Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AF5546

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-03-2003
Datum publicatie
11-03-2003
Zaaknummer
06/080375-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/080375-02

Uitspraak d.d.: 5 maart 2003

Tegenspraak / oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te Groenlo op [geboortedatum] 1983,

wonende te Groenlo,

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 februari 2003.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

verdachte in of omstreeks de periode van 12 tot en met 13 september 2002 in de gemeente Aalten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, althans met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg:

- (telefonisch) van zijn mededader(s) het adres van die [slachtoffer] heeft doorgekregen waar hij en/of zijn mededader(s) moesten zijn en/of

- (telefonisch) van zijn mededader(s) een omschrijving van de woning van die [slachtoffer] heeft doorgekregen en/of

- (telefonisch) van zijn mededader(s) heeft doorgekregen dat die [slachtoffer] over een rode Golf beschikte en/of

- (telefonisch) van zijn mededader(s) heeft doorgekregen "dat het goed was om die [slachtoffer] een klap te geven" en/of dat zijn mededader(s) op de hoogte moest worden gehouden en/of

- heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] (met kracht)(van de trap) geduwd, waardoor die [slachtoffer] (van de trap) is gevallen en/of

-heeft/ hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (vervolgens) meermalen, althans eenmaal (met kracht) geschopt en/of getrapt tegen/op het gezicht en/of andere lichaamsdelen en/of

- heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)(vervolgens) meermalen, althans eenmaal

(met kracht) tegen/op het gezicht en/of andere lichaamsdelen geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

verdachte in of omstreeks de periode van 12 tot en met 13 september 2002 in de gemeente Aalten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet:

- (telefonisch) van zijn mededader(s) het adres van die [slachtoffer] heeft doorgekregen waar hij en/of zijn mededader(s) moesten zijn en/of

- (telefonisch) van zijn mededader(s) een omschrijving van de woning van die [slachtoffer] heeft doorgekregen en/of

- (telefonisch) van zijn mededader(s) heeft doorgekregen dat die [slachtoffer] over een rode Golf beschikte en/of

- (telefonisch) van zijn mededader(s) heeft doorgekregen "dat het goed was om die [slachtoffer] een klap te geven" en/of dat zijn mededader(s) op de hoogte moest worden gehouden en/of

- heeft/hebben verdachte en zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] (met kracht)(van de trap) geduwd, waardoor die [slachtoffer] (van de trap) is gevallen en/of -heeft/ hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (vervolgens) meermalen, althans eenmaal (met kracht) geschopt en/of getrapt tegen/op het gezicht en/of andere lichaamsdelen en/of

- heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (vervolgens) meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen/op het gezicht en/of andere lichaamsdelen geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 12 tot en met 13 september 2002 in de gemeente Aalten tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (schedelbasisfractuur, hersenkneuzing) heeft toegebracht, door deze [slachtoffer] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk:

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) (van de trap) te duwen, waardoor die [slachtoffer] (van de trap) is gevallen en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (tegen/op het hoofd) te schoppen en/of te trappen;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde medeplegen van poging tot moord heeft begaan, aangezien niet is gebleken van een kalm beraad en rustig overleg dat was gericht op de levensbeëindiging van [slachtoffer].

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Gevoerd verweer

De raadsman heeft betoogd dat niet bewezen is dat alleen het door verdachte en zijn mededader op het slachtoffer uitgevoerde geweld hebben bijgedragen aan de toestand waarin het slachtoffer verkeerde op het moment dat hij in het ziekenhuis werd opgenomen.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat de verklaringen van verdachte en zijn mededader over de wijze waarop en waar zij het slachtoffer op het lichaam hebben geraakt overeenstemmen met het later in het ziekenhuis op die plekken geconstateerde letsel, terwijl verdachte en zijn medeverdachte bovendien hebben verklaard dat het slachtoffer reeds buiten bewustzijn verkeerde op het moment dat zij de woning verlieten. Dit laat redelijkerwijs geen andere conclusie toe dan dat het bij het slachtoffer geconstateerde letsel aan de verdachte en zijn mededader moet worden toegerekend.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

verdachte in de periode van 12 tot en met 13 september 2002 in de gemeente Aalten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, hebben verdachte en zijn mededader met dat opzet:

- die [slachtoffer] met kracht van de trap geduwd, waardoor die [slachtoffer] van de trap is gevallen en

- vervolgens meermalen met kracht geschopt en/of getrapt tegen/op het gezicht en andere lichaamsdelen en/of

- vervolgens meermalen met kracht tegen/op het gezicht en/of andere lichaamsdelen geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Bewezenverklaring

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

subsidiair: medeplegen van poging tot doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt door P.M.F. Brookhuis, klinisch psycholoog, op 19 december 2002, en F.J. Lodewegens, psychiater, op 8 januari 2003.

- Uit de inhoud van deze rapporten komt het volgende naar voren.

Hoewel in de regel de persoonlijkheid op 19-jarige leeftijd nog niet geheel uitgekristalliseerd is, kan bij verdachte - gelet op het reeds jarenlang bestaande antisociale gedrag - worden gesteld dat er sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De houding van verdachte over het delict is terug te voeren op een gebrekkige gewetensfunctie, passend bij iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De kans op recidive wordt zeer groot geacht, terwijl de aard van toekomstige delicten moeilijk is te voorspellen.

De persoonlijkheidsstoornis was ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde aanwezig. Bij verdachte was op dat moment sprake van een uitagerend gedrag. Verdachte heeft weliswaar de ongeoorloofdheid van zijn handelen kunnen inzien, doch op grond van de gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens kan deze hem in enigszins verminderde mate worden toegerekend.

Tijdens een eerder opgelegde PIJ-behandeling is het bij verdachte, gelet op de relatief positieve behandelingsverslagen, tot een soort schijnaanpassing gekomen. Het ligt voor de hand dat verdachte bij opname in een TBS-kliniek opnieuw tot schijnaanpassing zal komen. Er wordt uit veiligheidsperspectief in overweging gegeven een terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen vanwege het hoge recidiverisico.

De rechtbank kan zich mede gelet op het onderzoek ter terechtzitting verenigen met het over verdachte opgemaakte multidisciplinaire rapport. Zij neemt de daarin vermelde conclusies over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting en voormelde rapportage is gebleken dat de veiligheid van anderen, danwel de algemene veiligheid van personen, zowel de terbeschikkingstelling als de verpleging van overheidswege van verdachte eist. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig delict, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaar is gesteld. De rechtbank zal derhalve de terbeschikkingstelling gelasten met bevel dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

Aangezien het bewezen verklaarde feit, zij het in enigszins verminderde mate, aan verdachte kan worden toegerekend is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf naast de vermelde terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op zijn plaats is.

Met betrekking tot de aard en de ernst van de feiten heeft de rechtbank het volgende overwogen.

Verdachte en zijn mededader hebben zich gemengd in een conflict waaraan zij zelf part noch deel hadden. Ze zijn naar de woning van het slachtoffer gegaan en zijn een woordenwisseling met hem aangegaan. Dit heeft vrijwel direct geleid tot een explosie van grof geweld. Het slachtoffer is van de trap geduwd, waarbij hij op de grond is gevallen. Vervolgens hebben verdachte en zijn mededader onder andere met geschoeide voeten hard op het slachtoffer ingetrapt, waarbij deze ook meermalen aan het hoofd en in de onderbuik werd geraakt. Bij het verlaten van de woning hebben zij meerdere malen de deur opengeduwd, waardoor het hoofd van het slachtoffer bekneld werd tussen de deur en een muur. Het slachtoffer heeft door het handelen van verdachte en zijn mededader dermate zwaar letsel opgelopen dat het evengoed fataal had kunnen zijn. Het slachtoffer heeft door het gebeurde lange tijd in kritieke toestand in coma gelegen en is thans nog steeds revaliderende, waarbij het onzeker is of hij uiteindelijk geheel zal herstellen.

Het is bovendien algemeen bekend dat een delict als het onderhavige ook bijdraagt aan de gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 37a, 37b, 45, 47 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair tenlastegeleg-de heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

subsidiair: medeplegen van poging tot doodslag.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE JAREN.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen, nog niet terugge-geven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- een zwarte broek;

- een paar zwarte schoenen, merk Fila.

Aldus gewezen door mrs. Welbergen, voorzitter, Van Hoorn en Maanicus, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting

van 5 maart 2003.

Mr. Maanicus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.