Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4918

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-01-2002
Datum publicatie
04-07-2002
Zaaknummer
02/73 WOW44 29
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2002/1937

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Reg.nr.: 02/73 WOW44 29

UITSPRAAK

op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:

A, B e.a., allen te C, verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo, verweerder,

alsmede Woningstichting De Groene Zoom, te Ermelo, derde-partij.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 12 december 2001, waarbij aan de derde-partij vergunning is verleend voor het bouwen van woningen met gemeenschappelijke voorzieningen (flexiwoningen) op het terrein, kadastraal bekend gemeente Ermelo, sectie […], nr. […], plaatselijk bekend […]laan 19 en 21.

2. Procesverloop

A en B hebben, mede namens de andere verzoekers, bij brief van 8 januari 2002 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij brief van gelijke datum is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het verzoek is behandeld ter zitting van 21 januari 2002. Van verzoekers zijn A en B in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Oosterveer en F.J. de Klonia, ambtenaren der gemeente. Namens de derde-partij is ing. A. van ’t Hoff, directeur/bestuurder, verschenen.

3. Motivering

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb dient te worden nagegaan, of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist.

Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft deze uitspraak daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend voor de beslissing in die procedure.

Voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil wordt overwogen dat, nu niet in geschil is dat A in deze als belanghebbende kan worden aangemerkt, de vraag of de andere verzoekers eveneens als belanghebbende kunnen worden aangemerkt in het kader van de onderhavige voorlopige voorzieningprocedure buiten bespreking kan blijven.

Ingevolge artikel 44, aanhef en onder c, van de Woningwet moet de bouwvergunning worden geweigerd, indien het bouwwerk in strijd is met een bestemmingsplan of de krachtens zodanig plan gestelde eisen.

Op de in geding zijnde gronden rust – voor zover van belang – blijkens de plankaart, behorende bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied” der gemeente Ermelo (vastgesteld op 9 januari 1968), de bestemming “Verpleeginrichting”.

Ingevolge artikel 10, eerste lid, van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften, is de op de kaart voor “Verpleeginrichting” aangewezen grond bestemd voor tuinen en erven, zomede de bouw van gebouwen, andere bouwwerken en werken ten dienste van verpleging, zoals sanatoria, gestichten en herstellingsoorden.

Verzoekers hebben met name betoogd dat hier sprake is van ‘zelfstandige woningen’ en voorts dat het oprichten daarvan in strijd is met het genoemde bestemmingsplan en hebben verzocht om een voorlopige voorziening, inhoudende schorsing van de bouwvergunning tot dat op hun bezwaarschrift zal zijn beslist.

Verweerder en de derde-partij stellen zich op het standpunt dat het onderhavige bouwplan voorziet in de bouw van een gebouw, ten dienste van verpleging, als bedoeld in de hiervoor genoemde planvoorschriften en achten het bouwplan – ook overigens – in overeenstemming met het bestemmingsplan.

Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het door de derde-partij te realiseren gebouw is bedoeld voor bewoning door matig tot ernstig verstandelijk gehandicapten, die thans op het terrein van zorginstelling ’s Heeren Loo-Lozenoord wonen. De grond waarop het bouwplan zal worden gerealiseerd, behoort vooralsnog tot het bij de zorginstelling ’s Heeren Loo-Lozenoord in gebruik zijnde terrein, maar wordt met het oog op de verwezenlijking van het onderhavige projekt aan de derde-partij in erfpacht gegeven. De bewoning zal plaatsvinden op basis van huurcontracten met de bewoners en de in het gebouw benodigde zorg (waaronder het inzetten van verplegend personeel) zal vooreerst uit een persoonsgebonden of persoonsvolgend budget ten behoeve van de bewoners worden ingekocht bij zorginstelling ’s Heeren Loo-Lozenoord, maar kan ook elders worden ingekocht. Van een verdergaande en blijvende betrokkenheid van ’s Heeren Loo-Lozenoord of een andere zorginstelling bij het gebruik van het in geding zijnde gebouw is niet gebleken.

Gelet op artikel 10, tweede lid, van de voorschriften, heeft de planwetgever naar voorlopig oordeel destijds uitsluitend beoogd op de hier in geding zijnde gronden de bouw van gebouwen ten dienste van instellingen mogelijk te maken. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, moet voorshands worden aangenomen dat het onderhavige gebouw, niet ten dienste van een (of meer) specifieke (zorg)instelling(en) zal worden gebouwd. Naar voorlopig oordeel is het bouwplan dan ook niet in overeenstemming met het bestemmingsplan te achten.

Onder deze omstandigheden moet worden gezegd dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist als verzocht.

Niet is gebleken dat verzoekers proceskosten hebben gemaakt die op grond van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking komen.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank,

recht doende:

- schorst de bestreden bouwvergunning tot de bekendmaking van het door verweerder te nemen besluit op bezwaar;

- gelast dat de gemeente Ermelo het betaalde griffierecht van € 109,-- aan verzoekers vergoedt.

Aldus gegeven door mr. J.A. Lok, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op: