Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY9652

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
25-01-2013
Zaaknummer
07-653257-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

inbraak, bedreiging, ISD.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/653257-12 (P),

07/663086-12 (ttz.gev.),

07/653147-12 (tb.gev.)

Uitspraak: 18 december 2012

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar) te (geboorteplaats)

wonende te (adres),

thans verblijvende in (verblijfplaats).

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.C. Borkhuis, advocaat te Deventer.

Als officier van justitie was aanwezig mr. R. Schoo.

Ter terechtzitting van 14 november 2012 heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 07/653257-12 en 07/663086-12 tegen de verdachte aangebrachte zaken.

TENLASTELEGGING

De verdachte is - na wijziging tenlastelegging d.d. 4 december 2012 - ten laste gelegd dat:

07/653257-12

1.

hij op of omstreeks 02 augustus 2012 in Heeten, althans in de gemeente Raalte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de (adres) heeft weggenomen een laptop, een huissleutel, een puck-code van een telefoontoestel, één of meer foto's, een honkbalknuppel, een ring en/of een wekkerradio, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan L. Wulff, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2012 tot en met 29 juni 2012 in de gemeente Deventer, althans in Nederland (slachtoffer) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde (slachtoffer) via het mobiele netwerk (SMS berichten en/of telefonisch) een of meermalen dreigend de woorden toegezonden en/of toegevoegd :"Ik maak je dood" en/of "Als ik je vind, maak ik je dood" en/of "Ik ga je opzoeken, ik ga je doodmaken", althans (telkens) woorden en/of teksten van gelijke dreigende aard of

strekking;

07/663086-12

1.

hij in of omstreeks op of omstreeks 02 februari 2012, althans in de periode van 27 januari 2012 tot en met 02 februari 2012 te Bathmen, gemeente Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de (adres) heeft weggenomen sieraden, een horloge, één of meer bankpasjes, geld, sleutels, een navigatiesysteem, kleding, een tas en/of een fles jenever, althans een fles drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 2) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 19 januari 2012 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de (adres) heeft weggenomen een paspoort en/of een notebook, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 3), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 januari 2012, althans in de periode van 19 januari 2012 tot en met 22 februari 2012 in de gemeente Deventer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een paspoort op naam van (slachtoffer 4) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat paspoort wist(en), althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 05 januari 2012 in de gemeente Deventer opzettelijk mishandelend een persoon (te weten slachtoffer 1), tegen de wang, althans tegen het hoofd heeft geslagen of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07/653257-12 onder 1 en 2 en onder parketnummer 07/663086-12 onder 1, 2 primair en 3 ten laste is gelegd ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft het volgende aangevoerd.

Ter zake van het onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 ten laste gelegde. De diefstal in vereniging door verbreking van enig goed bewezen kan bewezen worden. Er kan niet bewezen worden welke goederen door verdachte gestolen zijn.

Ter zake van het onder parketnummer 07/663086-12 onder 2 ten laste gelegde. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Er is geen bewijs dat verdachte in de woning van aangever is geweest. Enkel het aantreffen van het paspoort van aangever in de woning van verdachte is onvoldoende. Verdachte was er niet van op de hoogte dat het paspoort bij hem thuis lag.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ter zake het onder parketnummer 07/663086-12 onder 3, onder parketnummer 07/653257-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

Met betrekking tot het onder parketnummer 07/663086-12 onder 2 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Op 19 januari 2012 is in de woning aan de (adres) te Deventer van (slachtoffer 3) ingebroken. Hierbij is onder meer een paspoort weggenomen welke bij een doorzoeking in de woning van verdachte is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij geen weet heeft gehad van de aanwezigheid van het paspoort in zijn woning. In het dossier bevinden zich geen bewijsmiddelen noch aanwijzingen dat verdachte betrokken is geweest bij de inbraak in de woning aan de (adres) te Deventer. Het paspoort is weliswaar in de woning van verdachte aangetroffen, maar het is niet duidelijk waar het paspoort exact is gevonden – de aanduiding “onder het keukenblok” acht de rechtbank onvoldoende - en hoe het daar terecht is gekomen. Voor een veroordeling voor heling, moet verdachte zich bewust zijn geweest van de aanwezigheid van het paspoort in zijn woning en aangezien daar onvoldoende bewijs voor is, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/663086-12 onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat er met betrekking tot de overige feiten sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

07/653257-12 onder 1.

- de verklaringen van aangever (aangever 1) ;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting ;

- de verklaring van de medeverdachte (naam medeverdachte) ;

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/653257-12 onder 1 ten laste gelegde.

07/653257-12 onder 2.

- de verklaring van aangeefster (slachtoffer 1) ;

- de verklaring van getuige (naam getuige) ;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting ;

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/653257-12 onder 2 ten laste gelegde.

07/663086-12 onder 1.

- de verklaring van aangever (slachtoffer 2) ;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting ;

- het sporenonderzoek verricht door de bevoegde opsporingsambtenaar ;

- het rapport DNA-databank match van het NFI ;

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 ten laste gelegde.

07/663086-12 onder 3.

- de verklaring van aangeefster (slachtoffer 1) ;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting ;

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/663086-12 onder 3 ten laste gelegde.

BEWEZENVERKLARING

De verdachte dient van het onder parketnummer 07/663086-12 onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 07/653257-12 onder 1 en 2 en onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

07/653257-12

1.

hij op 02 augustus 2012 in Heeten, althans in de gemeente Raalte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de (adres) heeft weggenomen een laptop, een huissleutel, een puck-code van een telefoontoestel, één of meer foto's, een honkbalknuppel, een ring en een wekkerradio, toebehorende aan (aangever 1) waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 19 juni 2012 tot en met 29 juni 2012 in de gemeente Deventer, (slachtoffer 1) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde (slachtoffer 1) via het mobiele netwerk (SMS berichten en/of telefonisch) een of meermalen dreigend de woorden toegezonden en/of toegevoegd :"Ik maak je dood" en/of "Als ik je vind, maak ik je dood" en/of "Ik ga je opzoeken, ik ga je doodmaken", althans (telkens) woorden en/of teksten van gelijke dreigende aard of

strekking;

07/663086-12

1.

hij in de periode van 27 januari 2012 tot en met 02 februari 2012 te Bathmen, gemeente Deventer, tezamen en in vereniging met een anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de (adres) heeft weggenomen sieraden, een horloge, één of meer bankpasjes, geld, sleutels, een navigatiesysteem, kleding, een tas en/of een fles jenever, toebehorende aan (slachtoffer 2), waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

hij op 05 januari 2012 in de gemeente Deventer opzettelijk mishandelend een persoon (te weten (slachtoffer 1)), tegen de wang heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Van het onder parketnummer 07/653257-12 onder 1 en 2 en onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 en 3 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

07/653257-12

1.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

07/663086-12

1.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar op te leggen. Voorts heeft zij gevorderd toewijzing van de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer 2), van een bedrag groot € 1.905,13, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor voornoemd bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat bij een oplegging van een straf rekening gehouden moet worden met de psychische problematiek van verdachte en dat hij verminderd toerekeningsvatbaar geacht moet worden. Verdachte was op de goede weg en hij is van goede wil om zijn situatie te veranderen. De raadsvrouw verzoekt verdachte een kans te bieden en een onvoorwaardelijke straf op te leggen gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis en een voorwaardelijke straf op te leggen als stok achter de deur, met verplicht reclasseringstoezicht.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend en geboden.

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- een de verdachte betreffend pro justitia psychiatrisch onderzoeksrapport d.d. 5 november 2012, opgemaakt door F. Nhass, psychiater;

- een de verdachte betreffend pro justitia psychologisch onderzoeksrapport d.d. 6 november 2012, opgemaakt door R.A. Sterk, psycholoog;

- een de verdachte betreffende adviesrapport d.d. 4 oktober 2012, opgemaakt door M. Huisman, reclasseringswerker Leger des Heils;

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 14 september 2012;

- de overige stukken in het persoonsdossier van verdachte.

Verdachte heeft een omvangrijk strafblad en is aangemerkt als veelpleger.

De rechtbank overweegt omtrent de door de officier van justitie gevorderde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) het volgende.

Uit het voornoemd rapport van psychiater F. Nhass blijkt dat er bij verdachte sprake is van een schizofrenie paranoïde type, afhankelijkheid van cannabis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Verdachte is sinds zijn 18e levensjaar verschillende keren opgenomen geweest (merendeels met een inbewaringstelling) in verband met een floride psychotisch toestandsbeeld. In het plegen van het tenlastegelegde heeft vooral de impulsiviteit en de gebrekkige gewetensfunctie (te duiden als onderdeel van de antisociale persoonlijkheidsstoornis) een belangrijke rol gespeeld. Daarnaast kan, gezien het voortduren van het chronisch psychotisch toestandsbeeld en de desorganisatie in handelen en denken die dit met zich meebrengt, aangenomen worden dat ook dit ziektebeeld van invloed is geweest op het tot stand komen van het tenlastegelegde. Geadviseerd wordt daarom verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Het risico op herhaling van delictgedrag is zonder behandeling groot. Er is sprake van een uitgebreide justitiële voorgeschiedenis met gedragsproblemen voor het 15e levensjaar, het veelvuldig schenden van voorwaarden bij eerdere voorwaardelijke straffen, het beperkte ziektebesef en marginale ziekte-inzicht. Daarmee samenhangend een gebrek aan motivatie voor behandeling. Dan zijn er nog problemen in financiën, in huisvesting en het gebrekkige sociale netwerk. In eerste instantie is een klinische behandeling geïndiceerd waarin veel aandacht moet worden uitgegaan naar het vergroten van het ziektebesef en inzicht en daarmee samenhangend het motiveren tot medicatie-inname en abstinentie van cannabis. Geadviseerd wordt verdachte een ISD-maatregel op te leggen.

Uit het voornoemd adviesrapport van M. Huisman, reclasseringswerker, blijkt onder meer ook dat verdachte al jaren kampt met psychische problemen waardoor ook problemen in de sfeer van relaties, verslaving, financiën en huisvesting zijn ontstaan. Eerdere pogingen om verdachte op ambulante basis te helpen zijn allemaal voortijdig gestrand. Een ISD-maatregel lijkt naar de mening van de reclassering de enige manier om een consistente aanpak van de problemen te realiseren. Het recidiverisico wordt hoog ingeschat welke kans hoog is gebleven ook tijdens de inzet van reclasseringstoezicht en ambulante hulp.

Ter terechtzitting van 4 december 2012 heeft de heer M. Huisman verklaard dat het traject voor de plaatsing van verdachte bij (naam) reeds in werking is gezet door een vooraanmelding bij Trajectum. Er zal worden geprobeerd verdachte gedurende het hele traject te motiveren om mee te werken.

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog en de psychiater op de door hen genoemde gronden over en maakt hun oordeel tot het hare. De rechtbank concludeert op grond van deze rapporten dat de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht verdachte in zoverre strafbaar.

De rechtbank stelt vast, dat verdachte een stelselmatige dader is in de zin van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht en dat verdachte ook overigens voldoet aan de in dat artikel genoemde criteria voor oplegging van de ISD-maatregel. In de vijf jaren voorafgaand aan de bewezen verklaarde twee woninginbraken, bedreiging en mishandeling, gepleegd in de periode van 27 januari 2012 tot en met 2 augustus 2012 is verdachte door de politierechter op 23 januari 2012, 31 januari 2011 en 31 oktober 2008 telkens onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor het plegen van meerdere, gelijksoortige, misdrijven. De onderhavige feiten zijn na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straffen gepleegd en er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan.

Gezien de inhoud van het strafdossier, waaronder het omvangrijke strafblad van verdachte en gelet op de problematiek van verdachte zoals die naar voren komt uit voormeld psychiatrisch en psychologisch rapport en het reclasseringsadvies is de rechtbank van oordeel dat niet valt te verwachten dat verdachte zonder een gedwongen behandeling stopt met het plegen van strafbare feiten, zodat de veiligheid van goederen eist dat aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt opgelegd.

Op grond van het vorenstaande zal de rechtbank aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen voor de duur van twee jaar.

Gelet op de doelstelling van de maatregel ziet de rechtbank geen aanleiding om de periode van voorlopige hechtenis af te trekken van de duur van de maatregel.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 36f, 38m, 38n, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij (slachtoffer 2) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 1.905,13 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij (slachtoffer 2) als gevolg van het hiervoor onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 845,97, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag dat het onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 bewezen verklaarde feit is gepleegd tot de dag van algehele voldoening. De rechtbank is tot het bedrag gekomen door toewijzing van de opgegeven schade met betrekking tot:

- nieuw slot op de auto € 372,97;

- nieuwe ruit € 257,16;

- Tomtom € 25,00, als tegemoetkoming;

- kontant geld € 170,00;

- wanten € 5,00;

- pasjes € 25,00.

De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De opgegeven bedragen van de waarde van het horloge en de ring lijken schattingen te zijn en zijn in het geheel niet onderbouwd.

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer 2) levert naar het oordeel van de rechtbank voor wat dat meer gevorderde betreft een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom zal de benadeelde partij (slachtoffer 2) voor dat deel van de vordering niet ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij (slachtoffer 2) kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder parketnummer 07/663086-12 onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder parketnummer 07/653257-12 onder 1 en 2 en onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten) op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder parketnummer 07/653257-12 onder 1 en 2 en onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 en 3 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar.

Schadevergoeding

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

(slachtoffer 2), wonende te Bathmen, van een bedrag van € 845,97 (zegge: achthondervijfenveertig euro en zevenennegentig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag waarop het onder parketnummer 07/663086-12 onder 1 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, tot de dag van de voldoening. De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 845,97, ten behoeve van het slachtoffer (slachtoffer 2), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (slachtoffer 2) voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. G.A. Versteeg, voorzitter, mr. K.J.C. Geeve en

mr. G.E.A. Neppelenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2012.

Mr. K.J.C. Geeve, voornoemd, was buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.