tot een

voorlopig rangorde-advies met een totaalscore IV-8. Naar aanleiding van de tegen deze

voorlopige besluitvorming van verweerder ingebrachte bedenkingen heeft een interne

Bedenkingencommissie Functiewaardering aan verweerder geadviseerd de

Hoofdgroepindeling op IV, en de score op gezichtspunten op 8, te handhaven.

Bij besluit van 20 december 2000 heeft verweerder vervolgens de waardering voor eisers

functie definitief vastgesteld op IV-8, met de daarbij behorende functionele schaal 8.

Eiser heeft tegen het besluit van 20 december 2000 een bezwaarschrift ingediend. Bij het

bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

3. Procesverloop

Namens eiser heeft mr. M. C. van der Heijden, verbonden aan de CFO CNV-Bond voor

Overheid, Zorgsector en Verzelfstandigde overheidsinstellingen, tegen het bestreden besluit

een beroepschrift ingediend.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. Namens verweerder heeft mr. J.M.M.B. Maes, als advocaat verbonden aan het juridisch adviesbureau Capra, een verweerschrift ingezonden. Vervolgens zijn namens eiser nog nadere stukken in geding gebracht.

Het beroep is, gevoegd met het geding onder registratienummer 02/510 AW, behandeld ter zitting van 24 april 2003, waar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Heijden voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door R. Brokerhof, directeur GGD, bijgestaan door mr. Maes voornoemd. Tevens is verschenen N.A. Becht, extern

adviseur van verweerder.

4. Motivering

De rechtbank dient te beoordelen of de bij het bestreden besluit gehandhaafde waardering van de door eiser beklede organieke functie van ambulanceverpleegkundige in rechte kan standhouden.

De rechtbank stelt daarbij voorop dat naar vaste jurisprudentie de rechterlijke toetsing van een besluit als het onderhavige terughoudend dient te zijn, in die zin dat de rechter zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing aan regels van geschreven en ongeschreven recht, dient te beperken tot de vraag of de in geding zijnde waardering op

voldoende gronden berust. Dit brengt met zich dat eerst tot vernietiging van de omstreden waardering kan worden overgegaan indien deze als onhoudbaar moet worden aangemerkt.

Daarvoor is ontoereikend de enkele omstandigheid dat een andere, hogere, waardering op zichzelf denkbaar en verdedigbaar is.

Voorts is van belang dat het voor verweerder geldende systeem van functiewaardering een zogeheten organiek functiewaarderingssysteem betreft. Kenmerk van een dergelijk systeem is dat niet wordt uitgegaan van de werkzaamheden zoals die feitelijk door de medewerkers worden vervuld, maar van de functiestructuur van de betreffende organisatie en de daarop vastgestelde -in het onderhavige geval in rechte vaststaande- functiebeschrijvingen.

Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank als volgt.

Eiser kan zich niet verenigen met de door verweerder toegekende score 2 voor het gezichtspunt ''contact''. Eiser heeft in dit verband aangevoerd dat hij in de dagelijkse praktijk regelmatig wordt geconfronteerd met verbale dan wel fysieke agressiviteit van patiƫnten of omstanders. Om die reden concludeert eiser dat een score 3 voor het gezichtspunt ''contact''

aan de orde is.

De rechtbank overweegt in dit verband dat in het door verweerder gehanteerde functiewaarderingssysteem een score 2 voor contact wordt toegekend indien aan de contactuele vaardigheden bijzondere eisen worden gesteld en het contact een essentieel onderdeel van de functie is, waarbij het onder meer gaat om het behulpzaam zijn en/of het

verkrijgen van begrip. Hoewel de belangen uiteenlopend kunnen zijn, is er -anders dan bij score 3- in de regel bij score 2 geen sprake van duidelijk tegengestelde belangen. Uit de toelichting bij het functiewaarderingssysteem blijkt dat een score 3 wordt toegekend indien er regelmatig dan wel structureel omgegaan moet worden met agressieve burgers en cliƫnten.

Hoewel de rechtbank geenszins wil uitsluiten dat een ambulanceverpleegkundige bij tijd en wijle in de uitoefening van zijn werkzaamheden met agressief gedrag zal worden geconfronteerd, is ter zitting niet aannemelijk geworden dat het ondervinden van agressie dermate inherent is aan de door eiser uitgeoefende functie, dat de toegekende score 2 in dit

verband onhoudbaar is te achten. Verweerder heeft er naar het oordeel van de rechtbank in dit verband terecht op gewezen dat een ambulanceverpleegkundige een dienstverlenende taak heeft, waarbij in de regel geen sprake zal zijn van duidelijk tegengestelde belangen in de uitoefening van de werkzaamheden.

Ter zitting heeft verweerder voorts gesteld dat op grond van de geldende richtlijnen en voorschriften een ambulance bij openbare orde-problemen eerst uitrukt indien het sein ''veilig'' is gegeven.

Resumerend is de rechtbank van oordeel dat de door verweerder gegeven motivering voor de score 2 voor het gezichtspunt ''contact'' de aan de rechtbank toekomende toets kan doorstaan.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

- verklaart het beroep ongegrond.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Aldus gegeven door mr. E.J.J.M. Weyers en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op: