Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:1999:AA3977

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-03-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/1320 NABW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

Reg.nr.: 98/1320 NABW

PROCES-VERBAAL VAN MONDELINGE UITSPRAAK

in het geschil tussen:

A, te B, eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk, verweerder.

1. Bestreden besluit

Besluit van verweerder van 17 november 1998 tot ongegrondverklaring van het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 17 juli 1998, waarbij verweerder:

heeft beslist tot ongewijzigde voortzetting van de aan eiseres verstrekte bijstandsuitkering zolang zij niet daadwerkelijk over de nalatenschap van haar ouders kan beschikken;

heeft medegedeeld dat de verstrekte bijstand zal worden teruggevorderd vanaf de ingangsdatum van de uitkering, voor zover het bedrag dat uit de erfenis beschikbaar komt toereikend is.

2. Gronden

Ingevolge artikel 7:1 in verbinding met artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan bezwaar worden gemaakt tegen een besluit. Ingevolge artikel 1:3 Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Het bezwaarschrift van eiseres was uitsluitend gericht tegen de mededeling van verweerder dat de verstrekte bijstand zal worden teruggevorderd vanaf de ingangsdatum van de uitkering, voor zover het bedrag dat uit de erfenis beschikbaar komt toereikend is.

Deze mededeling bevat niet een besluit tot terugvordering van bijstand, doch slechts de aankondiging van het voornemen tot terugvordering op enig moment in de toekomst, wanneer het bedrag uit de erfenis beschikbaar zal zijn gekomen. Uit deze aankondiging vloeien geen rechten of verplichtingen voort.

De mededeling is derhalve van feitelijke aard en niet gericht op enig rechtsgevolg, zodat geen sprake is van een rechtshandeling. Het bezwaarschrift was dus niet gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Dit betekent dat verweerder het bezwaarschrift niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven.

De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.

Er zijn termen aanwezig voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van eiseres. Terzake van rechtsbijstand wordt 1 punt toegekend met een gewichtsfactor 1.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

verklaart het bezwaarschrift van eiseres alsnog niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

gelast verweerders gemeente het betaalde griffierecht van f 55,- aan eiseres te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van f 710,-, te betalen door verweerders gemeente.

Deze uitspraak is gedaan op 22 maart 1999.

Binnen zes weken na deze datum staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Waarvan proces-verbaal,

H. de Groot, mr. K. van Duyvendijk,

griffier. rechter.

Afschrift verzonden: