Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4061

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-05-2002
Datum publicatie
13-06-2002
Zaaknummer
02/633 VEROR 57
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Reg.nr.: 02/633 VEROR 57

UITSPRAAK

op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gendringen, verweerder,

alsmede [derde partij], derde-partij.

1. Bestreden besluit

Besluit van verweerder van 19 februari 2002, waarbij aan de derde-partij kapvergunning is verleend voor het vellen van twee paardekastanjes en een linde, staande in de tuin van de woning [adres] te [woonplaats].

2. Procesverloop

Verzoeker heeft bij brief van 30 maart 2002 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend.

Bij faxbericht van 16 april 2002 is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bij uitspraak van 16 april 2002 heeft de voorzieningenrechter het bestreden besluit geschorst bij wijze van ordemaatregel in afwachting van de behandeling ter zitting van het verzoek.

Het verzoek is vervolgens behandeld ter zitting van 6 mei 2002, waar verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door G.J. Mugge en B. Bos en de derde-partij door mr. M. Kniest. Verzoeker is, zoals aangekondigd bij brief van 3 mei 2002, niet verschenen.

3. Motivering

Thans moet worden beoordeeld of de schorsing van het bestreden besluit dient te worden gehandhaafd, zulks in het licht van de vraag of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, thans nog een voorlopige voorziening vereist.

Tegen een besluit kan bezwaar worden gemaakt door een belanghebbende. Hieronder wordt ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Volgens vaste jurisprudentie moet ten aanzien van natuurlijke personen sprake zijn van een eigen, persoonlijk en concreet belang, waarin de betrokkene direct door het besluit is geraakt.

Verzoeker heeft in zijn bezwaarschrift aangegeven dat hij zich zowel privé als in zijn functie van gemeenteraadslid van de gemeente Gendringen niet met het bestreden besluit kan verenigen. Voor zover verzoeker zich beroept op zijn hoedanigheid van gemeenteraadslid, kan hij niet als belanghebbende worden aangemerkt, aangezien hij in die hoedanigheid niet opkomt voor zijn eigen en persoonlijke belang, maar voor het algemeen belang.

Verzoeker is woonachtig op het adres Deken Nijkampstraat 18 te [woonplaats]. Ter zitting is desgevraagd door zowel verweerder als de derde-partij gesteld dat verzoeker vanuit zijn woning en vanaf zijn perceel geen zicht heeft op de in geding zijnde bomen. Nu deze stelling niet is weersproken en - gelet op de ligging van verzoekers woning ten opzichte van de bomen en de omvang van de tussenliggende bebouwing - niet op voorhand onjuist voorkomt, kan verzoeker thans niet worden aangemerkt als belanghebbende uit hoofde van de nabijheid van zijn woning.

Ook overigens is niet gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan verzoeker zou kunnen worden aangemerkt als belanghebbende bij het bestreden besluit.

Hieruit volgt naar voorlopig oordeel dat het bezwaar van verzoeker door verweerder niet-ontvankelijk zal moeten worden verklaard.

Derhalve is er geen aanleiding om de reeds getroffen maatregel te handhaven. Met toepassing van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb zal daarom de schorsing van het bestreden besluit met ingang van heden worden opgeheven.

Voor een veroordeling in proceskosten zijn geen termen aanwezig.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- heft de schorsing van het bestreden besluit met ingang van heden op.

Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op: