Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2001:AB2729

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-07-2001
Datum publicatie
19-07-2001
Zaaknummer
31532 HAZA 00- 335
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN

Rolnummer: 31532 HAZA 00-335

Uitspraak: 19juli 2001

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de zaak tussen:

[eiser],

gevestigd te [woonplaats],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in re-conventie,

procureur: mr. S.W. Knoop,

advocaat: mr. J. Bonkes te Coevorden,

en

[gedaagde] ,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in recon-ventie,

procureur: mr. A.J.H. Ozinga,

advocaat: mr. S.M. van Steenbergen te Arnhem.

Partijen worden in dit vonnis mede aangeduid als [eiser] en [gedaagde].

1. Het verloop van de procedure

1.1 Dit verloop blijkt uit:

- een verzoekschrift, tot het leggen van beslag, met de daarop ge-stelde beschik-king van 24 februari 2000;

- een exploot van 25 februari 2000, van het uit kracht van die be-schikking gelegde beslag op de in dat exploot genoemde goederen onder de naamloze vennootschap ABN-AMRO Bank, gevestigd te Amsterdam;

- een exploot van 25 februari 2000, houden-de de betekening van de hiervoor genoem-de stuk-ken aan [gedaagde];

- de dagvaarding d.d. 23 maart 2000;

- een exploot van 30 maart 2000, betreffen-de de overbeteke-ning aan de derde-gear-resteer-de;

- de conclusie van eis in conventie tevens acte houdende overlegging productie;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens con-clusie van eis in reconventie;

· het vonnis van 27 juli 2000;

· het proces-verbaal van de op 25 september 2000 gehouden comparitie van partijen;

- de conclusie van repliek in conventie, tevens con-clusie van antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie tevens con-clusie van repliek in reconventie;

· de conclusie van dupliek in reconventie.

.

1.2 Aan hetgeen [eiser] bij akte in conventie heeft gesteld wordt voorbijgegaan nu daarbij gezien de aard en inhoud een nadere conclusie wordt genomen. Het nemen van deze nadere conclusie wordt in strijd met de goede procesorde geacht.

2. De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

2.1 Tussen partijen is in het najaar van 1999 onderhandeld over de levering van twintig stacaravans/chalets.

2.2 Bij brief van 1 oktober 1999 schrijft [eiser] aan [gedaagde] een brief met, voorzover hier van belang, de volgende inhoud:

"(…)

Wij ontvingen hedenmorgen uw tekeningen nr. CHA 5046, blad 1 en 2.

Zoals wij reeds telefonisch overeenkwamen, bestelden wij bij U onder voorbehoud van goedkeuring van het prototype:

20 stuks Chalets, type NIJBO 7.35 mtr, geheel identiek aan de zoals in de folder omschreven en afgebeelde uitvoering. tegen een prijs van Hfl .23.500,-- af fabriek, onder voorbehoud van goedkeuring van door U te bouwen en door ons af te nemen prototype.(…)

2.3 Bij brief van 15 oktober 1999 bericht [gedaagde] aan [eiser] voor zover hier van belang:

"Betreft: opdrachtbevestiging

(…)

Wij danken u hartelijk voor Uw opdracht tot levering 20 chalets conform omschrijving cha 5046, levering +/- week 46 1 chalet, de andere 19 voor 1 april 2000.

(…)

Zoals ik telefonisch met u afgesproken heb zullen wij eerst een prototype bouwen die u in de fabriek komt bekijken.

(…)

Na bezichtiging van de eerste wagen kunnnen we eventueel nog dingen veranderen indien nodig.

(…)

U schrijft en we hebben overlegd dat u uw eigen douchecabine levert + douchebak.

U krijgt van ons een korting van f 350,-- dat betekend wel dat u zo spoedig mogelijk de douchecabine en -bak van uw keuze bij ons moet leveren en dat u die dus zelf besteld en inkoopt.(…)

2.4 In november 1999 vinden verdere onderhandelingen plaats over de aanvang van de fabricage, het fabricageprogramma en het afleveringsschema.

2.5 Bij brief van 22 november 1999 van [eiser] wordt verwezen naar besprekingen die hebben plaats gevonden over de bekleding, kleuren, uitvoering van meubelen. Voorts wordt gezamenlijke inkoop van materialen aan de orde gesteld. Daarnaast wordt gesproken over de prijs van de zitkussens, alsmede de dikte en het gewicht van het schuimplastic dat daarbij zal worden gebruikt en wordt om een monster van de bekledingstof gevraagd, terwijl ook de prijs van de tafelpoot interessant wordt genoemd en wellicht het gascomfoor, de spoelbak enz. [eiser] vraagt [gedaagde] dienaangaande nader te berichten "(…)daar wij dan aan de hand van deze gegevens na kunnen gaan of bij Uw leverancier(s) deze materialen aan te schaffen, via de firma Nijbo of de chalets af te nemen zonder deze materialen indien in Italië hiervoor lagere prijzen gelden."

2.6 Op 22 november 1999 stuurt [eiser] aan NIJBO Stacaravan Industrie een faxbericht met onder andere de volgende inhoud:

"(…)

Bijgaand een copie van de fax welke ik heden aan [gedaagde] stuurde, waarvan de inhoud evenzeer voor jou geldt. Het lijkt me raadzaam gezamenlijk in te kopen waardoor we een zekere uniformiteit krijgen en wellicht betere prijzen.

Wat betreft de onderdelen welke wij voor de assemblage nodig denken te hebben, geef ik je hierbij onderstaand een lijst.

Alles om te begin tenminste voor 5 stuks.

alle deuren zowel binnen als buiten, met deurkozijnen, hang- en sluitwerk enz.

alle vensters, geheel compleet met kozijnen en hand en sluitwerk

Canexel, compleet met startprofielen verbindingsstrippen enz.

Wandplaten wit Essen (ca. 350 m2)

5 serie´s meubelen compleet, voor keuken, dinette en slaapkamers

dakdoorvoer,

Agnes plafond-plaat (?)

Daktrim.

hoekstrook,

boeiboord,

tafelblad,

MDF plinten.

gordijnkappen

Onnodig te zeggen dat wij hier gloeiende haast bij hebben, daar het wel een poosje zal duren eer dat wij hier op gang zijn gekomen.

(…)"

2.7 Een brief van [gedaagde] aan [eiser] d.d 26 november 1999 bevat onder meer de volgende inhoud:

"Betreft: Telefonisch contact op 25-11-1999

(…)

Zoals ik u telefonisch al meegedeeld heb ben ik 23 -11 bij dhr Botermann geweest en ben overeengekomen dat we dezelfde kussens in gaan kopen.

Ook gaan wij keukenfrontjes afnemen van Nijbo zodat deze qua kleur ook overeenkomen, ik moet u er wel op wijzen dat deze luxere deurtjes zijn als in de folder is afgebeeld en de prijs daardoor met +/- Hfl. 95,00 per wagen zal gaan stijgen.

Verder proberen wij de spaanderplaat t.b.v. de slaapkamers zo veel mogelijk in de kleur van Nijbo te krijgen.

De kussens die wij leveren zijn 10 cm dik.

Het s.g. is 30.

(…)

Als u eventueel in staat bent om de kussens zelf te leveren zullen wij daar een minderprijs van Hfl. 450,00 voor berekenen. Ik zal U een staal van de stof opsturen.

Ook als U aanbiedingen heeft voor wat betreft koelkasten of andere apparatuur dan willen wij graag de prijs hiervan horen om te zien of dit interessant is voor ons, en ook hoe snel u dit kunt leveren of dat u deze er zelf ter plekke inbouwt.

Zoals afgesproken krijgt u voor het zelf leveren van de geisers een minderprijs van Hfl. 315,00

(…)

Levering van de chalets zal beginnen in 2000

(…)"

2.8 Bij brief van 26 november 1999 bericht [eiser] aan [gedaagde] onder meer het volgende.

"(…)

Niettegenstaande het hierboven aangehaalde schrijven (d.d. 22 november 1999) heeft U dus, zonder verder overleg met ons en volledig in strijd hiermede, dus besloten samen met Boterman, tegen een door U vastgestelde prijs van fl. 450,-- een door U gekozen stof te gaan gebruiken; dit is zonder meer niet acceptabel, temeer daar de dikte van de kussens werd teruggebracht op 10 cm i.p.v. 12 cm. zoals steeds door Nijbo geleverd.(…)

Uit uw prijsstelling concludeer ik dat u inderdaad f 95,-- op de overeengekomen prijs heeft gelegd, hetgeen zoals hierboven vermeld, niet door ons wordt geaccepteerd.

(…)"

2.9 Op 10 december 1999 stuurt [eiser] aan [gedaagde] een orderbevestiging met de volgende inhoud.

"Orderbevestiging Nr. 992/07

Met referte aan ons telefonisch onderhoud van gisteren en de reeds eerder over dit onderwerp gevoerde correspondentie bevestigen wij hiermede van u te hebben gekocht, zoals U aan ons verkocht:

Artikel: Chalet, type NIJBO 735

Aantal: 20 stuks,

Uitvoering: (…)

Indeling: volgens bijgaande platte grond (Zie gewijzigde breedte van

kinderslaapkamer en badkamer). Attentie de ruimte boven het raam bij

de zithoek c.q. de gordijnkast dient tenminste 30 cm. te bedragen

teneinde in inbouw van een airco mogelijk te maken.

Levertijd: overeenkomstig Uw schrijven van 26-11-99

Betaling: door middel van een onherroepelijk accreditief te openen binnen

15 januari a.s. ten uwen gunste, betaalbaar 5 dagen na presentatie van

de volgende documenten: (…)

Prijs: Hfl. 23.500,-- minus hfl. 350,-- voor door ons te leveren douchecabine

en minus Hfl. 315,-- voor door ons te leveren geyzers =Hfl. 22.835,--

per stuk, af uw fabriek

(…)

2.10 Bij brief van 14 december 1999 deelt [gedaagde] aan [eiser] het volgende mede.

"Na intensief overleg met mijn baas hebben wij besloten u geen 20 caravans te leveren. Opnieuw vraagt u naar een caravan type Nijbo 735, maar wij maken alleen WANDERCARAVANS.

Groene spaanderplaat voor de keukenkastjes is ook een probleem daar wij deze normaal niet afnemen en geen zaken doen met deze leverancier moeten wij dit veel duurder inkopen dan normaal, dus krijgen wij weer discussie over de prijs.

Ook de kussens voor de eethoek blijkt bij een andere dikte en S.G, weer een hogere prijs te worden.

Tafelpoot moet nu van het merk Krause worden daar hebben wij niet over gepraat deze informatie heb ik nog van u nog van Nijbo gekregen.

Waterdicht stopcontact naast aansluiting lamp hebben wij ook niet over gesproken, opnieuw een discussie over de prijs.

Het prototype wagen kunnen wij voor u afbouwen met de door u geleverde douchebak en geiser. Deze kunt u dan bij transport telefonisch overboeken.

(…)"

2.11 Bij brief van 20 december 1999 schrijft [eiser] aan [gedaagde] onder meer het volgende:

"(…)

De in uw bezit zijnde Riello geyzer, alsmede de douchecabine verzoeken wij U per omgaande te doen retourneren, daar wij anders genoodzaakt zijn deze aan U in rekening te stellen.

Uiteraard zijn wij niet geïnteresseerd een prototype af te nemen welke zou worden gebouwd met het oog op de door U aangegane verplichting tot het leveren van 20 stuks waaraan u zich momenteel wenst te ontrekken.

(…)

3. De vordering in conventie

3.1 [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uit-voerbaar bij voor-raad, [gedaagde] zal veroor-delen om aan haar te betalen de somma van f. 120.000,--,te verhogen met de wettelijke rente daarover ingaande 17 januari 2000 alsmede de pre-processuele kosten, begroot op f. 4.000,-- en [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van de procedure.

[eiser] legt aan haar vorderingen in het licht van de vaststaande feiten de na-vol-gende stellingen ten grond-slag.

3.2 Tussen [eiser] en [gedaagde] heeft in het najaar van 1999 overleg plaatsgevonden dat heeft geleid tot een overeenkomst op grond waarvan [gedaagde] aan [eiser] 20 chalets zou leveren.

3.3 In het algemeen betrekt [eiser] haar chalets van Nijbo. In verband met leverproblemen bij Nijbo is [eiser] doorverwezen naar [gedaagde]. In de gesprekken hebben patijen de chalets aangeduid als Nijbo-chalets. Voor partijen was evenwel duidelijk dat het niet ging om "echte" Nijbo-chalets, maar om een door [gedaagde] gefabriceerd exemplaar dat grotendeels aan dezelfde specificaties voldoet.

3.4 Aflevering van de chalets zou, conform opgave [gedaagde], verspreid plaatsvinden in de weken 4 t/m 11 van 2000 en wel zodanig dat in elk geval in week 11 alle chalets geleverd zouden zijn.

3.5 Tussen partijen heeft in de loop van november nader overleg plaatsgevonden omtrent een aantal specificaties waarbij eveneens is overeengekomen dat [eiser] een aantal onderdelen van ondergeschikt belang zelf zou inkopen en deze na aflevering door [gedaagde] ook zelf in zou bouwen, onder verrekening van de kosten.

3.6 [gedaagde] heeft bij brief van 14 december 1999 laten weten geen 20 caravans te leveren, onder verwijzing naar de eerdere discussie omtrent een aantal onderdelen. Die discussie was overbodig omdat de levering voldoende vaststond en rechtvaardigt niet een ontbinding van de al gesloten overeenkomst.

3.7 [gedaagde] is gesommeerd alsnog de overeenkomst gestand te doen en voor tijdige levering zorg te dragen. [gedaagde] is daartoe niet bereid.

3.8 [eiser] lijdt door de verwijtbare tekortkoming van [gedaagde] schade. Zij mist de winstmarge. Daarnaast heeft zij kosten moeten maken bestaande uit aanwezigheid van een van de medewerkers van [eiser] bij de fabricage van het prototype.

4. Het verweer in conventie

4.1 [gedaagde] concludeert dat de rechtbank [eiser] niet ontvankelijk zal verklaren in haar vorde-ringen, althans haar deze zal ontzeggen met haar uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling in de kosten van het geding.

4.2 [gedaagde] voert de navolgende verweren aan.

4.3 In september 1999 zijn [gedaagde] en [eiser] in gesprek geraakt over de mogelijke levering door [gedaagde] van 20 stacaravans aan [eiser]. Partijen hadden niet eerder zaken met elkaar gedaan. Tot een definitieve, perfecte overeenkomst is het niet gekomen. Dit is te wijten aan de opstelling en handelwijze van [eiser].

4.4 [gedaagde] heeft van meet af aan geprobeerd aan [eiser] duidelijk te maken dat zij [gedaagde] chalets levert en geen NIJBO chalets.

4.5 In de periode waarin partijen hebben gesproken over de mogelijke levering van 20 chalets heeft [eiser] steeds nieuwe aanpassingen gewenst zonder dat zij de daaraan verbonden prijstechnische consequenties wilde aanvaarden, tenzij deze in het voordeel van [eiser] waren.

4.6 Er waren steeds zoveel eisen (specificaties) zijdens [eiser] dat daaraan niet voldaan kon worden en het niet tot een overeenkomst is gekomen.

4.7 [gedaagde] is jegens [eiser] niet schadeplichtig. De ontstane situatie is aan [eiser] te wijten.

[eiser] heeft de door haar gevorderde schadevergoeding bovendien onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. Ook de vordering van buitengerechtelijke kosten specificeert en onderbouwt [eiser] onvoldoende.

5. De vordering in reconventie

5.1 [gedaagde] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uit-voer-baar bij voor-raad, [eiser] zal veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van f. 62.000,-- vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad f. 4.660,-- en de wettelijke rente over f. 62.000,-- met ingang van 7 februari 2000, althans vanaf 29 juni 2000, de dag van het instellen van de reconventionele vordering, tot aan de dag der algehele voldoening.

5.2 [gedaagde] legt aan haar vorderingen in het licht van de vaststaande feiten de na-vol-gende stellingen ten grondslag.

5.3 In de veronderstelling dat zij serieus met [eiser] in gesprek was over de levering van 20 [gedaagde] chalets heeft zij ten behoeve van een daartoe te sluiten overeenkomst en op uitdrukkelijk verzoek van [eiser] een prototype gebouwd. Mede door de herhaaldelijk door [eiser] gewenst aanpassingen is hiermede een bedrag van f. 25.000,-- gemoeid. Nu het door toedoen van [eiser] niet tot een overeenkomst is gekomen, dient [eiser] dit prototype alsnog tegen betaling van bedrag af te nemen, dan wel, indien zij dat niet wenst, aan [gedaagde] de schade te vergoeden die zij daardoor lijdt.

5.4 [gedaagde] heeft voor de chalets van [eiser] vloerbedekking en gordijnen voor 20 wagens moeten kopen voor een bedrag van f. 27.000,-- Deze zaken heeft zij tot op heden niet kunnen gebruiken. en zal zij in de toekomst ook niet kunnen gebruiken, omdat deze op speciaal verzoek van [eiser] zijn ingekocht.

5.5 [gedaagde] heeft schade geleden doordat zij de bouw van de chalets voor [eiser] in haar planning had opgenomen en zij deze planning door de handelwijze van [eiser] herhaaldelijke en drastisch heeft moeten wijzigen. het gat dat is ontstaan door het wegvallen van de 20 chalets voor [eiser] is niet volledig opgevuld. Zij lijdt daartoe productieverlies. De hierdoor geleden schade bedraagt tenminste f. 10.000,--.

5.6 Daarenboven heeft [gedaagde] redelijke kosten moeten maken ter verkrijgen van voldoening buiten rechte, waaronder de kosten van ingebrekestelling en buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten berekent zij op f. 4.660,--.

6. Het verweer in reconventie

6.1 [eiser] concludeert dat de rechtbank [gedaagde] niet-ont-vankelijk zal verklaren in haar vorde-ringen, althans haar deze zal ontzeg-gen, met haar veroordeling in de kosten van het geding.

[eiser] voert de navolgende verweren aan.

6.2 Indien geen sprake is van een overeenkomst, kan [gedaagde] ook de door haar gemaakte kosten niet vorderen. [gedaagde] heeft deze kosten evenwel gemaakt in het kader van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Die kosten moeten voor rekening van [gedaagde] blijven, nu zij deze schade door haar eigen handelwijze heeft veroorzaakt.

6.3 Subsidiair betwist [eiser] de omvang van de schade. [gedaagde] zal dienaangaande bewijsstukken in het geding moeten brengen. Buitengerechtelijke kosten zijn door [gedaagde] niet gemaakt.

7. De beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie

7.1 [eiser] heeft haar vordering tegen [gedaagde] gebaseerd op een beweerdelijk met [gedaagde] gesloten koopovereenkomst. Door [gedaagde] is onweersproken gesteld dat op de rechtsverhouding tussen partijen de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van [gedaagde] van toepassing zijn. Op grond van deze voorwaarden is in deze procedure Nederlands recht van toepassing.

In conventie

7.2 De primaire vraag waarover partijen van mening verschillen betreft de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen. Bij de beoordeling van deze vraag heeft te gelden dat een overeenkomst tot stand komt door aanvaarding van een daartoe strekkend aanbod. In geval van een aanvaarding die afwijkt van het aanbod heeft dat te gelden als een nieuw aanbod.

7.3 In de onderhavige procedure staat vast dat tussen partijen onderhandelingen hebben plaatsgevonden die gericht waren op het tot stand komen van een overeenkomst met betrekking tot de levering van twintig caravans. Over de vraag welke caravans dienden te worden geleverd en met name aan welke specificaties deze caravans dienden te voldoen, hebben partijen langdurig met elkaar onderhandeld. Daarbij heeft van meet af aan gegolden dat, nadat daarover overeenstemming zou zijn bereikt, de uiteindelijke overeenkomst zou worden aangegaan onder de voorwaarde van goedkeuring van het door [gedaagde] te bouwen prototype.

7.4 Zoals door [eiser] reeds in de dagvaarding tot uitdrukking is gebracht, was de aanleiding voor de onderhandelingen met [gedaagde] gelegen in het feit dat de leverancier die tot dan toe aan [eiser] caravans had geleverd, te weten Nijbo, niet aan de vraag van [eiser] kon voldoen. Hoewel niet onbegrijpelijk is dat [eiser] de door haar van [gedaagde] te betrekken caravans zoveel mogelijk wilde laten overeenstemmen met de caravans die zij van Nijbo betrok, zal ook voor [eiser] duidelijk zijn geweest dat [gedaagde] geen Nijbo caravans kon leveren en dat de door [gedaagde] te leveren caravans niet in alle opzichten zouden kunnen voldoen aan de specificaties van Nijbo. Dat ligt reeds daarom voor de hand, waar een slaafse nabootsing van Nijbo-caravans [gedaagde] duur zou kunnen komen te staan, nu gesteld noch gebleken is dat het [gedaagde] was toegestaan in licentie Nijbo caravans te produceren. In de door [gedaagde] op 30 september 1999 aan [eiser] toegezonden informatie gaat [gedaagde] dan ook uit van [gedaagde] caravans type CHA 5046. In dit verband wordt opgemerkt dat aan de stelling van [eiser] dat zij deze tekening nimmer heeft ontvangen voorbij wordt gegaan, nu zij in haar brief van 1 oktober 1999 van de ontvangst van die tekeningen melding maakt. Desondanks bestelt [eiser] 20 Chalets, type NIJBO 7.35, waarbij kennelijk [gedaagde] deze caravans voor wat uitvoering, uitrusting en inrichting diende te bouwen geheel identiek aan de in de folder omschreven en afgebeelde uitvoering, waarbij die folder kennelijk een folder van de door Nijbo geproduceerde caravan betrof. Weliswaar bevestigt [gedaagde] deze opdracht als een tot levering van 20 chalets conform omschrijving cha 5046, maar uit het verdere verloop van de onderhandelingen, uitmondende in de orderbevestiging van [eiser] d.d. 10 december 1999, kan slechts de conclusie worden getrokken dat voor [eiser] het uitgangspunt nog steeds is de levering van caravans "Chalet type NIJBO 735", waarbij niet alleen de gebruikte bewoordingen, die omtrent de bedoeling van [eiser] - gezien de eerdere discussies - in elk geval onzekerheid laat bestaan, maar evenzeer de daarbij gevoegde tekening, die niet in overeenstemming is met de eerder door [gedaagde] aan [eiser] toegezonden tekening.

7.5 De orderbevestiging door [eiser] kan gelet op hetgeen daaraan vooraf is gegaan niet anders worden uitgelegd dan als een nieuw aanbod. Dit aanbod is door [gedaagde] ondubbelzinnig afgewezen.

7.6 Voorzover [eiser] heeft willen betogen dat daarvoor al een perfecte overeenkomst tot stand was gekomen, kan zij daarin niet worden gevolgd. Anders dan [eiser] kennelijk meent, vormen de punten waarover tussen partijen is onderhandeld geen aspecten van ondergeschikte betekenis. Immers betroffen deze niet alleen het object van de overeenkomst, waarbij buiten iedere twijfel staat dat het niet ging om zomaar twintig caravans maar om caravans die voldeden aan door [eiser] beoogde, maar niet voldoende concreet geformuleerde specificaties, maar evenzeer de prijs, waarbij voor [gedaagde], naar toch ook voor [eiser] duidelijk zal zijn geweest, uitgangspunt zal zijn geweest het door haar aangeboden product, en waarbij aanpassing van de prijs aan de specificaties en aanvullende eisen, door [eiser] als onaanvaardbaar van de hand werd gewezen. Ook overigens heeft daarover tussen partijen zodanige discussie bestaan dat niet gezegd kan worden dat daarover overeenstemming heeft bestaan. Daarbij wordt met name gewezen op de lijst van onderdelen waarover, voor wat betreft [eiser], ten aanzien de prijs nog onderhandeld diende te worden.

7.7 De slotsom zal dan ook moeten zijn dat tussen partijen voor wat betreft de levering van 20 caravans geen perfecte overeenkomst tot stand is gekomen. De vordering van [eiser] zal daarom worden afgewezen.

7.8 [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van procedure.

In reconventie

7.9 [gedaagde] heeft er gedurende de onderhandelingen met [eiser] van uit mogen gaan dat een overeenkomst tot levering van 20 caravans tot stand zou komen. Teneinde dat doel te bereiken heeft zij zich naar [eiser] keer op keer welwillend en inschikkelijk opgesteld. Uit de vaststaande feiten blijkt dat [eiser] telkens nieuwe en andere eisen formuleerde. Aan deze eisen, die door [gedaagde] terecht zo zijn uitgelegd dat door [eiser] van haar werd verlangd dat zij caravans zou leveren die voldeden aan de specificaties van een caravan van een andere leverancier, heeft zij niet kunnen voldoen. Dat een overeenkomst uiteindelijk niet tot stand is gekomen, is dan ook in overwegende mate te wijten geweest aan het ontbreken van bereidheid bij [eiser] om water bij de wijn te doen. Van [gedaagde] kon in redelijkheid niet worden gevergd dat zij de onderhandelingen met [eiser] nog langer zou voortzetten. Ten overvloede wordt hierbij aangetekend dat voordat tussen partijen overeenstemming zou zijn bereikt, de onderhandelingen, gezien de tijd die de discussies die tevoren reeds hadden plaats gevonden, nog geruime tijd zouden hebben gevergd. In aanmerking genomen de op het moment van afbreken van de onderhandelingen verstreken tijd zou, naar mag worden aangenomen, de tijd die nog restte om het gewenste aantal caravans te produceren, niet toereikend zijn om aan de alsdan ontstane contractuele verplichtingen te voldoen.

Tegen die achtergrond is [eiser] gehouden de schade die [gedaagde] als gevolg van het niet tot stand komen van de overeenkomst aan [gedaagde] te vergoeden.

7.10 Aan de overeenkomst zoals die door partijen werd beoogd was de voorwaarde verbonden van goedkeuring door [eiser] van een prototype dat tevens het 1e exemplaar van de serie van 20 caravans zou zijn. Gezien het tijdstip waarop de levering diende plaats te vinden, was [gedaagde] gehouden het prototype te ontwikkelen nog voordat een overeenkomst tot stand was gekomen. [eiser] is gehouden de daarmee gemoeide kosten te vergoeden, ook als [eiser] niet bereid is de caravan tegen die prijs van [gedaagde] af te nemen. Gezien de door partijen in de onderhandelingen genoemde prijzen komt een bedrag van f. 25.000,-- aannemelijk voor.

7.11 Zoals in conventie overwogen staat in voldoende mate vast dat [eiser] voor wat betreft de uitvoering en inrichting van de caravans eisen heeft gesteld die afweken van de uitvoering en inrichting zoals [gedaagde] die gebruikelijk leverde. Teneinde aan die eisen tegemoet te komen was [gedaagde] genoodzaakt reeds voor de totstandkoming van de overeenkomst vloerbedekking en gordijnen voor de aan [eiser] te leveren caravans in te kopen. [gedaagde] heeft voldoende onderbouwd dat zij deze materialen, die speciaal voor [eiser] zijn ingekocht, verder niet zal kunnen gebruiken. Die stelling is door [eiser] niet voldoende gemotiveerd weersproken. Aan het terzake gedane bewijsaanbod wordt daarom voorbijgegaan. Van [gedaagde] kan niet worden gevergd dat zij voor een deel van de door haar te bouwen caravans de inrichting en uitvoering daarvan afstemt op de door haar ten behoeve van de voor [eiser] bestemde caravans ingekochte materialen. De hoogte van het door [gedaagde] gevorderde bedrag komt niet onredelijk voor. Deze schade wordt ook door de rechtbank derhalve geschat op een bedrag van f. 27 000,--.

7.12 Voor de bouw van 20 caravans heeft [gedaagde] productiecapaciteit moeten reserveren. [eiser] heeft niet betwist dat [gedaagde] productieverlies heeft geleden. Zij stelt slechts dat deze voor rekening [gedaagde] dienen te blijven. Gelet op het hiervoor reeds is overwogen wordt daaraan voorbij gegaan. Het subsidiaire verweer waarbij de omvang van de schade wordt betwist, wordt gepasseerd. Het komt aannemelijk voor dat deze productiecapaciteit na het niet tot stand komen van de overeenkomst met [eiser] niet geheel is benut. Tegen die achtergrond had van [eiser] mogen worden verwacht dat zij haar verweer op dit punt nader zou onderbouwen. Nu het door [eiser] gedane bewijsaanbod op dit punt niet is gespecificeerd wordt ook daaraan voorbijgegaan. Het nadeel dat voor [gedaagde] door productieverlies is ontstaan dient derhalve door [eiser] te worden vergoed. Een bedrag van f. 10.000,-- komt de rechtbank niet bovenmatig voor.

7.13 Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen zal de schade die [gedaagde] heeft geleden en die door [eiser] dient te worden vergoed, in redelijkheid worden vastgesteld op f. 62.000,--.

7.14 Tegen de gevorderde wettelijke rente vanaf 7 februari 2000 is geen verweer gevoerd, zodat ook deze behoort te worden toegewezen..

7.15 Gesteld noch gebleken is dat door [gedaagde] voorafgaand aan de procedure, anders dan ter voorbereiding daarvan, incassoactiviteiten tot het verkrijgen van betaling van de door haar geleden schade heeft ontwikkeld. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

7.16 [eiser] zal als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De rechtbank, rechtdoende,

In conventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op f. 2.360,-- aan verschotten en op f. 5.100,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie

veroordeelt [eiser] om tegen bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen de somma van f. 62.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 februari 2000;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak begroot op nihil aan verschotten en op f. 3.300,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.H. Westhuis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.

Wh/St