Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE5604

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-07-2002
Datum publicatie
23-07-2002
Zaaknummer
47015 / KG ZA 02-168
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

SECTOR CIVIEL

VOORZIENINGENRECHTER

kort gedingnummer: 47015 / KG ZA 02-168

vonnis van : 10 juni 2002

Vonnis in kort geding in de zaak van:

CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres bij dagvaarding van 6 mei 2002,

procureur: mr. C.B. Gaaf,

advocaat: mr. D. Brugman te 's-Gravenhage,

tegen:

[gedaagde],

verblijvende in het AZC Wapenveld te Wapenveld, gemeente Heerde,

gedaagde,

procureur: mr. A.V.P.M. Gijselhart,

advocaat: mr. P.A. Blaas te 's-Hertogenbosch.

Partijen worden hierna mede het COA en [gedaagde] genoemd.

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het COA heeft onder overlegging van producties [gedaagde] gedagvaard tegen de openbare zitting van 3 juni 2002.

[gedaagde] heeft onder overlegging van producties geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van het COA in de proceskosten.

Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnota's mondeling toegelicht waarna zij vonnis hebben gevraagd.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [gedaagde] is asielzoeker en stelt afkomstig te zijn uit [geboorteland]. [gedaagde] is tijdens de beoordeling van zijn asielaanvraag geplaatst in het OC Eindhoven en vervolgens in het AZC Wapenveld.

2.2 De Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) heeft bij brief van 15 februari 2002 het COA gemeld dat ten aanzien van [gedaagde] een Dublinclaim is gelegd bij België alsmede dat er geen schrijnende humanitaire omstandigheden zijn vastgesteld op grond waarvan de opvang zou moeten worden gecontinueerd. [gedaagde] heeft zijn zienswijze ten aanzien van de beëindiging bij brief van 4 maart 2002 kenbaar gemaakt. Het COA is naar aanleiding daarvan niet teruggekomen op de voorgenomen beëindiging.

2.3 Bij beschikking van 8 april 2002 heeft het COA de opvang van [gedaagde] beëindigd en [gedaagde] verzocht het OC Eindhoven binnen drie dagen te verlaten.

2.4 [gedaagde] heeft beroep ingesteld tegen de beschikking van 8 april 2002 bij de rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem.

2.5 [gedaagde] heeft het AZC Wapenveld - waar [gedaagde] thans verblijft - niet verlaten, ook niet na sommatie daartoe van de raadsman van het COA.

3. DE VORDERING EN HET VERWEER

3.1 Het COA vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. [gedaagde] zal veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het AZC Wapenveld te Wapenveld te ontruimen en ontruimd te houden met al het zijne;

b. het COA zal machtigen, indien [gedaagde] aan deze veroordeling niet voldoet, dit vonnis ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm;

c. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2 [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop zo nodig in het hierna volgende zal worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING

4.1 [gedaagde] heeft vooreerst aangevoerd dat het COA ten onrechte stelt een spoedeisend belang te hebben bij de gevraagde ontruiming. Hij voert daartoe aan dat thans sprake is van voldoende opvangcapaciteit, zoals volgt uit het sterk afgenomen aantal asielaanvragen en uit het feit dat onder meer in het OC Leiden, het OC Ommen, het OC Luttelgeest alsmede in het AZC waar [gedaagde] thans verblijft meer dan voldoende opvangplaatsen vrij zijn.

Dit is bij gelegenheid van het pleidooi door het COA erkend. Er zijn geen concrete wachtenden voor de opvangplaats van [gedaagde].

4.2 De stelling van het COA dat het gebruik van [gedaagde] van de woonruimte zonder recht of titel, reeds voldoende spoedeisend belang oplevert, gaat niet op. Als de stelling van het COA al juist zou zijn, dit wordt door [gedaagde] betwist, dan heeft zij wel belang bij ontruiming, maar nog geen spoedeisend belang.

Ook de door het COA ter zitting aangevoerde algemene geloofwaardigheid met betrekking tot de uitvoering van het asielbeleid in macroperspectief bekeken is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een onvoldoende concreet en dringend belang om de gevraagde voorziening in kort geding te rechtvaardigen.

4.3 De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat de regeling verstrekkingen asielzoekers en andere vreemdelingen (RVA), waarin is overwogen dat zogenaamde Dublinclaimanten geen recht meer hebben op opvang, een tijdelijke noodmaatregel betrof die zou worden ingetrokken zodra voldoende opvangcapaciteit aanwezig zou zijn, zoals ook door [gedaagde] is aangevoerd. [gedaagde] beroept zich daarbij op de toezegging van de Tweede Kamer Dublinclaimanten alsnog opvang te bieden waartoe op 9 april 2002 een motie is aangenomen. De voorzieningenrechter neemt daarbij tevens in aanmerking dat op het beroep van [gedaagde] tegen de beschikking van het COA tot beëindiging van de opvang - hoewel aan dit ingestelde beroep geen schorsende werking toekomt - nog niet is beslist.

4.4 Gelet op het bovenstaande zal de vordering van het COA worden afgewezen. Het COA zal daarbij als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:

5.1 wijst de vorderingen af;

5.2 veroordeelt het COA in de kosten van het geding die voor zover gevallen aan de zijde van [gedaagde] tot op deze uitspraak worden begroot op t 193,-- wegens verschotten en t 703,36 wegens salaris procureur, te voldoen als volgt:

aan de griffier van deze rechtbank door storting op bankrekeningnummer 19.23.25.922 ten name van DS 547 Arrondissement Zutphen, Postbus 9008, 7200 GJ Zutphen ter zake van:

1. in debet gesteld griffierecht t 144,75

2. kosten dagvaarding t -

3. salaris procureur t 703,36

aan [gedaagde]

niet in debet gesteld griffierecht t 48,25.

Aldus gewezen door mr. D. Vergunst, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.

BE/VG