Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE3237

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-05-2002
Datum publicatie
27-05-2002
Zaaknummer
46939 / KG ZA 02-163
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

SECTOR CIVIEL

VOORZIENINGENRECHTER

kort gedingnummer: 46939 / KG ZA 02-163

vonnis van : 27 mei 2002

Vonnis in kort geding in de zaak van:

1. [eiser] en

2. [eiseres]

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur: mr. E.G.M. Wiggers,

advocaat: mr. M. Bosman te Hilversum,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LANGENBERG-FASSIN B.V.,

gevestigd te's-Heerenberg,

gedaagde,

procureur: mr. V.F.M. Jongerius.

Eisers gezamenlijk worden hierna mede [eisers c.s.]genoemd, eisers afzonderlijk respectievelijk [eiser] en [eiseres], gedaagde zal mede als Langenberg-Fassin worden aangeduid.

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[eiser] heeft onder overlegging van producties Langenberg-Fassin gedagvaard tegen de openbare zitting van 17 mei 2002.

De behandeling van deze vordering is vervolgens aangehouden tot de zitting van 21 mei 2002. Op deze zitting heeft [eiseres] zich aan de zijde van [eiser] in het geschil gevoegd tegen welk feit Langenberg-Fassin geen bezwaar heeft gemaakt.

[eisers c.s.] hebben hun vordering aangevuld en gewijzigd waartegen Langenberg-Fassin zich evenmin heeft verzet.

Ter zitting heeft Langenberg-Fassin onder overlegging van producties geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde.

Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnota's mondeling toegelicht waarna zij vonnis hebben gevraagd.

2. VASTSTAANDE FEITEN

In dit geding wordt onder meer van het volgende uitgegaan:

2.1 [eisers c.s.] zijn echtgenoten.

2.2 Sinds 17 februari 1968 is [eiser] in dienst van Langenberg-Fassin.

2.3 Langenberg-Fassin is een bedrijf dat is gespecialiseerd in het vervaardigen van snoepgoed. In het verleden maakte Langenberg-Fassin vooral drop maar vanaf medio 1985 is men zich met name gaan toeleggen op de vervaardiging van zogenaamd zuur snoepgoed ook wel zure fruitmatjes genoemd. Het grootste gedeelte, 85%, van het door Langenberg-Fassin geproduceerde snoepgoed, wordt geëxporteerd naar Noord-Amerika.

2.4 Langenberg-Fassin was in de snoepbranche het eerste bedrijf dat gebruik maakte van de zogenaamde extrudertechiek, een techniek die tot dan alleen in de plastic industrie werd gebruikt. Met behulp van deze techniek is het mogelijk snoepgoed te "persen".

2.5 Op dit moment bekleedt [eiser] bij Langenberg-Fassin de functie van productie/logistiek manager tegen een salaris van € 5.523,-- per maand exclusief emolumenten en vakantiegeld.

2.6 [eiser] is één van de weinige werknemers bij Langenberg-Fassin die kennis heeft van het gehele productieproces. Hij heeft onder meer bijgedragen aan de ontwikkeling van de machines waarmee Langenberg-Fassin werkt. Ook heeft hij lange tijd deel uitgemaakt van het managementteam van Langenberg-Fassin.

2.7 [eiseres] is bij Langenberg-Fassin werkzaam als secretaresse. Haar leidinggevende is haar man.

2.8 Op 16 april 2002 heeft er tussen [eiser] en de directeur van Langenberg-Fassin, de heer [directeur], hierna te noemen [directeur], een gesprek plaats gevonden. In dit gesprek werd [eiser] van het feit op de hoogte gesteld dat Langenberg-Fassin hem ervan verdacht bedrijfsgeheimen aan concurrenten te hebben doorgegeven. [eiser] is vervolgens de gelegenheid geboden "schoon schip" te maken.

2.9 [eiser] is hier niet op ingegaan.

2.10 Per brief van 18 april 2002 heeft [directeur] [eiser] onder meer geschreven: "Ik heb u na het gesprek op non-actief gesteld mede in afwachting van initiatieven uwerzijds. Nu u niets van u hebt laten horen, bevestig ik dat u op non-actief bent gesteld en wel omdat u bedrijfsgeheimen heeft geopenbaard aan derden" (…) "Wij zien ons thans genoodzaakt om nader onderzoek te verrichten naar uw visie dat het louter 'tips' zijn geweest."

2.11 Per brief van 18 april 2002 van [directeur] gericht aan [eiseres] is [eiseres] te kennen gegeven dat zij gedurende het onderzoek naar de vermeende door haar echtgenoot begane onrechtmatigheden vrijgesteld werd van haar werkzaamheden bij Langenberg-Fassin.

2.12 [eiseres] heeft vervolgens een kort geding procedure tegen Langenberg-Fassin aangespannen. De behandeling van haar vordering heeft op 13 mei 2002 voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank plaats gevonden. Ter zitting heeft Langenberg-Fassin de lopende non-actiefstelling van [eiseres] ingetrokken. Vervolgens heeft Langenberg-Fassin [eiseres] met onmiddellijke ingang weer op non-actief gesteld nu op grond van het feit dat Langenberg-Fassin aanwijzingen had dat [eiseres] onrechtmatig jegens Langenberg-Fassin heeft gehandeld dan wel wanprestatie heeft gepleegd door mee te werken aan het verstrekken van gegevens aan concurrenten van Langenberg-Fassin waarvoor zij samen met haar man geld zou hebben ontvangen.

2.13 Tot op heden hebben [eisers c.s.] hun werk bij Langenberg-Fassin niet hervat.

3. DE VORDERING, DE GRONDEN EN HET VERWEER

3.1 [eisers c.s.] vorderen, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Langenberg-Fassin zal veroordelen:

I binnen twee uur na betekening van dit vonnis de schorsing van [eiser] ongedaan te maken en hem toe te laten tot het verrichten van zijn werkzaamheden op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of een gedeelte daarvan dat Langenberg-Fassin nadat betekening van dit vonnis heeft plaats gevonden, daarmee in gebreke blijft;

II binnen twee uur na betekening van dit vonnis de schorsing van 13 mei 2002 van [eiseres] ongedaan te maken en haar toe te laten tot het verrichten van haar werkzaamheden op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag of een gedeelte daarvan dat Langenberg-Fassin nadat betekening van dit vonnis heeft plaats gevonden, daarmee in gebreke blijft;

III binnen twee dagen na betekening van dit vonnis er voor te zorgen dat een rectificatie openbaar wordt gemaakt op een door de voorzieningenrechter aan te geven wijze van de op 14 mei 2002 in de media gedane verdachtmakingen van [eisers c.s.], op straffe van een dwangsom van € 2.000,-- voor iedere dag, of gedeelte daarvan dat Langenberg-Fassin nadat betekening van dit vonnis heeft plaats gehad daarmee in gebreke blijft;

IV in de kosten van dit geding.

3.2 Aan deze vordering leggen [eisers c.s.] in het licht van de vaststaande feiten het volgende ten grondslag. Langenberg-Fassin heeft geen grond of reden om hen op non-actief te stellen. Hierdoor zijn zij in hun goede naam aangetast, mede gezien de kleine gemeenschap waar partijen zijn gevestigd. Voorts heeft het kort geding van [eiseres] dat op 13 mei 2002 werd behandeld, een hetze in de locale media ontketend. Langenberg-Fassin heeft er de hand in gehad dat de pers op de loop is gegaan met de loze beschuldigingen aan het adres van eisers. Hierdoor lijden eisers ernstige emotionele schade dan wel schade aan hun reputatie.

3.3 Langenberg-Fassin heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop zo nodig in het hierna volgende zal worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING

4.1 Ter beoordeling is of [eisers c.s.] in voldoende mate aannemelijk hebben gemaakt dat Langenberg-Fassin, gezien de omstandigheden, er niet toe had mogen overgaan hen op non-actief stellen en, nu zij dit wel heeft gedaan, uit dien hoofde zich niet als goed werkgever heeft gedragen. Terzake deze vraag is uit de stellingen van partijen en de door hen overgelegde stukken het volgende - voor zover hier relevant - naar voren gekomen. Begin 2002 heeft de directie van Langenberg-Fassin een bezoek gebracht aan de snoepgoedproducent Candytech, gevestigd in Buffallo Grove V.S.; een bedrijf dat sinds eind 1999/begin 2000 ook zure fruitmatjes maakt. Tijdens dit werkbezoek constateerde de directie dat Candytech dezelfde productielijn had als Langenberg-Fassin. Dit wekte bevreemding op nu een productielijn, zo stelt Langenberg-Fassin, maatwerk is. Met name het feit dat er een "needlepicker" werd aangetroffen die exact gelijk was aan een door Langenberg-Fassin ontwikkelde "needlepicker" wekte argwaan. Omdat Langenberg-Fassin signalen had gekregen dat [eiser] contacten onderhield met concurrenten heeft [directeur] op 16 april 2002 onder meer hierover met [eiser] gesproken met het reeds vermelde resultaat.

Opmerkelijk in dit verband is dat, gezien de brief van de raadsvrouwe van [eiser] van 18 april 2002, [directeur] tot op dat moment wel wist dat [eiser] in 1999 ook bij Candytech was geweest doch in de veronderstelling verkeerde dat dit een éénmalig bezoek betrof. Achteraf blijkt, zie de brief van de raadsvrouwe van [eiser] van 15 mei 2002, dat laatstgenoemde in 1999 twee keer bij Candytech is geweest.

[eiser] geeft voor deze bezoeken de volgende verklaring. Zijn eerste bezoek bracht hij aan Candytech, dat naar zijn mening geen concurrent van Langenberg-Fassin is nu zij een andere productietechniek hebben en een ander product vervaardigen, omdat hij wist dat Candytech bezig was een techniek voor het oprollen van bandjes snoepgoed te ontwikkelen en Langenberg-Fassin wellicht voor deze techniek belangstelling had. Het was mogelijk dat de door Candytech ontwikkelde machine ook voor Langenberg-Fassin interessant was om aan te schaffen. De machine bleek echter niet te voldoen. Ook het idee dat zijn zoon wellicht bij Candytech zou kunnen gaan werken bracht hem er toe naar de V.S. te gaan. Tijdens het tweede bezoek aan Candytech begeleidde hij slechts zijn solliciterende zoon. Het is mogelijk dat hij tijdens dit tweede bezoek wederom een kijkje op de werkvloer heeft genomen. Dit was dan louter uit nieuwsgierigheid omdat de bewuste "oprolmachine" nog steeds niet werkte.

4.2 Dat Candytech geen concurrent van Langenberg-Fassin is, zoals [eiser] wil doen geloven, ligt evenwel niet erg voor de hand nu Candytech evenals Langenberg-Fassin zure fruitmatjes produceert voor de Amerikaanse markt met als enige verschil dat de matjes van Candytech opgerold verkocht worden. Voorts is het onaannemelijk dat [eiser] louter onder de vlag van beroepsnieuwsgierigheid en vakidiotie de bezoeken aan de werkvloer heeft afgelegd nu het tegen de achtergrond van dit concurrentschap van Candytech op zijn minst merkwaardig is dat een werknemer van Langenberg-Fassin, met een positie en kennis als die van [eiser], naar deze concurrent gaat en de productieprocessen bekijkt zonder dat Langenberg-Fassin van deze bezoeken op de hoogte was. Dat van deze laatste omstandigheid sprake was heeft Langenberg-Fassin in voldoende mate aannemelijk gemaakt nu zij onweersproken heeft gesteld dat [eiser] pas begin 2000, ná de snoepbeurs in Keulen en geconfronteerd met een uitdraai van telefoongesprekken waaruit bleek dat hij telefonisch contact had gehad met Candytech, heeft toegegeven één keer bij Candytech te zijn geweest. Hier komt ook nog bij dat onweersproken is dat [eiser] de beide reizen naar Candytech geheel uit eigen zak heeft betaald, een omstandigheid die, indien deze reizen inderdaad ten voordele van Langenberg-Fassin konden strekken, niet erg voor de hand ligt.

4.3 Langenberg-Fassin heeft voorts ter ondersteuning voor haar stellingen een fax in het geding gebracht van [eiser] aan [A], een voormalig werknemer van Candytech. In deze fax van 17 oktober 1999 geeft [eiser] technische informatie omtrent het bij Langenberg-Fassin gevolgde bereidingsprocédé. Het commentaar van [eiser] op deze fax luidt dat de gegeven informatie niet geheim is en in ieder handboek te vinden is. Bovendien is deze fax nooit verstuurd. Als reactie hierop heeft Langenberg-Fassin betoogd dat weliswaar de samenstelling van het mengsel, waarvan snoepgoed wordt gemaakt, in de handboeken te vinden is maar dat technische specificaties van de bereiding van dit mengsel uiterst gevoelige informatie is. Nu [eiser] zijn stelling op dit punt niet nader heeft ondersteund door b.v. kopieën van pagina's van zo'n handboek over te leggen zal [eiser] op dit punt niet worden gevolgd. Voorts doet de vraag of de bewuste fax nu wel of niet verstuurd is niet ter zake. Vast staat [eiser] zeer geheime informatie aan het papier heeft toevertrouwd met als geadresseerde een werknemer van een directe concurrent van Langenberg-Fassin waardoor het voor de hand ligt dat hij zichzelf ernstig verdacht maakt. Overigens wordt deze verdenking ook nog eens door hemzelf versterkt nu hij de fax afsluit met de woorden "Our configurations of the silicon belt are the same I have show to you during my visit. Do you have any questions don't hesitate to call of fax"waaruit geconcludeerd kan worden dat hij bij Candytech niet alleen maar wat heeft rondgekeken maar zich actief met het productieproces heeft bemoeid en zelfs bereid was dat in de toekomst te blijven doen.

4.4 Tot slot wordt overwogen dat het toch wel heel toevallig is dat Candytech in het najaar van 1999 - toen [eiser] het bedrijf bezocht - niet in staat was de opgerolde fruitmatjes te produceren en kort na zijn bezoeken, begin 2000 wel. Overigens fruitmatjes die zoals ter zitting geconstateerd kon worden, op het opgerold zijn na, identiek zijn aan de door Langenberg-Fassin gefabriceerde matjes.

4.5 Deze omstandigheden en dan met name de hiervoor omschreven fax rechtvaardigen dat Langenberg-Fassin een ernstige verdenking tegen [eiser] heeft opgevat terzake handelen dat, mocht komen vast te staan dat hij zich hieraan schuldig heeft gemaakt, voor Langenberg-Fassin zeer schadelijk kan zijn geweest of nog kan zijn. Aannemelijk wordt dan ook geacht dat de bodemrechter zich op het standpunt zal stellen dat [eiser] lopende het onderzoek, terecht is geschorst. Reeds hierom zal de vordering van [eiser] dan ook worden afgewezen zodat de overige weren van Langenberg-Fassin geen bespreking meer behoeven.

4.6 Hetzelfde lot treft de vordering van [eiseres]. [eiseres] heeft niet bestreden dat zij de onderhavige fax heeft getypt. Zij was dus van de inhoud op de hoogte. In het licht van het hiervoor onder 4.1 tot en met 4.5 overwogene is het dan ook alleszins aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat Langenberg-Fassin op goede gronden [eiseres] ervan verdenkt met haar man te hebben samengespannen. [eiseres] heeft nog betoogd dat Langenberg-Fassin door kennis te nemen van de inhoud van de diskette waar de fax op stond, onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Voorzover [eiseres] hiermee bedoelt te zeggen dat Langenberg-Fassin aldus gebruik maakt van onrechtmatig verkregen bewijs ziet zij over het hoofd dat ook al is dit bewijsmateriaal vergaard door middel van het maken van een inbreuk op haar privé-leven, dit volgens vaste rechtspraak nog niet betekent dat dit materiaal in een procedure als de onderhavige niet mag worden gebruikt.

4.7 Tot slot heeft Langenberg-Fassin gemotiveerd betwist er de hand in te hebben gehad dat na het eerste kort geding van [eiseres] de media met de feiten op de loop zijn gegaan. Nu [eisers c.s.] niet als reactie hierop nader hebben aangegeven op grond waarvan zij menen dat dit Langenberg-Fassin te verwijten valt kan onderdeel III van de vordering evenmin tot toewijzing leiden.

4.8 Gelet op deze uitkomst zullen [eisers c.s.] worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5. BESLISSING

De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:

1. wijst de vorderingen af;

2. veroordeelt [eisers c.s.] in de kosten van het geding die voor zover gevallen aan de zijde van Langenberg-Fassin tot op deze uitspraak worden begroot op t 193.-- wegens verschotten en t 703,36 wegens salaris procureur;

3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.

HW/VR