Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AF3640

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-01-2003
Datum publicatie
31-01-2003
Zaaknummer
29465 HAZA 00-20
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Rolnummer: 29465 HAZA 00-20

Uitspraak: 22 januari 2003

Franse vennootschap sluit met twee Nederlandse vennootschappen een "Protocol"; Frans recht van toepassing.

Tussen partijen onbetwist dat dit een vaststelligsoverenkomst is. In Protocol is geen rechtskeuze gedaan. Aan de hand van artikel 4 van het EEG-verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 19 juni 1980 geconcludeerd dat Frans recht van toepassing is.

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de zaak tussen:

de vennootschap naar Frans recht ANIS S.A.,

gevestigd te Marcay, Souvole (Frankrijk),

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

procureur: mr. C.B. Gaaf,

advocaat: mr. R.I. Loosen te Amsterdam,

en

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GREENFOOD INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Nijkerk, kantoorhoudende te Terschuur,

gedaagde partij sub 1 in conventie,

eisende partij sub 1 in reconventie,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALTHEA HOLDING B.V.,

gevestigd te Putten,

gedaagde partij sub 2 in conventie,

eisende partij sub 2 in reconventie,

procureur: mr. E.G.M. Wiggers,

advocaat: mr. A. van Hardeveld te Utrecht.

Partijen worden in dit vonnis mede aangeduid als Anis respectievelijk Greenfood International en Althea. Gedaagden worden gezamenlijk ook wel aangeduid als Greenfood.

1. Het verdere verloop van de procedure

Dit verdere verloop blijkt uit:

­ het vonnis van 15 februari 2001

­ de conclusie van repliek in conventie tevens antwoord in reconventie

­ de conclusie van dupliek in conventie tevens van repliek in reconventie

­ de akte houdende uitlating producties tevens conclusie van dupliek in reconventie.

2. De vaststaande feiten

2.1 Anis heeft op 18 september 1997 van Greenfood International, althans van Althea, gekocht 4450 ton biologische tarwe tegen een koopprijs van FF 6.638.065,--. Greenfood heeft de biologische tarwe op haar beurt voor een bedrag van FF 6.104.065,-- gekocht van Vital Products Ltd., gevestigd op de Isle of Man, hierna te noemen "Vital". Op 20 oktober 1997 heeft Anis de koopprijs voldaan, waarna op 22 en 23 oktober 1997 is geleverd.

2.2 Op 26 december 1997 heeft Anis Greenfood International, althans Althea, schriftelijk medegedeeld dat de Franse Direction Régionale de la Concurrence, de la Consommation et de la Répression des Fraudes op 24 december 1997 de kwalificatie "biologisch" aan de tarwe had ontzegd.

2.3 Op 12 maart 1998 hebben Greenfood, Anis en Vital een overeenkomst gesloten, getiteld Protocole d'accord, hierna te noemen "Protocol", waarin - althans in de in het Nederlands vertaalde tekst - het volgende is opgenomen:

-----------

"PROTOCOL VAN OVEREENKOMST OVER SCHADE VERKOOP VAN BIOLOGISCHE TARWE AFGEKEURD VOOR DE BIOLOGISCHE MARKT

De firma VITAL PRODUCTS LIMITED - 3 VARLEY HOUSE - 29-31 DUKE STREET - ISLE OF MAN - IMI ZAZ BRITISH ISLE heeft verkocht aan de firma GREENFOOD INTERNATIONAL B.V. PRINS HENDRIKWEG 19 - 3771 AK BARNEVELD - HOLLAND 4400 ton biologische tarwe, franco BORDEAUX - BASSENS (FRANKRIJK) aan boord van het schip CELTIC AMBASSADOR.

De firma GREENFOOD heeft deze 4400 ton biologische tarwe doorverkocht aan de firma ANIS S.A.. - SOUVOLE - 86370 MARCAY franco BORDEAUX aan boord van de CELTIC AMBASSADOR De biologische tarwe is door de Franse overheid op 24/12/97 afgekeurd als biologisch product.

Dientengevolge lijdt de firma ANIS een zeer aanzienlijke financiële schade daar zij de firma GREENFOOD heeft uitbetaald op basis van de prijs voor biologische tarwe.

De firma VITAL PRODUCTS LIMITED - 3 VARLEY HOUSE - 29-31 DUKE STREET - ISLE OF MAN - IMI ZAZ BRITISH ISLE

stelt terecht voor om deze zeer aanzienlijke schade te dragen en verplicht zich aan de firma ANIS het bedrag van de schade terug te betalen, te weten 2 876 787,40 FRF (twee miljoen acht honderd zesenzeventig duizend zevenhonderd zevenentachtig Franse francs en veertig centimes) + de rente van 4,5% over 25 maanden, te weten 136 784,00 FRF (honderd zesendertig duizend zevenhonderd vierentachtig Franse francs), te weten een totaalbedrag van 3 013 571,40 FRF (drie miljoen dertien duizend vijfhonderd eenenzeventig Franse francs) voor een duur van maximaal 25 (vijfentwintig) maanden, te weten

120 542,85 FRF per maand, met een bankgarantie (kredietbrief STAND BY) met een gemiddeld uitstaand bedrag van

120 542,85 FRF per maand, bankgarantie te bewerkstelligen door VITAL via de bank van VITAL PRODUCTS ten gunste van de firma ANIS S.A., op de B.P.V.F. waarvan hieronder de volledige gegevens zijn vermeld.

De betaling vindt plaats direct bij de bank van de firma ANIS.

De eerste betaling wordt gedaan op 05 mei 1998, de volgenden op elke 5e van de maand, tot en met 5 mei 2000.

Ook de firma GREENFOOD verplicht zich de firma ANIS een tegoed (creditnota) te doen toekomen ter dekking van de schade ter hoogte van 2 876 787,40 FRF (twee miljoen acht honderd zesenzeventig duizend zevenhonderd zevenentachtig Franse francs en veertig centimes) + de rente, te weten een totaalbedrag van 3 013 571,40 FRF (drie miljoen dertien duizend vijfhonderd eenenzeventig Franse francs), rechtstreeks over te maken door de bank van de firma VITAL PRODUCTS LIMITED ten gunste van de firma ANIS, waarvan wij de gegevens hieronder vermelden:

B.P.V.F. Franse bank van de firma ANIS

CODE BANK: 17907 - CODE LOKET: 00006 - NR. REKENING:

00621515161 - SLEUTEL: 48 BETAALBAARSTELLING: BPVF

POIT. COURONNERIES

CONTACT: Mevr. THIMOGNIER - Tel.: (0033) 2 47 80 81 54

Alle gestorte bedragen boven de maandelijkse 120 542,85 FRF worden over de laatste stortingen in mindering gebracht op de eindschuld.

Gegevens over de schade in bijlage: brief ANIS aan GREENFOOD dd

19/01/1998 + rente over 25 maanden terugbetaling.

[Ondertekend voor VITAL Dhr Bennet

voor GREENFOOD Dhr van der Kraats

voor ANIS Dhr Pasquereau]

Voor akkoord gevolgd door handtekening

Marcay, 12/03/1998, in drie exemplaren."

--------------

2.4 Op 2 november 1999 heeft Anis, na daartoe verkregen verlof van de President van de rechtbank te Amsterdam, conservatoir derdenbeslag doen leggen onder de ABN AMRO Bank N.V., B.V. Graanhandel P. van Schelven, Meneba Meel Wormerveer B.V., Reudink Biologische Voeders B.V. en Meelfabriek A. van Gorp-Teurlings B.V. ten laste van Greenfood International en Althea voor een bedrag van ƒ 1.200.000,--.

3. De vordering in conventie

3.1 Anis vordert dat de rechtbank Greenfood International en Althea bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende de ander in zoverre zal zijn bevrijd, zal veroordelen om aan haar te betalen een bedrag groot FF 3.013.571,40, althans de tegenwaarde daarvan in Nederlands wettig betaalmiddel, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 1997, althans te vermeerderen met de in het Protocole d'Accord, zoals dit begrip is gedefinieerd in het lichaam van de dagvaarding, vastgestelde rente van 4,5% met ingang van 24 december 1997, althans met de wettelijke rente met ingang van 8 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, met hoofdelijke veroordeling van Greenfood International en Althea in de kosten van dit geding, die van de gelegde beslagen daaronder begrepen.

3.2 Anis legt aan haar vordering tegen de achtergrond van de vaststaande feiten de navolgende stellingen ten grondslag. Anis heeft destijds gehandeld met de rechtsvoorgangster van Althea, GFI Greenfood International B.V. Greenfood International heeft echter die laatste naam overgenomen. Welke van beide gedaagden nu de rechtsopvolgster van GFI Greenfood International B.V. is, is aan Anis, zakelijk samengevat, niet duidelijk, reden waarom zij beide gedaagden in rechte betrekt.

3.3 Doordat de Franse Direction Régionale de la Concurrence, de la Consommation et de la Répression des Fraudes aan de geleverde tarwe de kwalificatie "biologisch" heeft ontzegd, is de waarde van de geleverde tarwe met een bedrag van FF 2.876.787,40 verminderd. Anis heeft met Greenfood International, althans Althea, en Vital een overeenkomst gesloten, waarin Vital zich naast Greenfood International, althans Althea, heeft verbonden de schade aan Anis te vergoeden. Er heeft geen betaling overeenkomstig het Protocol plaatsgevonden en ook de overeengekomen bankgarantie is niet gesteld, waardoor de vordering van Anis nog in zijn geheel openstaat. Het Protocol houdt geen afstand in van de rechten van Anis jegens Greenfood International, althans Althea. De rechten van Anis jegens haar contractuele wederpartij, Greenfood, gelden dan ook onverkort. Anis heeft er tegenover Greenfood nooit twijfel over laten bestaan dat Greenfood haar contractuele wederpartij was en dat Greenfood voor de door haar geleden schade aansprakelijk was. Greenfood International en Althea zijn dan ook gehouden het verschuldigde bedrag van FF 3.013.571,40 aan haar te voldoen. Anis heeft Greenfood International en Althea gesommeerd alsnog te voldoen.

4. Het verweer in conventie

4.1 Greenfood International en Althea concluderen dat de rechtbank de vordering van Anis zal afwijzen als zijnde ongegrond en/of bewezen dan wel hierin niet-ontvankelijk te verklaren, met veroordeling van Anis in de kosten van het geding.

4.2 Greenfood voert de navolgende verweren aan. Greenfood stelt voorop dat het aan Anis is om in deze procedure te bewijzen dat er daadwerkelijk sprake was van controle door de Franse overheid, dat deze de partij tarwe heeft afgekeurd en hoe hoog de beweerdelijk door Anis geleden schade was. Zij betwist immers dat zij aan Anis iets anders heeft geleverd dan overeengekomen. Greenfood wijst er op dat Anis niet direct bij haar heeft gereclameerd zoals zij op grond van de van toepassing zijnde algemene leverings- en verkoopvoorwaarden van Greenfood had behoren te doen. Greenfood stelt voorts dat het Protocol vastlegt dat Vital de door Anis beweerdelijk geleden schade rechtstreeks aan Anis zou voldoen. Anis betrekt Greenfood dan ook ten onrechte in deze procedure en pleegt daarmee schuldeisersverzuim. Het Protocol is tot stand gekomen na besprekingen tussen Anis en Vital rechtstreeks; Greenfood was daarbij niet betrokken. Tijdens die besprekingen is onder meer de hoogte van de schade bepaald. Greenfood heeft het Protocol enkel getekend om Anis op haar uitdrukkelijk verzoek bij te staan de schade door Vital vergoed te krijgen en om haar zakelijke relatie met Anis te continueren. Greenfood zou het Protocol nooit getekend hebben als zij had geweten dat zij door Anis in rechte zou worden betrokken tot vergoeding van schade van ruim 3 miljoen Franse Francs. In het Protocol is slechts bepaald dat Greenfood een creditnota aan Anis zou doen toekomen, aan welke verplichting Greenfood heeft voldaan. Overigens heeft Vital FF 2.017.500,-- aan Anis voldaan via creditering door de Duitse firma B.U.S. GmbH, aan welke vennootschap Vital gelieerd is.

5. De vordering in reconventie

5.1 Greenfood vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Anis zal veroordelen om aan haar tegen bewijs van kwijting te voldoen de schade, die zij heeft geleden, lijdt en nog zal lijden op de gronden als hiervoor omschreven, welke schade dient te worden opgemaakt bij staat en volgens de wet zal moeten worden vereffend, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

5.2 Greenfood legt aan haar vordering tegen de achtergrond van de vaststaande feiten de navolgende stellingen ten grondslag. Op 2 november 1999 heeft Anis ten laste van Greenfood conservatoir derdenbeslag gelegd onder vier zakelijke relaties van Greenfood, te weten Van Schelven, Reudink, Van Gorp en Meneba. Als gevolg hiervan doen deze relaties geen zaken meer met Greenfood, waardoor deze schade lijdt in de vorm van winstderving. Op 14 februari 2000 heeft Greenfood Anis aansprakelijk gesteld voor deze schade, tot op dat moment begroot op ƒ 196.864,50. Greenfood lijdt daarnaast schade doordat zij in haar goede naam is aangetast: de omzet naar Frankrijk is komen te vervallen en meerdere relaties in Nederland doen minder snel zaken met Greenfood. Zij kan de exacte hoogte van die schade nog niet bepalen. Hetzelfde geldt voor de schade bestaande uit de kosten van de procedure.

6. Het verweer in reconventie

6.1 Anis concludeert dat de rechtbank Greenfood niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar deze zal ontzeggen met veroordeling in de kosten van het geding.

6.2 Anis voert de navolgende verweren aan. Gelet op het feit dat Greenfood aanvankelijk niet reageerde op aanmaningen van de zijde van Anis, zag deze zich genoodzaakt beslag te doen leggen. Greenfood heeft geen kort geding opheffing van de gelegde beslagen aangespannen en tracht alleen maar een tegenvordering te creëren. De door Greenfood gestelde schade en de door haar geproduceerde interne berekeningen worden door Anis bij gebrek aan wetenschap betwist. Hetzelfde geldt voor het causale verband tussen de beslagen en de gestelde schade.

7. De beoordeling van het geschil

In conventie

7.1 Anis heeft haar vordering ingesteld tegen zowel Greenfood International als Althea, nu het haar niet duidelijk is wie de rechtsopvolgster van haar oorspronkelijke contractspartij is. Greenfood International en Althea zijn hier niet op ingegaan, zodat met recht beide gedaagden in rechte betrokken zijn.

7.2 Het geschil draait om het tussen Anis, Greenfood International en Vital gesloten Protocol van 12 maart 1998. Greenfood heeft gesteld dat het Protocol moet worden beschouwd als een vaststellingsovereenkomst. Anis betwist zulks niet, maar wijst er op dat mogelijk Frans recht op het Protocol van toepassing is en niet Nederlands recht, op welke vraag hierna zal worden ingegaan. Nu Anis derhalve in wezen niet betwist dat een vaststellingsovereenkomst tussen haar, Greenfood International en Vital is gesloten, moet daar te dezen vanuit worden gegaan.

7.3 De vraag welk recht van toepassing is op het Protocol, dient, nu in het Protocol zelf geen rechtskeuze is gedaan, te worden beoordeeld aan de hand van artikel 4 van het EEG-Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 19 juni 1980. Voorop staat dat de overeenkomst beheerst wordt door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. Bij de toepassing van dit beginsel geldt als vermoeden dat de overeenkomst het nauwst verbonden is met het land waar de partij, die de voor de overeenkomst kenmerkende prestatie moet verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst gevestigd is. Bij een vaststellingsovereenkomst kan echter niet (zonder meer) worden vastgesteld welke de kenmerkende prestatie is. De leer van de karakteristieke prestatie kan dan geen oplossing bieden, zodat men terug moet vallen op het algemene uitgangspunt: het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst verbonden is, is toepasselijk. Voor de beantwoording van de vraag met het recht van welk land het Protocol het nauwst verbonden is, worden de volgende aanknopingspunten relevant geacht: de plaats waar de schade zich heeft voorgedaan - in casu Frankrijk - de plaats waar de gevolgen intreden - betaling van de schade vindt in Franse francs door Vital in Frankrijk plaats - en de plaats van totstandkoming van de overeenkomst - de overeenkomst is in Frankrijk en in de Franse taal opgesteld en door twee van de drie partijen in Frankrijk ondertekend. Geconcludeerd dient dan ook te worden dat Frans recht op het Protocol van toepassing is.

7.4 Ook het Franse recht kent de figuur van een vaststellingsovereenkomst. Artikel 2044 CC bepaalt dat een dading een overeenkomst is die ten doel heeft een einde te maken aan een tussen partijen gerezen geschil. Voor de rechtsgeldigheid hiervan is vereist dat partijen iets opofferen, waarbij die opofferingen niet even groot behoeven te zijn. Zoals in het hiernavolgende zal blijken, is sprake van opofferingen aan de zijde van alle partijen, zodat er van uit kan worden gegaan dat sprake is van een vaststellingsovereenkomst.

7.5 Uitgangspunt is derhalve dat het Protocol moet worden beschouwd als een vaststellingsovereenkomst, waarop Frans recht van toepassing is. Anis vordert betaling van de schade van ruim 3 miljoen Franse francs als vastgesteld in het Protocol. Zij stelt dat het Protocol geen (expliciete) afstand inhoudt van de rechten van Anis jegens Greenfood.

7.6 Voor zover Anis hiermee bedoelt haar vordering jegens Greenfood te baseren op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst van 18 september 1997 tussen partijen, heeft te gelden dat Anis, Greenfood en Vital hun rechtsverhoudingen ter zake nu juist hebben vastgelegd in het Protocol. Hierin is voor wat betreft de feiten vastgelegd dat Greenfood van Vital heeft gekocht en vervolgens heeft doorverkocht en geleverd aan Anis. Dat de (oorspronkelijke) werkelijke rechtsverhouding wellicht een andere is dan in het Protocol is vastgelegd, doet er rechtens niet meer toe. Ook als sprake zou zijn van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Greenfood jegens Anis, is in deze nog slechts van belang hetgeen partijen omtrent hun rechtsverhouding hebben vastgelegd in het Protocol.

7.7 Voor zover Anis haar vordering jegens Greenfood baseert op het Protocol zelf, heeft het volgende te gelden. Anis erkent dat het Protocol bepaalt dat betaling van de schade dient te geschieden door Vital. Daarmee staat vast dat het de bedoeling van alle partijen was om in het Protocol vast te leggen dat Vital rechtstreeks de door Anis geleden schade aan haar zou voldoen. Anis verkreeg op deze wijze een vorderingsrecht op Vital, welk recht zij voordien niet had. Door in het Protocol op Greenfood enkel nog de verplichting te leggen zorg te dragen voor het toezenden van een creditnota aan Anis, heeft Anis naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk afstand gedaan van haar vorderingsrecht op Greenfood.

7.8 Afstand van een vorderingsrecht behoeft overigens niet te geschieden in de vorm van een uitdrukkelijke verklaring. Ook door opgewekt vertrouwen kan de vordering van Anis tenietgaan. Anis heeft betoogd dat Greenfood er niet op mocht vertrouwen dat zij door ondertekening van het Protocol afstand zou doen van haar rechten op Greenfood, aangezien zij er in correspondentie met Greenfood, zowel voorafgaand als na het sluiten van het Protocol, nooit twijfel over zou hebben laten bestaan dat Greenfood als haar contractuele wederpartij aansprakelijk was voor de schade. Greenfood heeft op haar beurt gesteld dat zij voorafgaand aan de ondertekening van het Protocol te kennen heeft gegeven nimmer aansprakelijkheid te erkennen.

7.9 Geoordeeld wordt dat Greenfood er wel degelijk op mocht vertrouwen dat Anis door het sluiten van de vaststellingsovereenkomst afstand van recht had gedaan jegens haar. Immers, Greenfood heeft het Protocol mede ondertekend ofschoon zij - zoals zij stelt en Anis niet betwist - niet betrokken was bij de onderhandeling over de in het Protocol vastgestelde feiten, waaronder de vaststelling dat schade is geleden doordat de Franse overheid de tarwe had afgekeurd als biologisch product en de hoogte van die schade. Greenfood stelt - zakelijk samengevat - dat zij het Protocol nooit zou hebben getekend als zij had geweten dat Anis geen afstand van recht jegens haar had gedaan. Gelet op haar uitvoerige betoog dat zij het oneens is met aansprakelijkstelling omdat zij zorgvuldig jegens Anis heeft gehandeld en aan haar niets te verwijten is, valt niet in te zien waarom zij tegen die achtergrond akkoord is gegaan met de vaststelling van de feiten en uitgangspunten in het Protocol, anders dan dat zij er op vertrouwde en mocht vertrouwen dat Anis afstand van recht jegens haar deed.

7.10 Daar komt nog bij dat Greenfood onweersproken heeft gesteld dat de oorspronkelijke tekst van het Protocol - overigens de resultante van een voorstel door Anis gedaan - op haar verzoek is gewijzigd, in die zin dat niet Greenfood maar Vital gehouden was de schade aan Anis te voldoen; Greenfood zou slechts een creditnota voor de koopsom aan Anis sturen. Onder die omstandigheden kan niet anders dan geconcludeerd worden dat Greenfood er door de houding van Anis op mocht vertrouwen dat Anis haar rechten op Greenfood had prijsgegeven.

7.11 Aangezien Anis in het Protocol afstand van haar rechten op Greenfood heeft gedaan, dient de vordering van Anis tegen Greenfood International, althans Althea, dan ook te worden afgewezen en dient Anis te worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie.

7.12 De overige stellingen en weren van partijen behoeven geen bespreking meer nu deze, indien besproken, niet tot een andere beslissing zullen leiden.

In reconventie

7.13 Greenfood stelt als gevolg van de beslaglegging door Anis onder vier zakelijke relaties schade te hebben geleden maar deze schade thans nog niet te kunnen begroten. Nu de vordering van Anis in conventie wordt afgewezen, staat vast dat de door Anis op 2 november 1999 gelegde conservatoire derdenbeslagen zonder deugdelijke vordering en dus onrechtmatig zijn gelegd. Daaruit vloeit voort dat Anis in beginsel de schade die Greenfood als gevolg daarvan heeft geleden, dient te vergoeden.

7.14 Volgens vaste jurisprudentie dient de schade zoveel mogelijk in de hoofdprocedure te worden vastgesteld. Greenfood wordt dan ook bij akte in de gelegenheid gesteld de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de door Anis gelegde conservatoire derdenbeslagen te begroten en nader te onderbouwen, waarbij zij tevens aandacht dient te schenken aan het door Anis bestreden causaal verband tussen de gelegde beslagen en de geleden schade. Anis zal alsdan in de gelegenheid worden gesteld daarop bij antwoordakte te reageren.

7.15 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De rechtbank, rechtdoende,

In conventie

wijst de vordering van Anis af;

veroordeelt Anis in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Greenfood begroot op €EUR 3.396,54 aan verschotten en € EUR 6.672,-- aan salaris voor de procureur;

In reconventie

draagt Greenfood en Althea op zich bij akte nader uit te laten omtrent hetgeen is overwogen onder rechtsoverweging 7.14, waartoe de zaak wordt verwezen naar de rol van 5 maart 2003, ambtshalve peremptoir;

bepaalt dat Anis in de gelegenheid zal worden gesteld hierop bij antwoordakte te reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2003.

KH/Vg