Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4999

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-05-2002
Datum publicatie
09-07-2002
Zaaknummer
26526 HAZA 99-715
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Rolnummer: 26526 HAZA 99-715

Uitspraak: 23 mei 2002

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de zaak tussen:

[eiser],

handelend onder de namen

SYMBOL AUTOMATISERING en ENCORE AUDIO SYSTEMS,

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

procureur: mr. A.J. Zeyl,

advocaat: mr. M.M.A. Bakker te Enschede,

en

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

procureur: mr. V.J.A. Hetterscheidt,

advocaat: mr. A.F.J. Huigens te Nijmegen.

Partijen worden in dit vonnis ook [eiser], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

In conventie en in reconventie

­ het deelvonnis van 29 november 2001

­ de akte zijdens [eiser]

­ de akte zijdens [gedaagde 1] en [gedaagde 2]

­ de akte zijdens [eiser]

2. De verdere beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie

2.1 Hier geldt voor zoveel nodig als herhaald en ingelast hetgeen bij voormeld vonnis, voor zover dit tussenuitspraken betreft, werd overwogen en beslist, waarin ook wordt volhard.

2.2 Bij meergemeld vonnis is in conventie een aantal veroordelingen uitgesproken van [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2], is [gedaagde 2] in reconventie niet-ontvankelijk verklaard in haar tegenvorderingen en zijn partijen in conventie als in reconventie alsnog in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over hetgeen in het vonnis van 29 november 2001 in rechtsoverweging 7.33 werd overwogen.

2.3 Bij akte van 10 januari 2002 heeft [eiser] te kennen gegeven dat volstaan kan worden met het benoemen van één, door de rechtbank aan te wijzen deskundige aan wie de in het vonnis van 29 november 2001 opgeworpen vragen kunnen worden voorgelegd.

Bij akte van 21 februari 2002 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voorgesteld dat als deskundige wordt benoemd [A], als register-accountant verbonden aan het accountantskantoor Bouwer & Officier te [woonplaats 2]. Indien [eiser] zich daarmee niet kan verenigen, zal [A] voornoemd tezamen met een door [eiser] nog nader op te geven, gelijkwaardige deskundige een derde deskundige kunnen aanwijzen, aldus [gedaagde 1] en [gedaagde 2], die daarnaast een voorstel hebben gedaan met betrekking tot een aantal aan de deskundige specifiek te stellen vragen.

Bij akte van 21 maart 2002 heeft [eiser] zijn bij akte van 10 januari 2002 ingenomen standpunt gehandhaafd en daaraan toegevoegd dat het niet nodig is om een register-accountant als deskundige te benoemen, laat staan de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voorgedragen deskundige [A].

2.4 De rechtbank brengt op deze plaats in herinnering hetgeen, voor zover thans van belang, bij het vonnis van 29 november 2001 reeds werd beslist. Het gaat daarbij om het navolgende.

De samenwerking tussen [eiser] en [gedaagde 1] is feitelijk beëindigd in mei/juni 1999 (zie: rechtsoverweging 7.6). Nu [eiser] en [gedaagde 1] ter zake daarvan geen afspraken met elkaar hebben gemaakt, is ieder van hen gerechtigd tot datgene waartoe hij voorafgaand aan de samenwerking gerechtigd was (zie: rechtsoverweging 7.7). [eiser] was met uitsluiting van [gedaagde 1] auteursrechthebbende op het software-programma Encore (zie: rechtsoverweging 7.11). Na de beëindiging van de samenwerking (in mei/juni 1999) was [eiser] wel, maar [gedaagde 1] (mede als gevolg van het daartoe strekkende verbod van [eiser]) niet meer bevoegd om van het software-programma Encore gebruik te maken door dit programma te verveelvoudigen en openbaar te maken. Een twintigtal overtredingen van [gedaagde 1] staat in elk geval vast. Het gaat daarbij om het zonder toestemming van [eiser] met behulp van een ongecodeerde versie maken van een twintigtal kopieën van het software-programma Encore en deze vervolgens afzetten in de horeca. Genoegzaam aannemelijk is dat [eiser] daardoor schade heeft gelden en dat die schade aan [gedaagde 1] kan worden toegerekend. De omvang van de schade staat echter nog niet vast. Het illegale gebruik is op 1 september 1999 gestaakt (zie: rechtsoverweging 7.12). Ook [gedaagde 2] is ter zake van het hiervoor onder 7.12 vermelde handelen schadeplichtig jegens [eiser] (zie: rechtsoverweging 7.14).

2.5 Met betrekking tot de periode van hun samenwerking, welke periode loopt van november 1998 tot mei/juni 1999, hebben [eiser] en [gedaagde 1] over en weer geldbedragen van elkaar gevorderd. Tussen partijen is in confesso dat het resultaat van hun samenwerking - na aftrek van kosten - gelijkelijk tussen hen dient te worden verdeeld (zie: rechtsoverweging 7.27)

Thans is nog niet duidelijk welke betalingen van afnemers van het door [eiser] en [gedaagde 1] op de markt gebrachte abonnement (dit bestond uit de huur van een afspeelunit, bestaande uit een computersysteem en software ontwikkeld door Symbol Automatisering [= [eiser]], en een muziekabonnement samengesteld door CMS [= [gedaagde 1]]; de computer zelf zou aan de afnemers worden verkocht) betreffende de hiervoor onder 7.27 vermelde periode door [eiser] dan wel [gedaagde 1] zijn ontvangen en welke bedragen over en weer aan elkaar zijn afgedragen. Evenmin staat vast in hoeverre [eiser] en/of [gedaagde 1] nalatig zijn geweest om door hun afnemers gedurende de periode van samenwerking verschuldigde bedragen te incasseren en, zo dat het geval is, om welke bedragen het gaat. Eerst nadat dit in het kader van een noodzakelijk geacht deskundigenbericht is uitgezocht kan worden toegekomen aan de vraag wie voor het niet incasseren van bedoelde bedragen verantwoordelijk is (zie: rechtsoverweging 7.28).

Ook omtrent de aan de samenwerking verbonden kosten bestaat nog geen helderheid (zie: rechtsoverweging 7.29).

In het kader van het deskundigenbericht dient tevens te worden onderzocht of Stemra uit hoofde van de in het kader van het samenwerkingsverband verhuurde muziek nog een vordering heeft en zo ja, hoe groot die vordering is (zie: rechtsoverweging 7.30).

De deskundige(n) zal tevens worden gevraagd om een onderzoek in te stellen naar de opbrengsten welke door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn behaald met het illegaal kopiëren van het softwareprogramma Encore (zie: rechtsoverweging 7.31).

2.6 Voormelde, vet gedrukte nummers verwijzen, zoals gezegd, naar die, hiervoor kort weergegeven, rechtsoverwegingen van het vonnis van 29 november 2001 welke de onderwerpen van onderzoek voor het te dezen noodzakelijk geachte deskundigenbericht bevatten.

De rechtbank is van oordeel dat met één deskundige kan worden volstaan en heeft daartoe aangezocht drs. [B] RA, werkzaam bij Ernst & Young Accountants te Apeldoorn, postadres: Postbus 652 (7300 AR), bezoekadres: Prins Willem Alexanderlaan 1419 (7312 AR), telefoon: 055-5291400, fax: 055-5291300. Drs. [B] heeft zich bereid verklaard het onderzoek te doen.

2.7 Drs. [B] is, naar hij de rechtbank heeft meegedeeld, op dit tijdstip niet in staat om - gefundeerd - het voorschot op zijn honorarium vast te stellen. Met hem is dan ook afgesproken dat hij eerst een voorlopig dossieronderzoek zal uitvoeren, waarvan de kosten gelijkelijk over partij [eiser] en partij [gedaagde 1] c.s. zullen worden verdeeld, overeenkomstig hetgeen werd overwogen in rechtsoverweging 7.33 van het vonnis van 29 november 2001. De rechtbank gaat ervan uit dat, indien aan het deskundigenonderzoek daadwerkelijk uitvoering zal worden gegeven, de kosten van het voorlopig dossieronderzoek worden verrekend met het eventueel nog nader vast te stellen voorschot op het honorarium van de deskundige.

2.8 De rechtbank gaat thans nog niet over tot een formele benoeming van de beoogde deskundige. Na kennisneming van het voorschot op het honorarium van de beoogde deskundige moet voor partijen de mogelijkheid behouden blijven dat zij de haar verdeeld houdende kwesties alsnog in der minne regelen. De daadwerkelijke uitvoering van het deskundigenonderzoek wordt dan onnodig.

2.9 Wel moet worden zekergesteld dat de beoogde deskundige de met het voorlopig dossieronderzoek gemoeide kosten, waaraan de rechtbank een limiet verbindt van € 3.000,00 in totaal, volledig vergoed krijgt. Mede om die reden zal de rechtbank andermaal een tussenbeslissing nemen, op de wijze zoals hierna vermeld.

2.10 De rechtbank hecht eraan op te merken dat partijen alle door de beoogde deskundige verlangde (financiële) informatie op eerste verzoek dienen te verstrekken. Hier zij herhaald dat de rechtbank aan een eventuele weigering van [eiser] en/of [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] de conclusies zal verbinden welke haar geraden voorkomen.

2.11 Elke verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende,

In conventie en in reconventie

beveelt partijen om haar procesdossiers binnen 2 (twee) weken na heden ter beschikking van de hiervoor in rechtsoverweging 2.6 genoemde, beoogde deskundige te stellen;

draagt partij [eiser] en partij [gedaagde 1] c.s. op om schriftelijk bij akte aan te tonen dat zij de met het voorlopig dossieronderzoek gemoeide kosten van de beoogde deskundige ieder bij helfte hebben voldaan, waartoe de zaak wordt verwezen naar de rol van donderdag 5 september 2002, op welke rol partijen, overigens eerst nadat genoegzaam is aangetoond dat zij aan haar betalingsverplichting hebben voldaan, andermaal vonnis kunnen vragen;

bepaalt dat voor gemeld uitlaten geen verder uitstel zal worden verleend, zodat sprake is van een ambtshalve peremptoir uitstel;

bepaalt dat, indien partijen uiteindelijk toch afzien van een deskundigenbericht en beide partijen alsnog doorhaling van de procedure wensen, daarvan eerst sprake kan zijn nadat ten genoegen van de rechtbank schriftelijk bij akte wordt aangetoond dat de nota van de beoogde deskundige ter zake van de kosten van het voorlopig dossieronderzoek volledig is voldaan;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.A.G. van Valderen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2002.

VA/JS