Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE3954

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-05-2002
Datum publicatie
12-06-2002
Zaaknummer
31824 HAZA 00-382
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2003, 309
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ZUTPHEN

Rolnummer: 31824 HA ZA 00-382

Uitspraak: 16 mei 2002

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de zaak tussen:

het rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap

VRIJE EVANGELISCHE GEMEENTE NOORD OOST VELUWE,

gevestigd te [woonplaats],

eisende partij,

procureur: mr. H. Oosterhuis,

advocaat: mr. J. Bisschop te Kampen,

en

het rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap

VRIJE EVANGELISCHE GEMEENTE [woonplaats],

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde partij,

procureur: mr. H. Ravenhorst,

advocaat: mr. W.J.E. Hendriks te Arnhem.

Partijen worden in dit vonnis mede aangeduid als de VEG Noord Oost Veluwe en de VEG [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

­ de dagvaarding d.d. 7 april 2000

­ de conclusie van eis, tevens akte overlegging producties

­ de conclusie van antwoord

­ het vonnis van 7 september 2000

­ het proces-verbaal van de op 16 oktober 2000 gehouden comparitie van partijen

­ de conclusie van repliek

­ de conclusie van dupliek

­ de akte uitlating producties aan de zijde van VEG Noord Oost Veluwe

­ de akte uitlating producties aan de zijde van VEG [woonplaats].

2 De vaststaande feiten

2.1 De toen 35-jarige ds. [A] wordt op 10 december 1991 beroepen en op 8 maart 1992 bevestigd als predikant van de VEG [woonplaats]. [woonplaats] is zijn eerste gemeente.

2.2 Ongeveer een jaar na zijn intrede stelt ds. [A] aan de orde dat zijns inziens de werkdruk te hoog is. De kerkenraad spreekt in zijn vergadering van 25 augustus 1994 uit dat de werkdruk onaanvaardbaar hoog is. Vervolgens besluit de kerkenraad met een kleine meerderheid op 15 september 1994 dat ds. [A] voortaan slechts nog eenmaal per zondag zal voorgaan in de kerkdiensten in plaats van tweemaal.

Op de ledenvergadering van 8 november 1994 wordt dit besluit aan de leden meegedeeld. Op een gemeente-avond van 28 november 1994 bespreekt de kerkenraad met de gemeente de taken in de gemeente en de betrokkenheid van de predikant daarbij.

Mede naar aanleiding daarvan worden aan de ledenvergadering van 16 februari 1995 voorstellen ter bespreking voorgelegd om tegemoet te komen aan de wens van ds. [A] om slechts eenmaal per zondag in de gemeente voor te gaan. Het vierde voorstel - de predikant gaat tweemaal per zondag voor en onderhoudt zoveel mogelijk de pastorale contacten in de gemeente; er wordt gesnoeid in overige taken - krijgt de meeste stemmen. De uitslag van de stemming wordt op deze vergadering niet bekend gemaakt.

2.3 Bij schrijven van 28 februari 1995 laat ds. [A] aan de kerkenraad weten niet meer dan eenmaal per week te kunnen preken. In dit schrijven stelt hij ook overigens zijn grenzen aan de door hem te verrichten werkzaamheden.

2.4 Op 20 april 1995 wordt een ledenvergadering gehouden, waar ook het takenpakket van de predikant ter sprake komt. De uitslag van de peiling van 16 februari 1995 wordt bekend gemaakt. De kerkenraad doet het voorstel dat ds. [A] slechts eenmaal per zondag voorgaat en dat andere sprekers de overige diensten verzorgen. Dit voorstel wordt met 114 stemmen voor aangenomen. Er zijn 44 stemmen tegen, 6 blanco stemmen en 1 ongeldige stem.

2.5 De VEG [woonplaats] was aangesloten bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland. Dit orgaan heeft geen enkele beslissingsbevoegdheid in de relatie tot de kerken die bij haar zijn aangesloten. De VEG [woonplaats] is ook thans bij deze Bond aangesloten, de VEG Noord Oost Veluwe niet.

2.6 In de loop der jaren is in de kerkenraad en/of onder de leden van de gemeente sprake van incidentele discussies rond het handelen van ds. [A], onder meer over de beroepingscriteria, de invulling van het pastoraat, het zingen tijdens de kerkdiensten, de bestuursstructuur van en de besluitvorming in de kerkenraad, de samenwerking met de Nederlandse Protestanten Bond en een toespraak voor de vrouwenvereniging.

Begin 1997 treden de leden van de Beheer- en OnderhoudsKommissie af, waarbij als reden een vertrouwensbreuk wordt opgegeven naar aanleiding van door de kerkenraad genomen besluiten ten aanzien van voorgenomen bouwplannen.

2.7 Bij brief van 5 april 1997 maakt een aantal leden van de VEG [woonplaats] aan de kerkenraad kenbaar zich niet te kunnen vinden in de door de kerkenraad gevoerde visie en het gevoerde beleid, dat zou afwijken van hetgeen in de aanstellingsbrief van ds. [A] zou zijn vastgelegd. In de brief wordt melding gemaakt van binnen de gemeente levende onrust.

2.8 Mede naar aanleiding van besprekingen met deze groep verontrusten belegt de kerkenraad op 18 juni 1997 een gemeente-avond, met als doel om ieder in de gelegenheid te stellen door hem of haar gesignaleerde knelpunten aan de orde te stellen.

Op zijn vergadering van 26 juni 1997 besluit de kerkenraad om een vervolgbijeenkomst van de gemeente te houden op 2 oktober 1997.

2.9 Na deze gemeente-avond blijkt dat ds. [A] er van op de hoogte is dat in april 1997 een telefoongesprek tussen een lid van de gemeente en een voormalige predikant van de gemeente door een ander lid van de gemeente zijn gescand. Hem wordt verweten dat hij de aldus verkregen informatie heeft gebruikt in contact met de beide betrokkenen in plaats van dit resoluut van de hand te wijzen. Hetzelfde verwijt wordt de voorzitter van de kerkenraad, de heer [B], gemaakt, die door ds. [A] van het gebeuren op de hoogte is gesteld.

2.10 Kort na deze beschuldiging verzoeken enkele leden van de kerkenraad om een spoedbijeenkomst van de kerkenraad. Bij deze bijeenkomst op 28 augustus 1997 leggen zes leden van de kerkenraad een vooraf opgestelde en ondertekende verklaring op tafel, waarin het vertrouwen in ds. [A] en de toenmalige voorzitter, de heer [B], wordt opgezegd. Aan het eind van deze bijeenkomst treden twee van deze zes leden af als lid van de kerkenraad.

Kort na deze vergadering treden nog twee leden van de kerkenraad af. Deze leden behoren niet tot de groep van zes leden, die hun vertrouwen in ds. [A] en de heer [B] hebben opgezegd.

2.11 De vier resterende kerkenraadsleden die hun vertrouwen in ds. [A] en de heer [B] hebben opgezegd, verlenen vervolgens op 30 augustus 1997 hun medewerking aan een handtekeningenactie met het verzoek aan de kerkenraad een ledenvergadering bijeen te roepen teneinde ds. [A] en de heer [B] (tijdelijk) op non-actief te stellen.

2.12 In verband met dit alles besluit de kerkenraad in zijn vergadering van 10 september 1997 de voor 2 oktober 1997 geplande gemeente-avond geen doorgang te laten vinden, maar in plaats daarvan een ledenvergadering te beleggen op 6 oktober 1997. De kerkenraad stelt tevens de agenda unaniem vast en bepaalt welke bijlagen bij de agenda zullen worden gevoegd. Daarbij besluit de kerkenraad dat de bijlagen niet zullen worden verspreid, maar ter inzage zullen worden gelegd. Op de agenda voor de ledenvergadering is geen sprake van een op non-actief stelling, maar van schorsing.

2.13 Zeven kerkenraadsleden verzoeken de kerkenraad vervolgens om een extra vergadering in verband met het feit dat zij bij nader inzien het woord schorsing niet vergelijkbaar achten met een op non-actief stelling. Dit voorstel wordt door het dagelijks bestuur geweigerd.

2.14 De zeven kerkenraadsleden - een meerderheid in de kerkenraad - schrijven vervolgens een kerkenraadsvergadering uit, te houden op 22 september 1997.

2.15 Bij brief van 22 september 1997 nodigt de heer [B] de zeven leden uit om deze gang van zaken te bespreken met het dagelijks bestuur van de kerkenraad. Daarbij verwijst hij naar artikel 5.2 van het huishoudelijk reglement en naar het kerkenraadsbesluit van 28 augustus 1994, waarin taken en bevoegdheden binnen de kerkenraad zijn vastgelegd en stelt hij dat de door de groep van zeven uitgeschreven vergadering van de kerkenraad niet rechtsgeldig zou zijn omdat de agenda niet werd vastgesteld door de voorzitter of de secretaris noch door het dagelijks bestuur van de kerkenraad.

2.16 Deze uitnodiging wordt niet aanvaard. Op 22 september 1997 vergadert de groep van zeven als kerkenraad. Door hen wordt een nieuwe voorzitter en een secretaris van de kerkenraad gekozen. Tevens wordt door hen de agenda voor de ledenvergadering van 6 oktober 1997 aangepast.

2.17 Bij brief van 26 september 1997 richt de groep van zeven zich tot de overige leden van de kerkenraad. Deze brief luidt, voor zover thans van belang, als volgt.

"In de kerkenraadsvergadering van 10 september jl. is gesproken over de ledenvergadering van 6 oktober a.s., die is uitgeschreven op verzoek van een voldoende aantal leden conform art. 9.3 van de Statuten.

De bij het verzoek opgegeven, te behandelen onderwerpen betreffen het tijdelijk"non actief stellen" van de voorzitter van de kerkenraad, de heer [B] en de predikant van onze gemeente, ds. [A] teneinde te bereiken dat de huidige problemen binnen de kerkenraad binnen de gemeente en met de predikant tot een oplossing kunnen worden gebracht.

Echter in de stukken voor de ledenvergadering wordt niet gesproken over non-actief stellen, of bijv. "zich tijdelijk terugtrekken ter wille van ruimte voor oplossingen" maar over "schorsen" (…) Een voorstel tot schorsing van ambtsdragers is niet ingediend (…)

In art. 5.3 van de Statuten wordt bepaald dat o.a. de functie van voorzitter binnen de kerkenraad onderling wordt verdeeld. Een verzoek om op een ledenvergadering een voorstel tot non-actief stelling van de voorzitter van de kerkenraad te behandelen had dus bij nader inzien als "niet ontvankelijk" aangemerkt moeten worden. Hierover beslist niet de ledenvergadering maar de kerkenraad.

Art. 9.4 van de Statuten luidt: "Samenstelling en presentatie van de agenda voor de ledenvergaderingen (…) geschieden onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. De meerderheid van de kerkenraad neemt die verantwoordelijkheid niet m.b.t. hetgeen aan de leden voor de ledenvergadering van 6 oktober a.s. is gepresenteerd. Kerkenraadsleden hebben daarom schriftelijk 19-9, na eerder overleg verzocht om een extra kerkenraadsvergadering uit te schrijven, daaraan is door de voorzitter van de kerkenraad geen gehoor gegeven (…) Vervolgens hebben deze kerkenraadsleden zelf een uitnodiging voor de vergadering dd 22 september jl. uitgestuurd (…)

Statuten en Huishoudelijk Reglement geven geen regels m.b.t. de beslissing tot het houden van een kerkenraadsvergadering. Echter in de kerkenraadsvergadering van 25 augustus 1994 is in het kader van de "Nadere omschrijving van de algemene kerkenraad" bepaald dat een extra kerkenraadsvergadering wordt belegd indien eenderde deel van de kerkenraad dit noodzakelijk acht. De voorzitter had het verzoek tot een extra kerkenraadsvergadering derhalve niet mogen weigeren.

In artikel 5.2 van het H.R. wordt alleen een uitvoerende taak voor de voorzitter en secretaris i.z. het opstellen van de agenda genoemd.

In Statuten en H.R. wordt steeds gesproken over "de kerkenraad" en nergens wordt aan enig kerkenraadslid een bijzondere beslissingsbevoegdheid toegekend. Art. 5.2 van het H.R. kan niet naar de letter en zeker niet naar de geest van Statuten en H.R. worden uitgelegd als:

Wanneer voorzitter en secretaris weigeren een agenda op te stellen, kan geen kerkenraadsvergadering worden gehouden. Integendeel, indien kerkenraadsleden weigeren om hun reglementair bepaalde taak uit te voeren, is er alle reden om tot een herverdeling van taken binnen de kerkenraad te besluiten.

In de slotbepaling van de Statuten en H.R. wordt geformuleerd dat de kerkenraad beslist in alle gevallen die in Statuten en H.R. niet voorzien zijn. De kerkenraad heeft m.b.t. het bijeen roepen van een extra kerkenraadsvergadering een besluit genomen, maar als dat betwist zou worden, dan is dus alsnog een beslissing van de kerkenraad nodig

Het kan natuurlijk niet zo zijn dat het nemen van die beslissing kan worden geblokkeerd door voorzitter en secretaris omdat zij weigeren om hun taak conform H.R., art. 5.2 uit te voeren (…)

Over het door de meerderheid van de kerkenraad gewenst zijn van een extra kerkenraadsvergadering kan geen misverstand bestaan (…)

In art. 5.4 van het H.R. wordt geformuleerd dat een kerkenraadsvergadering rechtsgeldig is indien alle kerkenraadsleden hiervoor zijn uitgenodigd. Aan deze voorwaarde voldoet de vergadering van 22 september jl. Nergens is iets geformuleerd over bijv. wie uitnodigt, hoe er uitgenodigd wordt, hoeveel dagen voor de vergadering de uitnodiging moet worden ontvangen, aan welke eisen stukken (…) moeten voldoen, enz. (…)

Vervolgens wordt eveneens in artikel 5.4 van het H.R. geformuleerd wanneer de vergadering rechtsgeldige besluiten kan nemen. Aanwezigheid van tweederde van de kerkenraadsleden is voldoende indien één of meerdere leden vanwege bijzondere omstandigheden niet aanwezig kan/kunnen zijn.

T.a.v. twee van de op de vergadering van 22 september jl. afwezige leden is een reden bekend/medegedeeld. Drie afwezige leden hebben te kennen gegeven niet de bereidheid te hebben om de vergadering bij te wonen. Het H.R. geeft niet aan hoe met deze situatie om te gaan. Het kan natuurlijk wederom niet de bedoeling van Statuten en H.R. zijn dat onwil een wapen kan zijn om het bestuurlijk functioneren van de kerkenraad te blokkeren.

In feite is het genoemde criterium van tweederde in combinatie met art. 5.5 van het H.R. waarin wordt bepaald dat besluiten van de kerkenraad met gewone meerderheid worden genomen, in de onderhavige situatie niet relevant: Alle besluiten op de vergadering van 22 september jl. zijn unaniem door de 7 kerkenraadsleden genomen en dus met meerderheid van stemmen van de volledig zittende kerkenraad.

Overigens indien het DB van mening is/blijft dat de vergadering van 22 september jl. geen rechtsgeldige kerkenraadsvergadering is geweest en/of de op die vergadering genomen besluiten niet rechtsgeldig zijn, dan verzoeken de op de vergadering van 22 september jl. aanwezige kerkenraadsleden hierbij om z.s.m. en vóór de ledenvergadering van 6 oktober a.s. op grond van het eerdergenoemde besluit in de kerkenraadsvergadering van 10 september een extra kerkenraadsvergadering te beleggen (…)

Natuurlijk is het eerste inhoudelijke agendapunt: (Her)verdeling van de functies van voorzitter, tweede voorzitter, secretaris en penningmeester (…) Wij zijn bereid om de werking van ons besluit m.b.t. het tijdelijk op non actief stellen van de heer J. [B] als voorzitter van de kerkenraad op te schorten totdat genoemd agendapunt is afgehandeld (…)".

2.18 Namens de overige kerkenraadsleden hebben de heren [B] en [C] bij brief van 1 oktober 1997 in afwijzende zin gereageerd op het onder 2.17 weergegeven schrijven. Voor zover thans van belang, luidt dit schrijven:

"(…) Wat betreft de begrippen 'schorsen'of 'tijdelijk op non-actief stellen': Volgens ons hebben wij reeds eerder aangetoond, dat het begrip 'schorsen' een accurate vertaling is van datgene wat de gemeenteleden voorstellen (…) de schuldigen worden al aangewezen. Kun je dan nog spreken een min of meer neutraal 'op non actief' stellen? (…)

Jullie verwijzing naar Art. 5.3 van de statuten is eveneens onjuist. Ten eerste is dit artikel nooit bedoeld om iemand uit zijn functie te zetten (…) Maar bovendien heeft de kerkenraad door middel van kerkenraadsbesluiten gekozen voor een procedure om de functies binnen de kerkenraad te verdelen. Een onderdeel van die procedure is, dat kandidaten aan de leden worden voorgedragen voor een bepaalde functie in de kerkenraad en als zodanig worden verkozen door de ledenvergadering (…) Jan [B] is wel degelijk door de gemeente gekozen als voorzitter van de kerkenraad. Artikel 5.3 geeft de kerkenraad geen bevoegdheid om die voorzitter op non-actief te stellen (…)

Jullie stellen dat jullie als meerderheid van de kerkenraad niet de verantwoordelijkheid voor de agenda van de ledenvergadering (…) nemen (…) Maar die verantwoordelijkheid hebben jullie al genomen door op 10 september unaniem de agenda goed te keuren (…)

Jullie stellen dat jullie om een kerkenraadsvergadering gevraagd hebben en dat die door de voorzitter is geweigerd. Niets is minder waar. Door jullie als groep zou voor het weekend een schriftelijk verzoek om een vergadering ingediend worden voorzien van een motivatie. Jullie hebben niet tijdig gereageerd, de ingediende agenda was onduidelijk en een motivatie ontbrak. Er was op die termijn geen mogelijkheid voor de voorzitter en het DB om een goede vergadering voor te bereiden, te agenderen en te dateren (…) Vervolgens hebben jullie de voorzitter en het DB gepasseerd en zelfstandig een vergadering vastgesteld en gehouden (…) Het uitschrijven en houden van die vergadering was onreglementair en er bleef het DB niets anders over dan dit aan jullie kenbaar te maken middels de brief van de voorzitter d.d. 22 sept. 1997 (…) Toch heeft het DB jullie uitgenodigd voor de DB vergadering op 23 september om jullie motivatie voor een extra vergadering toe te lichten. Jullie belangrijkste motivatie was de zorg over de onrust die onder de gemeenteleden was ontstaan vanwege het begrip 'schorsen (…)

Jullie proberen aan te tonen dat er op 22 september een vergadering door de voorzitter uitgeschreven had moeten worden door te verwijzen naar het besluit van de kerkenraad van 25 augustus 1997. Dit gaat echter niet op. In de eerste plaats gaat het in dat besluit niet om zomaar eenderde van de AKR-leden, maar om eenderde van de AKR (algemene kerkenraad) die in vergadering bijeen is. Alleen op zo'n AKR-vergadering kan eenderde van de AKR om een extra AKR-vergadering vragen en daarbij moet de stemverhouding dan genotuleerd worden. Zo'n AKR-vergadering is er niet geweest. Bovendien, zelfs als er een vergadering uitgeschreven had moeten worden, dan nog lag bij het DB de verantwoordelijkheid om die vergadering voor te bereiden en een datum vast te stellen (…)

Wij hebben al aangetoond dat de voorzitter niet geweigerd heeft zijn taak uit te voeren. Zonder twijfel is het wel in strijd met de statuten en het HR, als een groep kerkenraadsleden zichzelf tot kerkenraad uitroept, een nieuwe voorzitter en secretaris kiest en als zodanig besluiten gaat nemen (…)

Inderdaad is duidelijk dat de meerderheid van de kerkenraad een extra kerkenraadsvergadering wil. Maar hebben wij in de gegeven situatie nog te maken met een kerkenraad, die er op uit is zo zuiver mogelijk haar bestuurlijke taak te vervullen in het belang van heel de gemeente? (…) Of hebben wij te maken met een groep, die al partij gekozen heeft en die haar meerderheid wil gebruiken om de belangen van die partij doorgang te laten vinden (…) Het bestuurlijk functioneren van de kerkenraad wordt volgens ons geblokkeerd doordat kerkenraadsleden zich in een machtsstrijd hebben laten betrekken (…)

Wij zijn niet overtuigd van jullie goede motieven (…) Een vergadering van de AKR voor 6 oktober kan daar niets aan veranderen en biedt ook geen perspectief. De slechtst denkbare bijdrage aan een goede afloop is wel dat de groep van zeven zich als AKR voordoet in de gemeente en als zodanig initiatieven ontplooit (…) Wij beschouwen de voorgestelde vergadering van 1 oktober daarom opnieuw als onreglementair en niets rechtsgeldig (…)".

2.19 Op 1 oktober 1997 vergadert de groep van zeven opnieuw als kerkenraad.

2.20 Bij schrijven van 3 oktober 1997 richt de groep van zeven zich als 'meerderheid van de kerkenraad' tot de leden van de gemeente. Deze brief heeft, voor zover thans van belang, de navolgende inhoud.

"(…) De agenda voor de extra ledenvergadering is vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van 10 september jl. Zoals u heeft kunnen opmerken zijn de voorstellen op de agenda anders geformuleerd dan aangegeven in het schrijven van degenen die een extra ledenvergadering hebben geëist (…) Deze groep spreekt over "tijdelijk op non-actief" stellen, terwijl op de agenda voorstellen tot "schorsing" worden geformuleerd. Deze vertaling is gemaakt omdat op "non-actief" stellen geen begrip is dat in de Statuten of het Huishoudelijk Reglement voorkomt. De verandering (…) is niet afgestemd geweest met degenen die een extra ledenvergadering hebben geëist. Dat is onzorgvuldig, waarvoor onze excuses.

Direct na het verzenden van de agenda bleek "schorsing" in brede kring tot grote onrust te leiden (…)

Volgens een augustus 1994 genomen kerkenraadsbesluit moet een kerkenraadsvergadering worden belegd indien een meerderheid van o.a. de Pastorale Kerkenraad of eenderde deel van de Algemene Kerkenraad dit noodzakelijk acht.

Wij hebben als meerderheid van de Algemene Kerkenraad bij herhaling aan de voorzitter gevraagd om een extra kerkenraadvergadering uit te schrijven. Aan dit verzoek is geen gehoor gegeven (…)".

2.21 Op de ledenvergadering van 6 oktober 1997 wordt door de leden het voorstel om ds. [A] en de heer [B] te schorsen met een meerderheid van stemmen als agenda-punt gehandhaafd.

Met meerderheid van stemmen worden beide voorstellen vervolgens verworpen.

2.22 Op de eerstvolgende kerkenraadsvergadering van 23 oktober 1997 is op verzoek van het dagelijks bestuur van de kerkenraad ds. D.G. Durieux als waarnemer namens het Landelijk Comité van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland aanwezig.

2.23 Op deze vergadering wordt door de groep van zeven opnieuw het functioneren van ds. [A] en de heer [B] ter discussie gesteld. Tevens wordt door hen het functioneren van de heer [C], voorzitter van de pastorale kerkenraad, aan de orde gesteld. Er wordt op aangedrongen dat de heer [B] de vergadering niet zal voorzitten, waarbij wordt gedreigd met het boycotten van de vergadering.

De heer [B] treedt vervolgens als voorzitter en als lid van de kerkenraad af.

Na diens vertrek wordt unaniem besloten opnieuw een ledenvergadering bijeen te roepen en aan de leden het navolgende voorstel voor te leggen.

"Er wordt een onafhankelijke deskundige aangetrokken om de gerezen problematiek in de VEG [woonplaats] te analyseren en adviezen te formuleren om uit de impasse te geraken. De huidige kerkenraad besluit haar mandaat aan de ledenvergadering terug te geven op het moment dat het advies van de aan te trekken deskundige aan de ledenvergadering wordt voorgelegd en vanaf heden slechts de lopende zaken te behartigen totdat een nieuwe kerkenraad is bevestigd".

2.24 Kort na deze vergadering van 23 oktober 1997 treden drie kerkenraadsleden af, waaronder de heer [C].

Bij brief van 1 november 1997 aan alle (doop)leden van de gemeente licht de heer [B] zijn aftreden toe. Daarbij wijst hij met name op zijn visie dat hij in 1996 niet alleen als lid van de kerkenraad werd gekozen door de ledenvergadering, maar tevens tot voorzitter van de kerkenraad.

2.25 Per 1 november 1997 gaat ds. [A] met ziekteverlof.

2.26 Op 19 november 1997 wordt een ledenvergadering gehouden. Vanuit de leden wordt een amendement op het voorstel van de kerkenraad ingediend. Met instemming van een grote meerderheid van de leden wordt dit amendement op de ledenvergadering aan de agenda toegevoegd. Ter vergadering geeft de groep van zeven kerkenraadsleden aan dat ook zij bereid zijn tot een compromis, in die zin dat zij zich niet zullen verzetten tegen een uitbreiding van de kerkenraad met vijf personen uit de andere 'bloedgroep' en dat zij een mogelijke werkhervatting van de predikant niet in de weg zullen staan.

Het geamendeerde voorstel wordt vervolgens door de ledenvergadering aangenomen met 159 voor, 43 tegen, 5 blanco en 5 ongeldige stemmen.

Na de stemming verklaart ds. [A] in deze constructie geen vertrouwen te hebben. Vervolgens worden 5 nieuwe kerkenraadsleden gekozen.

2.27 Na 19 november 1997 zeggen verschillende leden hun lidmaatschap van de VEG [woonplaats] op. Een deel van deze leden organiseert zich nadien onder de naam de VEG Noord Oost Nederland.

2.28 De kerkelijke goederen van de VEG [woonplaats] omvatten:

- het kerkgebouw en jeugdgebouw aan de B. van [adres] 3 te [woonplaats]:

- de pastorie met garage en tuin aan de B. van [adres] 4 te [woonplaats]:

- de woning met garage en tuin aan B. van [adres] 5 te [woonplaats];

- gelden en geldsmiddelen:

- de inventaris:

- het archief.

2.29 Op 4 maart 1998 wordt op een ledenvergadering van de VEG [woonplaats] bekend gemaakt dat de aangetrokken deskundige haar taak niet heeft kunnen afronden en dat de kerkenraad en ds. [A] tot de slotsom zijn gekomen dat er geen uitzicht is op herstel van een werkbare situatie tussen de predikant en de kerkenraad. Aan de leden wordt goedkeuring verzocht om tot een goede afwikkeling te komen van het dienstverband. Dit voorstel wordt aangenomen.

2.30 Op de ledenvergadering van 1 april 1998 wordt een nieuwe kerkenraad gekozen in de VEG [woonplaats].

2.31 Het dienstverband tussen de VEG [woonplaats] en ds. [A] bestaat tot 31 december 1998. Door middel van arbitrage komt aan dit dienstverband een einde. Tot 16 mei 1999 wordt door de VEG [woonplaats] aan ds. [A] wachtgeld uitgekeerd. Het bewijs van lidmaatschap van ds. [A] wordt doorgestuurd naar de Nederlands Hervormde Kerk te Leidschendam.

3 De vordering

3.1 De VEG Noord Oost Veluwe vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis

primair:

I voor recht zal verklaren dat aan de VEG Noord Oost Veluwe in eigendom toebehoren de kerkelijke goederen, als onder 2.28 van dit vonnis nader omschreven;

II de VEG [woonplaats] zal veroordelen tot afgifte aan de VEG Noord Oost Veluwe van de sleutels van de onroerende zaken en de daarbij behorende inventaris en voorts van alle gelden en geldsmiddelen en van het kerkelijk archief, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 5.000,- per dag of gedeelte van een dag dat de VEG [woonplaats] weigert de sleutels en/of de inventaris en/of de gelden en geldsmiddelen en/of het kerkelijk archief aan de VEG Noord Oost Veluwe af te geven;

III de VEG [woonplaats] zal veroordelen in de kosten van dit geding;

subsidiair:

I voor recht zal verklaren dat voornoemde kerkelijke goederen aan de VEG en Noord Oost Veluwe de VEG [woonplaats] in gezamenlijke eigendom toebehoren;

II de VEG [woonplaats] zal veroordelen om onverwijld mede te werken aan de scheiding en deling van deze kerkelijke goederen, doch uiterlijk binnen twee weken na betekening van dit vonnis, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 5.000,- per dag of gedeelte van een dag dat de VEG [woonplaats] in gebreke blijft hieraan mede te werken;

III de VEG [woonplaats] zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2 De VEG Noord Oost Veluwe legt aan haar vorderingen tegen de achtergrond van de vaststaande feiten de navolgende stellingen ten grondslag.

Eind 1997/begin 1998 heeft zich een splitsing voltrokken tussen de leden van de VEG [woonplaats]. Als gevolg van deze splitsing is naast de VEG [woonplaats] de VEG Noord Oost Veluwe ontstaan. Een van de kernproblemen waren de moeilijkheden die zijn ontstaan een jaar na de intrede van ds. [A] als predikant. Een klein aantal gemeenteleden heeft voortdurend de integriteit van ds. [A] met betrekking tot zijn inzet voor de gemeente in twijfel getrokken. Ondanks het feit dat de ledenvergadering op 6 oktober 1997 met een overgrote meerderheid het vertrouwen in de predikant heeft uitgesproken, ging een kleine groep leden door met verspreiden van geruchten, waardoor diens functioneren in de gemeente onmogelijk werd gemaakt. Om deze reden is [A] met ziekteverlof gegaan.

Zeven kerkenraadsleden hebben in strijd gehandeld met de besluiten, die de kerkenraad op 10 september 1997 heeft genomen, met name door het verspreiden van de bijlagen bij de agenda. Tevens hebben zij buiten de kerkenraad om andere stukken in de gemeente verspreid en op eigen houtje kerkenraadsvergaderingen uitgeschreven, waar door hen een nieuwe voorzitter en secretaris zijn gekozen.

Op de ledenvergadering van 19 november 1997 is het overblijvende deel van de kerkenraad herkozen. De aanvankelijke afspraak was dat na het aftreden van de voorzitter en de andere zes kerkenraadsleden ook de overige acht kerkenraadsleden zouden aftreden om vervolgens de ledenvergadering van 19 november een gehele nieuwe kerkenraad te laten kiezen. Op de ledenvergadering van 19 november hebben de zeven zich echter herkiesbaar gesteld en zijn verkozen. Op onreglementaire wijze is een compromisvoorstel op de agenda geplaatst, dat ten onrechte de indruk wekte dat beide partijen bereid waren water bij de wijn te doen. Het strekte er slechts toe om de machtspositie van de groep van zeven kerkenraadsleden te handhaven.

Het eigenmachtige en onrechtmatige optreden van de groep van zeven kerkenraadsleden heeft vervolgens geleid tot een splitsing onder de leden van de VEG [woonplaats]. Bij de leden van de VEG [woonplaats] bestond kennelijk de wil om zich los te maken. In ieder geval hebben zij door hun optreden aanvaard dat er zich een splitsing kon voltrekken.Van de VEG Noord Oost Veluwe zijn lid diegenen, die de handelwijze en acties van de zeven kerkenraadsleden hebben veroordeeld. De VEG Noord Oost Veluwe heeft getracht een splitsing te voorkomen. Zij is dan ook de enige voorzetting van de ongedeelde kerk en dus rechthebbende op alle kerkelijke goederen. Haar leden waren lid van de VEG [woonplaats].

In ieder geval behoren de kerkelijke goederen partijen in gezamenlijk eigendom toe. Bij de VEG Noord Oost Veluwe heeft geenszins de wil bestaan om zich los te maken van de VEG [woonplaats] en een eigen weg te gaan.

Bij de VEG [woonplaats] bestond kennelijk de wil om zich los te maken van de VEG [woonplaats]. In ieder geval heeft zij door haar optreden aanvaard dat er zich een splitsing zou voltrekken.

4 Het verweer

4.1 De VEG [woonplaats] concludeert dat de rechtbank de VEG Noord Oost Veluwe niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar deze zal ontzeggen en haar zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

4.2 De VEG [woonplaats] voert de navolgende verweren aan.

Er heeft zich geen splitsing voltrokken tussen de VEG [woonplaats] en de VEG Noord Oost Veluwe. De VEG [woonplaats] erkent dat voor en na de ledenvergadering van de VEG [woonplaats] op 19 november 1997 een aantal leden van de VEG [woonplaats] het lidmaatschap van haar kerk heeft opgezegd en het kerkgenootschap van de VEG [woonplaats] metterdaad heeft verlaten. Onjuiste of onrechtmatige besluiten zijn door de VEG-[woonplaats] niet genomen. De relevante beslissingen zijn genomen op rechtsgeldige ledenvergaderingen, het hoogste orgaan in de gemeente. Het compromisvoorstel van 19 november 1997 is reglementair op de agenda gekomen. Er is steeds gehandeld in overeenstemming met het kerkelijke statuut van de VEG [woonplaats]. Er was geen sprake van verschillen in geloofsopvatting en belijdenis. Er is evenmin sprake geweest van eigenmachtig en/of onrechtmatig optreden van de groep van zeven kerkenraadsleden. Er zijn leden geweest die niet konden leven met het compromisvoorstel dat op de ledenvergadering van 19 november 1997 werd aangenomen. Dit was later de reden voor een klein aantal leden om hun lidmaatschap op te zeggen. Deze opzeggingen hebben over een langere periode plaatsgevonden, zodat niet gezegd kan worden dat er een groep is afgescheiden. Tevens zijn er leden vertrokken naar andere kerken. Van een relevante splitsing is geen sprake geweest. De VEG [woonplaats] heeft zich niet in twee delen gesplitst. De VEG Noord Oost Veluwe pretendeert niet de voorzetting te zijn van de oude rechtspersoon. De opzegging van het lidmaatschap verdraagt zich niet met de stelling dat sprake is van voortzetting van het oude kerkverband. Nergens is uit gebleken dat de VEG Noord Oost Veluwe een splitsing heeft willen voorkomen.

De VEG [woonplaats] ontkent bij gebrek aan wetenschap dat de VEG Noord Oost Veluwe die leden vertegenwoordigt die het lidmaatschap van het kerkgenootschap van de VEG [woonplaats] hebben opgezegd en dat de -bij de VEG [woonplaats] onbekende- leden van de VEG Noord Oost Veluwe voorheen deel uitmaakten van de VEG [woonplaats].

De VEG [woonplaats] heeft nimmer onderhandeld omtrent de kerkelijke goederen, aangezien zij zich op het standpunt stelt dat deze goederen slechts aan haar toekomen.

De VEG Noord Oost Veluwe heeft niet dezelfde kerkelijke structuur als de VEG [woonplaats]. Bij de VEG [woonplaats] is vanaf haar ontstaan de ledenvergadering in alle zaken betrokken. Bij de VEG Noord Oost Veluwe neemt de kerkenraad vrijwel alle beslissingen. Deze structuur van de VEG Noord Oost Veluwe is in nadrukkelijke strijd met de grondgedachte van de VEG [woonplaats] als rechtmatige voortzetting van de Christelijke afgescheiden gemeente, geïnstitueerd door ds. A. Brummelkamp uit Hattem op 21 november 1835.

De onverdeelde eigendom van kerkelijke goederen komt pas in zicht als een of beide partijen de wil tot losmaking hadden. Die situatie doet zich hier niet voor.

5 De beoordeling van het geschil

5.1 De stelling van de VEG Noord Oost Veluwe Verweer dat is niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 141 (oud) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering faalt, nu de VEG [woonplaats] bij conclusie van antwoord haar verweer met redenen heeft omkleed en zij niet heeft volstaan met een blote ontkenning. De VEG [woonplaats] kan dan ook in haar verweren worden ontvangen.

5.2 Dat de kern van de geschillen tussen partijen geheel of nagenoeg geheel door vragen van geloof of belijdenis wordt overheerst, is gesteld noch gebleken. In de gemeente te [woonplaats] zijn in de loop der jaren spanningen ontstaan rond het functioneren van ds. [A], in het bijzonder met betrekking tot de door hem gestelde prioriteiten in de bediening van zijn ambt. Zijn opvattingen daarover spoorden niet met de verwachtingen die bij (een deel van) de gemeente dienaangaande leefden. De kerkenraad heeft in samenspraak met de predikant en de leden van de gemeente steeds gezocht naar een voor ieder bevredigende oplossing van deze problematiek, doch uiteindelijk zonder succes. In de loop van 1997 is de kwestie geëscaleerd en heeft ds. [A] zich ziek gemeld.

5.3 Hoewel daarvoor in de onder 2.17 en 2.18 weergegeven correspondentie aanknopingspunten te vinden zouden zijn geweest, heeft de VEG Noord Oost Veluwe niet dan wel volstrekt onvoldoende onderbouwd, dat bij de besluitvorming door de VEG [woonplaats] in strijd is gehandeld met het kerkelijke statuut en het daarbij behorende huishoudelijk reglement, op grond waarvan de VEG [woonplaats], blijkens artikel 2:2 van het Burgerlijk Wetboek, wordt geregeerd. Geen van partijen heeft integrale afschriften van dit statuut en het huishoudelijk reglement in het geding gebracht. Aan de stellingen van de VEG Noord Oost Veluwe, dat door kerkenraadsleden van de VEG [woonplaats] onreglementair zou zijn gehandeld, dient bij het aldus ontbreken van enige onderbouwing reeds om deze reden te worden voorbijgegaan. Dit klemt te meer nu de VEG [woonplaats] gemotiveerd en onder verwijzing naar de relevante kerkelijke stukken heeft aangevoerd dat door haar steeds in overeenstemming met het kerkelijke statuut is gehandeld, zo niet naar de letter dan toch in ieder geval naar de geest.

Reeds om deze redenen dient de VEG [woonplaats] met uitsluiting van de VEG Noord Oost Veluwe als de rechtmatige voortzetting te worden beschouwd van de reeds jaren in [woonplaats] bestaande vrije evangelische gemeente. Dit is, hoewel in rechte niet zonder meer beslissend, blijkbaar ook de mening van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland.

5.4 In dit verband zij ten overvloede nog overwogen dat de cruciale ledenvergadering van 19 november 1997 te voren integraal is geïnformeerd over de gang van zaken binnen de kerkenraad, kennelijk zonder dat deze vergadering daarin aanleiding heeft gevonden tot een andere beslissing dan zij feitelijk heeft genomen.

De stelling, dat zou zijn afgesproken dat de voltallige kerkenraad ter gelegenheid van deze vergadering zou aftreden, heeft de VEG Noord Oost Veluwe na gemotiveerde tegenspraak niet gehandhaafd. In de overgelegde stukken is voor een dergelijke afspraak overigens geen enkel aanknopingspunt te vinden, geheel daargelaten welke consequenties aan (schending van) deze afspraak zouden moeten worden verbonden.

De stelling, dat het op de ledenvergadering aangenomen compromisvoorstel op onreglementaire wijze op de agenda zou zijn geplaatst, is niet onderbouwd, hetgeen te meer klemt nu de ledenvergadering alvorens het voorstel op zichzelf te beoordelen, er uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dit voorstel - dat in wezen niets meer inhield dan een amendement op het door de kerkenraad ingediende voorstel - alsnog aan de agenda toe te voegen.

5.5 Voor zover de VEG Noord Oost Veluwe al pretendeert de voortzetting te zijn van de vrije evangelische gemeente te [woonplaats], geldt dat zij deze pretenties in rechte niet heeft waar gemaakt. In de keuze van haar naam komen die pretenties in ieder geval niet tot uiting. Terecht heeft de VEG [woonplaats] er voorts op gewezen dat van een kerkscheuring in eigenlijke zin ook geen sprake is geweest. Haar stelling dat slechts een klein aantal leden hun lidmaatschap hebben opgezegd, omdat ze niet hebben kunnen instemmen met het besluit van de ledenvergadering van 19 november 1997 en dat deze opzeggingen zich over een langere periode hebben voltrokken, is door de VEG Noord Oost Veluwe immers niet tegengesproken. Evenmin heeft zij weersproken dat er leden zijn vertrokken naar andere kerkgenootschappen. Een ledenlijst, aan de hand waarvan de VEG [woonplaats] had kunnen nagaan welke leden van de VEG Noord Oost Veluwe voorheen in [woonplaats] kerkten, is niet in het geding gebracht. Gesteld noch gebleken is wanneer de VEG Noord Oost Veluwe is begonnen met het beleggen van eigen kerkdiensten, al dan niet in georganiseerd verband. Bovendien is niet tegengesproken dat de interne inrichting van de VEG Noord Oost Veluwe fundamenteel afwijkt van de oude situatie, met de kerkenraad in plaats van de ledenvergadering als het hoogste kerkelijke orgaan.

5.6 Voor zover de VEG Noord Oost Veluwe in het onderhavige geval al in die benadering gevolgd zou moeten worden en de vraag onder ogen gezien zou moeten worden of bij de VEG [woonplaats] kennelijk de wil aanwezig is geweest om zich los te maken van de personen, die thans (mede) de VEG Noord Oost Veluwe vormen, dan luidt het oordeel dat bepaald niet is gebleken dat dit daadwerkelijk het geval is geweest, integendeel, het zijn de huidige leden van de VEG Noord Oost Veluwe, die hun lidmaatschap van de VEG [woonplaats] hebben opgezegd, daarmee te kennen gevend zich van de VEG [woonplaats] te willen losmaken. Als er al sprake is geweest van eigenmachtig en/of onreglementair optreden van enkele kerkenraadsleden, dan wordt dat verwijt over en weer gemaakt, met dien verstande dat de kerkenraadsleden, tegen wie de VEG Noord Oost Veluwe zich keert, zich wel en de kerkenraadsleden, die de VEG Noord Oost Nederland in bescherming neemt, zich niet aan finale beslissingen van de ledenvergadering hebben willen onderwerpen.

Waar bij de VEG [woonplaats] de wil om zich los te maken niet aanwijsbaar is, laat staan dat deze zich in relevante daden heeft geopenbaard, is noch de primaire vordering, die op dit uitgangspunt is gebaseerd, noch de subsidiaire vordering, die stoelt op de stelling dat de wil om zich los te maken gelijkelijk bij beide partijen aanwezig is geweest, toewijsbaar.

5.7 De VEG Noord Oost Veluwe zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De rechtbank, rechtdoende,

wijst de vorderingen af;

veroordeelt de VEG Noord Oost Veluwe in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van VEG [woonplaats] en tot aan deze uitspraak begroot op € 244,77 aan verschotten en op € 3.010,- aan salaris voor de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2002.

Vg/Lv