Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:1999:AA4077

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-06-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
99/221 WW 58
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Werkloosheidswet
Werkloosheidswet 24
Werkloosheidswet 27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 1999/208 met annotatie van AD

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

Reg.nr.: 99/221 WW 58

UITSPRAAK

in het geding tussen:

A, echtgenote van B, wonende te C, eiseres

en

het Landelijk instituut sociale verzekeringen, te dezen vertegenwoordigd door CADANS Uitvoeringsinstelling B.V., verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 25 januari 1999..

2. Feiten

Eiseres is in verband met een baanwisseling van haar echtgenoot ingaande 1 november 1998 verhuisd van D naar C. Als gevolg van die verhuizing heeft eiseres ingaande 1 november 1998 ontslag genomen uit haar 20-urig dienstverband bij Serviceflat […] te Z.

Naar aanleiding van eiseresses aanvraag ingevolge de Werkloosheidswet (WW) heeft verweerder bij besluit van 1 december 1998 op de per 2 november 1998 aan eiseres toegekende ww-uitkering een maatregel toegepast in verband met verwijtbare werkloosheid, waarbij het uitkeringspercentage gedurende 26 weken is verlaagd van 70 naar 35.

Bij het bestreden besluit is eiseresses bezwaar tegen het besluit van 1 december 1998 ongegrond verklaard.

3. Procesverloop

Namens eiseres is door mevr. mr. S.J. Kwint, verbonden aan Centraal Beheer te Apeldoorn, beroep ingesteld op de in het beroepschrift vermelde gronden. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Vervolgens is namens eiseres nog op het verweerschrift gereageerd.

Het beroep is behandeld ter zitting van 2 juni 1999, waar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Kwint voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mevr. mr. L.M. Reijnierse.

4. Gronden

4.1 Ingevolge artikel 24 WW voorkomt de werknemer dat hij verwijtbaar werkloos wordt. Verwijtbaar werkloos is (onder meer) de werknemer die de dienstbetrekking eindigt zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren zijn verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.

4.2 Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat de baanwisseling van eiseresses echtgenoot, en daarmee ook de verhuizing van D naar C, berustte op een in vrijheid gedane keuze. Eiseresses ontslagname in verband met die verhuizing resulteert volgens verweerder om die reden in een verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24 WW.

Gelet op de reisafstand tussen D en C, alsmede gelet op eiseresses tijdige pogingen om in de omgeving van C vervangend werk te vinden, heeft verweerder in het kader van de daaropvolgende toepassing van artikel 27 Werkloosheidswet (WW) het standpunt ingenomen dat de ontslagname bij […] eiseres niet in overwegende mate kon worden verweten. Gelet hierop heeft verweerder het uitkeringspercentage gedurende 26 weken verlaagd van 70 naar 35.

Namens eiseres is gesteld dat zij zich vóór haar ontslagname met een andere uitvoeringsinstelling van verweerder, GAK Nederland B.V., heeft verstaan omtrent de eisen welke door verweerder in het kader van de toepassing van de WW in geval van een zogeheten' verhuiswerkloosheid' tenevolge van een baanwisseling door de partner plegen te worden gesteld. Eiseres heeft -onder overlegging van de betreffende pagina's uit de leidraad WW van GAK Nederland B.V.- betoogd dat zij geheel voldaan heeft aan hetgeen in die leidraad terzake aan eisen is gesteld, op grond waarvan zij naar haar mening niet als verwijtbaar werkloos kan worden aangemerkt.

4.3 De rechtbank stelt vast dat blijkens de zich onder de gedingstukken bevindende leidraadbladen van GAK Nederland B.V. en CADANS Uitvoeringsinstelling B.V. door deze uitvoeringsinstellingen verschillend pleegt te worden gehandeld in het kader van de beoordeling van het karakter van een ontstane werkloosheid na ontslagname in geval van een noodgedwongen verhuizing tengevolge van een baanwisseling door de partner.

Meer in het bijzonder is het blijkens de leidraad van GAK Nederland B.V. zo dat, ook indien de baanwisseling van de partner berust op een vrije keuze, de ontslagname van de verzekerde in de visie van die uitvoeringsinstelling geen verwijtbare werkloosheid oplevert ingeval aan een aantal voorwaarden, waaronder de onmogelijkheid van heen en weer reizen en het tijdig ontplooien van sollicitatie-activiteiten, door de betreffende verzekerde is voldaan. Blijkens het verhandelde ter zitting is in dit verband tussen partijen niet in geding dat eiseres voldoet aan deze nadere voorwaarden, en in termen van de leidraad van GAK Nederland B.V. niet als verwijtbaar werkloos kan worden aangemerkt.

Blijkens de leidraad van CADANS Uitvoeringsinstelling B.V. wordt evenwel in een situatie als hierboven geschetst door de betreffende uitvoeringsinstelling wél verwijtbare werkloosheid aangenomen. Een te lange reisafstand en het tijdig ontplooien van sollicitatie-activiteiten geven daarbij slechts aanleiding om in het kader van de toepassing van artikel 27 WW, in plaats van een algehele weigering van uitkering, het uitkeringspercentage gedurende 26 weken van 70 op 35 te stellen.

Verweerder heeft zich in dit verband ter zitting op het standpunt gesteld dat per uitvoeringsinstelling de uitvoering van de wettelijke regeling nader kan worden ingevuld middels geformuleerd eigen beleid.

De rechtbank kan zich met dit standpunt van verweerder niet verenigen, en overweegt daartoe als volgt.

4.4 Ingaande 1 maart 1997 is het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de plaats getreden van de afzonderlijke bedrijfsverenigingen. Per 1 maart 1997 is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding meer om vast te houden aan die jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin als uitvloeisel van de toenmalige organisatiestructuur van de sociale verzekeringen nog werd aanvaard dat tussen de verschillende bedrijfsverenigingen verschillen konden bestaan in de uitvoering van wettelijke bepalingen als de onderhavige.

De rechtbank wijst er in dit verband op dat artikel 24 WW een bepaling van dwingend recht behelst, welke bepaling aan verweerder als zodanig geen beleidsruimte verschaft. Onder die omstandigheden valt niet in te zien dat door de verschillende uitvoeringsinstellingen van het Lisv terzake van de interpretatie van genoemde bepaling een verschillend beleid zou kunnen worden gevoerd, welk er toe leidt dat door die uitvoeringsinstellingen in vergelijkbare gevallen verschillend wordt geoordeeld omtrent de vraag of sprake is van verwijtbare werkloosheid.

Verweerders besluitvorming ten aanzien van het karakter van de per 2 november 1998 bij eiseres ingetreden werkloosheid is derhalve strijdig te achten met het gelijkheidsbeginsel, zodat het bestreden besluit reeds om die reden voor vernietiging in aanmerking komt. Verweerder zal nader op het bezwaar van eiseres dienen te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak.

4.5 In het midden kan derhalve blijven wat er zij van eiseresses stelling dat de baanwisseling van haar echtgenoot plaats zou hebben gevonden in verband met het mogelijke verlies van diens arbeidsplaats, en de verhuizing van D naar C mitsdien niet zou berusten op een vrijwillige keuze van eiseres en haar echtgenoot.

4.6 De rechtbank ziet in het vorenoverwogene aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht

kent de rechtbank ter zake van verleende rechtsbijstand 2,5 punten toe, waarbij een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd. Voorts kent de rechtbank ter zake van reis- en verblijfkosten een bedrag van f 17,61 toe.

5. Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op nader op het bezwaar van eiseres te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het Landelijk Instituut Verzekeringen het betaalde griffierecht van f 60,- aan eiseres vergoedt;

- veroordeelt het Landelijk Instituut Verzekeringen in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van f 1792,61, , waarvan f 1775,- ter zake van verleende rechtsbijstand en f 17,61 terzake van reis- en verblijfkosten.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Aldus gegeven door mr. E.J.J.M. Weyers en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op: