Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE1869

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-03-2002
Datum publicatie
25-04-2002
Zaaknummer
HA 02-
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton

Locatie Harderwijk

zaaknummer:

rolnummer: HA 02-

beschikking d.d. 27 maart 2002

grosse aan:

afschrift aan: mr. Engelen /

afgegeven d.d.

BESCHIKKING IN DE ZAAK VAN

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAXSER HARDERWIJK B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Harderwijk,

verzoekster,

gemachtigde: mr. S.E.W. Engelen, advocaat te Maastricht,

EN

.

wonende te

verweer.er

gemachtigde:

Het procesverloop:

Het verloop van deze procedure blijkt uit:

- het op 17 januari 2002 ter griffie ingekomen verzoekschrift;

- het op .. ter griffie ingekomen verweerschrift;

- de mondelinge behandeling ter openbare terechtzitting van 6 maart 2002;

- de uitlating zijdens Maxser na mondelinge behandeling;

De feiten:

In verband met haar slechte financiële positie heeft Maxser in december 2001 contact opgenomen met de FNV en het CNV (verder: de bonden) en overlegd over het ontslaan van een groot aantal medewerkers in, onder meer, de vestiging Harderwijk. Over het aantal voor ontslag in aanmerking te brengen werknemers (ruim 29 fte), de selectiecriteria en de wijze van ontslag (procedure via de kantonrechter) werd op 18 december 2001overeenstemming bereikt en neergelegd in een sociaal plan.

Maxser had nog financiële middelen om de lonen tot 25 februari 2002 te garanderen.

Bij brief van 15 januari 2002 heeft Maxser het plan bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangemeld als CAO.

Tijdens een personeelsbijeenkomst op 16 januari 2002 bereikten de bonden echter geluiden dat Maxser zich niet aan de overeengekomen selectiecriteria zou houden. Maxser en de bonden besloten een verschil in interpretatie van het plan voor te leggen aan een begeleidingscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van Maxser, de bonden en de OR. Deze commissie besliste dat de in het plan genoemde functies van heftruckchauffeur en warehousemedewerker/orderpicker in de praktijk niet te onderscheiden waren. De commissie besloot deze functies als één functie te beschouwen. Maxser heeft echter na de uitspraak van de begeleidingscommissie de ontslaglijst niet aangepast. Nadere gesprekken tussen de bonden en Maxser hebben geen resultaat gehad.

Bij brief van 5 februari 2002 hebben de bonden de Minister medegedeeld dat de werknemers en zij zich niet langer aan het plan gebonden achten, wegens het niet nakomen door Maxser van de gemaakte afspraken. De aanmelding als CAO moest als vervallen worden beschouwd.

Ter zitting heeft Maxser doen verklaren dat zij zich bij keuze van de werknemers die zij voor ontslag voordraagt heeft laten leiden door de wens een kwalitatief goede onderneming over te houden. Zij heeft ongeveer 35 fte voor ontslag voorgedragen.

Voor zover van belang luidt het sociaal plan als volgt.

Artikel 9. Algemene uitgangspunten

De werkgever zal een maximale inspanning verrichten om werknemers wiens (lees: wier) functie vervalt of ingrijpend wijzigt, een passende vervangende functie aan te bieden. Daarbij zullen de instrumenten voor in- en externe herplaatsing, zoals in dit sociaal plan zijn vastgelegd maximaal worden benut. …

Artikel 10. Herplaatsing (intern)

Bij het herplaatsen naar ( een) andere functies binnen MAXSER zal de werkgever de volgende uitgangspunten hanteren:

a. Herplaatsing naar een andere functie vindt plaats als de huidige functie komt te vervallen. Voor zover mogelijk zal de werknemer hun (lees: zijn) eigen functie of een vrijwel passende functie worden aangeboden in de zelfde of een andere vestigingsplaats van MAXSER.

b. …

3. HERPLAATSING EXTERN

Artikel 14. Vaststellen van boventalligheid

Afdelingen welke getroffen worden door de reorganisatie zijn ingedeeld naar functie. Voor elke functie is vastgesteld hoeveel werknemers momenteel werkzaam zijn in betreffende functie en, vervolgens, hoeveel arbeidsplaatsen in die functie resteren in de nieuwe organisatie. Hieruit vloeit het aantal betrokken werknemers voort per functie. Om te bepalen wie wordt voorgedragen voor ontslag wordt het leeftijd- en dienstjarenbeginsel toegepast. …

De functies zijn als volgt ingedeeld per afdeling:

Magazijn expeditie - heftruck - orderpick - in en uitslag - controle - leidinggevende (ploegbaas, teamleider)

Transport chauffeur - planning

Kantoor (vestigings)management - customer service - administratie - bedrijfsbureau - secretariaat/ managementondersteuning - boekhouding - P&O - urenverwerking

Het verzoek:

Maxser verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden met toekenning van een ontbindingsvergoeding gebaseerd op het bepaalde in de artikelen 18 en 19 van het sociaal plan, kosten rechtens.

Gerequestreerde heeft het verzoek bestreden.

De beoordeling van het verzoek:

1. Als uitgangspunt voor de beoordeling neemt de kantonrechter dat het onderhavige verzoek er één is van een serie van 38 verzoeken om ontbinding van arbeidsovereenkomsten om bedrijfseconomische redenen, die Maxser tegelijkertijd heeft ingediend. Derhalve is op dit verzoek de Wet melding collectief ontslag (WMCO) van toepassing.

In dat verband heeft de kantonrechter de verzoeken, met instemming van partijen, ter zitting gelijktijdig behandeld.

Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld opnieuw met elkaar te onderhandelen in het licht van de maatstaf die artikel 3, derde lid, WMCO biedt. Dat overleg is op niets uitgelopen. Maxser en een deel der raadslieden heeft zich nog schriftelijk uitgelaten. De kantonrechter heeft ook deze stukken in zijn oordeel betrokken.

2. Geheel in lijn met de WMCO heeft Maxser contact opgenomen met de bonden en haar voornemen besproken. In het daarop volgend overleg is overeenstemming bereikt over een sociaal plan, dat een afvloeiingsregeling omvatte en regels voor het maken van de selectie van de werknemers die voor ontslag in aanmerking zouden komen. Verder hebben Maxser en de bonden afgesproken dat - omdat Maxser onvoldoende financiële ruimte had om een langdurig traject via de door de WMCO aangewezen autoriteit, de Regionaal Directeur Arbeidsvoorzieningsorganisatie, te doorlopen - het middel van ontslagverzoeken aan de kantonrechter gebruikt zou worden. De overeenstemming tussen bonden en werkgever die de WMCO beoogt, is dus bereikt.

Afgesproken is ten slotte dat Maxser volgens de regels van het sociaal plan de werknemers zou selecteren die voor ontslag zouden worden voorgedragen.

3. Nadat verschil van mening is ontstaan over de uitvoering van het overeengekomen plan, hebben de bonden de overeenkomst met Maxser ontbonden verklaard.

4. Naar het oordeel van de kantonrechter betekent deze gang van zaken niet dat het onderhavig verzoek niet meer binnen de strekking van de WMCO zou vallen. Het verzochte ontslag blijft deel uitmaken van een groep ontslagen, waarbij ernaar gestreefd dient te worden dat de doelstellingen van deze regeling - zoals verwoord in artikel 3, derde lid, WMCO - zoveel mogelijk worden benaderd.

5. Gelet op de bevoegdheid die de kantonrechter op grond van artikel 7:685 BW heeft om in alle gevallen een verzoek om ontbinding van een arbeidsovereenkomst in behandeling te nemen, kan de kantonrechter ook het onderhavige verzoek behandelen.

6. Mede op grond van de brief van de ING-bank van 21 februari 2002 aan de Holdingmaatschappij van Maxser staat genoegzaam vast dat Maxser in een zodanig benarde financiële situatie verkeert dat een groot aantal ontslagen onafwendbaar is.

7. Als maatstaf voor de beoordeling van de ontslagverzoeken neemt de kantonrechter - in het voetspoor van de WMCO - de overeenstemming die Maxser met de bonden heeft bereikt, alsmede de beslissing van de begeleidingscommissie.

Het is in de sfeer van deze wet immers ondenkbaar dat een werkgever een met de bonden bereikt akkoord simpel zou kunnen omzeilen, door het te negeren.

De wet gaat kennelijk uit van de gedachte dat massa-ontslagen alleen in overleg met de bonden kunnen plaatsvinden: het tot wet verheven poldermodel. In dat stelsel past het niet dat een werkgever buiten de bonden om naar eigen inzicht een - door hem zelf bepaald - gedeelte van zijn werknemers ontslaat en een ander deel - dat hem meer welgevallig is - aanhoudt.

Als de werkgever niet tevreden is met het bereikte akkoord, kan hij kiezen tussen opnieuw onderhandelen of genoegen nemen met het bereikte resultaat.

(alleen bij de zaken [1A], [1B], [1C], [1D], [1E] en [1F])

8. Ter zitting heeft Maxser erkend dat zij, buiten het akkoord om, de ontbinding van een zestal tijdelijke arbeidscontracten heeft verzocht, omdat haar financiële positie zo benard is. Aangezien niet gebleken is dat er sedert de onderhandelingen voor het akkoord zijn begonnen, dan wel in de tijd nadat het akkoord was gesloten, zodanig bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan dat er aanleiding zou zijn tot openbreking van het akkoord zonder nieuw overleg met de bonden als bedoeld in artikel 3, derde lid, WMCO, wijst de kantonrechter deze verzoeken af.

Om deze reden wordt het onderhavige verzoek afgewezen.

(alleen bij de zaken [1G], [1H], [1I], [1J])

8. Daarom wijst de kantonrechter de verzoeken af, waarbij het anciënniteitsbeginsel en / of het afspiegelingsbeginsel in strijd met het akkoord is toegepast.

In het onderhavige verzoek is dat het geval. Verzoeker is namelijk volgens de regels van het afspiegelingsbeginsel in een categorie van leeftijdsgenoten met dezelfde functie (volgens de indeling van artikel 14 van het plan) ingedeeld, waarbij hij in strijd met het anciënniteitsbeginsel voorgedragen wordt voor ontslag, terwijl een collega met dezelfde functie en in dezelfde leeftijdscategorie, doch met een lagere anciënniteit, niet voorgedragen wordt voor ontslag.

Het onderhavige verzoek wordt daarom afgewezen.

(alleen in de zaken [1K] , [1L], [1M ])

8. De selectiecriteria zijn in het onderhavige geval niet juist toegepast, daar in de functie en leeftijdscategorie van gerequestreerde allen worden voorgedragen voor ontslag, terwijl in de naast lagere leeftijdscategorie slechts één werknemer is geselecteerd.

Het verzoek wordt daarom afgewezen.

(alleen in de zaak [1N])

8. In deze zaak zijn de selectiecriteria juist toegepast, daar gerequestreerde de jongste (in dienstjaren) is in zijn leeftijdscategorie en in de naastlagere categorie ook één werknemer voor ontslag is geselecteerd.

De arbeidsovereenkomst wordt daarom met onmiddellijke ingang ontbonden met toekenning van een vergoeding conform het sociaal plan.

(alleen in de zaak [1O])

8. Erciyas heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend, strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en toekenning van een vergoeding van € 43.987,32 (kantonrechtersformule met factor C=2).

Erciyas heeft zelf ook de ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. Daarom zal de overeenkomst met onmiddellijke ingang worden ontbonden. In het voorgaande ligt echter besloten dat billijkheidshalve geen andere vergoeding kan worden toegekend dan die conform het sociaal plan. Voor zover zijn verzoek verder strekt, wordt het afgewezen.

(alleen bij de zaken [1P], [1Q], [1R]),

8. De functie van gerequestreerde komt niet voor in de opsomming van functies in artikel 14 van het sociaal plan. De bonden en Maxser waren het er echter over eens dat alleen in die functies de ontslagen zouden vallen en niet in andere. Als onderhandelingspartner is Maxser zelf (mede) verantwoordelijk voor de overeengekomen tekst. Indien zij daarin functie-omschrijvingen toelaat die tot een onwerkbare situatie leiden, is dat haar eigen verantwoordelijkheid.

Het verzoek wordt daarom afgewezen.

(alleen in de zaken [1S] en [1T] en [1U] en [1V] en [1W])

8. Op 14 februari 2002 heeft Maxser een interne werving gehouden voor personen die als vaste heftruckchauffeur in dienst konden komen. Nadat gerequestreerde heeft opgeworpen dat hij - behorende tot de groep heftruckchauffers/ orderpickers /warehousemedewerkers - niet voor die functie is gevraagd, heeft Maxser dat niet weersproken. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Maxser zich dusdoende niet gehouden aan de artikelen 9 en 10 van het sociaal plan, zodat het verzoek moet worden afgewezen.

(alleen in de zaken van [1X], [1Y], [1Z], [2A], [2B], )

8. De kantonrechter heeft het onderhavige verzoek getoetst aan het sociaal plan en is tot de slotsom gekomen dat de selectiecriteria in dit geval juist zijn toegepast.

Het verzoek wordt daarom toegewezen. De arbeidsovereenkomst wordt met onmiddellijke ingang ontbonden met toekenning van een vergoeding volgens het sociaal plan.

(alleen in de zaken [2C], [2D], [2E], [2F], [2G])

8. Volgens het sociaal plan is per functiegroep voor het aantal ontslagen maatgevend het aantal functies in de nieuwe organisatie. In de functiegroep controleur is in de nieuwe organisatie kennelijk maar één enkele functie voorzien. De enige functionaris in deze groep die gehandhaafd blijft, heeft de hoogste anciënniteit, zodat in het onderhavige geval de selectiecriteria juist zijn toegepast.

Het verzoek wordt daarom toegewezen en de arbeidsovereenkomst wordt met onmiddellijke ingang ontbonden met toekenning van een vergoeding volgens het sociaal plan.

[allen ]

9. Bij het voorgaande heeft de omstandigheid dat Maxser momenteel uitzendkrachten inzet op functies waarvan de vaste werknemer voor ontslag wordt voorgedragen geen gewicht in de schaal geworpen. Maxser heeft toegelicht dat zij van uitzendkrachten gebruik maakt om pieken in het werkaanbod op te vangen. Overigens zijn dergelijke kortdurende contracten ook niet op een lijn te stellen met vaste dienstverbanden.

10. In het voorgaande ligt besloten dat Maxser veroordeeld dient te worden in de proceskosten.

DE BESCHIKKING:

Zie bij elke elke beschikking alinea 8 afzonderlijk.

Proceskosten zie 10.

Deze beschikking is gewezen en uitgesproken op 27 maart 2002 door mr. P.A. Huidekoper, kantonrechter te Harderwijk en door deze en de griffier getekend.

PAH/bva