Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY7977

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
09-01-2013
Zaaknummer
634763 CV 12-15241
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verstek
Inhoudsindicatie

Civiel overig. Verstekzaak. Flitskrediet lijkt op gespannen voet te staan met de gewijzigde Wet op het consumentenkrediet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

sector kanton - locatie Lelystad

zaaknummer : 634765 CV EXPL 12-15241

datum : 19 december 2012

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap

[EISERES],

gevestigd te Berkel en Rodenrijs,

gemachtigde Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

eisende partij,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te Almere,

gedaagde partij,

niet verschenen.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding d.d. 8 november 2012

Het geschil

1. Bij dagvaarding van 8 november 2012 heeft [eiseres] gevorderd [gedaagde], bij vonnis , uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 500,00, zulks vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 500,00 vanaf 8 november 2012, hoofdsom en rente tezamen een bedrag van € 25.000,00 niet te bovengaand en om [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.

2. [gedaagde] is in de procedure niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. Hij heeft mitsdien geen verweer tegen de onderhavige vordering gevoerd.

De beoordeling

3. Op 25 mei 2011 is in werking getreden de Wet van 19 mei 2011 (Stb. 2011, 246) tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/103/EEG van de Raad (PbEU L 133/66). Bij die wet is onder meer aan boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Titel 2A met opschrift consumentenkredietovereenkomsten toegevoegd en de Wet op het consumentenkrediet (Wck) gewijzigd. Titel 2A van boek 7 BW is ingevolge artikel 211a Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek van toepassing op kredietovereenkomsten die vanaf 25 mei 2011 zijn gesloten. De aldus gewijzigde Wck is ingevolge artikel VI van de wet van 19 mei 2011 van toepassing op kredietovereenkomsten die vanaf 25 mei 2011 zijn gesloten.

4. Eiseres stelt op 28 mei 2011 vier aanvragen van gedaagde te hebben goedgekeurd, zodat op 28 mei 2011 kredietovereenkomsten zijn gesloten voor in totaal € 600,00, welk krediet binnen 21 dagen terugbetaald had moeten zijn.

Op die overeenkomsten is derhalve de aldus gewijzigde Wck van toepassing.

Dat betekent dat het door eiseres verleende zogenaamde ‘flitskrediet’, gezien de wijziging van artikel 1, aanhef en onder a, en artikel 2 van de Wck, ook onder de Wck valt.

Dat brengt mee dat eiseres slechts recht heeft op de gewone kredietvergoeding ingevolge artikel 34, aanhef en onder a, Wck indien sprake is van afwikkeling overeenkomstig de overeengekomen betalingsregeling en, indien en voor zover een vertragingsvergoeding is bedongen als bedoeld in artikel 34, aanhef en onder b, Wck, die vertragingsvergoeding ingeval gedaagde, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de transactie.

5. Eiseres heeft in de dagvaarding aangegeven dat zij naast terugbetaling van het uitgeleende bedrag van € 600,00 ook aanspraak maakt jegens gedaagde op betaling van 4 maal € 25,00 ter zake kosten van een spoedoverboeking, € 140,00 kosten wegens 4 maal 2 herinneringen, buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 150,00 en wettelijke rente, in totaal € 1.071,50. Dat lijkt op gespannen voet te staan met de dwingendrechtelijke bepalingen van de Wck zoals die geldt vanaf 25 mei 2011.

6. Slechts omdat eiseres haar vordering thans heeft beperkt tot € 500,00, zijnde minder dan het uitgeleende bedrag, onder reservering van het overige, behoeft eiseres thans nog niet in de gelegenheid te worden gesteld om haar voorwaarden over te leggen en op hetgeen hiervoor is overwogen, te reageren. € 500,00 is immers minder dan de uitgeleende hoofdsom, waarop volgens de dagvaarding niets is terugbetaald, zodat het thans gevorderde bedrag niet onrechtmatig of ongegrond is en daarom toegewezen kan worden.

BESLISSING

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 500,00, vermeerder met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 november 2012 tot de dag van algehele voldoening, hoofdsom en rente tezamen een bedrag van € 25.000,00 niet te bovengaand;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op:

• € 60,00 voor salaris gemachtigde

• € 83,17 voor explootkosten

• € 109,00 voor vastrecht

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. A.W.M. van Hoof, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 19 december 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.