Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BZ3515

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
07-03-2013
Zaaknummer
07.661011-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging gepoogd heeft en gestolen heeft terwijl die diefstal gepaard ging met geweld. Medeplegen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet op het geweld heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer: 07.661011-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] [geboorteplaats],

wonende te [adres] [woonplaats]

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden achter gesloten deuren op 11 december 2012 te Lelystad, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.I.H. Schulte, advocaat te Almere.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 januari 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer, in ieder geval een, koptelefoon(s) (merk Dr. Dre Solo Special Edition en/of Beats by Dr. Dre), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (met kracht) opzij heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) vlak voor en/of achter die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn gaan staan en/of

- (vervolgens) (met kracht) aan de koptelefoon(s) heeft/hebben getrokken (terwijl die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] deze om zijn nek had/hadden hangen) en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen "Geef hier" en/of "hé, jongen geef me je beats", althans woorden van gelijke strekking en/of

- (vervolgens) (hard) aan de koptelefoon(s) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben getrokken (waardoor de koptelefoon van die [slachtoffer 1] is gebroken);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 24 januari 2012 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer, in ieder geval een, koptelefoon(s) (merk Dr. Dre Solo Special Edition en/of Beats by Dr. Dre), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3]

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (met kracht) opzij heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) vlak voor en/of achter die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn gaan staan en/of

- (vervolgens) (met kracht) aan de koptelefoon(s) heeft/hebben getrokken (terwijl die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] deze om zijn nek had/hadden hangen) en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen "Geef hier" en/of "hé, jongen geef me je beats", althans woorden van gelijke strekking en/of

- (vervolgens) (hard) aan de koptelefoon(s) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben getrokken (waardoor de koptelefoon van die [slachtoffer 1] is gebroken);

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 januari 2012 in de gemeente Almere en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- (tezamen) met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] (als groep)

* doelgericht naar voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] toe te lopen en/of

* op voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te duiken en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] weg en/of opzij te duwen en/of van achteren te benaderen en/of

- op korte afstand van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] op de uitkijk te gaan staan; - (tezamen) met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] (als groep) doelgericht naar voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] toe te lopen en/of

- op voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te duiken en/of (weg/opzij) te duwen en/of

- op korte afstand van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] op de uitkijk te gaan staan;

2. hij op of omstreeks 24 januari 2012 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een koptelefoon (van het merk Dr. Dre), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 3] met kracht opzij heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) vlak achter die [slachtoffer 5] is/zijn gaan staan en/of

- (vervolgens) met een hand in de richting van de capuchon van de jas van die [slachtoffer 5] is/zijn gegaan en/of

- (vervolgens) heeft/hebben getracht de koptelefoon van die [slachtoffer 5] (die deze onder zijn jas droeg) vast te pakken en/of eraan te trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 24 januari 2012 in de gemeente Almere, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een koptelefoon (van het merk Dr. Dre), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat voornoemde [medeverdachte 1] en/of voornoemde [medeverdachte 2] en/of voornoemde [medeverdachte 3],

- die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 3] met kracht opzij heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) vlak achter die [slachtoffer 5] is/zijn gaan staan en/of

- (vervolgens) met een hand in de richting van de capuchon van de jas van die [slachtoffer 5] is/zijn gegaan en/of

- (vervolgens) heeft/hebben getracht de koptelefoon van die [slachtoffer 5] (die deze onder zijn jas droeg) vast te pakken en/of eraan te trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 januari 2012 in de gemeente Almere opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- (tezamen) met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] (als groep)

* doelgericht naar voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] toe te lopen en/of

* op voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te duiken en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] weg en/of opzij te duwen en/of van achteren te benaderen en/of

- op korte afstand van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] op de uitkijk te gaan staan;

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

De volgende feiten kunnen op grond van de bewijsmiddelen, als genoemd in voetnoten 2 tot en met 9, naar het oordeel van de rechtbank als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag dienen.

Inleiding

Op 24 januari 2012 heeft de politie een melding gekregen te gaan naar de Verzetswijk te Almere. Er zou een straatroof hebben plaatsgevonden waarbij getuigen een achtervolging zouden hebben ingezet.

Ter plaatse trof de politie een getuige aan die verklaarde dat hij twee donkere jongens had zien rennen over het trottoir met daar achteraan vier blanke jongens. Hij had voorts gezien dat één van de twee donkere jongens met een koptelefoon in zijn handen liep.

Medeverdachte [medeverdachte 1] is aangehouden door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], die aangifte hebben gedaan van diefstal van koptelefoons. Nader onderzoek heeft geleid tot de aanhouding van verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het onder 1 primair en 2 primair bewezen te verklaren. Voor de nauwe en bewuste samenwerking heeft de officier van justitie verwezen naar de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2], waaruit naar voren komt dat er vier jongens waren die doelgericht kwamen aanlopen en vervolgens wegrenden, de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2], die verklaren dat verdachte dichtbij stond en de verklaring van verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft algehele vrijspraak betoogd. Daartoe heeft zij, zoals vervat in een pleitnota, zakelijk weergegeven, het navolgende aangevoerd.

Ten aanzien van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde nauwe en bewuste samenwerking heeft de raadsvrouw opgemerkt dat verdachte primair geen opzet heeft gehad op de diefstal. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte geen aandeel heeft gehad in de diefstal met geweld.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

[slachtoffer 2] doet aangifte van diefstal van zijn koptelefoon. Hij verklaarde dat hij op 24 januari 2012 stond te praten met zijn vrienden bij de Helen Parkhurstschool in Almere. Aangever had een koptelefoon (merk: Beats by dr. Dre) om zijn nek hangen. Op een gegeven moment liepen er vier donkere jongens langs. Eén van de vier jongens – de later aangehouden medeverdachte [medeverdachte 1] -, benaderde aangever van voren en probeerde de koptelefoon van zijn nek te pakken. Aangever hoorde de dader zeggen: “geef hier”, of woorden van gelijke strekking. Vervolgens trok de dader de koptelefoon van zijn nek, waarna de vier jongens wegrenden.

[slachtoffer 1] deed eveneens aangifte van diefstal van zijn koptelefoon. Hij verklaarde dat hij op 24 januari 2012 met zijn vrienden stond te praten toen een groep jongens op hen af kwam lopen. Aangever zag dat één van de jongens op [slachtoffer 2] afliep en zijn koptelefoon afpakte. Vervolgens zag aangever dat een tweede jongen probeerde de koptelefoon van [slachtoffer 5] af te pakken. Op dat moment voelde aangever dat er van achteren aan zijn koptelefoon (merk Dr. Dre Solo Special Edition) werd getrokken door een derde jongen. Aangever probeerde zijn koptelefoon vast te houden met zijn linkerhand, waarna de tweede jongen op hem afstapte en probeerde de koptelefoon uit zijn hand te trekken. De koptelefoon brak hierdoor, waarna de vier jongens wegrenden.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de koptelefoons van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn weggenomen. Deze diefstallen gingen gepaard met geweld en bedreiging met geweld. De rechtbank baseert de bewezenverklaring op de bekennende verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de hiervoor genoemde aangiften.

Nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van de diefstal

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag geplaatst of verdachte aangemerkt kan worden als medepleger van de diefstal.

Allereerst overweegt de rechtbank dat voor medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking met een ander vereist is. Om van een dergelijke samenwerking te kunnen spreken is het niet noodzakelijk dat de verdachte zelf enige uitvoeringshandeling heeft verricht. Hij moet echter wel een bijdrage hebben geleverd aan het delict. Een bewuste en nauwe samenwerking kan blijken uit voorafgaande en/of stilzwijgende afspraken, taakverdelingen, de aanwezigheid van de verdachte(n) ten tijde van het delict en het zich niet distantiëren daarvan, waarbij moet worden opgemerkt dat het enkele zich niet distantiëren op zichzelf geen medeplegen kan opleveren, maar eerder aantoont dat men is blijven meedoen. Het zich niet distantiëren, dient in combinatie met een blijkende betrokkenheid te bestaan. Iemand die slechts als een volger of toeschouwer bij een door een ander gepleegd strafbaar feit aanwezig is, geldt dus niet als medepleger.

Voor medeplegen geldt een dubbel opzetvereiste: het opzet op de onderlinge samenwerking en opzet op de verwezenlijking van het grondfeit. Dit één en ander ligt gezamenlijk reeds besloten in de voor medeplegen geldende voorwaarde dat sprake moet zijn van een "bewuste en nauwe samenwerking" met betrekking tot het begaan van het grondfeit. Voorts is niet vereist dat de verdachte op de hoogte is van de precieze gedragingen van zijn mededaders.

Ten aanzien van het medeplegen bevinden zich in het dossier de hierna volgende verklaringen:

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met verdachte,

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] bij de beroving was. Toen ze het groepje jongens met de Dr. Dre koptelefoons zagen staan, zei medeverdachte [medeverdachte 1]: “we pakken die koptelefoons”.Verdachte hoorde dit ook. Vervolgens heeft medeverdachte [medeverdachte 1] een koptelefoon afgepakt en pakte ik ([medeverdachte 2]) ook een koptelefoon. Verdachte zag dit. Verdachte liep samen met medeverdachte [medeverdachte 3] op een andere jongen af.

Getuigen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] hebben verklaard dat zij op 24 januari 2012 met aangevers [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] stonden te praten. Op een gegeven moment zagen zij dat er vier donkere jongens op hen af kwamen lopen. Een van de jongens duwde hen aan de kant waarna een andere jongen de koptelefoon van de nek van [slachtoffer 2] afrukte. Een derde jongen pakte de koptelefoon van [slachtoffer 1] af, waarna ze alle vier wegrenden.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij de straatroof heeft gezien. Vier donkere jongens kwamen agressief en doelgericht toelopen op een groepje kinderen. Alle vier de jongens, geen een uitgezonderd, duiken op de kinderen. Direct daarna rennen de vier jongens weg.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij samen met ([medeverdachte 1]), ([medeverdachte 2]) en ([medeverdachte 3]) was en dat ze naar de jongens met de koptelefoons liepen. Tegen verdachte werd gezegd: “Join us” en vervolgens deden [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hun capuchon op. Verdachte zag dat [medeverdachte 2] een koptelefoon pakte. Kort daarna renden ze allen weg.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voornoemde diefstal. Uit bovenstaande komt voorts naar voren, dat tussen de verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] nauw is samengewerkt. Er is als groep opgetreden richting de slachtoffers met als doel de koptelefoons af te pakken. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gezegd dat ze de koptelefoons gingen pakken en vervolgens heeft verdachte daaraan meegewerkt door zoals getuigen [slachtoffer 4], [slachtoffer 3] en [getuige 1] verklaren samen met zijn medeverdachten doelgericht op aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] af te lopen, getuigen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] aan de kant te duwen waarna de koptelefoons werden weggenomen. Verdachte heeft daarmee een substantiële bijdrage geleverd aan het wegnemen van de koptelefoons. Verdachte heeft zich zodoende niet slechts gedistantieerd maar is daadwerkelijk betrokken geweest bij de diefstal.

Nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het geweldsaspect

Ten aanzien van het gebruikte geweld tijdens het wegnemen van de koptelefoons overweegt de rechtbank het navolgende.

De verschillen tussen het handelen met geweld door medeplegers kunnen worden weggewerkt via het voorwaardelijk opzet en zodoende kan de medepleger strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de handeling van de feitelijk pleger voor zover deze binnen het gezamenlijk opzet kan worden gebracht. Indien echter het opzet onderling teveel of wezenlijk uiteenloopt en de feitelijk pleger substantieel verder gaat dan waarop het opzet van de medepleger is gericht, kan de medepleger daarvoor niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld en moet de medepleger naar zijn eigen opzet worden beoordeeld en gekwalificeerd. Alsdan kan geen 'bewuste en nauwe samenwerking' worden aangenomen en bepaalt het eigen opzet van de medepleger, en niet het opzet van de ander, de eigen aansprakelijkheid.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het gewelddadig afpakken van de koptelefoons. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat verdachte en/of medeverdachten voor de slachtoffers zijn gaan staan, nadat getuigen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] aan de kant waren geduwd, Daaruit kan het (voorwaardelijk) opzet op het gewelddadig afpakken worden afgeleid. Het kon verdachte - gelet op de omstandigheden - immers duidelijk zijn dat de koptelefoons niet vrijwillig afgegeven zouden worden. Het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte was aldus gericht op het wegnemen van de koptelefoons en daarmee ook op het gewelddadig afpakken door hard aan de koptelefoons te trekken en het bedreigen met geweld (het voor de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gaan staan).

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

[slachtoffer 5] heeft aangifte gedaan van poging diefstal van zijn koptelefoon. Hij verklaarde dat hij op 24 januari 2012 stond te praten met zijn vrienden, waaronder [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bij de Helen Parkhurstschool in Almere. Hij zag vier donkere jongens op hen af komen lopen en hoorde dat één van die jongens tegen [slachtoffer 2] zei: “hé, jongen geef me je beats”. [slachtoffer 5] zag dat de jongen de koptelefoon van de nek van [slachtoffer 2] pakte. [slachtoffer 5] voelde vervolgens dat er iemand aan zijn jas trok maar omdat hij zijn koptelefoon onder zijn jas had gedaan, konden ze niet goed bij zijn koptelefoon komen.

[slachtoffer 1] heeft bij de politie verklaard dat hij zag dat een tweede jongen probeerde de koptelefoon van [slachtoffer 5] af te pakken, waarna [slachtoffer 5] snel zijn kraag over zijn koptelefoon deed.

De rechtbank acht, gelet op het hiervoor overwogene ten aanzien van de nauwe en bewuste samenwerking, de aangifte van [slachtoffer 5], de getuigenverklaring van [slachtoffer 1] en de hiervoor reeds genoemde getuigenverklaringen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] en [getuige 1], wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met geweld, tezamen en in vereniging gepleegd.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 24 januari 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen koptelefoons(merk Dr. Dre Solo Special Edition en Beats by Dr. Dre), toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- vlak voor en achter die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zijn gaan staan en

- aan de koptelefoons hebben getrokken terwijl die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] deze om hun nek hadden hangen en

- tegen die [slachtoffer 2] hebben geroepen "Geef hier" en "hé, jongen geef me je beats" en

- hard aan de koptelefoons van die [slachtoffer 1] hebben getrokken waardoor de koptelefoon van die [slachtoffer 1] brak;

2. hij op 24 januari 2012 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een koptelefoon (van het merk Dr. Dre), toebehorende aan [slachtoffer 5], welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededaders,

- vlak achter die [slachtoffer 5] zijn gaan staan en

- met een hand in de richting van de capuchon van de jas van die [slachtoffer 5] zijn gegaan en

- vervolgens hebben getracht de koptelefoon van die [slachtoffer 5] die deze onder zijn jas droeg vast te pakken en eraan te trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Van het onder 1 primair en 2 primair meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Onder 1 ten laste gelegde:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Feit 2:

Poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen jeugddetentie waarvan 90 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van een op te leggen straf opgemerkt dat verdachte een first offender is. Voorts heeft zij opgemerkt dat het hoge recidiverisico waarover gerapporteerd wordt te verklaren valt uit het opstandige gedrag van een puber en het missen van enkele afspraken met de Jeugdreclassering.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee diefstallen met geweld en een poging daartoe. De slachtoffers zijn uit het niets beroofd. Verdachte heeft door zijn handelen, dat slechts gericht was op eigen gewin, niet alleen aan zijn slachtoffers psychische schade berokkend, maar ook bijgedragen aan het gevoel van angst en onveiligheid in de gehele samenleving.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de rapportage van de Jeugdreclassering

d.d. 27 november 2012. Daaruit blijkt dat verdachte geen inzicht heeft in zijn eigen gedrag. Dit gebrek aan inzicht leidt tot gedragsproblemen op school maar ook tegenover de politie. Ondanks het feit dat er een positieve gedragsontwikkeling gaande is, blijft het gewenste gedrag niet voor langere tijd. De Jeugdreclassering adviseert teneinde het recidiverisico te beperken een werkstraf op te leggen met een voorwaardelijk deel met daaraan de maatregel hulp en steun gekoppeld ook als dat inhoudt het volgen van een behandeling bij De Waag.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie de verdachte betreffend d.d. 15 november 2012.

De rechtbank zal een gedeelte van de werkstraf voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten en om reclasseringscontact in een gedwongen kader mogelijk te maken.

9 DE BENADEELDE PARTIJ

Voor aanvang van de terechtzitting hebben [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zich als benadeelde partijen in dit geding gevoegd en vorderingen ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partijen begroot op bedragen van respectievelijk € 399,- en € 199,- .

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen in hun geheel hoofdelijk toe te wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich voor zover de vorderingen toezien op het onder 1 ten laste gelegde gerefereerd. Voorts heeft zij verzocht de vordering gedeeltelijk toe te wijzen aan verdachte en niet hoofdelijk.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partijen

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot respectievelijk bedragen van € 399,- en € 199,-, vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.

De rechtbank acht het gevorderde tot voornoemde bedragen voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vorderingen hoofdelijk toewijzen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de vordering gedeeltelijk toe te wijzen. Tevens zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toekennen vanaf de datum van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en

[slachtoffer 1] zal de rechtbank op voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengemelde geldsommen van respectievelijk € 399,- en € 199,-, ten behoeve van voornoemde slachtoffers.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 27, 36f, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77o, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder 1 primair en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- legt aan verdachte op een werkstraf voor de duur van 100 uren;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie, althans een aantal dagen jeugddetentie dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren werkstraf;

- bepaalt dat van de werkstraf een gedeelte, groot 50 uren niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of wanneer de verdachte gedurende een proeftijd van 2 jaren de volgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren werkstraf per dag;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd van 2 jaar:

* zich bij Bureau Jeugdzorg zal melden, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht door Bureau Jeugdzorg, bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, ook als dat inhoudt het volgen van een behandeling bij De Waag dan wel een soortgelijke instelling;

- waarbij de Jeugdreclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- heft op het (geschorste) bevel bewaring;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te Almere, van een bedrag van € 399,- (zegge: driehonderdnegenennegentig euro), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 24 januari 2012 tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 399,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

-veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te Almere, van een bedrag van € 199,- (zegge: honderdnegenennegentig euro), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 24 januari 2012 tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 199,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. L.G. Wijma en B. Fijnheer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2012.