Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AF5444

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-02-2003
Datum publicatie
10-03-2003
Zaaknummer
06/080388-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/080388-02

Uitspraak d.d.: 5 februari 2003

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei, te Leeuwarden.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2003.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij en/of (een) mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar en/of ieder alleen, op of omstreeks 28 september 2002, in de gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte en/of (een) mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar en/of ieder voor zich, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een medewerker van het filiaal van Albert Heijn, gevestigd aan de Prins Bernhardweg, genaamd [slachtoffer], te dwingen tot de afgifte van geld en/of de sleutel(s) van het telkantoor en/of van de kluis, in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- zich naar dat filiaal heeft/hebben begeven en/of zich de toegang tot dat

filiaal heeft/hebben verschaft en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] voornoemd op de grond heeft/hebben geduwd en/of

- op de benen van die [slachtoffer] is/zijn gaan liggen en/of zitten en/of

- een pistool, althans een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp,

aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of op die [slachtoffer]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of dat pistool, althans dat

vuurwapen, althans dat daarop gelijkende voorwerp tegen het (voor)hoofd

en/of de nek en/of de rug van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of

gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of

- een mes, althans een scherp voorwerp tegen/op de keel en/of de hals van die

[slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of gezet en/of gedrukt gehouden en/of

- die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Omdraaien,

omdraaien, waar is het geld, we willen naar de kluis" en/of "Anders keel ik je" en/of "Laag

blijven, anders keel ik je" en/of "Maak die kluis open", en/of "je moet je kop dichthouden,

anders gebeurt er wat", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij en/of (een) mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar en/of ieder alleen, op of omstreeks 28 september 2002, in de gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte en/of (een) mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar en/of ieder voor zich, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in en/of vanuit een filiaal van Albert Heijn aan de Prins Bernhardweg weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een medewerker van dat filiaal, genaamd [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- zich naar dat filiaal heeft/hebben begeven en/of zich de toegang tot dat

filiaal heeft/hebben verschaft en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] voornoemd op de grond heeft/hebben geduwd en/of

- op de benen van die [slachtoffer] is/zijn gaan liggen en/of zitten en/of

- een pistool, althans een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp,

aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of op die [slachtoffer]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of dat pistool, althans dat

vuurwapen, althans dat daarop gelijkende voorwerp tegen het (voor)hoofd

en/of de nek en/of de rug van die [slachtoffer] heeft/hebben geplaatst en/of

gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of

- een mes, althans een scherp voorwerp tegen/op de keel en/of de hals van die

[slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of gezet en/of gedrukt gehouden en/of

- die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Omdraaien,

omdraaien, waar is het geld, we willen naar de kluis" en/of "Anders keel ik

je" en/of "Laag blijven, anders keel ik je" en/of "Maak die kluis open",

en/of "je moet je kop dichthouden, anders gebeurt er wat", althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij en mededaders tezamen en in vereniging met elkaar, op 28 september 2002, in de gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte en mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld een medewerker van het filiaal van Albert Heijn, gevestigd aan de Prins Bernhardweg, genaamd [slachtoffer], te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan Albert Heijn,

- zich naar dat filiaal hebben begeven en zich de toegang tot dat filiaal hebben verschaft en

- vervolgens die [slachtoffer] voornoemd op de grond hebben geduwd en

- op de benen van die [slachtoffer] zijn gaan liggen en/of zitten en

- een pistool, aan die [slachtoffer] hebben getoond en voorgehouden en op die [slachtoffer]

hebben gericht en gericht gehouden en dat pistool tegen het voorhoofd en de nek en de rug

van die [slachtoffer] hebben geplaatst en/of gedrukt en/of gedrukt gehouden en

- een mes op de keel van die [slachtoffer] hebben gedrukt en gedrukt gehouden en

- die [slachtoffer] dreigend de woorden hebben toegevoegd: "Omdraaien, omdraaien, waar is het

geld, we willen naar de kluis" en "Anders keel ik je" en "Laag blijven, anders keel ik je" en

"Maak die kluis open", en "je moet je kop dichthouden, anders gebeurt er wat", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

primair: poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Bijzondere motivering

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen-verklaarde, de omstandigheden waar-onder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onder-zoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan een van de ernstigste vormen van vermogenscriminaliteit. Verdachte en zijn mededaders hebben immers volgens een ruimschoots tevoren beraamd en voorbereid plan, waarin voor iedere deelnemer een specifieke taak was weggelegd, met gebruikmaking van een geladen vuurwapen, een steekwapen, een scanner (om de komst van de politie te kunnen vernemen) en bivakmutsen een winkel overvallen in een poging om de daar aanwezige geldkluizen leeg te halen. Het in de winkel aanwezige personeelslid [slachtoffer] is daarbij op brutale en hardhandige wijze en onder dreiging van het (naar later is gebleken) geladen vuurwapen - welk wapen tijdens de overval door verdachte werd gedragen - en het mes gedwongen zijn medewerking te verlenen.

Dit soort van grote onrust veroorzakende en de veiligheid van medemensen bedreigende criminaliteit dient op krachtige wijze te worden bestreden, hetgeen in de zwaarte van de straf tot uitdrukking dient te worden gebracht. De rechtbank rekent de verdachte bovendien zwaar aan dat hij eerder met justitie in aanraking is geweest, onder meer voor een soortgelijk feit (overval) en daarvoor werd veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf. Verdachte was van die veroordeling nog maar relatief kort op vrije voeten op het moment hij het onderhavige delict pleegde.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij Albert Heijn B.V., gevestigd te Zaandam (bank-/girorekeningnummer [cijfers]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR€ 1.889,-- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De hoogte van het gevorderde schadebedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor nu deze door de benadeelde partij is voorzien van een cijfermatige en voldoende inzichtelijke onderbouwing.

De vorde-ring is voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

De verdachte is voor die schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 24c, 27, 36f, 45, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

primair: poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJF JAREN.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Albert Heijn B.V., gevestigd te Zaandam (bank-/girorekeningnummer [cijfers]), van een bedrag van €EUR 1.889,--, met dien verstande dat indien en voor zover de mededaders betalen, verdachte daarvan zal zijn bevrijd, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Albert Heijn B.V., een bedrag te betalen van €EUR 472,25, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 9 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

De rechtbank verstaat daarbij dat, indien en voor zover ver-dachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van het bedrag van €EUR 472,25 (van het totaal van EUR € 1.889,--) ten behoeve van het slachtoffer Albert Heijn B.V., daarmee de verplichting van verdachte om dit deel van het totaalbedrag aan deze benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien de verdachte aan de betreffende benadeelde partij het bedrag van EUR€ 472,25 heeft betaald, daarmee de ver-plichting tot betaling aan de Staat van het betreffende bedrag komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Van Hoorn, voorzitter, Draisma en Semeijn, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 februari 2003.

Mrs. Draisma en Semeijn zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.