Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY7662

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
03-01-2013
Zaaknummer
07/663278-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verkrachting, mensenhandel, uitbuiting, criminele organisatie, witwassen, gewoontewitwassen, feitelijk leiding geven, verduistering, gebruik maken, valsheid in geschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.663278-10 (P)

Uitspraak: 14 december 2012

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ([land]),

wonende te [woonplaats], [adres].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 februari 2011, 12 april 2011, 1 oktober 2012, 2 oktober 2012, 4 oktober 2012, 8 oktober 2012, 29 oktober 2012, 30 oktober 2012, 9 november 2012, 13 november 2012 en 11 december 2012.

De verdachte is op 12 april 2011, 1 oktober 2012, 2 oktober 2012, 4 oktober 2012, 8 oktober 2012, 29 oktober 2012, 30 oktober 2012 en 9 november 2012 verschenen, bijgestaan door mr. C.S.P.M. de Kock, advocaat te Zwolle.

Op 3 februari 2011 en 13 november 2012 is verdachte niet in persoon verschenen. De verdachte is ter terechtzitting verdedigd door mr. C.S.P.M. de Kock, advocaat te Zwolle, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

Op 11 december 2012 zijn verdachte en zijn raadsman, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Als officier van justitie was op 3 februari 2011 mr. K.J.L. de Valk aanwezig, op 12 april 2011 mr. J.P. Scheffer, op 1 oktober 2012, 2 oktober 2012, 8 oktober 2012, 29 oktober 2012, 30 oktober 2012, 9 november 2012 en 11 december 2012 mr. S.T.C. van der Werf en op 13 november 2012 mr. M.A.E. Schot.

TENLASTELEGGING

De verdachte is – na wijziging en aanpassing – ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 31 december 2009 te Deventer, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [weerknemer-2] meermalen, althans éénmaal heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [werknemer-2], hebbende verdachte (telkens) die [werknemer-2] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of mond en/of anus van die [werknemer-2] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (onder meer) hierin dat verdachte meermalen, althans eenmaal,

- die [werknemer-2] op/tegen het hoofd en/of gezicht en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of aan haar haren heeft getrokken en/of

- die [werknemer-2] (met kracht) bij de keel heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [werknemer-2] (met kracht) op bed en/of op tafel heeft gegooid/gelegd en/of

- die [werknemer-2] heeft vastgehouden ondermeer bij haar bekken en/of benen en/of hoofd en/of nek en/of heeft opgesloten en/of tegen een muur heeft geduwd en/of

- de arm(en) van die [werknemer-2] (met kracht) achter haar rug heeft geduwd en/of

- de benen van die [werknemer-2] (met kracht) uit elkaar heeft geduwd en/of

- het hoofd van die [werknemer-2] (met kracht) naar beneden heeft geduwd en/of

- die [werknemer-2] de woorden heeft toegevoegd dat zij seks met hem, verdachte, moest hebben omdat zij anders haar baan kwijt zou raken en/of geen salaris zou ontvangen en/of geen woonruimte/onderdak meer zou hebben en/of

- boven op die [werknemer-2] heeft gezeten en/of gelegen en/of (daarbij) een hand op de mond van die [werknemer-2] heeft geduwd/gelegd en/of (daarbij) tegen die [werknemer-2] heeft gezegd dat ze stil moest zijn en niet mocht gaan schreeuwen en/of

- die [werknemer-2] tegen haar wil (gedeeltelijk) heeft ontkleed en/of

- die [werknemer-2] heeft gedwongen hem, verdachte, af te trekken en/of

- heeft gezegd, nadat [werknemer-2] gedwongen seks met hem had gehad, dat hij haar zou ontslaan en/of op straat zou zetten als zij daarover met anderen zou praten en/of

(aldus) misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat hij, verdachte - in zijn hoedanigheid als haar werkgever/baas - op die [werknemer-2] had en/of (aldus) voor die [werknemer-2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 30 april 2010 te Deventer, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) meermalen, althans één maal [werknemer-3] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [werknemer-3], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis geduwd/gebracht in de vagina van die [werknemer-3] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens):

- (zonder toestemming) de (slaap)kamer van die [werknemer-3] is binnengekomen en/of op/naast die [werknemer-3] in bed is gaan liggen en/of

- die [werknemer-3] tegen haar wil (gedeeltelijk) heeft ontkleed en/of

- met beide handen het hoofd van die [werknemer-3] heeft vastgepakt/vastgehouden en/of

- (vervolgens) die [werknemer-3] (met kracht) op de mond heeft gezoend en/of

- die [werknemer-3] (met kracht) heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of op die [werknemer-3] is gaan liggen en/of (onverhoeds) haar benen heeft gespreid en/of zijn, verdachtes, penis onverhoeds in haar vagina heeft geduwd/gebracht en/of

- tegen die [werknemer-3] heeft gezegd dat zij stil moest zijn en/of dat als ze haar werk wilde behouden seks met hem, verdachte, moest hebben en/of dat ze beter af is als ze seks met hem heeft, want dan krijgt ze salaris, eten, kleding en hoeft geen huur te betalen en/of

(aldus) misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat hij verdachte - in zijn hoedanigheid als haar werkgever/baas - op die [werknemer-3] heeft en/of (aldus) voor die [werknemer-3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2007 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, en/of Epe althans in Nederland en/of Polen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) ander(en) genaamd: [werknemer-1] en/of [werknemer-2] en/of [werknemer-3] en/of [werknemer-4] en/of [werknemer-5] en/of [werknemer-6] en/of [werknemer-7] en/of een of meer andere personen

I.(lid 1 sub 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander(en);

en/of

II.(lid 1 sub 4)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat voornoemde perso(o)n(en) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten;

en/of

III. (lid 1 sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van voornoemde perso(o)n(en)

bestaande hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s), althans alleen,

A.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 20 oktober 2010, [werknemer-1],

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge ten allen tijde -ook in de nachtelijke uren-

zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-1] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-1] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-1] niet (voldoende) machtig was en/of die [werknemer-1] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of

10. wekelijks een voorschot op het salaris van € 50 heeft/hebben uitbetaald en/of

11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [werknemer-1] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [werknemer-1] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-1] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-1] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [werknemer-1] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of

20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [werknemer-1] van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of

21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of

23. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben opgesloten in haar woning/kamer en/of daarbij (telkens) de sleutel van die door [werknemer-1] bewoonde woning/kamer van die [werknemer-1] heeft/hebben afgepakt en/of

24. heeft/hebben gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij of medewerkers van [uitzendbureau] haar/hun woonruimte en werk zou(den) kwijtraken en/of

25. heeft/hebben gezegd, nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie, dat zij voorzichtig moest zijn en om haar heen moest kijken en/of dat dit allemaal niet zonder gevolgen zou zijn, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

26. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact en/of ten gevolge waarvan die [werknemer-1] zwanger is geworden, welke zwangerschap tegen haar wil/zin is beëindigd met een abortus;

B.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 31 december 2009, [werknemer-2],

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge ten allen tijde -ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-2] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-2] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-2] niet (voldoende) machtig was en/of die [werknemer-2] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of

10. wekelijks een voorschot op het salaris van € 50 heeft/hebben uitbetaald en/of

11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [werknemer-2] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [werknemer-2] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-2] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-2] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [werknemer-2] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of

20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [werknemer-2] van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of

21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of

23. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact;

C.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 6 oktober 2010, [werknemer-3]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij geen huissleutel kreeg en/of verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge ten allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-3] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-3] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-3] niet (voldoende) machtig was en/of die [werknemer-3] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of

10. wekelijks een voorschot op het salaris van € 50 heeft/hebben uitbetaald en/of

11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [werknemer-3] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [werknemer-3] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-3] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-3] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [werknemer-3] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of

20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [werknemer-3] van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of

21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als voornoemde ze geen seksuele

handelingen met verdachte en/of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of

23. heeft/hebben gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij of medewerkers van [uitzendbureau] haar/hun woonruimte en werk zou(den) kwijtraken en/of

24. heeft/hebben gezegd, nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie, dat zij een probleem heeft als zij naar Nederland komt en/of als zij aan de politie de waarheid vertelt, hij werk voor haar heeft en alles is opgelost, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

25. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact;

D.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 30 september 2009, [werknemer-4]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge ten allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-4] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-4] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-4] niet (voldoende) machtig was en/of die [werknemer-4] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of

10. wekelijks een voorschot op het salaris van € 50 heeft/hebben uitbetaald en/of

11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [werknemer-4] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [werknemer-4] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-4] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-4] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of indien zij niet luistert en/of

17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [werknemer-4] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of

20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [werknemer-4] van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of

21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar/hen is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan;

E.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 1 juli 2010, [werknemer-5]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge ten allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-5] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-5] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-5] onvoldoende machtig was en/of die [werknemer-5] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of

10. wekelijks een voorschot op het salaris van € 50 heeft/hebben uitbetaald en/of

11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [werknemer-5] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [werknemer-5] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-5] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-5] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [werknemer-5] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of

20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [werknemer-5] van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of

21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of

23. meermalen, althans eenmaal, in de billen heeft/hebben geknepen en/of in het kruis heeft/hebben gegrepen;

F.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2007 tot en met 30 juni 2010, [werknemer-6],

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl hij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge ten allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-6] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-6] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-6] niet (voldoende) machtig was en/of die [werknemer-6] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of

9. de eerste 2 weken dat hij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of

10. wekelijks een voorschot op het salaris van € 50 heeft/hebben uitbetaald en/of

11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [werknemer-6] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor hem onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [werknemer-6] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-6] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-6] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien hij niet aan het werk zou gaan en/of

17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [werknemer-6] gelet op zijn financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door hem verdiende geld te kunnen beschikken en/of

20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [werknemer-6] van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie hij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of

21. heeft/hebben mishandeld en/of bedreigd, nadat hij bij verdachte en/of zijn mededader(s) had gevraagd om uitbetaling van door hem verdiend loon;

G.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 20 oktober 2010, [werknemer-7]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning ten behoeve van de onder I. genoemde uitbuiting en/of de onder II. genoemde te verrichten arbeid en/of diensten en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meerdere personen/gezinnen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge ten allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. vaak, in ieder geval meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-7] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-7] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-7] niet (voldoende) machtig was en/of die [werknemer-7] onbekend in Nederland was en/of onbekend was met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of aldus zich in een kwetsbare/afhankelijke positie bevond en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, maar alleen voorschotten en/of

10. wekelijks een voorschot op het salaris van € 50 heeft/hebben uitbetaald en/of

11. uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar die [werknemer-7] recht op had heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

13. zodanig laag salaris heeft/hebben laten verdienen, waardoor het voor haar onmogelijk was om (bij een 36-urige werkweek) een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties en/of loonafschriften ten name van die [werknemer-7] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-7] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-7] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

17. geen vakantiegeld en/of verlofdagen en/of toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

19. in een zodanige (financiële) situatie heeft/hebben gebracht dat het voor die [werknemer-7] gelet op haar financiële afhankelijkheidssituatie niet mogelijk was om (vrijelijk) over het door haar verdiende geld te kunnen beschikken en/of

20. gelet op vorenstaande in een situatie heeft/hebben gebracht dat die [werknemer-7] van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie zij zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten en/of

21. heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor haar/hen is, als voornoemde perso(o)n(en) geen seksuele handelingen met verdachte en/of zijn mededader(s) verricht(en) en/of

22. heeft/hebben bedreigd (met een wapen) en/of mishandeld, in ieder geval geweld heeft/hebben aangedaan en/of

23. meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben gedwongen tot seksueel contact en/of

24. heeft/hebben gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij haar woonruimte en werk zou kwijtraken;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer en/of Epe, in ieder geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande (onder meer) uit [uitzendbureau] en/of [directeur-2] en/of [medeverdachte-3] en/of [medeverdachte-4] en/of [medeverdachte-5] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- mensenhandel, door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of het misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of van een kwetsbare positie, waardoor een

ander(en) bewogen wordt/worden zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van arbeid en/of

diensten en/of zoals bedoeld in artikel 273F Wetboek van Strafrecht en/of

- valsheid in geschrifte zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht en/of

- (gewoonte) witwassen zoals bedoeld in (de) artikel(en) art 420bis en/of 420ter en/of 420quater Wetboek van Strafrecht,

één en ander gepleegd ten aanzien van meerdere, althans één werknemer(s) van [uitzendbureau], terwijl hij, verdachte, van die organisatie (mede)oprichter en/of bestuurder was en/of binnen die organisatie een leidinggevende rol vervulde;

5.

hij op of omstreeks 29 juni 2009 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [werknemer-8] te dwingen tot het aangaan van een schuld en/of het tenietdoen van een inschuld hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader:

- met een auto op die [werknemer-8] is ingereden en/of

- (vervolgens) naar die [werknemer-8] is/zijn toegegaan en/of

- die [werknemer-8] bij de keel/hals heeft/hebben vastgepakt en/of

- (vervolgens) de keel/hals van die [werknemer-8] heeft/hebben dichtgeknepen en/of

- meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd, van die [werknemer-8] heeft/hebben geslagen en/of

- tegen die [werknemer-8] heeft/hebben gezegd dat hij een formulier (waarop stond dat hij [werknemer-8] het geld waarop hij recht had, had ontvangen) moest tekenen en/of dat als hij dit niet zou doen hij doodgemaakt zou worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht leiden;

A.

hij op of omstreeks 29 juni 2009 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [werknemer-8] ), bij de keel/hals heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) de keel/hals heeft/hebben dichtgeknepen en/of meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en/of

B.

hij op of omstreeks 29 juni 2009 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [werknemer-8] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend met hoge, althans aanzienlijke, snelheid met een auto op die [werknemer-8] ingereden/toe gereden en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood als je niet ondertekent", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

7.

hij op of omstreeks 20 oktober 2010 te Deventer opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine en/of anderhalve, althans één, XTC-pil(len) bevattende een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) zijnde amfetamine en/of methamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

8.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 31 mei 2009 te Deventer door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [werknemer-7] meermalen, althans éénmaal heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [werknemer-7], hebbende verdachte (telkens) die [werknemer-7] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [werknemer-7] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (onder meer) hierin dat verdachte meermalen, althans eenmaal:

- zonder toestemming van die [werknemer-7] een huissleutel had van de door [werknemer-7] bewoonde woning en/of

- iedere dag ongevraagd binnenkwam in de woning van die [werknemer-7] en/of

- de slaapkamer van die [werknemer-7] betrad en/of daarbij tegen die [werknemer-7] zei: “Dit is een groot bed. Ik heb het bed gekocht, dus ik kan op een helft slapen”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

- die [werknemer-7] de woorden heeft toegevoegd dat hij haar baas is en haar werk geeft en/of

- die [werknemer-7] heeft betast, terwijl zij, die [werknemer-7], tegen verdachte aangaf dat zij niet wilde en/of hij, verdachte, bleef aandringen en haar broek naar beneden trok en/of

- die [werknemer-7] tegen haar wil gedeeltelijk heeft ontkleed en/of

- die [werknemer-7] (met kracht) heeft vastgehouden/vastgepakt en/of

- die [werknemer-7] (met kracht) op de mond heeft gezoend en/of

- die [werknemer-7] (met kracht) op bed heeft gegooid en/of

- op die [werknemer-7] is gaan liggen en/of

- de benen van die [werknemer-7] (met kracht) uit elkaar heeft geduwd en/of

- de borsten van die [werknemer-7] heeft betast en/of

- de armen van die [werknemer-7] heeft vastgepakt/vastgehouden en/of

- (vervolgens) de armen van die [werknemer-7] naar boven heeft geduwd en/of

- die [werknemer-7] heeft geslagen als zij, die [werknemer-7], tegen hem zei dat zij geen hoer was die hij op ieder willekeurig moment kon pakken en/of

- werkgever van die [werknemer-7] was en dat zij, die [werknemer-7], haar ouders niet heeft geroepen omdat zij, [werknemer-7], bang was dat zij, met het gezin, de woning uitgezet zou worden en/of hun werk zouden verliezen en/of zij dan weer, met het gezin, naar Polen terug zouden moeten en/of dat uit die verhouding een geestelijk overwicht van hem, verdachte, ten opzichte van die [werknemer-7] voortvloeide en/of

(aldus) misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat hij, verdachte – in zijn hoedanigheid als haar werkgever/baas – op die [werknemer-7] had en/of (aldus) voor die [werknemer-7] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of voor die [werknemer-7] een zodanige psychische druk heeft doen opleveren dat zij, [werknemer-7], daaraan geen weerstand kon bieden.

9.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te Deventer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [werknemer-4] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [werknemer-4] bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) de keel/hals heeft dichtgedrukt (gehouden) en/of (vervolgens) aan de haren heeft getrokken en/of bij het hoofd heeft gepakt en/of het hoofd tussen zijn, verdachtes, knieën heeft gestopt en/of vervolgens zijn knieën met kracht tegen elkaar heeft geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 9 niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te Deventer opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [werknemer-4] ), bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) de keel/hals heeft dichtgedrukt (gehouden) en/of (vervolgens) aan de haren heeft getrokken en/of bij het hoofd heeft gepakt en/of het hoofd tussen zijn, verdachtes, knieën heeft gestopt en/of vervolgens zijn knieën met kracht tegen elkaar heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

10.

hij op of omstreeks 15 december 2008, althans in de periode van 1 december 2008 tot en met 15 december 2008 te Deventer aan een persoon genaamd [werknemer-9] opzettelijk zwaar lichamelijk letstel (litteken in het aangezicht en/of een gescheurde tong), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of hoofd te stompen en/of slaan en/of meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam en/of het hoofd te schoppen en/of trappen;

althans, indien het vorenstaande onder 10 niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op of omstreeks 15 december 2008, althans in de periode van 1 december 2008 tot en met 15 december 2008 te Deventer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [werknemer-9], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [werknemer-9] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt/geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam en/of het hoofd heeft geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 10 niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op of omstreeks 15 december 2008, althans in de periode van 1 december 2008 tot en met 15 december 2008 te Deventer opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [werknemer-9]), meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt/geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam en/of het hoofd heeft geschopt/getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

11.

hij op of een meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal € 278.208), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal € 278.208), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

althans, indien het vorenstaande onder 11 niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op of een meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal € 278.208), heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal € 278.208), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

althans, indien het vorenstaande onder 11 niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op of een meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal € 278.208), heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (van in totaal € 278.208), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs kon vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

12.

[uitzendbureau] op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer na te noemen valse of vervalste kwitanties en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) en/of leningovereenkomst(en) en/of uitzendovereenkomst, te weten:

A. een of meer op naam van [werknemer-1] gestelde kwitantie(s) (D-016-02, nr. 8 en/of D-016-02, nr. 23, en/of D-016-08, nr. 18) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-016-03, nr. 91 en/of D-016-04, nr. 68 en/of D-016-05, nr. 42 en/of D-016-06, nr. 16), en/of

B. een of meer op naam van [werknemer-2] gestelde kwitantie (D-017-04) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-017-03 en/of D-017-01 en/of D-017-02), en/of

C. een op naam van [werknemer-3] gesteld loonafschrift met kwitantie (D-023-06, nr. 6), en/of

D. een op naam van [werknemer/opzichter] gestelde kwitantie (D-020-02), en/of een leningsovereenkomst (D-020-04), en/of

E. een of meer op naam van [werknemer-5] gestelde loonafschriften met kwitantie(s) (D-004-02 nrs. 11 en/of 36 en/of 53), en/of

F. een of meer op naam [werknemer-6] gestelde kwitantie(s) (D-005-01, nrs. 82 en/of 41 en/of 47 en/of 19 en/of 2 en/of 75 en/of 100) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-005-02 nrs. 15 en/of 82 en/of 030 en/of 100 en/of 60 en/of 23 en/of 85), en/of

G. een op naam van [werknemer-7] gesteld loonafschrift met kwitantie (D-007-02) en/of een uitzendovereenkomst D-007-03), en/of

H. een of meer op naam van [werknemer-9] gestelde kwitantie(s) (D-024-01) en/of loonafschrift met kwitantie (D-024-02), en/of

I. een op naam van [werknemer-10] gestelde kwitantie (D-003-02), en/of

J. een of meer op naam van [werknemer-11] gestelde kwitantie(s) (D-008-01 nrs. 19 en/of 91 en/of 15 en/of 3) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-008-02 nr. 13 en/of D-008-03 nr. 53 en/of D-008-04 nr. 63 en/of D-008-05 nr. 97 en/of D-008-06 nr. 66 en/of D-008-07 nr. 36 en/of D-008-08 nr. 24), en/of

K. een of meer op naam van [werknemer-12] gestelde kwitantie (D-012-01 nr. 20) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-012-04 nrs. 25 en/of 17 en/of 80 en/of D-012-05 nr.63 en/of D-012-06 nr. 61 en/of D-012-07 nr.60 en/of D-012-08 nr. 73 en/of D-012-10 nr. 56), en/of

L. een of meer op naam van [werknemer-13] gestelde kwitantie(s) (D-015-02 nrs. 28 en/of 15 en/of 32) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-015-03 en/of D-015-05 en/of D-015-06), en/of

M. een of meer op naam van [werknemer-14] gestelde kwitantie(s) (D-018-02 nrs. 45 en/of 50 en/of 30 en/of 13 en/of 62 en/of 43 en/of 22 en/of 36 en/of 55 en/of 91 en/of 92 en/of 39 en/of 35 en/of 17 en/of 32) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-018-04 en/of D-018-05 en/of D-018-05 en/of D-018-06 en/of D-018-07 en/of D-018-08 en/of D-018-09 en/of D-018-10 en/of D-018-11 en/of D-018-12 en/of D-018-13 en/of D-018-14), en/of

N. een op naam van [medeverdachte-4] gestelde loonafschrift met kwitantie (D-014-01) en/of leningovereenkomst (D-014-02), en/of

O. een of meer op naam van [werknemer-15] gestelde loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-010-02 nr.65 en/of D-010-03 en/of D-010-04 en/of D-010-05 en/of D-010-06 en/of D-010-07 en/of D-010-08) en/of een leningovereenkomst (D-010-09), en/of

P. een of meer op naam van [werknemer-16] gestelde kwitantie(s) (D-006-06) en/of loonafschrift met kwitantie (D-006-05)

elk zijnde een geschrift om tot bewijs van enig feit te dienen als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken (telkens) hierin dat [uitzendbureau] voornoemde kwitantie(s) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) en/of leningovereenkomst(en) en/of uitzendovereenkomst heeft opgenomen in de kasadministratie van [uitzendbureau] en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat voornoemde kwitantie(s) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) en/of leningovereenkomst(en) en/of uitzendovereenkomst fictief zijn aangezien de op deze stukken vermelde handtekening niet afkomstig is van de werknemer/natuurlijke persoon die op deze stukken is vermeld en/of de datum vermeld op de loonafschriften met kwitanties (D-017-01 en/of D-017-02 en/of D-023-06) niet naar waarheid is,tot welke feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft/hebben gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft/hebben gegeven;

13.

[uitzendbureau] op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk een of meer geldbedrag(en), te weten:

- éénmaal een bedrag van € 285,-- en vijfmaal een bedrag van € 58 (in totaal een bedrag van

ongeveer € 575,--) en/of

- éénmaal een bedrag van € 228,

in elk geval (telkens) enig geldbedrag, inhoudende zorgtoeslag over (een periode in) 2009 geheel of ten dele toebehorende aan [werknemer-10] en/of [werknemer-8], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geldbedrag(en) verdachte en/of haar mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als werkgeefster, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend,

tot welke feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten verbeterd. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank nummert de onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 ten laste gelegde feiten als de feiten 1 tot en met 12.

VOORVRAGEN

De geldigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft betoogd dat de tenlastelegging van feit 3 partieel nietig dient te worden verklaard nu de zinsnede ‘één of meer andere personen’ onvoldoende duidelijk is.

Ter terechtzitting van 1 oktober 2012 heeft de verdediging dit verweer eveneens gevoerd. De rechtbank heeft destijds geoordeeld dat de zinsnede ‘één of meer andere personen’ voldoende duidelijk is omschreven vanwege de inzichtelijke wijze waarop het dossieronderdeel betreffende de verdenking van mensenhandel (ordners 10, 11 en 12) is ingericht en het feit dat de in dat verband in het opsporingsonderzoek gehoorde werknemers, wier namen in de tenlastelegging op dit punt niet afzonderlijk zijn opgenomen, eveneens zijn bevraagd op de onderdelen die als feitelijkheden in de onderdelen A t/m G zijn omschreven in de tenlastelegging. De rechtbank ziet geen reden om daarover thans anders te oordelen. Het verweer zal derhalve worden verworpen.

De overige voorvragen

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken die nopen tot schorsing van de vervolging.

WAARDERING VAN DE BEWIJSMIDDELEN

Algemeen

De rechtbank zal de relevante bewijsmiddelen zo veel mogelijk bespreken aan de hand en in de volgorde van de in de tenlastelegging omschreven feiten, zij het dat de daarin onder 4. omschreven verdenking van deelname en leiding geven aan een criminele organisatie als laatste aan bod zal komen in verband met de verwevenheid daarvan met de overige aan verdachte ten laste gelegde feiten en de onder 7. omschreven verdenking van verkrachting gelet op de samenhang zal worden besproken met de onder 1 en 2 omschreven verdenkingen van verkrachting.

Feit 1, 2 en 7 verkrachtingen

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De verklaringen van aangeefster [werknemer-2] zijn betrouwbaar en consistent en worden ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen van 9 december 2009, de verklaringen van [werknemer-1], [werknemer-5], [betrokkene-1] en [werknemer-12].

De officier van justitie acht het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op de verklaringen van [werknemer-3], die betrouwbaar en consistent zijn en worden ondersteund door de verklaringen van [werknemer-1] en [betrokkene-2] en de tapgesprekken op 4 oktober 2010 van [werknemer-3] en [betrokkene-1] en 30 september 2010 van [werknemer-3] en [werknemer-1].

Het onder 7 ten laste gelegde acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen gelet op de aangifte en verklaringen van [werknemer-7], die worden ondersteund door de getuigenverklaringen van [betrokkene-3], [werknemer-13] en [betrokkene-4]. Tevens kunnen de verklaringen van [werknemer-2] en [werknemer-3] als bewijsmiddel in deze zaak worden gebruikt, omdat de verkrachtingen van [werknemer-7] op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertonen met de gang van zaken bij de verkrachtingen van [werknemer-2] en [werknemer-3].

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit omdat er in geen van deze gevallen bewijs bestaat voor de stelling dat de seks niet op vrijwillig basis heeft plaatsgevonden.

Het oordeel van de rechtbank

Ter beantwoording van de vraag of kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 22 augustus 2009 tot en met 31 december 2009 [werknemer-2] meermalen heeft verkracht (feit 1), in de periode van 1 maart 2010 tot en met 30 april 2010 [werknemer-3] meermalen heeft verkracht (feit 2) en hij in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 31 mei 2009 [werknemer-7] meermalen heeft verkracht (feit 7), overweegt de rechtbank als volgt.

[werknemer-2] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

[verdachte] vertelde toen dat hij wel woonruimte voor mij en [werknemer-1] had. (..) In het pand van het uitzendbureau was het bedrijf op de begane grond. Boven was woonruimte. (..) Ja, dat was [adres-1] te Deventer. (...)

Ik werd die nacht wakker. Ik merkte toen dat er iemand bij mij in bed lag. Ik zag en voelde dat er iemand een arm over mijn buik had liggen. Ik keek opzij en zag toen dat het [verdachte] was. (..) Ik heb hem toen van bed geduwd. (…) Hij wilde mij knuffelen maar ik duwde hem van mij af. Ik heb hem gezegd dat hij weg moest gaan. Dat deed hij ook. (..)

Op maandag en op donderdag in die 1e week werd ik weer door [verdachte] benaderd op kantoor. Hij trok mij toen tegen mijn zin en hardhandig bij zich op schoot. Hij wilde mij dwingen om hem te zoenen. (..) Op donderdag erna probeerde hij het nog een keer. (..)

De eerste keer zal ik hieronder omschrijven. Dat was ongeveer 2 a 2 en halve week, nadat wij dat weekend in Polen waren geweest. De woonruimte boven het kantoor werd gewisseld. (..) [verdachte] wilde dat ik naar een aparte kamer ging. (..)

Op een maandag, het was in september 2009, vroeg hij mij of hij nog even mee naar binnen mocht komen. (..) Ik zag dat hij op mij af kwam lopen. [verdachte] greep mij toen bij de keel en drukte mij met kracht tegen de kast. Ik voelde dat hij met zijn hand mijn keel dichtkneep. (…) Ik zag en ik voelde dat [verdachte] mijn pyjamabroek en mijn onderbroek naar beneden trok. Gelijktijdig deed hij bij zich zelf ook zijn eigen onderbroek uit. Daarna sleepte hij mij met de hand om mijn keel naar het bed. Vervolgens werd ik met kracht op het bed gegooid en viel hij met mij op het bed. Hij kwam naast mij te liggen. Ik probeerde mij te bevrijden door hem te schoppen. Echter gooide [verdachte] zijn been over mijn been, zodat ik hem niet meer kon raken. Direct daarna heeft hij mij iets opgetild en mijn beide armen achter mijn rug gelegd. Hierdoor kon ik mijn armen ook niet meer gebruiken. [verdachte] kneep zo hard in mijn keel dat ik pijn had. Later had ik gewoon blauwe afdrukken in mijn keel.

Vervolgens ging [verdachte] op mij zitten. Ik zag en voelde dat hij mijn handen los liet en deze hand op mijn mond legde. Hij zei tegen mij dat ik stil moest zijn en niet mocht schreeuwen. Tevens zei hij tegen mij dat hij mij geen kwaad zou doen. Hij is toen in mij binnengedrongen. (..) [verdachte] heeft zijn penis in mijn vagina gestopt. In totaal duurde dit ongeveer 5 minuten. Ik probeerde mij van hem te bevrijden maar dat lukte niet. [verdachte] zei tegen mij terwijl hij met mij seksuele gemeenschap had, dat ik zijn hoer was. Ik moest alles doen wat hij wilde. Hij bleef maar doorgaan met bewegingen van seksuele gemeenschap. Hij drukte met zijn handen op mijn bekken zodat ik niet kon bewegen. Na ongeveer 5 minuten stopte hij met zijn bewegingen en haalde hij zijn penis uit mijn vagina. (..)

U vraagt mij hoe vaak ik door [verdachte] gedwongen ben om seks te hebben? Dat was 8 tot 10 keer. Dat was in de periode eind september 2009 en eind november 2009. (..)

1e keer verkrachting kantoor

[verdachte] trok mij mee naar beneden. In het kantoor aangekomen zette hij mij op een stoel. (..) [verdachte] zei tegen mij dat hij seks met mij wilde. (…) Daarna kleedde hij zich uit. (..) [verdachte] kleedde mij uit. Hij deed mijn broek en onderbroek uit. Ik zat in de stoel enkel gekleed in mijn BH. Vervolgens zag ik dat hij een condoom om zijn penis deed. (..) Hij is zo sterk, dat het verzet dat ik bood, geen indruk op hem maakte. Hij hield mij dus zodanig vast bij mijn hals en bij mijn bekken dat ik geen kant op kon. Ik heb hem telkens gezegd dat ik dit niet wilde maar hij ging gewoon zijn eigen gang. Vervolgens zei hij tegen mij dat ik op moest staan. Hij pakte mij vast en legde mij op tafel. Hierop pakte hij mij beet bij mijn bekken. Vervolgens spreidde hij mijn benen, waarna hij met zijn penis in mijn vagina kwam. (...)

2e keer verkrachting kantoor

Ik moest gaan zitten op de stoel. (…) Vervolgens zag en voelde ik dat [verdachte] mij begon te slaan. Hij sloeg mij op mijn bovenarm. Hij pakte mijn beide armen beet en schudde mij als het ware door elkaar. (..) Vervolgens trok hij mij uit de stoel en trok mijn broek en mijn onderbroek naar beneden. Hierna drukte hij mij met mijn voorzijde over de tafel. [verdachte] wilde toen van achteren in mijn anus binnen dringen. Ik was bang en wilde dit niet. Ik begon mij los te rukken. Ik heb hem geschopt. [verdachte] draaide mij toen om, en zei tegen mij dat als ik hem niet bij mij van achteren wilde toelaten, ik hem moest aftrekken. (..) [verdachte] heeft mijn hoofd vastgepakt en duwde deze met kracht naar zijn penis. Ondertussen bleef hij zijn penis met zijn andere hand masturberen. Ik wilde dit niet. Ik probeerde hem van mij af te duwen. Het is hem toch gelukt om zijn penis, een kort moment in mijn mond te stoppen. Ik kreeg zoveel woede en agressie in mij dat ik de kracht kreeg hem van mij af te duwen. [verdachte] heeft mij toen met de vlakke hand in het gezicht geslagen. Wederom heb ik [verdachte] van mij af geduwd tegen de wand. Ik heb hierna snel mijn broek omhoog getrokken en ben toen weggerend.

U vraagt mij of alle keren dat ik door [verdachte] tot seks werd gedwongen, dat op dezelfde manier heb ondergaan als dat ik tot nu toe heb verklaard. Ja, dat was steeds met kracht en geweld. (…)

Heb jij zelf ook seksuele handelingen bij [verdachte] moeten verrichten? Ja, hij wilde tijdens die keren dat ik gedwongen seks met hem had ook dat ik hem ging aftrekken. Ik wilde dat niet. Hij heeft toen met zijn hand mijn hand gepakt en om zijn penis gelegd. Hij heeft toen met mijn hand in de zijne zich gemasturbeerd.

Heeft hij jou tijdens de gedwongen seks alleen vaginaal genomen? Nee, hij heeft hij ook twee keer getracht om met zijn penis in mijn anus binnen te dringen. De eerste keer heb ik hierboven over verklaard, dat lukte hem niet. Bij een andere keer, dat was in de badkamer lukte het hem wel om met zijn penis in mijn anus binnen te dringen. Ik wilde dit absoluut niet maar ik kon hem niet tegen houden. (..)

Verkrachting in auto

(...) Het was op een maandag of woensdagavond. Dat weet ik niet meer precies. Het was in ieder geval in de 2e helft van oktober. (…) Op een bepaald moment stopte hij en deed de motor en licht uit. Hij deed toen de bijrijderstoel, waar ik op zat, naar achteren. Ik zat in de gordel. (..) [verdachte] trok mijn joggingbroek en onderbroek naar beneden tot op mijn enkels. [verdachte] stapt uit de auto en liep om de auto heen naar mijn kant. (…) Ik zag dat hij een condoom om deed. Daarna kwam hij in de auto, ging op mij liggen, en drukte zijn penis in mijn vagina.

Vond jij dat goed? Nee, maar ik kon niet weg. Ik zat in de gordel en had mijn broek onder aan mijn enkels. Waar moest ik heen. We stonden in een bos. Ik voelde mij machteloos in die situatie. Hij had toen dus gemeenschap met mij tegen mijn wil. Ik noem dat verkrachting. (..)

2e Verkrachting auto

Dat was eind oktober 2009. Ik werd in 2 weken tijd 4 a 5 keer door [verdachte] verkracht. (..) Onderweg stopte [verdachte] in een zijweggetje/invoeghaventje. Ik ben uit de auto gestapt. Ik ben toen gaan lopen. [verdachte] heeft mij gepakt, gezegd ‘je gaat nergens naar toe’ en weer terug achterin de auto gezet. Hij heeft toen weer mijn broek naar beneden getrokken. Daarna heeft hij zijn slappe penis stijf gemasturbeerd waarna hij een condoom om deed. Daarna heeft hij mij verkracht. Ineens ging hij met zijn penis in mijn vagina. (…)

Bovendien was het zo dat [verdachte] mij bedreigde dat hij mij zou ontslaan en op straat zou zetten wanneer ik over de seks tussen ons met iemand zou gaan praten. (..) Heeft [verdachte] vaak tegen jou gezegd dat hij jou zou ontslaan en op straat zou zetten? Hij zei dat iedere keer nadat ik gedwongen seks met hem had gehad. Ook zei hij dat altijd tegen mij wanneer hij op mijn kamer kwam. (...)

Hij heeft mij een keer met de vlakke hand geslagen toen hij mij anaal wilde verkrachten en ik niet toe wilde geven. Hij heeft mij in het kantoor op mijn bovenarmen geslagen tijdens die tweede verkrachting in het kantoor. Ook sloeg hij mij toen in het gezicht. Ook heeft hij mij aan mijn haren getrokken om mij tot seks te dwingen. Ook heeft hij mij in de keuken een keer met zijn vlakke hand op mijn gezicht geslagen. (..)

4e Verkrachting op kantoor

[verdachte] bleef mij ook tegen de wand aandrukken. Op een gegeven moment zette hij mij in een stoel. [verdachte] pakte mij bij de keel. Hij kneep mijn keel dicht. Terwijl hij dit deed, bleef hij tegen mij schreeuwen. (..)

Vervolgens zag ik dat [verdachte] mij begon uit te kleden. (..) Hij trok mijn broek en mijn onderbroek naar beneden terwijl ik in die stoel zat. Hij trok mij daartoe enigszins omhoog. (..) Vervolgens trok hij mij aan de rand van de zitting. Daarna heeft hij mijn benen iets opgetild. Daarna ging hij met zijn penis in mijn vagina. (..) Hij heeft zijn penis uit zijn broek gehaald. Vervolgens heeft hij zich zelf gemasturbeerd. Daarna heeft hij een condoom om zijn penis gedaan. Dit heeft hij gedaan voordat hij mij uitkleedde. Toen [verdachte] met zijn penis in mijn vagina ging, maakt hij op en neer gaande bewegingen. (…)

Terwijl hij mij dus neukte, vroeg [verdachte] mij hoe [betrokkene-5] dit deed. [verdachte] begon mij heel hard te neuken terwijl hij dit vroeg. (..) Vooral had ik pijn overal. Dit kwam omdat hij mij zo hard neukte. Bovendien trok hij aan mijn haren en sloeg hij mij in mijn gezicht. (…)

3e Verkrachting op kantoor

Volgens mij gebeurde dat in de periode begin november. Het gebeurde volgens mij tussen de 2de keer dat ik in zijn auto werd verkracht. (..) Ik wilde vluchten naar de badkamer maar hij pakte mij al vast voordat ik daar was. [verdachte] pakte mij toen met kracht bij mijn beide handen vast en sleepte mij als het ware mee naar beneden naar het kantoor. (…) In ieder geval trok [verdachte] de toiletdeur met veel geweld open. (..) Hij deed daarna de toiletdeur van binnen op slot. Hij duwde mij tegen de achterwand, pakte mij vast en draaide mij om, zodat ik met mijn gezicht naar de muur stond en [verdachte] achter mij stond. Ik hoorde toen dat hij de rits van zijn gulp open deed en dat hij zijn broek tot op zijn enkels liet zakken. Hij pakte mij toen vast om mijn middel en trok zich naar mij toe. Daarna maakte hij met zijn andere hand mijn broek los. Doordat hij zijn been tussen mijn benen plaatste kon ik geen kant op. Hij trok mijn broek naar beneden. (…) Vervolgens pakte en draaide hij mij zodanig dat ik voorovergebogen naar het toilet stond. Ik moest met mijn handen op de toiletpot steunen. Daarna begon hij een condoom om zijn penis te doen. (..) Hij duwde mij met een hand in mijn nek. Daarna drong hij van achteren met zijn penis in mijn vagina en begon mij te neuken. Dat was voor mij verkrachting. Dit was voor mij geen vrije wil. (…)

Ik had zoveel pijn dat ik begon te huilen. (…)

Verkrachting badkamer

Het was op een dag in de week nadat ik die 3e keer op kantoor was verkracht door [verdachte] zoals hierboven omschreven. (..) Kort daarna hoorde ik dat [verdachte] bij de badkamer kwam. [verdachte] heeft toen met veel geweld de badkamerdeur geforceerd en kwam naar binnen.(..) Hij heeft mij met de voorzijde van mijn lichaam over de wasmachine gegooid. Hij heeft mij vastgepakt en uitgekleed. (...) Hij zei toen tegen mij dat hij mij in mijn kont zou gaan neuken. (..) Daarna hield hij mij met een hand vast in mijn nek. Hij duwde met zijn ene been mijn beide benen wijd. Daarna kon hij zijn gang gaan. Hij duwde toen met zijn penis in mijn anus. Het deed echt pijn maar hij begon mij alleen maar vaster te houden. (…) Daarop trok hij zijn penis uit mijn anus en drukte zijn penis vervolgens van achteren bij mij in mijn vagina waarna hij mij op die manier begon te neuken. (…)

5e keer verkrachting kantoor

Wat ik daar nog had willen vertellen is, dat ik diezelfde dag, zaterdag 14 november 2009, nog een 2e keer door [verdachte] op het kantoor ben verkracht. (…) Het was omstreeks 21.00/21.30 uur. (..)

Hij heeft mij toen met geweld meegenomen naar die andere kamer in het kantoor. Hij tilde mij uit de stoel door mij onder mijn oksel vast te pakken en op te tillen waarna hij mij bij de schouders vastpakte en met kracht en geweld wegbracht. In de andere kamer aangekomen gooide hij mij op de vloer. (…) Hij trok mij weer uit de stoel zoals hij dat ook in de tweede kamer had gedaan. Hij duwde mij toen tegen de wand in het kantoor. Ik probeerde mij te bevrijden maar dat lukte niet. (..) [verdachte] begon mij weer uit te kleden. (..) Ik zag toen dat hij zich hierna begon te masturberen. (…) Ik heb gezien dat hij daarna een condoom uit zijn broekzak haalde en om zijn penis deed. Hij schreeuwde de hele tijd tegen mij. Daarna heeft hij mij zonder reden in mijn gezicht geslagen. (..) Zelfs mijn hoofd begon te stuiteren na die klap. Ik kneep mijn benen bij elkaar omdat ik niet wilde dat hij mij weer ging verkrachten. Hij heeft mij toen op mijn zij gelegd, pakte mijn benen vast en heeft mij daarna naar de rand van de tafel getrokken. Ik lag op mijn linkerzij. [verdachte] hield met een hand mijn benen vast en met zijn andere hand hield hij mijn bovenarm vast. Hij stond voor mij. Daarna is hij met zijn penis in mijn vagina binnengedrongen. Hij heeft mij toen geneukt. (..) Hij haalde zijn penis terug uit mijn vagina. (..) Hij nam mij dus mee naar die kamer en gooide mij daar op bed. Hij sloeg mij daar nogmaals met de vlakke hand in mijn gezicht. Hij sloeg zodanig hard met zijn handpalm tegen mijn oog dat mijn oog opgezwollen was. (…) Hij begon mij weer uit te kleden. Nu alleen mijn broek en onderbroek. Hij had mij op bed gegooid. Ik wilde opstaan. Hij pakte mij en gooide mij tegen de muur. De klap was zo hard dat ik begon te wankelen. (..) Hij kleedde zich weer uit en begon zichzelf weer te masturberen. Ik was nog gewoon duizelig van de klap. Ik had hoofdpijn en ik zat op bed. In die momenten heeft hij mijn benen gepakt en uit elkaar gedrukt. Daarna drong hij met zijn penis in mijn vagina binnen en begon mij te neuken. Hij neukte mij deze keer zo hard als nooit tevoren. Ik jankte van de pijn. (..) Hij zei dat wanneer ik niet met hem neukte ik ook geen werk zou hebben. Verder zou ik dan ook geen salaris krijgen. Als hij mij niet naar het werk mocht brengen dan zou ik thuis zitten. Hij was de baas, hij had geld en kon alles doen. Hij zei tegen mij dat niemand mij zou geloven. Hij zei tegen mij dat hij iedereen kon omkopen.

[werknemer-3] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Ik ben in maart 2010 naar Nederland gekomen samen met mijn toenmalige Poolse vriend Mariusz om beiden werk te zoeken. (..) Via andere Poolse mensen kreeg ik een kamer op de 1e verdieping in de [adres-1] te Deventer. (…)

[verdachte] nodigde mij gelijk de 1e avond na mijn werk uit om mee te gaan naar een restaurant in Deventer. Hij maakte die avond gelijk avances richting mij. Hij probeerde mij te zoenen in mijn nek en op mijn mond. Ik wilde dit niet en heb hem dat ook duidelijk gemaakt. Nadat ik hem dit duidelijk had gemaakt liet hij mij met rust en ging vervolgens gokken achter een gokautomaat. Die avond zijn wij samen naar de [adres-1]gelopen. (..) [verdachte] liep mij achterna naar mijn kamer.

[verdachte] begon zich weer op te dringen en zei dat hij met mij naar bed wilde. Hij begon met zijn handen aan mijn lichaam te voelen en probeerde mij uit te kleden. Het lukte mij op hem in te praten door te zeggen dat ik dit niet wilde en dat hij mij met rust moest laten. Uiteindelijk lukte het mij om hem uit mijn kamer te krijgen. Een paar dagen later kwam hij weer ongewenst binnen. Ik had geen sleutel van mijn kamer gekregen van hem zodat ik hem niet kon afsluiten. Toen ik hem naar de sleutel vroeg zei hij dat ik geen sleutel kreeg. (..)

Al die tijd gedroeg [verdachte] zich op mijn kamer of hij daar zelf woonde. (..) Na het douchen liep hij in zijn nakie rond en zei dan tegen mij terwijl ik bijna sliep dat hij met mij naar bed wilde. Hij zei dan letterlijk tegen mij: ‘Ik heb jou geholpen, nu moet jij mij helpen, ik heb zo’n pijn aan mijn ballen’. Hij zei dit non stop. In de drie weken dat ik daar “gewoond” heb, heeft [verdachte] geregeld ongewenst aan mijn lichaam gezeten en twee keer verkracht. (…)

Na drie weken ben ik vertrokken van mijn kamer. Dit was op 10 april 2010. Dit kon ik niet eerder doen omdat ik geen andere woonruimte kon vinden en anders op straat kwam te staan zodat ik ook niet meer kon werken. Ik was en voelde mij in deze drie weken geheel afhankelijk van [verdachte]. Hij was mijn werkgever en tevens mijn huurbaas. Ik ben naar Nederland gekomen om geld te verdienen voor mijn thuissituatie. (..) [verdachte] zei tegen mij dat wanneer ik weg zou gaan bij hem, hij ervoor zou zorgen dat ik geen werk en geld meer kreeg.(...)

Zoals ik u hiervoor al verteld heb probeerde [verdachte] steeds weer om seks met mij te hebben. In de 3 weken dat ik woonde op zijn zogenaamde kamer ben ik twee keer door hem met geweld verkracht.

De 1e keer gebeurde dit rond de 16e maart 2010. Ik weet de datum niet precies meer. Ik had die nacht gewerkt en kwam tussen 03.00 uur en 04.00 uur thuis op de kamer in de [adres-1]te Deventer. Op een zeker moment kwam hij bij mij op de kamer. Ik lag al in bed en had mijn pyjama aan. (..) Ik werd wakker en ik zag dat [verdachte] geheel bloot naast mij lag in bed. Ik voelde dat hij mij aan mijn lichaam begon te betasten. Ik zag en voelde dat hij met zijn handen mij probeerde uit te kleden. Ik zei tegen hem dat hij mij met rust moest laten en dat ik dit niet wilde. Hij zei wederom tegen mij dat hij geholpen had en dat ik hem nu moest helpen omdat hij zo’n pijn in zijn ballen had. Hij zei dit non stop.

Ik probeerde tegen te stribbelen echter hij hield mij stevig vast zodat dit niet lukte. Terwijl hij boven op mij lag en mij stevig vast hield begon hij met kracht op mijn mond te zoenen. Hierbij hield hij mijn hoofd stevig vast met zijn handen. Hij lag naakt op mij en het lukte hem mij te ontkleden. Ik zag en voelde dat hij een stijve had. Hij probeerde mij te neuken wat uiteindelijk ook gebeurde. Ik zag dat hij nadat hij was klaargekomen en uit mij ging, wel een condoom om zijn penis droeg. (…)

De tweede keer dat ik door [verdachte] verkracht ben was ongeveer een week later. Het was volgens mij op 23 maart 2010. (…) Ik werd wakker en zag dat hij weer naast mij in bed lag. Ik lag op mijn zij en terwijl ik sliep werd ik wakker en voelde dat hij met zijn penis mij probeerde van achteren te neuken. Hij probeerde mij anaal te nemen. Hierop werd ik zo vreselijk kwaad en boos op hem en begon hem voor alles en nog wat uit te schelden. (..) Hij heeft mij die nacht vervolgens nog wel vaginaal verkracht. Hij is toen niet klaargekomen. Dit was tegen mijn wil. Ik voelde dat ik geen andere keus had omdat ik bang was mijn werk kwijt te raken. Ik heb nooit met [verdachte] vrijwillig seks gehad. Hij probeerde gewoon een relatie met mij af te dwingen en had het altijd over seks en over zijn zere ballen. (..)

Ik kon toen niet weg bij hem omdat ik helemaal afhankelijk van hem was. Ik wist niet waar ik naar toe moest wanneer ik er door hem uitgezet zou worden. Hij had de kamer en het werk voor mij geregeld en ik wist toen nog niet de weg in Deventer. Ik voelde mij erg kwetsbaar. Ik had nog geen geld verdiend om te kunnen terug keren naar Polen.

Het gebeurde dan dat [verdachte] om 3 uur ’s nachts bij mij kwam of tegen de ochtend, dat hij zich uitkleedde en naast me kwam liggen. Ook als ik sliep kroop hij in bed en maakte mij wakker door mij te kussen en verder kracht gebruikend nam hij mij (…) Heeft seks afgedwongen. (..) Hij trok mijn kleding uit, mijn pyjama. Een paar keer liep ik weg naar de keuken en wilde dat voorkomen. Ik wilde niet, trok mijn kleding af en heeft me verkracht. (…) Ik huilde vaak. Liep naar de keuken, rende naar de keuken. Ik wilde niet in dezelfde kamer blijven als hij. (..) Hij gaf mij te kennen als ik geen seks met hem zou willen hij geen werk voor mij zou hebben. Hij zei in het Pools: ‘Mie ma daij nie ma pracy’ hetgeen betekend als je het niet geeft, dan heb je geen werk (..) [verdachte] heeft een groot postuur, is sterk. Ondanks het feit dat ik probeerde uit zijn handen te wringen wist hij mij vast te houden en door te zetten. Als je op bed ligt en je handen ergens vast legt hield hij mijn handen vast. (..) Hij houdt me vast en stopt zijn penis in mijn vagina. (…) Ik lig op mijn rug en vraag of hij van mij af wil gaan. Hij zegt dat ik stil moet zijn. (..) Als hij met zijn lichaam op me ligt en met zijn benen mijn benen uit elkaar duwt kan ik ze niet meer tegen elkaar houden. (..) Telkens als ik tegensputter zegt hij dat ik dom ben en naar de dokter moet. Omdat ik niet goed bij mijn hoofd ben omdat ik niet in zie dat ik als ik seks met hem heb ik beter af ben, geld krijg, eten en kleding krijg, op het werk geld verdien en van hem extra geld krijg en geen huur hoef te betalen. Dat zei hij.

[werknemer-7] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

In de maand eind juli 2008 ben ik weer naar Nederland teruggegaan. (..) Na ongeveer 4 dagen in Nederland te zijn, kreeg ik via [verdachte] werk. (..) Toen [verdachte] ons de woning aan [adres-1] te Deventer heeft laten zien, bepaalde hij min of meer wie van ons gezin waar kwam te slapen. (…) In het begin sliep ik alleen op deze slaapkamer. Later kwam [verdachte] daar ook slapen. [verdachte] kwam vaak bij mij op bezoek en bleef vaak tot heel laat. Mijn ouders gingen dan naar bed en hij ging zogenaamd weg en kwam even later op mijn slaapkamer. (..) [verdachte] had de sleutel van ons huis. Hij zei dat deze woning van hem was en dat hij het recht had om ongevraagd binnen te komen. (..)

Die avond ging hij als eerste mijn kamer binnen en riep hij dat hij met mij wilde praten. Ik wilde niets van hem. Hij heeft toen heel erg aangedrongen dat ik moest komen. (..) Ik ben vervolgens naar hem toegegaan. Hij begon aan mij te zitten. Ik wilde dit niet en confronteerde hem met het feit dat hij getrouwd was. Hij begon mij te omhelzen en zei dat hij verliefd op mij was. Nadat ik hem had afgewezen begon hij uit onmacht met zijn hoofd tegen de muur te bonken. Hierna ging hij weg. (..) In het begin van het lastig vallen heb ik tegen [verdachte] gezegd dat ik de politie zou waarschuwen wanneer hij zou lastig vallen. Hij dreigde mij dat wanneer ik de politie zou bellen wij dan ons huis uit moesten en dat wij ons werk zouden kwijtraken. Hierna was ik bang dat wij alles zouden gaan verliezen wanneer ik het zou gaan vertellen. (…) Hij zei letterlijk: ‘Ik ben de baas, bij niet luisteren staan jullie allemaal op straat.’

Verkrachting

Op een avond kwam [verdachte] bij mij op kamer. Hij zei tegen mij dat hij seks met mij wilde. Ik wilde dit niet en kreeg vervolgens ruzie met hem. Ik was bang voor hem. Ik voelde mij moe en radeloos. Ik wilde niet alles verliezen, voor mijzelf, ouders en mijn zusjes. Hij gooide mij op bed en kwam vervolgens ook op het bed. Hij hield mij stevig vast en verkrachtte mij. Ik wilde geen seks met hem. Ik had geen gevoelens voor hem. Ik was bang om te schreeuwen omdat mijn ouders dan wakker zouden worden. Ik was bang dat dit alles zou uitlopen in een tragedie en dat wij op straat zouden komen te staan. (…) Ik kwam er al snel achter dat hij alleen maar seks wilde. Ik wilde toen helemaal niks meer met hem. (…) Ik was heel bang voor hem. (..) Ik heb daar in de Smedenstraat samen met mijn familie 7 maand gewoond. Al die tijd heeft hij mij seksueel lastig gevallen. Hij heeft mij verschillende keren verkracht, precies weet ik niet meer hoe vaak dit is geweest. Soms was het een paar keer op een dag.

(Je vertelde dat hij in het begin geen lichamelijk contact zocht. Wanneer veranderde dat dan?) Na ongeveer 2 weken. Hij kwam toen mijn slaapkamer binnen en vertelde mij dat hij geen slaapplaats had. Hij vertelde mij dat hij bij mij wilde slapen. Ik zei hem dat ik dit niet wilde en vroeg hem waarom hij hier wilde slapen. Hij zei toen tegen mij: “Dit is een groot bed. Ik heb dat bed gekocht, dus de helft van dat bed kan ik wel beslapen.”. (…)

De eerste keer dat ik hem wegstuurde is hij dus ook gegaan. Maar de tweede keer dat hij op mijn slaapkamer kwam, liet hij zich niet wegsturen. (..) Maar omstreeks middernacht werd ik wakker omdat iemand mijn slaapkamer binnen kwam. Ik dacht direct dat [verdachte] dat was. (..) Hij vertelde mij dat hij niet kon slapen omdat hij geen slaapplaats had. Hij stond op en trok direct zijn schoenen en broek en t-shirt uit. Hij stond in zijn onderbroek. Daarna is hij op bed onder het dekbed gaan liggen.

Aanvankelijk lag hij stil. Na een tijdje begon hij mij aan te halen. (..) Hij kwam naar mij toe en sloeg een arm om mij heen. Hij wilde met zijn hoofd op mijn arm liggen. (…) Vervolgens begon hij mij te betasten. Over mijn benen, over mijn armen. Hij aaide en streelde mij. Hij zei dat hij van mij hield. Ik zei dat hem dat ik niet wilde dat hij mij zou aanraken, maar dat hielp niet. (…) (Welke woorden gebruikte je dan om hem dat duidelijk te maken?) Niet pakken mij reka (arm in het Pools). ‘Weg, weg’. ‘Slapen…weg… andere kant slapen’ Met mijn armen gebaarde ik hem naar de andere kant van het bed te gaan. Dat herhaalde zich telkenmale. Hij kwam steeds opnieuw terug. (…) Op een gegeven moment lag hij al half op mij en trok mijn broek naar beneden. (…) In een keer beide broeken. Hij trok dit naar beneden tot aan mijn enkels. Ik zei toen al niets meer.. (…) Ik was al zo moe. Ik dacht als ik hem nu zijn gang laat gaan, dan gaat hij uiteindelijk weg. Bovendien was ik bang dat als ik hem zou afstoten dat hij mij wel iets aan zou kunnen doen. (..)

Hij is toen op mij gaan liggen. Hij pakte toen een condoom uit zijn broekzak. Zijn broek lag naast het bed. Hij heeft het condoom zelf omgedaan. Toen is hij op mij gaan liggen. (..) Daarna is hij in mij binnen gedrongen. (..) Met zijn penis. (…) Ik voelde toen dat hij met zijn penis in mijn vagina binnendrong. (..) Ik voelde dat als een verkrachting, maar ik zei niets. (..)

Ik heb heel lang en heel vaak tegen hem gezegd dat ik niet wilde. Hij bleef aandringen dat hij verliefd op mij was. (..) Maar hij bleef zo lang aandringen dat ik er gewoon moedeloos van werd. Toen heb ik het opgegeven. Ik bedoel daarmee de weerstand. (…) In het begin heb ik hem nog wel terug geduwd maar op een gegeven moment hield dat ook op. (…)

Hij lag op mij maar ik had geen kracht meer om te vechten. Hij is sterker dan mij. Ik had hem al meerdere keren van hem afgeduwd. Ik was moe. Het was laat. Ik kon hem niet meer tegenhouden. (…)

Op een dag, toen mijn ouders niet thuis waren, kwam hij op mijn slaapkamer binnen. Ik was daar al. Hij kwam naar mij toe en omhelsde mij. Hij begon mij direct hardhandig/wild te kussen op mijn mond. Mijn mond deed er zeer van. Ik probeerde mij te bevrijden maar hij lachte mij uit. Hij liet mij niet los. Hij probeerde mij op mijn bed te krijgen. Eerst probeerde hij mij naar het bed te trekken maar ik verzette mij. Daarna heeft hij mij op het bed gegooid. Ik heb mij tijdens het hiertegen verzetten tijdens deze schermutseling pijn gedaan. Ik stootte mij met mijn rug tegen een kast op de kamer tengevolge waarvan ik nu nog steeds een zichtbaar litteken heb. OPM VERB: AAB toont ons een licht zichtbaar litteken op de rechteronderzijde van haar rug. (…) Hij gooide mij met kracht op het bed. Hij had mij vastgepakt bij mijn armen. (..) Ik begon te huilen. [verdachte] begon zich te excuseren. Begon weer zijn liefde aan mij te verklaren. Dat hij zich daarom niet kon beheersen. Dat ik nog één keer seks met hem moest hebben. Ik dacht dat hij misschien bedoelde dat dit de allerlaatste keer seks met hem betekende. Ook deze keer was ik wel moe geworden van zijn verzet. (..) Ik had mij wel verzet maar op een gegeven moment had ik geen kracht meer om mij verder te verzetten. (…) Ik lag op bed. [verdachte] kwam als het ware boven mij te hangen. Hij pakte mijn polsen en hield mijn polsen hierna boven mijn hoofd vast. Ik huilde. Hij vertelde weer dat hij van mij hield. Dat hij nog een keer seks met mij wilde hebben. Hij liet even los. [verdachte] trok hierna zijn boven- en onderkleding uit. Ik was inmiddels al aan het andere eind van het bed tegen de muur gaan liggen. [verdachte] kwam op bed en begon mijn broek en onderbroek uit te trekken. Net zoals de eerste keer haalde hij een condoom tevoorschijn. (…)

Hij had dus zijn condoom omgedaan en kwam op bed. Hij ging op mij liggen. Hierna stopte hij zijn penis in mijn vagina. Daarna had hij gemeenschap met mij. Dat duurde ongeveer 10 minuten. Daarna ging hij uit mij. (...)

Hij kwam dus eerst op mij liggen. Daarna trok hij met zijn handen mijn benen uit elkaar. Ik zei niks. Ik keek de andere kant op. Hij kwam toen met zijn penis in mijn vagina waarna hij gemeenschap met mij had. (..) Ja, hij maakt op en neergaande bewegingen. (..)

V: Heb je in de periode dat je in de Smedenstraat hebt gewoond, na deze keer vaker seks met hem gehad?

A: Ja. (..) In de 7 maanden of half jaar dat wij daar woonden was dat wel vaak. In ieder geval meer dan 10 keer. (..)

V: Heb jij al die keren dat je seks had met [verdachte], dit tegen je zin gedaan?

A: Ja, dat was iedere keer tegen mijn zin. (…) Ik zei dan ‘ga weg, ik wil slapen’, ‘Ik wil niet’. Hij zei telkens tegen mij: ‘Ik zie dat jij het wel wilt’. Ik zei daarop dat hij dom was. Hoe kon hij dat zien dat ik het wel wilde. Dat was helemaal niet zo. (..)

V: Hoe lang zijn jouw ouders weggeweest naar Polen? (..) Is er in die week tussen jou en [verdachte] nog iets gebeurd?

A: Ja. Bijna iedere dag. [verdachte] kwam iedere avond naar mijn slaapkamer. Hij heeft mij iedere avond tot seks gedwongen. (..)

Ik heb hem heel vaak gezegd dat ik geen hoer ben die hij kan pakken op ieder willekeurig moment. Op dat moment sloeg hij mij in mijn gezicht. Hij werd boos en zei toen dat zijn meisje geen hoer kon zijn. (..)

V: Had [verdachte] alleen seks met jou of zat hij ook aan andere delen van je lichaam?

A: Ja, hij ging elke keer met zijn penis in mijn vagina. Daarnaast zat hij ook met zijn handen aan mijn borsten. (..)

V: Kun je een getal vertellen hoe vaak je gedwongen seks met [verdachte] hebt moeten hebben?

A: Nee, ik zou het niet meer weten. Het gebeurde soms twee a drie keer op een dag. Dat gebeurde op de dagen dat hij zgn geen slaapplaats had. Een ander argument van hem was dat hij als Turk twee keer seks moest hebben omdat hij twee ballen had. (…)

Op een dag was ik alleen thuis. (..) Toen ik bij hem aan tafel in de keuken zat voelde ik dat hij ineens mijn knieën tussen zijn knieën klemde. Ook pakte hij met zijn benen mijn polsen vast en klemde die af. Ik had mijn handen nl op mijn knieën liggen toen hij dat deed. (…) Ik was psychisch al aan mijn eind. (…) Hij lachte mij in mijn gezicht uit. Hij heeft mij een hele lange tijd in deze houding vastgehouden. (..) Tot hij op zeker moment sleutels van beneden hoorde of dat mijn moeder en zussen de trap opkwamen. Hij stond op en liet mij los. Ik bleef zitten huilen. Mijn ouders kwamen binnen. (..)

[werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] hebben bij de politie uitvoerige, gedetailleerde en op hoofdlijnen consistente verklaringen afgelegd omtrent hun seksuele contacten met verdachte. De rechtbank heeft geen onverklaarbare tegenstrijdigheden in de verklaringen van [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] kunnen vaststellen, op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat die verklaringen niet betrouwbaar zouden zijn. De verklaringen zijn zo gedetailleerd en uitvoerig dat de rechtbank het niet waarschijnlijk acht dat de verklaringen tot op dat niveau op elkaar zijn afgestemd. Voorts is de rechtbank niet gebleken van contacten tussen [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-7] en [werknemer-1] of anderen waaruit blijkt dat zij de inhoud van de aangiften/verklaringen betreffende verkrachtingen door verdachte op elkaar hebben afgestemd. Daarbij overweegt de rechtbank voorts dat [werknemer-2] reeds in november 2009 - dus voorafgaand aan de verklaringen bij de politie van [werknemer-1], [werknemer-7] en [werknemer-3] - bij de politie heeft verklaard over de verkrachtingen en dat [werknemer-3] geen aangifte heeft willen doen, maar (slechts) een getuigenverklaring heeft afgelegd over hetgeen haar is overkomen.

Gezien dit alles, in onderling verband en samenhang bezien, hecht de rechtbank geloof aan de verklaringen van [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] en zijn de verklaringen om die reden ook bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank betrekt bij haar oordeel tevens dat voormelde verklaringen van [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] bovendien worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals in het hiernavolgende nog uiteen zal worden gezet.

De rechtbank acht van belang dat de verklaringen van [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] op essentiële punten overeen komen. Alle drie de vrouwen zijn (in de periode van de tenlastegelegde feiten) uitzendkracht geweest bij [uitzendbureau] en waren woonachtig in een woning van [uitzendbureau] boven het kantoor van [uitzendbureau], alwaar ook het merendeel van de seksuele contacten tussen verdachte en de vrouwen in een achtereenvolgende periode ([werknemer-7]: september 2008-juni 2009, [werknemer-2]: september – november 2009 en [werknemer-3]: april 2010) hebben plaatsgevonden. [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] verklaren afzonderlijk van elkaar dat verdachte vlak na kennismaking toenadering zocht en dat hij zich in eerste instantie liet wegsturen, maar (vervolgens) onverwachts ’s nachts bij hen in bed kroop. De vrouwen verklaren in gelijke zin over het door verdachte onverhoeds uittrekken van hun broek en onderbroek en het gebruik door verdachte van een condoom en [werknemer-2] en [werknemer-3] verklaren beide over verdachtes interesse in anale seks. Voorts verklaren alle drie de vrouwen over geweld en/of kracht en/of dwang dat/die verdachte bij de verkrachtingen heeft gebruikt, waaronder - zo verklaren althans [werknemer-2] en [werknemer-3] - onder meer het argument dat hij hun baas is en tegen hen zei: ‘Geen seks, geen werk’, althans woorden van gelijke strekking. Voor zover de verdediging met betrekking tot dit laatste zinnetje heeft gesteld dat onduidelijk is wat verdachte precies heeft gezegd, overweegt de rechtbank dat uit de verklaringen van elk van deze vrouwen ondubbelzinnig blijkt dat zij – hoe de precieze woordkeus van verdachte ook is geweest – datgene wat verdachte op dit punt tegen hen heeft gezegd in elk geval hebben zo verstaan dat verdachte van hen seks verlangde in ruil voor werk en/of huisvesting.

De rechtbank is verder van oordeel dat de verklaringen van [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] elkaar ondersteunen, nu de wijze waarop (de aanloop naar) de verkrachtingen hebben plaatsgevonden op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont. Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 7 worden de verklaringen van [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] daarom over en weer tot het bewijs gebezigd.

Overige bewijsoverwegingen verkrachting [werknemer-2] (feit 1)

De verklaringen van [werknemer-2] worden, naast de verklaringen van [werknemer-3] en [werknemer-7], eveneens ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2009, de verklaringen van [betrokkene-1], [werknemer-12], [werknemer-5] en de verklaring van verdachte bij de politie.

In een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2009 is onder meer het volgende door verbalisanten opgeschreven:

Op vrijdag 20 november 2009 (…) kregen wij (..) de melding (..) te gaan naar de [adres-1] te Deventer. Aldaar zou een slecht Engels sprekende vrouw hulp nodig hebben. (..) In het uitzendbureau zaten meerdere Turkse mannen. (…) Vervolgens werden wij verbalisanten aangesproken door een vrouwspersoon. Zij bevond zich op de eerste verdieping van [adres-1] te Deventer. (…) Hier werden wij aangesproken door een vrouw genaamd [werknemer-2] (…). Zij verklaarde dat ze sinds drie maanden werkzaam is voor het uitzendbureau, gelegen op de begane grond van het perceel. Zij werkt in Apeldoorn in een vleesverwerkingsfabriek en haar baas is [verdachte]. (..) [werknemer-2] verklaarde dat ze vandaag op vrijdag 20 november 2009, hardhandig was aangepakt door haar baas. Zij verklaarde dat haar baas haar beetpakte aan haar bovenarmen en vervolgens tegen de muur gooide. [werknemer-2] liet ons verbalisanten een blauwe plek op haar rechter bovenarm zien. Zij verklaarde vaker te zijn mishandeld door haar baas. (..) Wij verbalisanten zagen dat [werknemer-2] een gespannen en zenuwachtige indruk maakte. Op doorvragen van ons verbalisanten verklaarde ze dat erin het verleden wel meer is gebeurd dan alleen de mishandelingen. Zij verklaarde dat ze (..) gedwongen seks heeft gehad met haar baas.

[betrokkene-1] heeft bij de politie over [werknemer-2] het volgende verklaard:

[werknemer-2] heeft ook een tijd bij mij ingewoond. (..) Omdat zij geslagen was, Zij heeft niet verteld door wie zij geslagen was. Ik heb zelfs van haar blauwe plekken nog foto’s gemaakt. (..) Aan de binnenkant van haar bovenarm en onder een van haar ogen had zijn volgens mij ook een blauwe plek. (..) [[werknemer-2] rilde helemaal van de zenuwen. Ik heb haar gevraagd wat er was gebeurd maar dat wilde zij mij niet vertellen. (..) Ik denk dat dit in de maand november 2009 was. (..) ([[werknemer-2] heeft verteld dat jij haar een keer hebt opgehaald samen met een ander persoon vlak bij een station. Ik kan me herinneren dat ik haar inderdaad daar heb opgehaald (…) Ik zag dat zij toen ontzettend trilde (…) en bang was.

[werknemer-12] heeft bij de politie over [werknemer-2], door hem […] genoemd, het volgende verklaard:

[werknemer-2] was volgens [verdachte] zijn vriendin. [werknemer-2] wilde eigenlijk helemaal niet met hem zijn. Ik heb met [werknemer-2] [werknemer-2] gesproken en zij heeft mij verteld dat zijn geen vriendin was van [verdachte]. [verdachte] had zich in zijn hoofd gehaald dat [werknemer-2] zijn vriendin was omdat zij boven het uitzendbureau woonde.

[werknemer-5] heeft bij de politie over [werknemer-2], door haar […] genoemd, het volgende verklaard:

[verdachte] vertelde altijd tegen de vrouwen: “Jij niet seks geven, jij geen werk hebben”(…) Ik heb wel gehoord dat blonde [werknemer-2], ook wel genoemd [[werknemer-2] al huilende vertelde aan [werknemer-1] dat zij met [verdachte] naar bed moest en seks met hem moest hebben. (…) Ik hoorde dat [werknemer-2] hevig huilde en ze tegen [werknemer-1] [zei] dat zij niet met hem wilde neuken.

Daarnaast heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij vanaf de zomer van 2009 20 keer seks heeft gehad met [werknemer-2].

De rechtbank is gelet op voormelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien van oordeel dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot bewezenverklaring te komen van hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd.

Overige bewijsoverwegingen verkrachting [werknemer-3] (feit 2)

De verklaringen van [werknemer-3] worden, naast de verklaringen van [werknemer-2] en [werknemer-7] eveneens ondersteund door de verklaringen van [werknemer-1], [betrokkene-2], een tapgesprek tussen [betrokkene-2] en [werknemer-3] op 4 november 2010 om 20:16 uur en de verklaring van verdachte bij de politie.

[werknemer-1] heeft over [werknemer-3], door haar […] genoemd, bij de politie het volgende verklaard:

[werknemer-3] is misbruikt door [verdachte]. [werknemer-3] woonde bij ons aan de [adres-1]. In het begin wist ik er niets van maar op een gegeven moment kwam ze huilend de keuken in. Ze pakte haar spullen en riep dat ze daar niet meer kon wonen en het niet meer vol hield omdat [verdachte] haar wakker maakt, haar uitkleedde en tot seks dwong, haar bij de keel pakte. (..) Toen ze de keuken binnenstormde en zei dat [verdachte] haar tot seks dwong. Ik weet dat ze vertelde dat ze door hem bij de keel was gepakt. Dat hij haar heeft verkracht. (..) Ze zei dat hij haar daarvoor ook vaak lastig viel, haar ’s nachts wakker maakte.

[bterokkene-1] heeft over [werknemer-3], door hem [werknemer-3] genoemd, bij de politie het volgende verklaard:

[werknemer-3] heeft mij vanuit Nederland gebeld. Ik was toen in Polen. Dit was ongeveer in maart of april 2010. Zij heeft mij gevraagd om haar te helpen. Ze wilde weg uit het huis waar ze toen woonde. [werknemer-3] vertelt mij dat [verdachte] tegen haar had gezegd dat wanneer zij niet met hem ([verdachte]) wilde slapen, dan kon ze opdonderen. Iemand had tegen [werknemer-3] gezegd dat ze het niet zo serieus moest nemen, maar [werknemer-3] moest hierover huilen (..)

Daarnaast wordt de verklaring van [werknemer-3] ondersteund door een tapgesprek tussen [werknemer-3] en [betrokkene-1] op 4 oktober 2010 om 20.16 uur.

Dan zal ik je zeggen dat hij mij verkracht heeft. (..) [werknemer-3]: oh, jij bent de eerste persoon die van weet. (..) M: heeft de baas zelf jou verkracht? [werknemer-3]: ja. (..) [betrokkene-1]: maar hoe kwam dat hij jou verkracht heeft?

[werkenemer-3]: Omdat ik in een particuliere woning was, dat was woning die door het [uitzendbureau] werd gegeven en hij had de sleutels van die woning wat ik niet wist dat hij de sleutels had en na de werktijd, toen werkte ik in de nachtdiensten, kwam ik gewoon naar huis, ik reed met de andere mensen, zij zetten me uit en ik ging thuis me wassen en eten en slapen en op moment dat ik sliep kwam hij gewoon de woning binnen alsof dat normaal en legaal was alsof zijn eigen woning was, hij kwam op mijn kamer, ging zich uitkleiden, nou zulke scenes had ik. (…) Alles met geweld, ik ben niet zo groot als hij, hij is groot van postuur en ik was niet in staat, je weet het, en in begin ging ik vluchten en daar woonde ook degene voor wie ik naar de politie moest gaan en zij zag wat er gebeurde , maar zij was niet altijd thuis en dan had hij de ruimte om zijn talenten te tonen.

[betrokkene-1]: dus dat was niet een keer gebeurt, dus meerdere malen?

[werknemer-3]: ja, twee keer. (..)

[werknemer-3]: Zij hebben geen geweten, zij en als zij iets willen dan zullen zij er naar streven om het te bereiken, maar weet je ik heb in het begin gezegd van niet en van dit, maar iedereen zegt dat als je tegen een Turk nee zegt dat hij na drie a twee weken opgeeft dus zei ik ook steeds neen, neen en hij ging me steeds chanteerde dat als ik niet met hem naar bed ga slapen zal hij mij ontslaan en ik zei steeds dat ik niet een hoer uit Polen is die werk krijgt in ruil voor haar kont.

Daar komt bij dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij twee of drie keer seks heeft gehad met [werknemer-3].

De rechtbank is gelet op voorgaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien van oordeel dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot bewezenverklaring te komen van hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd.

Overige bewijsoverwegingen verkrachting [werknemer-7] (feit 7)

De verklaringen van [werknemer-7] worden, naast de verklaringen van [werknemer-2] en [werknemer-3] eveneens ondersteund door de verklaringen van [betrokkene-4], [betrokkene-3] en de verklaring van verdachte bij de politie.

[betrokkene-4] heeft bij de politie het volgende over [werknemer-7] het volgende verklaard:

V: Weet je wat er in die periode is gebeurd tussen [werknemer-7] en [verdachte].

A: De laatste weken vertelt ze mij pas alles. Hij kwam ongevraagd binnen, hij had een sleutel van het huis. (..) Ze had wel eens blauwe plekken op haar arm. Hij hield haar zo hard vast dat ze uiteindelijk seks moest doen. Ze moest dan seks hebben met hem.

V: Wat vertelde [werknemer-7] daarover?

A: Dat wilde ze niet. (…)

V: Wat voor seks is er geweest dan?

A: Gewoon neuken. (…)

V: Waarom weigerde ze niet.

A: Angst, heel veel angst. Ze zegt nu waarom ze bang was. Ze is bang dat haar familie het land uit wordt gezet. Dat zei hij ook vaak. Hij zei van ik ben de baas en ik zet jullie het land uit. (..)

V: Wat waren de bijzonderheden?

A: Dat hij opeens de broek uit trok. Ze probeerde weerstand te bieden maar hij was te sterk. Details vertelde ze mij niet. (..)

V: Wanneer vond de seks plaats tussen [werknemer-7] en [verdachte].

A: Tussen oktober 2008 en april 2009, dat was hier in Deventer en het gebeurde aan de Smedenstraat.

[betrokkene-3] heeft bij de politie over [werknemer-7] het volgende verklaard:

V: Even terug naar [verdachte]. Kwam hij ook bij jullie thuis op bezoek?

A: Ja. (..) Hij kwam wanneer hij wilde. (..) Hij kwam vrij vaak. In het begin kwam hij elke dag, daarna minder vaak. (..) Eerst overdag. Daarna kwam hij vaker ’s avonds of ’s nachts. (..) Alleen aan de Smedenstraat kwam hij ook ’s nachts. (..)

Hij sprak steeds over mijn dochter [werknemer-7]. (..)

V: Wat vond u ervan dat hij ook naar haar slaapkamer ging als u naar u eigen slaapkamer ging?

A: (..) Soms wist ik niet eens dat hij er was en naar de slaapkamer van mijn dochter was. Zo voorzichtig deed hij dat dan. (..)

V: Hoe wist u dan toch dat dit was gebeurd? Dat hij haar slaapkamer binnen was gegaan?

A: Ik zag dat in de ochtend. Als ik uit bed kwam zag ik dat hij geen jas aan had, dat hij dus niet was gekomen, maar dat hij was blijven slapen bij ons. (..)

V: Weet u wat [werknemer-7] van [verdachte] vond?

A: (..) Het veranderde omdat hij opdringerig werd. Hij kwam elke dag of zij nou wilde of niet. Dat vond zij niet goed. (..)

V: Hoe weet u dat [werknemer-7] dat niet wilde?

A: Omdat ze later meerdere malen huilde. Aan het einde vroeg ze ons, mama, papa, haal hem bij mij weg. De reden hiervan vertelde ze niet echt. Ze zei dat ze niet met hem wilde zijn. (..)

V: [verdachte] werd dus opdringerig richting [werknemer-7]. Ze huilde, wat was de opdringerigheid?

A: Hij heeft zelf voor de situatie gezorgd dat ze hem niet meer wilde zien. (..) Er is een situatie voorgekomen in mijn afwezigheid. (..)

V: Wat voor een situatie zag u dan?

A: (..) Hij was naar boven gegaan. (..) Toen ik binnen kwam, beneden, hoorde ik een geluid alsof er met een vuist op tafel werd geslagen. Ik ging de trap op en liep de keuken binnen. [werknemer-7] zat klem tussen het keukenblok en de tafel. Ze zat op een stoel. Hij ook. En hij hield zijn benen om haar benen heen, zodat ze niet weg kon. Ze zat klem. Het leek alsof hij haar met zijn benen klem had gezet zodat ze niet weg kon. Ze zat ook tussen de tafel en keukenblok. Ik zag dat hij met zijn vuist op tafel sloeg. (..) Ik zag mijn dochter. Ik zag dat ze geschrokken was. Ze was rood. Ik wist niet wat er was gebeurd. Ik schreeuwde tegen hem: ‘Wat ben je aan het doen?’ Hij zei: ‘Niets.’ Het lukte mijn dochter toen om weg te rennen. Ze rende naar haar kamer. Ik kwam haar kamer binnen en vroeg wat er was gebeurd. Mijn dochter bleef alleen maar huilen. Het leek alsof hij bang werd of verrast was dat iemand deze situatie had gezien. (..)

A: (…) Hij dringt zijn wil op. Hij wil altijd zijn zin hebben en luistert nooit naar anderen. (..)

A: (…) 1 of 2 maanden na dit gebeuren zijn we verhuisd naar de [adres-8]. We woonden 8 maanden aan de [adres-1] in totaal. Dat was in de periode van september 2008 tot ongeveer juni 2009. (..)

V: Waar komt het vermoeden weg dat het om seks zou gaan.(..)

A: Omdat mijn dochter hem ook vaak wegstuurde uit de kamer. Ze riep dan: ‘Nee’ en ze riep dan dat hij weg moest. Hij ging dan wel weg omdat hij wist dat ik anders zou komen of mijn man. ’s Nachts kwam hij dan toch weer terug omdat ik hem de volgende ochtend in ons huis aan trof. Ik vroeg dan aan mijn dochter of hij bij haar geslapen had en dat gaf ze dan wel aan, dat dit zo was.

V: Had u het gevoel dat dit met instemming van uw dochter was?

A: (..) Later wilde ze helemaal niet meer dat hij zo komen, of zou blijven. Ik zei dat ze dat dan tegen hem moest zeggen. Ze zei dan tegen mij dat het haar niet lukte om dit aan zijn verstand te brengen.(...)

Tevens heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij af en toe seks heeft gehad met [werknemer-7].

De rechtbank acht de verklaring van [betrokkene-3] redengevend omdat het de authenticiteit van de verklaring van [werknemer-7] ondersteunt, onder meer gelet op de overeenkomsten over een gewelddadig incident in de keuken en de dwingende houding van verdachte ten opzichte van [werknemer-7].

De stelling van de verdediging dat verdachte ten aanzien van [werknemer-7] geen geweld heeft gebruikt volgt de rechtbank niet. Van belang hierbij is dat [werknemer-7] over uitoefening van geweld door verdachte concreet heeft verklaard bij de politie – verwezen zij hierbij naar hetgeen hiervoor is geciteerd uit haar verklaring van 19 november 2010 – dat daarbij een litteken op haar rug is waargenomen door de betreffende verbalisant, dat ook haar vriend [betrokkene-4]heeft verklaard over door hem waargenomen blauwe plekken en voorts dat hetgeen [werknemer-7] op dit punt heeft verklaard, past in het patroon dat, zoals volgt uit hetgeen eerder is overwogen, is te onderkennen in de wijze waarop de verkrachtingen van de verschillende vrouwen door verdachte hebben plaats gevonden.

De rechtbank is gelet op voorgaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien van oordeel dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot bewezenverklaring te komen van hetgeen verdachte onder 7 ten laste is gelegd.

Feit 3 mensenhandel

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 1, sub 4 en sub 6 van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van de 7 in de tenlastelegging genoemde personen en ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde “één of meer andere personen”. De officier van justitie heeft ten aanzien van sub 1 aangevoerd dat er sprake is van “middelen” die een uitbuitingssituatie tot stand kunnen brengen, dat de gedragingen vervoeren, huisvesten en opnemen van toepassing zijn, en dat aan het delictsbestanddeel “oogmerk” is voldaan. De officier van justitie heeft ten aanzien van sub 4 aangevoerd dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) door middel van “middelen” werknemers hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten. Ten aanzien van sub 6 heeft de officier van justitie opgemerkt dat verdachte groot economisch voordeel heeft genoten van de uitbuiting van de Poolse uitzendkrachten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdediging heeft hiertoe aangevoerd dat geen sprake is van middelen en gedragingen met het oogmerk van uitbuiting, dat er geen sprake is van middelen die dwingen of bewegen tot het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van arbeid of diensten, en dat geen sprake is van voordeel trekken uit deze uitbuiting.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 1, sub 4 en sub 6 van het Wetboek van Strafrecht met betrekking tot [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] en een of meer andere personen.

De rechtbank is van oordeel dat de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden door de wijze van tenlastelegging uitsluitend betrekking hebben op [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] zodat mensenhandel met betrekking tot de in de tenlastelegging tevens opgenomen categorie “een of meer andere personen” aan de hand van die feitelijkheden niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank constateert dat de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden zijn onder te verdelen in de volgende onderwerpen:

I. huisvesting,

II. vervoer,

III. arbeidsovereenkomst,

IV. financiën en

V. dwang, bedreiging en geweld.

De rechtbank zal deze onderwerpen hieronder afzonderlijk bespreken. Voor de redengevende bewijsmiddelen ten aanzien van de betreffende personen zij telkens verwezen naar de in dezelfde deelonderwerpen onderverdeelde eindnoten, waarbij met de nummering aansluiting is gezocht bij de nummering van de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden.

Huisvesting

[werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5] en [werknemer-6] hebben verklaard te zijn gehuisvest in een woning van [uitzendbureau], dat zij daarvoor € 40,00 of € 50,00 per week (respectievelijk € 150 of € 200 per maand) aan huur moesten betalen, hetgeen werd ingehouden op het salaris en dat zij met meer personen het huis moesten delen. Ook [werknemer-7] heeft verklaard met meerdere personen te zijn gehuisvest in een woning van [uitzendbureau] en dat de huur werd ingehouden op haar salaris. Met uitzondering van [werknemer-6] hebben deze werknemers voorts verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) ([directeur-2]) in het bezit was/waren van hun huissleutel en dat hij/zij zich te allen tijde (ongewenst) toegang kon(den) verschaffen tot de woningen van die werknemers. [werknemer-4], [werknemer-5] en [werknemer-7] hebben verder verklaard dat zij vaak, zonder opgaaf van redenen en op korte termijn, moesten verhuizen. Ten slotte hebben [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5] en [werknemer-7] verklaard dat hun woning verwaarloosd was.

Vervoer

[werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] hebben allen verklaard dat zij door of vanwege verdachte en/of zijn medeverdachte(n) van en naar hun werk werden vervoerd.

Arbeidsovereenkomst

[werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5] en [werknemer-6] hebben verklaard (arbeids)overeenkomsten te hebben ondertekend, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die zij niet (voldoende) machtig waren. [werknemer-7] heeft weliswaar ook verklaard dat haar contract in het Nederlands was opgesteld, welke taal zij niet (voldoende) machtig was, maar bij haar betreft dit een arbeidscontract bij [uitbeenbedrijf] en niet bij [uitzendbureau], zodat verdachte op dit punt ten aanzien van [werknemer-7] zal worden vrijgesproken.

Financiën

[werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-5] en [werknemer-7] hebben verklaard dat zij de eerste 2 weken dat zij gewerkt hebben geen salaris hebben uitbetaald gekregen en wel voorschotten. [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] hebben allen verklaard dat zij voorschotten op het salaris uitbetaald hebben gekregen. [werknemer-1] heeft verklaard dat er boetes werden opgelegd, die op het salaris werden ingehouden. De rechtbank heeft vastgesteld dat over het inhouden van boetebedragen op het salaris geen regels in de uitzendovereenkomst zijn opgenomen. [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] hebben allen verklaard dat zij blanco kwitanties hebben ondertekend en/of dat kwitanties ten name van hen valselijk zijn opgemaakt. Voorts hebben [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] allen verklaard dat er geen loonafschriften werden verstrekt en hebben [werknemer-1], [werknemer-6] en [werknemer-7] verder verklaard dat, voor zover die wel werden verstrekt, dit slechts gebeurde na uitdrukkelijk verzoek hiertoe. [werknemer-1], [werknemer-4] en [werknemer-5] hebben verklaard dat zij geen toeslag voor nachtdienst kregen uitbetaald en [werknemer-1], [werknemer-4], [werknemer-5] en [werknemer-7] hebben verklaard dat zij bij ziekte geen ziektegeld kregen uitbetaald.

Ten aanzien van de in de tenlastelegging onder nummer 11 omschreven feitelijkheid, te weten dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) uiteindelijk niet het volledig resterende salaris waar [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] recht op hadden, uitbetaald heeft/hebben, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank is van oordeel, dat ten aanzien van deze concrete personen – de door medeverdachte [directeur-2] ter zitting van 29 oktober 2012 gegeven toelichting op de wijze van administreren van verdachten, zoals deze is vastgelegd in het van die zitting opgemaakte proces-verbaal dat door de rechtbank ambtshalve en met instemming van de verdediging en het openbaar ministerie aan het dossier van verdachte is toegevoegd, in acht nemende - niet valt uit te sluiten dat deze personen (uiteindelijk) niet te weinig uitbetaald hebben gekregen net zoals anderzijds naar het oordeel van de rechtbank evenmin valt uit te sluiten dat (sommige van) deze personen onderbetaald zijn geweest nu de onder nummer 11 beschreven feitelijkheid met name ziet op contante betalingen terwijl voorts – zoals uit hetgeen elders in dit vonnis zal worden overwogen – sprake is geweest van het plegen van valsheid in geschrifte ten aanzien van diezelfde contante geldstromen. Voor een bewezenverklaring van de onder nummer 11 opgenomen feitelijkheid biedt de voorhanden zijnde informatie, zelfs indien de rechtbank zou ingaan op het door de verdediging gedane aanvullende bewijsaanbod, dan ook onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit punt vrijspreken. Gelet ook op het voorgaande acht de rechtbank het niet noodzakelijk in te gaan op het (voorwaardelijke) bewijsaanbod/verzoek van de verdediging om in de gelegenheid te worden gesteld alsnog een overzicht en administratie met betrekking tot de andere - naast [werknemer-1] - in de tenlastelegging genoemde personen over te leggen.

Dwang, bedreiging en geweld

[werknemer-1] en [werknemer-7] hebben verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben gedreigd hen uit huis te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zouden gaan. [werknemer-4] heeft verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben gedreigd haar het huis uit te zetten indien zij niet zou luisteren en [werknemer-6] heeft verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben gedreigd hem het huis uit te zetten indien hij niet aan het werk zou gaan.

[werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4] en [werknemer-5] hebben verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben gezegd dat er geen werk voor hen zou zijn, als ze geen seksuele handelingen met verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zouden verrichten. [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] hebben verklaard dat zij meermalen zijn gedwongen tot seksueel contact. [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-6] en [werknemer-7] hebben allen verklaard te zijn mishandeld door verdachte en/of zijn medeverdachte(n).

Voorts heeft [werknemer-1] verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben gezegd dat - als zij naar de politie zou gaan - zij of medewerkers van [uitzendbureau] haar/hun woonruimte en werk zou(den) kwijtraken, en dat zij bedreigd is nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie.

[werknemer-3] heeft ten aanzien van het onderwerp dwang bedreiging en geweld aanvullend verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben gezegd - nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie - dat zij een probleem zou hebben als zij naar Nederland zou komen en als zij aan de politie de waarheid zou vertellen, er werk voor haar zou zijn en alles zou zijn opgelost, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking.

[werknemer-5] heeft ten aanzien van het onderwerp dwang, bedreiging en geweld aanvullend verklaard dat haar geweld is aangedaan en dat zij meermalen in de billen is geknepen door verdachte en/of zijn medeverdachte(n).

[werknemer-6] heeft verklaard dat hij is mishandeld en bedreigd, nadat hij bij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) had gevraagd om uitbetaling van door hem verdiend loon.

Ten slotte heeft [werknemer-7] ten aanzien van dit onderwerp nog verklaard dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) gedreigd heeft/hebben haar het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en dat haar gezegd is dat - als zij naar de politie zou gaan - zij haar woonruimte en werk zou kwijtraken.

Betrouwbaarheid verklaringen

[werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] hebben bij de politie en bij de rechter-commissaris uitvoerige, gedetailleerde en op hoofdlijnen consistente verklaringen afgelegd omtrent de onderwerpen huisvesting, vervoer, arbeidsovereenkomst, financiën en dwang, bedreiging en geweld. De rechtbank heeft geen onverklaarbare tegenstrijdigheden in hun verklaringen kunnen vaststellen, op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat die verklaringen niet betrouwbaar zouden zijn. De verklaringen zijn bovendien zo gedetailleerd en uitvoerig dat de rechtbank het niet waarschijnlijk acht dat de verklaringen tot op dat niveau op elkaar zijn afgestemd. Voorts is de rechtbank niet gebleken van contacten tussen alle bovengenoemde aangevers en getuigen waaruit blijkt dat zij de inhoud van de aangiften/verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Gezien dit alles, in onderling verband en samenhang bezien, hecht de rechtbank geloof aan de verklaringen van [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7], zoals zij die op hoofdlijnen hebben afgelegd. De verklaringen zijn om die reden ook bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank betrekt bij haar oordeel voorts dat sommige in de tenlastelegging genoemde feitelijkheden niet alleen door de verklaringen van aangevers en getuigen ook worden ondersteund door andere bewijsmiddelen

Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [werknemer-1] overweegt de rechtbank nog dat het gegeven dat vrijspraak volgt ten aanzien van de feitelijkheden zoals die zijn opgenomen onder de nummers 21, 22, 23 en 26 van letter A, niet betekent dat haar verklaringen als geheel daarmee in twijfel getrokken moeten worden. De vrijspraak betekent louter dat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat de onder die nummers beschreven feitelijkheden zich ten aanzien van haar hebben voorgedaan in het kader van de aan deze verdachte ten laste gelegde mensenhandel.

De rechtbank constateert dat de verklaringen van [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] met betrekking tot de onderwerpen huisvesting, vervoer, arbeidsovereenkomst, financiën en dwang, bedreiging en geweld op essentiële punten overeenkomen. Naast de in de eindnoten per deelonderwerp per aangever/werknemer vermelde redengevende bewijsmiddelen zal de rechtbank derhalve de verklaringen van de andere aangevers/werknemers over en weer tot het bewijs bezigen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] worden ondersteund door de inhoud van onderstaande selectie van tapgesprekken tussen verdachte en/of (medeverdachte) [directeur-2] met (andere) medeverdachte(n), werknemers en derden, waaruit (onder meer) volgt dat door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ten aanzien van andere werknemers dan aangevers) gesproken is over

- (straf)inhoudingen op het loon;

- als werknemers niet akkoord gaan met een woning ze niet kunnen werken;

- als een werknemer niet wil werken hij zijn werk en huis verliest

- het per week in plaats van per maand betalen van werknemers zodat ze het geld kunnen gebruiken en de volgende week weer moeten werken;

- het laten verhuizen van een werknemer en het dan kunnen “instoten” door neef; en

- het “moeten geven” door een werknemer in relatie tot seksuele handelingen.

* Ordner 12 pagina 773 en 774 tapgesprek [verdachte] (sh) en [directeur-2] (sh) d.d. 4-10-10:

Gaat over woning in de vijfhoek… verblijven 9 mensen en er is geen warm water.. de mensen kunnen zich al een maand niet douchen. Laat maar een monteur komen… dan haal je dan af van hun inkomen, zegt [verdachte].

* Ordner 12 pagina 774 en 775 tapgesprek [verdachte] en [naam-1] d.d. 16-10-10:

[verdachte] zegt tegen [naam-1] dat hij tegen ze moet zeggen dat er geen ander huis is. Take it or leave it. Anders kunnen ze niet werken, zegt [verdachte]. [verdachte] zegt dat in het huis zes mensen kunnen wonen. Als dat niet willen, dan maar geen werk.

* Ordner 12 pagina 777 tapgesprek [verdachte] (NG) en [naam-2] d.d. 10-10-10:

[verdachte] zegt als [naam werknemer] niet wil werken, dan verliest hij zijn werk en huis.

* Ordner 12 pagina 779 en 780 tapgesprek [directeur-2] (sh) en NN d.d. 2-10-10:

[directeur-2] zegt dat ze toch geld te goed hebben…. waarom komen ze dan niet. NN man zegt: ‘dat ze erg bang voor jullie’… ze hebben het er over om elkaar maandag op de fabriek te zien. Zo kan het niet, zegt [directeur-2]… gooi ze er maar uit. NN vraagt of [directeur-2] morgen rond 12 uur tijd heeft, Ja… breng ze maar rond 12 uur, zegt [directeur-2]…maar zeg tegen ze als morgen problemen niet opgelost zijn… hebben ze maandag geen werk… ze moeten hun mond houden en zoniet moet ik ze eruit gooien… dat is ook wat de chef gezegd heeft… omdat ze zo ook andere werknemers beïnvloeden.

* Ordner 12 pagina 786 tapgesprek [verdachte] en [directeur-2] d.d. 10-10-10:

[verdachte] zegt tegen [directeur-2] dat hij 50 euro moet inhouden op het salaris van een oudere Hongaar. Deze Hongaar heeft gezegd dat hij ziek is. Die ingehouden 50 euro zorgt er wellicht voor dat hij tot bezinning komt, zegt [verdachte]. [verdachte] zegt verder dat [directeur-2] 100 euro moet inhouden op het salaris van [werknemer-11].

* Ordner 12 pagina 789/7899 tapgesprek [verdachte] (sh) en [directeur-2] (sh) d.d. 25-09-10:

(..) en dat met [naam] en de zijne moet nog….

[verdachte]: Gooi die eruit…

[directeur-2]: Ik zal wel 100 euro per persoon eraf doen en als ze het niet accepteren eruit doen… [werknemer/opzichter] zegt dat. (..)

[verdachte]: Of je zegt: ‘jullie blijven een week thuis… dat is jullie straf en we weten niet wat er volgende week gaat gebeuren.

[directeur-2]: Eigenlijk is dat wel goed… 100 euro in mindering.. en een week thuis laten.

* Ordner 12 pagina 790 tapgesprek [directeur-2] (sh) en [werknemer/opzichter] d.d. 25-9-10:

(..) Nog niks… maar ze moeten straf krijgen dat is zeker… Ja straf moeten ze krijgen… en ze krijgen per persoon 50 euro straf… en als ze hete er niet mee eens zijn… dan hoeven ze niet te komen, zegt [werknemer/opzichter]. Ja… laten we niet te hoog doen als we 100 straf per persoon doen lopen ze misschien weg en maandag hebben we wel hamstekers nodig en komen dan in de problemen. (..) [directeur-2] zegt dat hij 50 euro zal zeggen dan hebben ze een dag voor niks gewerkt.

* Ordner 12 pagina 795 tapgesprek [verdachte] (sh) en [werknemer/opzichter] (sh) d.d. 4-10-10:

Verder zijn er problemen over betaling… [verdachte] had tegen de meeste mensen gezegd dat ze om de vier weken betaald zouden worden en [werknemer/opzichter] is het daar niet mee eens… omdat ze vier weken geld krijgen.. zo’n 1000 euro…dan komen ze een tijdje niet werken. Laat ze maar niet komen.. dan brengen we ze 100 euro in mindering, zegt [verdachte]. Neen… he moet ze per week betalen… kunnen ze het geld, gebruiken en moeten ze de volgende week weer komen werken, zegt [werknemer/opzichter].

* Ordner 12 pagina 807 tapgesprek [verdachte] (sh) en [directeur-2] (sh) d.d. 9-10-10:

(…) Magda laten we hierheen verhuizen dan kan neef haar af en toe instoten… we moeten ook aan neef denken, zegt [verdachte].

* Ordner 12 pagina 812 en 813 tapgesprek [verdachte] (sh) en [naam-3] (sh):

[verdachte] zegt dat meisje dan wel moet geven.. ‘jij neukt een werknemer van ons… en ik heb nog geen werknemer van jou geneukt’. [naam-3] zegt dat ze niet wil… ik heb haar alleen nog maar gezoend en verder nog niks… jij mag wel een werknemer van mij zoenen… en anders doe het maar met die blonde meid. Welke bedoel je vraagt [verdachte]. Die kleine… die [naam-4]. [verdachte] heeft al wel met die blonde geflirt… en tegen haar gezegd ‘Poolse meisjes hebben een te grote kut… ik kan mijn voet erin doen… ik moet een Roemeen of een Slovaakse hebben’. (..) Ik wil nu een Slovaakse proberen zegt [verdachte].

* Ordner 12 pagina 816 tapgesprek [verdachte] en NN-man (de rechtbank begrijpt: [werknemer-11], zie verklaring [werknemer-11] ordner 11 pagina 590 tot en met 595):

(..) NN-man 4701 zegt dat hij geen geld van [verdachte] wil en ook geen geld van [directeur-2] maar dat hij alleen zijn eigen geld wil krijgen. [verdachte] schreeuwt dat NN-man 4701 moet wachten. (..) NN-man 4701 zegt dat hij rustig praat, dat hij wil helpen, dat hij non stop werkt. [Erg veel geschreeuw.] NN-man 4701 zegt dat hij vandaag niet gaat werken en zegt dat hij onder stress zit omdat hij non stop aan het werk is.

* Ordner 12 pagina 817/818 tapgesprek [verdachte] en [directeur-2] d.d. 10-10-10:

[verdachte] is boos en zegt dat hij Tadek van het werk en uit zijn huis gaat sturen. Hij wist dat hij vandaag moest werken en is er niet. (..) [verdachte] zegt dat Tadek vandaag maar op straat moet, zodat hij tot bezinning komt. Hij moet de huissleutel afgeven. Als je hem niet uit huis zet, dan vermoord ik hem, zegt [verdachte]. [directeur-2] vraagt of er geen vervanging is. [verdachte] zegt dat van zijn loon 100 euro ingehouden moet worden.

* Ordner 12 pagina 818 en 819 SMS d.d. 10-10-10 (de rechtbank begrijpt aan [werknemer-11]: zie verklaring [werknemer-11] ordner 11 pagina 590 tot en met 595):

Tadek als je vandaag niet komt werken, heb je 100 euro minus en moet je uit de woning oprotten ik heb veel mensen voor het werk.

Nadere bewijsoverwegingen mensenhandel

De rechtbank zal allereerst beoordelen of sprake is van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 4, van het Wetboek van Strafrecht.

Gedragingen

De rechtbank acht bewezen dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) de ten laste gelegde handelingen vervoeren en huisvesten heeft/hebben gepleegd. Verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben immers [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] vervoerd/laten vervoeren van hun huis naar [slachterij]. te Epe en omgekeerd teneinde aldaar werkzaamheden te verrichten en verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben voor hen de huisvesting verzorgd.

Dwangmiddelen

Het (dwang)middel dwang acht de rechtbank bewezen, omdat verdachte [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact.

Het (dwang)middel geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) acht de rechtbank eveneens bewezen, omdat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) werknemers mishandelde(n) en geweld gebruikte(n).

Voorts acht de rechtbank de (dwang)middelen dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en afpersing bewezen, omdat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) dreigde(n) met onder meer uithuiszetting, inhouding van (een deel van het) salaris en ontslag.

Verder acht de rechtbank het (dwang)middel fraude bewezen, omdat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) blanco kwitanties liet(en) ondertekenen en/of kwitanties valselijk opmaakte(n).

Van de (dwang)middelen misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie is naar het oordeel van de rechtbank eveneens sprake. Voor het bewijs van ‘misbruik’ in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht is toereikend dat de dader zich bewust moet zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkene waaruit het overwicht voortvloeit, dan wel verondersteld moet worden voort te vloeien, in die zin dat voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden bij hem aanwezig moet zijn. Datzelfde geldt voor gevallen waarin sprake is van een kwetsbare positie van het slachtoffer als bedoeld in die bepaling.

De relevante feitelijke omstandigheden waar het in deze zaak om gaat zijn onder meer dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) werkten met overeenkomsten in de Nederlandse taal, terwijl de werknemers deze taal niet (voldoende) machtig waren, dat er veel gewerkt werd met voorschotten op het salaris, dat er sprake was van inhoudingen op het salaris, onder meer bestaande uit opgelegde boetes, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels waren opgenomen, dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) geen loonafschriften verstrekt(en), dan wel slechts na uitdrukkelijk verzoek hiertoe, dat er geen toeslag voor nachtdienst werd uitbetaald en dat er bij ziekte geen ziektegeld werd uitbetaald.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de dwangmiddelen dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie wettig en overtuigend bewezen zijn.

Uitbuitingssituatie

Voor een bewezenverklaring van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 4 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de slachtoffers redelijkerwijs geen andere keus hadden dan in een positie te verkeren waarin zij uitgebuit zouden kunnen worden. De in dit verband verboden gedragingen beïnvloeden de wil waaronder is begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat zij leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken.

Verdachte en/of zijn medeverdachte(n) heeft/hebben de genoemde werknemers weliswaar niet rechtstreeks in hun fysieke vrijheid beperkt, maar verdachte en/of zijn medeverdachte(n) bracht(en) en hield(en) hen wel op andere wijze in zijn/hun macht. De rechtbank acht hierbij onder meer de volgende omstandigheden relevant.

De werknemers waren niet alleen met betrekking tot hun werk van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afhankelijk, maar ook voor hun huisvesting en het vervoer naar hun werkplek, hetgeen verdachte en/of zijn medeverdachte(n) in staat stelde macht/invloed op deze werknemers uit te oefenen. Illustratief hiervoor acht de rechtbank de verklaring van [werknemer-2] op dit punt, zoals deze onder het thema “Vervoer” is opgenomen in de hierna vermelde eindnoten.

Deze machtspositie werd versterkt doordat de werknemers een overeenkomst hadden ondertekend die in de Nederlandse taal was opgesteld, een taal die ze niet (voldoende) machtig waren, als gevolg waarvan zij van hun precieze rechtspositie niet op de hoogte waren. Voorts zijn de mishandelingen, het geweld en de gedwongen seksuele contacten van belang voor de machtspositie van verdachte en/of zijn medeverdachte(n).

Een andere relevante omstandigheid betreft de administratieve chaos die verdachte en/of zijn medeverdachte(n) hebben gecreëerd, door te werken met voorschotten, verschillende inhoudingen op het salaris (om verschillende redenen en ten aanzien van verschillende posten), leningen, blanco en valselijk opgemaakte kwitanties en doordat er geen loonstrookjes werden verstrekt, dan wel slechts nadat hier uitdrukkelijk om verzocht was, waardoor de werknemers geen overzicht hadden in hun financiële situatie. Dit alles heeft bijgedragen aan de mate waarin de werknemers afhankelijk waren van verdachte en/of zijn medeverdachte(n).

Daarnaast dreigde(n) verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met onder meer uithuiszetting en ontslag indien de werknemers niet aan het werk zouden gaan of indien zij naar de politie zouden gaan voor het doen van aangifte of het afleggen van een verklaring.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door [werknemer-1], [werknemer-2], [werknemer-3], [werknemer-4], [werknemer-5], [werknemer-6] en [werknemer-7] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, te dwingen en/of te bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling te hebben ondernomen waarvan hij en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat voornoemde perso(o)n(en) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid. Relevant hierbij acht de rechtbank nog dat voor strafbaarheid ingevolge artikel 273f, lid 1, sub 4 van het Wetboek van Strafrecht niet is vereist dat de arbeid daadwerkelijk is verricht maar dat er sprake was van dwang of beïnvloeding waardoor het slachtoffer zich daartoe beschikbaar heeft gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de door eerder genoemde personen afgelegde en in de eindnoten opgenomen verklaringen, in hun onderlinge samenhang bezien, genoegzaam dat zij in ver gaande mate afhankelijk waren van verdachte en zijn medeverdachte(n). Immers voor het behoud van niet alleen hun werk – en daarmee: van hun levensonderhoud – maar ook van hun huisvesting waren zij, onder andere door het feit dat zij de Nederlandse taal niet machtig waren, aangewezen op verdachte en zijn medeverdachte(n). Illustratief daarvoor acht de rechtbank de volgende verklaringen:

Ordner 11 pagina 4.6.15 (verklaring [werknemer-5]):

“Mijn werk en woning hingen aan elkaar samen. Geen werk betekende ook dat ik geen woning had en andersom. Ik was gewoon afhankelijk van hem. Het voelde als een ketting waaraan ik vastzat aan [verdachte] en indirect aan zijn bedrijf [uitzendbureau]. (…) Ik had in Nederland niemand waar ik op terug kon vallen.”

Proces-verbaal van de rechter-commissaris van het verhoor van [werknemer-5] d.d. 16 november 2011 te 09.30 uur, pagina 6:

“Je kon niet weg, je had geen geld, geen geld voor het overbruggen naar nieuw werk; en wilde je naar Polen terug, dan moet je toch ook geld voor de reis hebben.”

Ordner 10, pagina 4.10.152 (verklaring [werknemer-2]):

Hij zei dat wanneer ik niet met hem neukte ik ook geen werk zou hebben. Verder zou ik dan ook geen salaris krijgen. Als hij mij niet naar het werk mocht brengen dan zou ik thuis zitten. Hij was de baas, hij had geld en kon alles doen. Hij zei tegen mij dat niemand mij zou geloven. Hij zei tegen mij dat hij iedereen kon omkopen. (..)

Waarom ben je niet eerder nar de politie gegaan?

(..) Ik was in een vreemd land. Ik ken de weg niet. Ik had niemand in mijn omgeving die mij een duwtje in de goede richting gaf. (..) Omdat [verdachte] mij voortdurend bedreigde en isoleerde werd dat steeds moeilijker. (..)

Ordner 10 pagina 4.10.260-264 (verklaring [werknemer-3]):

Na drie weken ben ik vertrokken van mijn kamer. Dit was op 10 april 2010. Dit kon ik niet eerder doen omdat ik geen andere woonruimte kon vinden en anders op straat kwam te staan zodat ik ook niet meer kon werken. Ik was en voelde mij in deze drie weken geheel afhankelijk van [verdachte]. Hij was mijn werkgever en tevens mijn huurbaas.

Conclusie mensenhandel

Alles overziende kan ten aanzien van deze in de tenlastelegging (bij naam) genoemde personen gezegd worden dat zij, als gevolg van de zich ten aanzien van elk van hen bewezen verklaarde feitelijkheden, in ernstige mate beperkt werden in hun mogelijkheid om ten aanzien van het al dan niet verrichten van arbeid hun eigen – vrije – afweging te maken.

Medeplegen

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bovengenoemde bewijsmiddelen dat tussen verdachte en zijn medeverdachte(n) sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen is gebleken van al dan niet uitdrukkelijke afspraken tussen verdachte en zijn medeverdachte(n) over de verschillende noodzakelijke taken die zij als bestuurders van [uitzendbureau] moesten verrichten. Zo hield [directeur-2] zich voornamelijk bezig hield met de administratie van [uitzendbureau] en verdachte met de werkzaamheden in en om [slachterij]. Uit onder meer de tapgesprekken blijkt dat er (veelvuldig) sprake was van overleg tussen [directeur-2] en verdachte hierover.

De rechtbank neemt dan ook aan dat tussen de verdachte en zijn medeverdachte(n) sprake was van een bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering die erop gericht was een situatie te creëren waarin de betreffende werkernemers niet (meer) in staat waren om hun eigen afweging te maken ten aanzien van het al dan niet verrichten van arbeid.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat sprake is van medeplegen van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 4 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 273f, lid 1, sub 1 van het Wetboek van Strafrecht

Voor bewezenverklaring van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 1 van het Wetboek van Strafrecht is naast de reeds bij artikel 273f, lid 1, sub 4 besproken vereisten, te weten de gedragingen en de dwangmiddelen, eveneens vereist dat sprake is van het oogmerk van uitbuiting.

De vraag of sprake is van uitbuiting is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Daarbij komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkenen meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.

Voor de beantwoording van de vraag naar het ‘oogmerk’ van verdachte moet de rechtbank beoordelen of de activiteiten van verdachte gericht waren op de verwezenlijking van het einddoel uitbuiting.

Zoals de rechtbank reeds bij de feiten 1, 2 en 7 heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact.

Alle drie de vrouwen zijn uitzendkracht geweest bij [uitzendbureau] en waren woonachtig in een woning van [uitzendbureau], onder meer boven het kantoor van [uitzendbureau], alwaar ook het merendeel van de seksuele contacten tussen verdachte en de vrouwen heeft plaatsgevonden. Verdachte verschafte zich op elk moment dat het hem uit kwam door middel van een sleutel de toegang tot de woningen waar [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] op dat moment woonden.

[werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] verklaren alle drie over de dwang die verdachte bij de verkrachtingen heeft gebruikt. Zo verklaren [werknemer-2] en [werknemer-3] dat verdachte het argument gebruikte dat hij hun baas was en tegen hen zei: ‘Geen seks, geen werk’, althans woorden van gelijke strekking. Verder verklaart [werknemer-7] dat verdachte zei: ‘Ik ben de baas, bij niet luisteren staan jullie allemaal op straat.’ [werknemer-7] heeft bovendien verklaard dat zij bang was dat niet alleen zij maar ook haar familie zonder werk en huisvesting zou komen te zitten indien zij geen seksueel contact met verdachte had.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke positie waarin [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] zich bevonden en dat hij op slinkse wijze gebruik heeft gemaakt van hun angst hun werk en huisvesting te verliezen. De rechtbank acht verder van belang dat het misbruik van deze drie vrouwen successievelijk heeft plaatsgevonden over een periode van ruim twee jaren en dat de vrouwen elk op vergelijkbare wijze hebben verklaard over de wijze waarop zij zich voor huisvesting, werk en inkomen afhankelijk hebben gevoeld van verdachte. Een en ander sterkt de rechtbank in de overtuiging dat verdachte zich terdege bewust was van de positie waarin de vrouwen verkeerden en daarvan telkens misbruik maakte ten behoeve van zijn eigen seksuele gerief. Een en ander veronderstelt een gerichtheid van handelen van verdachte die naar het oordeel van de rechtbank op geen andere wijze kan worden geïnterpreteerd dan dat hij met zijn handelwijze het oogmerk van uitbuiting van deze vrouwen heeft gehad. Derhalve kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het oogmerk had [werknemer-2], [werknemer-3] en [werknemer-7] seksueel uit te buiten ten behoeve van zichzelf.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte zich ten aanzien van deze vrouwen tevens schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 273f, lid 1, sub 6 van het Wetboek van Strafrecht

Gelet op het voorgaande is de rechtbank eveneens van oordeel dat sprake is van mensenhandel in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 6 Wetboek van Strafrecht, aangezien verdachte voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting en verdachtes opzet gericht was op het trekken van dat voordeel.

Feit 5 poging afpersing

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 5 primair ten laste gelegde, gelet op de verklaringen van [werknemer-8], de getuigenverklaringen van [betrokkene-5], [betrokkene-6], de verklaring van verdachte dat hij [werknemer-8] een kwitantie wilde laten ondertekenen en de verklaring van medeverdachte [directeur-2] dat hij samen met verdachte in de woning van [werknemer-8] is geweest om [werknemer-8] een formulier te laten tekenen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit nu sprake is van onduidelijkheden in de verklaringen van aangever en getuigen en niet kan worden uitgesloten dat aangever en getuigen hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd.

Het oordeel van de rechtbank

Ter beantwoording van de vraag of kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van een poging tot afpersing dan wel mishandeling of bedreiging met zware mishandeling van [werknemer-8] op 29 juni 2009 te Deventer, overweegt de rechtbank als volgt.

[werknemer-8] heeft in zijn aangifte op 29 juni 2009 te 15:15 uur bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Tussen maandag 29 juni 2009 te 14.00 uur en (…) 14.45 uur werd (…) het feit gepleegd. (…) Ik heb gewerkt bij uitzendbureau [uitzendbureau] (…) Het bleek dat geld wat ik kreeg van de belastingdienst en met betrekking tot mijn ziektewet uitkering werden gestort op de bankrekening van een van mijn bazen. (…) Ik heb mijn bazen erop aangesproken. (…) Zij hebben mij toen uitgelachen en gezegd dat ik er geen recht op had. (…) Ik heb toen een advocaat ingeschakeld om alsnog mijn geld te krijgen. Dit is zo’n maand geleden. (…)

Vandaag (…) omstreeks 14:00 uur kwam ik samen met mijn vrienden [betrokkene-5] bij mijn woning op de Middelweg 2. (…) Toen ik voor mijn huis op de [adres-2] was, zag ik een zwarte Volvo CX90 aan komen rijden. (…) Ik zag dat deze auto op mij af kwam rijden en het trottoir op reed. Ik dacht dat de auto me aan zou rijden. Ik moest aan de kant springen anders zou ik aangereden zijn. (…) Ik zag dat [directeur-2] en [verdachte] uit de auto sprongen en op mij af kwamen. [verdachte] sloeg mij toen met de vlakke hand in het gezicht. (…) In de woonkamer kreeg ik klappen van [directeur-2] en [verdachte]. Ik kreeg onder andere een vuistslag tegen mijn kaak. Dit deed [directeur-2]. Dit deed erg veel pijn. (…) [directeur-2] pakte mij bij mijn keel en kneep mijn keel dicht. Toen hij dit deed, legde hij mij een papier voor. Dit is een formulier dat je altijd invult als je geld krijgt. Als je dit tekent geef je aan dat je geld hebt ontvangen. Ik moest deze ondertekenen zei [verdachte]. Als ik dit niet deed zouden ze mij doodmaken. Ik was echt bang dat [directeur-2] mij dood zou maken. (…) Ik kreeg bijna geen lucht meer. Ondertussen kreeg ik nog een klap van [verdachte] tegen mijn oor.(…) Ik heb nog steeds last van mijn keel.

[betrokkene-5] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Ik ben samen met mijn vriendin, [betrokkene-6], getuige geweest van een afpersing/chantage situatie dat heeft plaatsgevonden op maandag 29 juni 2009 omstreeks 14:00 uur in het perceel [adres-2] te Deventer. (…) Op dat moment kwam er een jeep-achtige auto, een XS90 van het merk Volvo, hard aangereden. Deze reed met snelheid het trottoir op. (…) Dit voertuig wordt gebruikt door [uitzendbureau] te Deventer. De eigenaren van dit uitzendbureau zijn [verdachte] en [directeur-2]. Het leek of de bestuurder van deze Volvo [werknemer-8] aan wilde rijden. (…) Ik zag dat [directeur-2] het voertuig had bestuurd. (…) Ze waren zeer opgefokt en wilden dat Marcin een papier ondertekende. Zij gaven aan dat als hij dit niet zou ondertekenen hij koud gemaakt zou worden. [directeur-2] deed het woord en zei dat [werknemer-8] moest ondertekenen. (…) [verdachte] pakte [werknemer-8] vervolgens bij zijn keel vast en ik zag dat hij deze vasthield. Ik zag dat [directeur-2] een papier met een stempel van [uitzendbureau] onder de neus van [werknemer-8] hield. Dit was een kwitantiebon. Dit was een lege kwitantiebon. Zij vullen de rest in, maar de handtekening staat er wel op. [werknemer-8] weigerde te ondertekenen. (…) Bij het verlaten van de woning zeiden beide bovengenoemde heren dat zij nog wel terug zouden komen en dat het niet voorbij is.

[betrokkene-6] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Dit voorval is gebeurd in juni of juli 2009. (…) Ik hoorde [directeur-2] in het Pools zeggen tegen [werknemer-8]: “Hij moet iets tekenen anders zou hij door [directeur-2] vermoord worden”. (…) Op het moment dat ik de woonkamer binnen kwam, zag ik dat [directeur-2] [werknemer-8] in het gezicht sloeg. (…) Dit speelde zich af in een huis aan de [adres-2] te Deventer.

Medeverdachte [directeur-2] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Hij had geld tegoed van de zorgtoeslag en van de UWV. De advocaat heeft daar een brief over geschreven (…) Wij, [verdachte] en ik, zijn toen naar [werknemer-8] gegaan. Hij verbleef toen bij [betrokkene-5]. (…) Ik wilde dat [werknemer-8] een formulier zou ondertekenen.

[werknemer-8], [betrokkene-5] en [betrokkene-6] hebben verschillende uitvoerige en op hoofdlijnen consistente verklaringen afgelegd. De verklaringen van [betrokkene-5] en [betrokkene-6] ondersteunen de aangifte van [werknemer-8]. De rechtbank heeft geen onverklaarbare tegenstrijdigheden in de verklaringen kunnen vaststellen. De rechtbank acht het voorts niet aannemelijk dat [werknemer-8], [betrokkene-5] en [betrokkene-6] hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd, nu [werknemer-8] op 29 juni 2009 om 15.15 uur meteen aangifte heeft gedaan van hetgeen op die dag tussen 14.00 uur en 14.45 uur heeft plaatsgevonden en ook [betrokkene-5] diezelfde dag (om 16.00 uur) een verklaring bij de politie heeft afgelegd.

Gezien dit alles en voormelde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, hecht de rechtbank geloof aan de verklaringen van [werknemer-8], [betrokkene-5] en [betrokkene-6] en zijn deze verklaringen om die reden bruikbaar voor het bewijs.

Uit de aangifte en uit de getuigenverklaringen van [betrokkene-5] en [betrokkene-6] volgt dat verdachte tezamen met een ander getracht heeft door geweld en bedreiging met geweld om [werknemer-8] een formulier/kwitantie te laten tekenen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Door het ondertekenen van het formulier/de kwitantie zou aangever immers erkennen geld te hebben ontvangen en daarmee een schuld van [uitzendbureau] en/of van verdachte en/of de medeverdachte(n) hebben teniet gedaan.

De rechtbank acht derhalve het primair onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 6 aanwezig hebben verdovende middelen

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 6 ten laste gelegde gelet op het proces-verbaal van inbeslagname, het expertiseverslag van de politie, de verklaring van verdachte bij de politie dat de in zijn auto aangetroffen XTC van hem is en de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij vermoedde dat het witte poeder in zijn auto speed was.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft het aanwezig hebben van anderhalve XTC-pil gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot het aanwezig hebben van de amfetamine heeft de verdediging vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van opzet nu verdachte niet wist dat de amfetamine in zijn auto lag.

Het oordeel van de rechtbank

Ter beantwoording van de vraag of aan verdachte kan worden verweten dat hij op 20 oktober 2010 2,2 gram van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine en anderhalve XTC-pil opzettelijk aanwezig heeft gehad, overweegt de rechtbank als volgt.

In een proces-verbaal van bevindingen staat onder meer vermeld:

Op 20 oktober 2010 omstreeks 15:00 uur heb ik een onderzoek ingesteld bij transport- en afsleepbedrijf Wielsma te Deventer, waarbij het volgende is bevonden. (…) In het kader van het onderzoek Boerdijk (…) werden in opdracht van de officier van justitie alle bij [uitzendbureau] in gebruik zijnde auto’s in beslag genomen (…) Aansluitend werden de in beslag genomen voertuigen onderzocht op de aanwezigheid van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. (…) In een BMW X5, [kenteken-1], werd in de kofferbak van deze auto door de drugshond getekend (“aangeblaft”), hetgeen wees op de aanwezigheid van middelen welke mogelijk in strijd met de bepalingen van de Opiumwet. De volgende goederen zijn aangetroffen:

A Gripzakje gevuld met wit poeder;(…)

D Boterhamzakje met 1 groene pil en halve pil. Opdruk: Harley Davidson.

Bedoelde goederen werden in beslag genomen en voor nader onderzoek overgedragen aan collega P.M. Salomons.

In een expertiseverslag staat het volgende vermeld:

Op 20 oktober 2010 werd het voertuig van verdachte [verdachte], betreffende een BMW X5, voorzien van het [kenteken-1] in beslag genomen(…) Op woensdag 20 oktober 2010 werd aan mij verbalisant, goederen, vermoedelijk drugs (Opiumwet) overgedragen door genoemde rechercheur, welke in genoemd voertuig werd aangetroffen. Inhoud:

A Gripzakje gevuld met witte poeder;(…)

D Boterhamzakje met 1 groene pil en halve pil. Opdruk: Harley Davidson.

Door mij verbalisant werd de inhoud van goed A gewogen. Bij weging bleek mij verbalisant dat het netto-totaalgewicht betrof: 2,2 gram netto. (…)

Door mij, verbalisant, is met behulp van de Drugs Field Test Kit monsters genomen van het inbeslaggenomen materiaal en indicatief getest op 20-10-2010.

Goed A: Ik zag daarbij dat de inhoud van het testbuisje direct verkleurde van helder/doorzichtig naar Oranje/Bruin. Hetgeen indicatief is voor de aanwezigheid van Amfetamine. (…)

Goed D: Ik zag daarbij dat de inhoud van het testbuisje direct verkleurde van helder/doorzichtig naar Paars/zwart. Hetgeen indicatief is voor de aanwezigheid van MDMA.

Verdachte heeft bij de politie het volgende verklaard:

(In wat voor auto rijdt u?) BMW X5. (…) (Hebben we het dan over de auto met het [kenteken1]?) Dat [..] weet ik, ja. (Er is drugs in deze auto aangetroffen.) Dat moet XTC zijn geweest. Ik gebruik wel eens XTC als ik heel erg slaaptekort heb. (…) (Wat voor een XTC gebruikt u?) De Polen noemen het Mitsubishi, de autonaam. Omdat er zo’n embleem op staat. (…) De pillen zijn van mij.

Ter terechtzitting heeft verdachte aan zijn verklaring bij de politie het volgende toegevoegd:

De auto met het kenteken [kenteken-1] is mijn auto. (..) Ik had de speed gevonden in de auto. (…) Ik had wel het vermoeden dat het speed was toen ik het vond.

Op grond van voorgaande bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 6 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 8 poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel [werknemer-4]

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 8 primair ten laste gelegde gelet op de verklaringen van [werknemer-4], de getuigenverklaringen van [werknemer-5] en de foto’s van de filmopname van de telefoon van [werknemer-5].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit nu het opzet op het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel ontbreekt en subsidiair dat de door verdachte verrichte handelingen geen poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letstel opleveren.

Het oordeel van de rechtbank

Ter beantwoording van de vraag of kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling (primair) dan wel mishandeling (subsidiair) van [werknemer-4] in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te Deventer, overweegt de rechtbank als volgt.

[werknemer-4] heeft in het verhoor bij de politie op 2 november 2010 onder meer het volgende verklaard:

(Wanneer veranderde jou relatie met [verdachte]?) Op een dag, nadat wij seks hadden gehad, kwam [verdachte] bij mij. (…) Hij zei dat hij die avond bij zijn kinderen ging slapen. (…) Ik schreef hem, dat ik niet zijn hoer was en dat ik mij niet zo liet behandelen. (…) Tevens heb ik hem geschreven, dat ik geen relatie meer met hem wilde hebben (…) Dat was ook het einde van onze relatie. (…) Dat was ook voor mij het moment dat alles voor mij veranderde. (...) Vanaf die maandag toen ik hem voor het eerste weer zag op het werk, toonde [verdachte] totaal geen respect voor mij. (…) Ik voelde mij vernederd, dat hij mij in het Pools in het bijzijn van andere Poolse medewerkers zo uitschold. (…) Ja, in twee weken tijd heeft hij mij twee keer mishandeld en regelmatig vernederd. In die twee weken moest ik ineens ontzettend zwaar werk doen. Ook moest ik stoppen met mijn studie. (…) In die periode heb ik ook veel gehuild op het werk. Het werk was veel te zwaar voor mij. (…) Het was eind augustus of begin september 2009. (…) Op de vrijdag na die eerste week nadat [verdachte] en ik uit elkaar waren reden wij samen terug naar huis. Ik reed samen met [verdachte] en nog een paar andere Poolse medewerkers. [verdachte] vroeg mij hoe lang ik dit werk nog ging vol houden. Hij lachte hierbij. (…) Ik was zo kwaad dat ik hem vertelde wat ik van hem vond (…) [verdachte] zei hier niets op. (…) Na deze autorit werd ik ’s avonds door [verdachte] mishandeld in mijn woning aan de [adres-1]te Deventer.

Voorts heeft [werknemer-4] op 8 november 2010 bij de politie onder meer het volgende verklaard:

[verdachte] rende opeens bij ons binnen. (…) Hij schreeuwde: “Wie ben jij!”en hij viel me aan. (…) Hij pakte mij met een hand vast bij de schouder. Met de andere hand pakte hij mij bij mijn keel, mijn strot. Hij pakte met zijn duim en wijsvinger mijn strottenhoofd vast. (…) Hij hield me vast. (…) Hij gooide mij op het bed en hield mij zo vast. (…) Ik kreeg helemaal geen lucht meer. (..) Hij schreeuwde dat hij mij zou gaan doden. Dat hij mij dood zou gaan maken. (…) [werknemer-5] zei later dat ik van kleur veranderde. (…) Tuurlijk was ik bang. Ik kreeg al zeker 1 minuut geen lucht. (…) Het ergste was toen hij mijn hoofd tussen zijn benen deed. Toen liet hij mij los.(...) Ik herinner me dat hij naar buiten zou gaan, maar zich omdraaide, mij bij mijn hoofd pakte, mij van mijn bed trok. Hij sleurde mij van het bed af aan mijn haren totdat ik knielde. Ik was op dat moment omhoog gekomen. Hij pakte mij bij mijn haar en trok me naar de deur toe. Ik knielde, hij stopte mijn hoofd tussen zijn benen. Hij duwde zijn knieën met alle kracht bij elkaar. Ik voelde enorme pijn. Dit pijn was erger dan tijdens het wurgen. In mijn hoofd voelde de pijn. Bij mijn slapen. Ik probeerde mijn hoofd weg te trekken, maar dat lukte niet. Ik kreeg hierdoor ook pijn in mijn nek.(…) Hij zei alleen: “kijk hoe sterk je nu bent”. (…) Ik kon niets horen.

[werknemer-5] heeft in het verhoor bij de politie op 2 november 2010 onder meer het volgende verklaard:

Ik ben getuige geweest van een incident tussen mijn collega [werknemer-4] en haar werkgever [verdachte]. (…) Het was in de maand augustus of september 2009, in de vroege ochtend. (…) Onze woning is gelegen aan de [adres-1], boven het kantoor van het uitzendbureau. (…) kwam [verdachte] de kamer binnenlopen. Hij was gekleed in een zwart trainingspak van Adidas (…). [verdachte] pakte [werknemer-4] met zijn arm bij haar hoofd vast, in een zogenaamde wurggreep. Hij sleepte haar mee naar de deur van de kamer. [verdachte] trok [werknemer-4]’s hoofd voorover naar beneden en klemde haar hoofd tussen zijn benen. Ik zag dat [werknemer-4] met haar oren tussen de knieën van [verdachte] geklemd zat. Ik hoorde dat [werknemer-4] tegen [verdachte] schreeuwde dat hij haar los moest laten. (…) [verdachte] reageerde hierop door op dat moment [werknemer-4] op haar bed te gooien. Toen [werknemer-4] op het bed lag drukte [verdachte] met zijn beide handen [werknemer-4]’s keel dicht. Ik zag dat [werknemer-4] zich probeerde te verzetten en zich verdedigde. Ik zag dat [verdachte] haar keel dicht bleef drukken en dat het verzet van [werknemer-4] afzwakte. Ik zag dat haar gezicht rood was aangelopen en hoorde later van [werknemer-4] dat zij tijdens de verstikking niet had kunnen praten. (…)Tijdens dit incident heb ik mijn telefoon gepakt en de laatste seconden van de verwurging en het moment waarop hij haar los heeft gelaten waarbij hij nog enkele woorden tegen haar heeft gezegd, gefilmd.

[werknemer-5] heeft op 23 november 2010 het filmpje waar zij over heeft verklaard bij de politie via haar telefoon naar verbalisant Kwekkeboom gestuurd. Van dit filmpje zijn enkele kleurenprints gemaakt, die in het dossier zijn gevoegd. Op deze kleurenprints is een persoon in een zwart trainingspak te zien die gebogen staat over een met opgetrokken knieën achterover en dwars op het bed liggende andere persoon.

[werknemer-4] is bij de politie geconfronteerd met één van deze kleurenprints en heeft hierover onder meer het volgende verklaard:

Ik herken deze foto. (…) Ik herken mijn toenmalige baas. (…) Zijn voornaam is [verdachte]. Wie is de persoon die op het bed ligt? Dat ben ik. (…) Het filmpje is gemaakt kort nadat [verdachte] mij probeerde te wurgen. Ik heb hier al eerder over verklaard.

[werknemer/opzichter] heeft bij de politie (onder meer) het volgende verklaard:

(Jij omschreef jezelf alszijnde de bedrijfsleider van uitzendbuerau [uitzendbureau] (...) Klopt dat?) Ja (...) Een soort van personeelschef. (…) ([werknemer-4] zegt jou dat wat?) (…) Zij was een van mijn beste personeelsleden. (…) Zette [verdachte] haar onder druk? Ja (…) [verdachte] bepaalde het werk wat iemand moest doen. (…) (Maar wat heeft zij jou verteld dan?) Nou zij gaf aan dat het te zwaar voor haar was. (…) (Zij verklaart ook dat zij aan [verdachte] heeft aangegeven dat zij dit werk te zwaar vond. [verdachte] zou toen hebben gezegd “je doet het maar anders moet je weg”. Ja dat klopt. Ik heb dit gehoord van [werknemer-4] toen [verdachte] net was vertrokken. (...) (Wat heeft zij gedaan dat hij zo boos op haar is geworden?) Ja in het begin hadden ze een relatie. Daarna was het ineens anders. (…)

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij tijdens een stoeipartij met [werknemer-4] haar hoofd tussen zijn knieën had geklemd, ten gevolge waarvan zij pijn kan hebben ondervonden. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij één keer tegen [werknemer-4] heeft geschreeuwd.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [werknemer-4] en [werknemer-5] als betrouwbaar moeten worden aangemerkt. [werknemer-4] en [werknemer-5] hebben ieder verklaringen afgelegd die op hoofdlijnen overeenkomen. Slechts de volgorde van de handelingen (te weten het wurgincident en het incident met het klemmen met de knieën) is door [werknemer-5] anders weergegeven, maar daarvoor heeft zij zelf als verklaring gegeven dat een en ander lang geleden gebeurd was. De verklaringen van [werknemer-4] en [werknemer-5] worden bovendien ondersteund door de kleurenprints van het door [werknemer-5] gemaakte filmpje. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij [werknemer-4] niet opzettelijk pijn heeft gedaan, maar dat hij met haar aan het stoeien was, acht de rechtbank, gelet op de hiervoor weergegeven (betrouwbare) verklaringen van [werknemer-4] en [werknemer-5] niet geloofwaardig, een en ander mede gelet op hetgeen [werknemer-4] heeft verklaard over de aanloop naar en de omstandigheden voorafgaand aan het onderhavige geweldsincident, hetgeen onder meer door de verklaring van [werknemer/opzichter] wordt ondersteund.

Gelet op voorgaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [werknemer-4] in de periode 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 in Deventer bij de keel heeft vastgepakt, haar keel heeft dichtgeknepen, aan haar haren heeft getrokken en dat verdachte het hoofd van [werknemer-4] tussen zijn knieën heeft gestopt en zijn knieën met kracht tegen elkaar heeft geduwd. De hiervoor omschreven handelingen kunnen, gezien de uiterlijke verschijningsvorm, – met name het dichtknijpen van de keel en het klemmen van het hoofd tussen de knieën ter hoogte van de slapen – zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben en zijn daarmee uitvoeringshandelingen van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. In ieder geval heeft verdachte, door aldus te handelen, zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [werknemer-4] zwaar lichamelijk letsel op zou lopen.

De rechtbank acht het primair onder 8 ten laste gelegde feit derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 9 poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel [werknemer-9]

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 9 primair ten laste gelegde gelet op de verklaringen van [werknemer-9], de letselbeschrijving, de foto’s van het letstel, de getuigenverklaringen van [werknemer-15] en [werknemer-6] en de verklaring van verdachte dat hij met iemand ter plaatse was. De gescheurde tong en het litteken op de kaak zijn naar de mening van de officier van justitie in het gewoon spraakgebruik voldoende belangrijk om als zwaar lichamelijk letsel te worden aangemerkt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit nu niet kan worden uitgesloten dat het letstel van [werknemer-9] is ontstaan door een epileptische aanval. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het aan [werknemer-9] toegebrachte letstel geen zwaar lichamelijk letstel oplevert.

Het oordeel van de rechtbank

Ter beantwoording van de vraag of kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan zware mishandeling in vereniging gepleegd (primair), poging tot zware mishandeling in vereniging gepleegd (subsidiair) dan wel mishandeling in vereniging gepleegd (meer subsidiair) van [werknemer-9] op 15 december 2008 te Deventer, overweegt de rechtbank als volgt.

[werknemer-15] heeft op 6 december 2010 bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Ik heb zelf een Poolse jongen uit Kleve naar [uitzendbureau] gehaald om bij [slachterij] te werken. Deze was via [werknemer-6] bij ons terecht gekomen. Zijn naam weet ik niet meer. Van zijn voornaam heette hij in ieder geval [werknemer-9]. (...) Toen is [werknemer-9] na een maand naar kantoor van [uitzendbureau] gegaan voor zijn loon. [werknemer-9] heeft toen gescholden op een manier, waarop een Turk zich nooit zou laten uitschelden (…). [verdachte] en [directeur-2] hebben toen tegen hem gezegd van kom vanavond maar naar de Lidl en dan krijg je uitbetaald. Ik werd door [verdachte] gebeld, dat [werknemer-9] maar steeds om geld bleef vragen (…). [verdachte] was niet van plan om [werknemer-9] te betalen. [verdachte] zei toen dat ik beter naar de Lidl kon komen. Ik kon [verdachte] en [directeur-2] tegenhouden, want anders zouden zij [werknemer-9] om wat hij heeft gezegd wel eens dood kunnen slaan. Later werd ik nog een keer door [verdachte] gebeld, dat ik niet meer hoefde te komen, want zij hadden hem al “kaput” gemaakt. (…) [werknemer-9] lag toen ik aankwam al in een plas bloed bewusteloos op de grond. [verdachte] en [directeur-2] waren nog aanwezig. Ik zag dat [verdachte], [werknemer-9] tot tweemaal toe, terwijl hij bewusteloos op de grond lag, tegen zijn hoofd schoppen. Ik heb hierop mijn been ertussen gezet om dit te voorkomen. Anders was hij misschien wel dood geweest. Ik heb er behoorlijke blauwe plekken aan overgehouden.

In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2011 is opgetekend dat naar aanleiding van deze verklaring van [werknemer-15] contact is gezocht met [werknemer-6], om meer te weten te komen over de door [werknemer-15] genoemde ‘[werknemer-9]’.

Op 9 december 2010 is [werknemer-6] vervolgens als getuige gehoord over bovengenoemde ‘[werknemer-9]’ en heeft hij onder meer het volgende verklaard:

(Wat kun je vertellen over de mishandeling van [werknemer-9]?) Die jongen heet geen [werknemer-9]. (…) Zijn achternaam ken ik niet, maar zijn voornaam is [voornam]. (…) [verdachte] belde Sylvester op. Dat is [werknemer-15]. [werknemer-15] zei dat [verdachte] vertelde dat wij hem op moesten komen halen en ze hadden het over kaput machen. Ze bedoelden dat wij [werknemer-9] op moesten komen halen bij de Lidl. (…) Het was in het najaar van 2008, volgens mij rond november. (…) Volgens mij iets van 21:00 à 22:00 uur. (…) We zagen [werknemer-9] bij de Lidl liggen. (…) Ik zag dat [verdachte] en [directeur-2] in de auto zaten. Toen wij kwamen zijn [verdachte] en [directeur-2] uit de auto gekomen. We hebben [werknemer-9] opgepakt. [verdachte] wilde [werknemer-9] nog een keer schoppen maar [werknemer-15] heeft die trap geblokt door zijn been uit te steken. [werknemer-9] zat onder het bloed en was er slecht aan toe. (…) Een dag voor die mishandeling heb ik [werknemer-9] gesproken. [werknemer-9] zei dat hij naar het kantoor was gegaan en daar om geld had gevraagd. De volgende dag werd hij dus mishandeld. (…) [werknemer-9] had bloed op zijn gezicht. Ik kan me nog herinneren dat [werknemer-9] zei dat hij veel hoofdpijn had. (…) [directeur-2] en [verdachte] waren samen en ze waren agressief. Ze hadden ook in dat telefoontje gezegd dat ze [werknemer-9] kaput hadden gemaakt.

In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2011 is voorts vermeld dat naar aanleiding van de verklaring van [werknemer-6] op verzoek van de verbalisant door een Poolse tolk op 13 december 2010 is gebeld met het van [werknemer-6] genoemde telefoonnummer dat van de moeder van “[werknemer-9]” zou zijn. De vrouw bevestigde dat haar zoon “[werknemer9]” heet en dat hij in Nederland bij [uitzendbureau] heeft gewerkt. De vrouw heeft de volledige naam van haar zoon, te weten [werknemer-9], verteld. Vervolgens heeft de verbalisant op 24 februari 2011 telefonisch contact gelegd met [werknemer-9] en is afgesproken dat hij op 28 februari 2011 naar Nederland zou komen voor het afleggen van een verklaring.

[werknemer-9] heeft in zijn verhoor bij de politie op 28 februari 2011 onder meer het volgende verklaard:

De mishandeling vond plaats voor mijn woning. In de buurt van een Lidl supermarkt. (Wie was de dader?) De man op foto 2. Ik heb vanmorgen van u gehoord dat hij [verdachte] heet. Ik ken hem als [verdachte], chef van het bedrijf [uitbeenbedrijf] of [uitzendbureau]. Waarom heeft deze mishandeling plaatsgevonden? Het heeft te maken met mijn werk en het niet krijgen van mijn geld. (…) Dat was op een vrijdagavond. Hij belde mij toen op. Ik moest naar buiten komen. (…) Ik zag dat [verdachte] op straat stond en dat [directeur-2] in de auto zat. (…) Ik wilde [verdachte] een hand geven en hij sloeg onmiddellijk met zijn rechter gebalde vuist en stompte mij één keer hard op mijn gezicht. Door de klap op mijn gezicht viel ik op de bank die aldaar staat. Ik voelde een hevige pijn in mijn hoofd en ik viel bijna flauw. Toen ik op de grond was gevallen schopte hij met zijn voeten meerdere keren op mijn lichaam. Hij schopte mij meerdere keren, hoe vaak weet ik niet meer. Hij schopte mij tegen mijn rug, mijn hele lichaam probeerde hij te schoppen. Hij heeft ook tegen mijn hoofd geschopt. Ik heb hier zelfs hechtingen in gekregen. (…) Mijn hoofdhuid en mijn wenkbrauw waren gescheurd. Mijn tong was gescheurd en ik had diverse gekneusde ribben. Ik heb hier zeker enkele maanden pijn van gehad. (…) (De afschrift/brief ziekenhuis te Doetinchem is gedateerd op 15 december 2008. Kan het zijn dat dit de datum is van de eerste mishandeling?) Ja, dat is op dezelfde dag geweest.(…) Ze hebben een hechting in mijn wenkbrauw gedaan en mijn hoofdwond schoongemaakt. In het ziekenhuis wilde zij het ingescheurde deel van mijn tong afsnijden. Dit is niet gebeurt omdat ik dit niet wilde hebben. Ik heb nog steeds een duidelijk litteken op mijn tong.

[werknemer-9], [werknemer-15] en [werknemer-6] hebben bij de politie uitvoerige, gedetailleerde en op hoofdlijnen consistente verklaringen afgelegd. De rechtbank heeft geen onverklaarbare tegenstrijdigheden in de verklaringen van [werknemer-9], [werknemer-15] en [werknemer-6] kunnen vaststellen, op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat die verklaringen niet op waarheid berusten.

Voorts is de rechtbank niet gebleken van contacten tussen [werknemer-9], [werknemer-15] en [werknemer-6] waaruit kan worden afgeleid dat zij hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd dan wel dat er sprake was van een vooropgezet plan om verdachte en zijn medeverdachte ten onrechte te belasten. In tegendeel, uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2011 volgt dat [werknemer-15] tijdens het verhoor van 6 december 2010 uit zichzelf over de mishandeling van [werknemer-9] heeft verklaard en dat de politie naar aanleiding daarvan onderzoek heeft gedaan naar de identiteit van de mishandelde persoon. Daarnaast volgt uit dit proces-verbaal van bevindingen dat [werknemer-9] niet zelf het initiatief heeft genomen tot het doen van aangifte. Pas nadat de politie [werknemer-6] heeft verhoord en [werknemer-9] heeft opgespoord in Polen, heeft hij op 28 februari 2011 aangifte gedaan. Dit maakt dat de rechtbank het niet aannemelijk acht dat er sprake is geweest van een vooropgezet plan, zoals door verdachte en zijn medeverdachte is gesuggereerd.

Gezien dit alles, in onderling verband en samenhang bezien, hecht de rechtbank geloof aan de verklaringen van [werknemer-9], [werknemer-15] en [werknemer-6] en zijn die verklaringen om die reden ook bruikbaar voor het bewijs.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag geplaatst of er sprake is van toegebracht zwaar lichamelijk letstel.

In het dossier bevindt zich een (vertaalde) brief van de afdeling spoedeisende hulp van het Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem van 15 december 2008. In deze brief staat onder meer het volgende:

Hij was een onbekend aantal minuten buiten bewustzijn en werd wakker in de ambulance. (…) Hoofdwond, niet actief bloedend, bloed in de mond door bijten op de tong. Mogelijk epileptisch insult (…)

De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor aangehaalde verklaring van het slachtoffer in combinatie met de minimale informatie uit de letselverklaring van het Slingeland Ziekenhuis

onvoldoende is om te concluderen dat sprake is van toegebracht zwaar lichamelijk letsel bij [werknemer-9]. De zich in het dossier bevindende foto’s maken dit niet anders, vooral omdat niet uit te sluiten valt dat het in de hals van verdachte zichtbare litteken – waarop de officier van justitie haar opvatting dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard mede heeft gestoeld - het gevolg is geweest van een ander geweldsincident waarover [werknemer-9] heeft verklaard maar dat niet in de tenlastelegging is opgenomen. Verdachte zal derhalve van het onder 9 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

De rechtbank komt wel tot bewezenverklaring van het onder 9 subsidiair ten laste gelegde, de poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Uit de verklaringen van [werknemer-9], [werknemer-15] en [werknemer-6] volgt dat verdachte [werknemer-9] in het gezicht heeft gestompt, meermalen tegen het lichaam en het hoofd heeft geschopt of getrapt. Deze handelingen kunnen zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben en zijn daarmee uitvoeringshandelingen van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, aangezien het een feit van algemene bekendheid is dat het hoofd een zeer kwetsbaar onderdeel van het lichaam is. De handelingen van verdachte moeten dan ook, gezien de uiterlijke verschijningsvorm, geacht worden op dat letsel gericht te zijn geweest. In ieder geval heeft verdachte, door aldus te handelen, zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [werknemer-9] zwaar lichamelijk letsel op zou lopen.

De rechtbank acht het onder 9 subsidiair ten laste gelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 10 gewoontewitwassen

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 10 primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte en zijn medeverdachten de administratie van [uitzendbureau] achteraf kloppend hebben gemaakt door middel van het opmaken van valse kasbonnen. In het proces-verbaal bevindingen berekening wederrechtelijk verkregen voordeel is van het vermoeden uitgegaan dat diverse mutaties in de kasadministratie zijn opgenomen met als doel de contante geldopnamen door de bestuurders van [uitzendbureau] te camoufleren. Er is in 2009 en 2010 in totaal sprake geweest van contante uitgaven van [uitzendbureau] van een bedrag van € 787.718,00. Dit is een ongekend hoog bedrag en een onverklaarbaar hoog bedrag. Van de totale contante opnamen van [uitzendbureau] in 2009 en 2010 van € 787.718,00 zijn de contante uitgaven over die periode afgetrokken. Het loon van personen die op de loonlijst staan van [uitzendbureau] is daar bij opgeteld, omdat de medewerkers deelnemers zijn van een criminele organisatie, namelijk [uitzendbureau]. Uiteindelijk blijkt dat [uitzendbureau] en haar bestuurders ten minste hebben kunnen beschikken over een contant bedrag van € 278.208,00. Het geld was van misdrijf afkomstig namelijk valsheid in geschrifte en derhalve is de conclusie gerechtvaardigd dat sprake is van gewoontewitwassen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit nu het openbaar ministerie onvoldoende gericht onderzoek heeft verricht naar witwassen. De basis voor de tenlastelegging wordt geheel gevormd door een proces-verbaal wederrechtelijk verkregen voordeel, waarin gebruik is gemaakt van een berekening door middel van vermogensvergelijking. De raadsman heeft verwezen naar een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 maart 2012 (LJN BV8850), waaruit onder meer volgt dat het op de weg van het OM ligt om zicht te bieden op bewijs waaruit feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat sprake is van een vermoeden van witwassen. Dat is in het onderhavige geval niet gebeurd. Nu er bovendien geen volledig onderzoek heeft plaats gevonden kan niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat de kasopnames reguliere bestedingen zijn geweest van [uitzendbureau].

Het oordeel van de rechtbank

Voor de beoordeling van de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen stelt de rechtbank voorop, dat geen direct bewijs noodzakelijk is ten aanzien van het delictsbestanddeel ‘uit enig misdrijf afkomstig’. Uit het arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2010 (LJN BM2471) volgt dat indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, dit delictsbestanddeel niettemin bewezen kan worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs te leveren waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid. Een door de verdachte gegeven verklaring voor de herkomst van het geld, die niet zo onwaarschijnlijk is dat zij bij de vorming van het bewijsoordeel zonder meer terzijde behoort te worden gesteld, dient nader te worden onderzocht.

Aan het verweer van de raadsman, dat het openbaar ministerie onvoldoende onderzoek heeft verricht naar witwassen, gaat de rechtbank voorbij. Uit het dossier volgt dat het opsporingsonderzoek onder meer gericht is geweest op mensenhandel en fraude. Daarbij zijn voorwerpen in beslag genomen en zijn, onder meer met toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden, inlichtingen gevorderd op basis waarvan geldstromen van ondermeer [uitzendbureau] en haar bestuurders in kaart zijn gebracht.

In zaaksdossier 4.13, meer in het bijzonder in een proces-verbaal van 25 mei 2011 van F.H. Vollenbroek, is vervolgens - onder meer ook onder verwijzing naar de zaaksdossiers met betrekking tot uitbuiting, valsheid in geschrifte en verduistering - gemotiveerd dat er in het onderhavige geval sprake is geweest van witwassen. Voormeld proces-verbaal en het gehele opsporingsonderzoek overziende, komt de rechtbank tot de conclusie dat het openbaar ministerie in afdoende mate feiten en omstandigheden, zoals hierna zal worden weergegeven, heeft aangedragen waaruit volgt dat er sprake is van een vermoeden van witwassen. Verdachte en zijn medebestuurder zijn ook in dat verband tijdens het opsporingsonderzoek verhoord en geconfronteerd met concrete onderzoeksresultaten en (ondermeer) tapgesprekken met betrekking tot contante geldtransacties. Verdachte en zijn medebestuurder zijn verhoord over (onder meer) de herkomst van vermogensbestanddelen, de wijze van administreren en het (al dan niet deugdelijk) verantwoorden in de boekhouding van [uitzendbureau] van contante uitgaven, verstrekte leningen etc.

Daarnáást (en dus niet uitsluitend) heeft er een strafrechtelijk financieel onderzoek plaatsgevonden. Na afronding van dit onderzoek zijn verdachte en zijn medebestuurder bij aangetekende brief van 14 februari 2012 uitgenodigd voor verhoor. In deze brief staat onder meer dat tijdens dit verhoor het door het openbaar ministerie uitgevoerde onderzoek naar het vermogen van verdachte en het vermogen van het bedrijf [uitzendbureau] aan de orde zal worden gesteld. Verdachte heeft echter, voorafgaand aan het geplande verhoor, contact opgenomen met de rapporteur en verteld dat hij geen gebruik wilde maken van de gelegenheid om te worden gehoord.

De rechtbank is van oordeel dat uit onderstaande bewijsmiddelen zonder meer een vermoeden van witwassen volgt.

Vervolgens zal de rechtbank ingaan op de vraag of het op grond van onderstaande vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat sprake is van geld uit enig misdrijf afkomstig. De rechtbank betrekt in haar oordeel, dat weliswaar voor de hieronder vermelde geldstromen en geldbedragen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een concreet misdrijf, maar dat - anders dan in het door de verdediging aangehaalde arrest van het Hof Amsterdam van 9 maart 2012 (LJN BV8850) - in het onderhavige geval wel sprake is van bewijs voor mogelijke brondelicten, zoals onder meer blijkt ten aanzien van de verdachte bewezen te verklaren mensenhandel en afpersing en de ten aanzien van medeverdachten [directeur-2], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] bewezen te verklaren valsheid in geschrifte alsmede dat er sterke vermoedens zijn voor andere brondelicten zoals volgt uit hetgeen hierna wordt overwogen met betrekking tot de door [uitzendbureau] ontvangen zorgtoeslag van werknemers. Voorts overweegt de rechtbank dat van witwassen ook sprake kan zijn wanneer vermogen gedeeltelijk van misdrijf afkomstig is, dat wil zeggen: wanneer legaal vermogen is besmet doordat daaraan van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen zijn toegevoegd (vermenging) danwel de situatie dat vermogen middellijk van misdrijf afkomstig is, dus bestaat uit vermogensbestanddelen die afkomstig zijn van (vervolg)transacties die zijn uitgevoerd met van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen.

Door [uitzendbureau] ontvangen bedragen ter zake van zorgtoeslag

Uit de samenvatting van de grootboekkaarten van [uitzendbureau] d.d. 20 oktober 2010 blijkt dat er in de periode van 17 april 2009 tot en met 31 december 2009 door [uitzendbureau] een bedrag van

€ 18.092,00 is ontvangen aan zorgtoeslag voor werknemers. Blijkens diezelfde samenvatting van de grootboekkaarten is uiteindelijk door [uitzendbureau] slechts een bedrag van € 6.932,00 ter zake van zorgtoeslag aan werknemers (door)betaald.

[directeur-2] heeft bij de politie in dat verband onder meer het volgende verklaard:

(Wat kun je zeggen over Zorgtoeslag binnen jullie bedrijf?) (…) Het wordt door ons aangevraagd. (…) Wij kregen het geld op onze rekening. Een paar hebben wij met een bon uitbetaald, per kas, per kwitantie. (…)

(In 2009 op de grootboekkaart “zorgtoeslag medewerkers” op naam van 26 medewerkers zorgtoeslag aangevraagd en hiervoor ontvangen een bedrag van 18000 euro. Hiervan is uitbetaald aan de werknemers een bedrag van 6900 euro. Wat is er met het resterende bedrag van 11.100 gebeurd? Dat kan kloppen. Ik had teveel uitgekeerd geregen aan zorgtoeslag. (..) Ik heb daar geen contact over gehad met de belastingdienst. (..) Ja, ik zat krap met het bedrijf, als ik met de belastingdienst had gebeld dan had ik het gelijk terug moeten betalen en dat kon ik niet. Het geld is gebruikt om de algemene rekeningen te betalen.

De rechtbank concludeert op basis van voormelde bewijsmiddelen dat [uitzendbureau] op haar rekeningnummer zorgtoeslag heeft ontvangen, die was toegekend aan haar werknemers en welke zorgtoeslag – in strafrechtelijke zin – ook toebehoorde aan haar werknemers. Voor zover sprake is geweest van door de Belastingdienst te veel uitbetaalde zorgtoeslag, zoals door [directeur-2] is verklaard, is sprake geweest van gelden die – in strafrechtelijke zin – toebehoorden aan de Staat. Uit de hiervoor aangehaalde verklaring van [directeur-2] blijkt dat een deel van die gelden, die aldus niet aan [uitzendbureau] toebehoorden, door [directeur-2] is gebruikt om algemene rekeningen (van [uitzendbureau]) te voldoen.

Uit hetgeen hierna zal worden overwogen met betrekking tot het onder 12 tenlastegelegde volgt, dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van verduistering van de zorgtoeslag van de uitzendkrachten [werknemer-8] en [werknemer-10], omdat niet kan worden vastgesteld dat [uitzendbureau] en/of haar bestuurders voormelde bedragen “anders dan door misdrijf” onder zich hadden. Dat neemt niet weg, dat er naar het oordeel van de rechtbank ook in dit verband sterke vermoedens zijn van door [uitzendbureau] en haar bestuurders gepleegde strafbare feiten.

Overdracht van € 30.000,00 en contacten met medeverdachte [medeverdachte-7]

Uit het dossier blijkt dat de politie de telefoons van de bestuurders van [uitzendbureau], te weten verdachte en [directeur-2] heeft getapt. De volgende telefoongesprekken zijn – voor zover hier van belang – opgenomen en uitgewerkt:

Tijdstip 04-10-10 21:02:16

[directeur-2] belt uit en spreekt met [medeverdachte-7] (sh). [directeur-2] zegt dat ze een voorschot van de fabriek gevraagd hebben en dat dit geld pas de negentiende op de (bank)rekening komt. Als je briefjes/bankbiljetten van 500 bestelt, dan wordt het donderdag de 21ste, legt [directeur-2] uit. (…) Op de 19e komt ook het gewone geld binnen, zegt [directeur-2]. Als dan ook het voorschot binnenkomt, nemen we al het geld op en geven het aan die man, zegt [directeur-2]. [medeverdachte-7] zegt dat hij met die man gaat overleggen.

Tijdstip 6-10-10 13:10:32

[directeur-2] (sh) wordt gebeld door [medeverdachte-7] (sh) (...) [directeur-2].. kom je. [medeverdachte-7]: (...) ik kan pas over een uur komen.. [directeur-2]: Goed .. als ik weg ga.. laat ik het wel achter in de kas. [directeur-2]: Heb je die andere al geregeld.. die 21. [medeverdachte-7]: 21.. ik heb het tegen de man gezegd..ik heb gezegd zo en zus wordt een beetje later..abi voor elke dag dat het laat wordt moet ik 100 euro geven.

Tijdstip 12-10-10 18:12:57

[directeur-2] (sh) belt uit met [medeverdachte-7] (sh). (…) [directeur-2]: Vrijdag kun je er 30 ophalen. [medeverdachte-7]: Vrijdag .. 30 .. zijn het 500 jes.. [directeur-2]: ja.. ik heb besteld.(…)[directeur-2]: En volgende week dinsdag eh.. 10 papier..200 jes. (...) [medeverdachte-7]: accoord mijn broeder.. kom ik vrijdag na je toe. [directeur-2]: Bel mij vrijdag smorgens even op.. dan ga ik naar de bank en ga het jou overhandigen. [medeverdachte-7]: is accoord broeder.

Tijdstip 13-10-10 21:27:55

[verdachte] bum [medeverdachte-7] (sh). [verdachte] zegt dat ze waarschijnlijk morgen 30 opnemen. Morgen vraagt [medeverdachte-7], het was toch vrijdag? [verdachte] zegt dat ze het dinsdag besteld hebben. Donderdag of vrijdag nemen we 30 duizend op, zegt [verdachte]. [verdachte] vraagt of ze de betaling van de resterende 10 duizend tot dinsdag kunnen uitstellen. (...) [medeverdachte-7] vindt het goed dat het resterende bedrag tot dinsdag uitgesteld wordt. [verdachte] zegt dat hij Belgie gebeld heeft en als dat doorgaat, dan is dinges niet nodig.

Tijdstip 15-10-10 13:57:46

[directeur-2] (sh) belt uit met [medeverdachte-7] (..) [directeur-2]: hebben ze .. de bank.. vanmorgen [verdachte] abi gebeld. (...) wordt maandag hebben ze gezegd.. we kunnen vandaag niet leveren. [medeverdachte-7]: oke..eh.. maak niet uit.. kan maandag wel. [directeur-2]: Had je de man al beloofd? [medeverdachte-7]: Neen.. ik heb de man niks gezegd (...) [directeur-2]: dan geef je maandag die .. en dinsdag die 10 papier..nemen we die op en geef jij die aan hem..(...)

Tijdstip 18-10-10 13.26

[directeur-2] (sh) wordt gebeld door [medeverdachte-7] (sh)(..)[directeur-2]: Ik ben vanmorgen wel geweest..maar ze zeiden ‘kom maar zo rond een uur’.. ik ga er zo heen ophalen mijn broer. (...) Ik haal het op en laat het op kantoor achter..ja.

[medeverdachte-7]: Ja .. accoord..(...) We zien/spreken elkaar.. ik kom wel naar kantoor zo’n eh.. ongeveer twee uur later. [directeur-2]: Is goed.

Tijdstip 19-10-10 00:15:31

[directeur-2] (sh) belt uit met [medeverdachte-7] (sh). (…) [directeur-2]: Broeder, heb je dat geld nog genomen. [medeverdachte-7]: Ja.. heb ik genomen en vandaag gegeven. [directeur-2]: Morgen moeten we die 10 papier regelen. [medeverdachte-7]S: Ja..kunnen we die dichten. [directeur-2]: Ja..dan kunnen we die zaak dichten/afsluiten. [medeverdachte-7]: (...) ik kom morgen dan weer zo ongeveer om 3 uur. [directeur-2]: is goed .. dat moeten we wel met [verdachte] abi samen opnemen..die heeft de pas (...) [directeur-2]: hoe is het met die andere vriend..zijn rechtzaak en zo.. [medeverdachte-7]: Van die zijn de papieren wel gekomen..maar er is nog tijd om te betalen.. volgende week of de week daarop moet er pas betaald worden. [directeur-2]: hoeveel is dat.. is het alles. [medeverdachte-7]S: 15 gegeven.. ja.. [directeur-2]: (...) is alle 15 ook nodig. [medeverdachte-7]: (...) alle 15.. ja.. dat hebben ze wel zo met [verdachte] afgesproken .. ik zal hem nog wel vragen hoeveel hij nodig heeft. [directeur-2]: ja .. vraag maar. [medeverdachte-7]: 17 duizend 890 heeft hij zelf nog aan betalingen.. ik weet niet hoeveel hij zelf heeft.. hij heeft 15 aan [verdachte] gegeven .. en zelf heeft hij nog 17.890 aan betalingen..maar dat heeft nog 1 a 2 weken de tijd. (...) [directeur-2]: mij de dag doorgeven.. dan kan ik met mijn komende betalingen en facturen rekening houden..ik doe mijn betalingen dan een week opschuiven (...) hoe meer tijd hoe beter voor mij.. maar als de man nodig heeft .. ik wil wel de dag weten. (...) [medeverdachte-7]: Ik weet niet precies de dag..(...) hij zei wel “mijn papier is gekomen..(...) en als de papier binnen is .. dan doen geven ze minimaal een paar weken de tijd..ze gaan niet meteen lop..dinges doen. (...)[medeverdachte-7]: jullie zouden hem 10 duizend als lening geven.. (...) [directeur-2]: maar morgen of overmorgen als het bedrijf iets overkomt.. dan grijpen ze de man aan zijn nek.. dat hij met zijn eigen geld geen stank voor dank krijgt. [medeverdachte-7]: ja.. ik weet het niet.. hoe hij het gaat doen. [directeur-2]: zeg maar tegen hem.. als hij niet op papier.. eh te leen gegeven .. en genomen.. is mijn eigen geld.. of geld van mijn ouders maakt niet uit wat hij zegt.. hij kan ook wel zelf een naam van iemand doorgeven als zijnde het beleend van de bank.. dat kan hij ook doen.. en hij komt hierheen naar onze kant en wie weet gebeurd er iets.. en ik moet het bij de boekhouding erbij doen.. stel er gebeurd hier iets.. dan krijgt hij de staat op zijn nek gedrukt.. zo van je hebt nog schulden aan hun.. [medeverdachte-7]: ja.. [directeur-2]. begrijp je.. [medeverdachte-7]: Ja.. maar wat moet ik nu aan de man zeggen. [directeur-2]: zeg maar tegen de man.. als het niet op papier is .. en ik kan hem dat geld geven.. maar al hij zegt .. ik ga jullie een plek laten zien .. en kan dat aan niemand laten zien.. laat hem maar komen.. kunnen we praten.. (…) [directeur-2]: want het zou niet zo mogen dat de man er schade van ondervindt.. hij heeft geholpen en dinges gedaan.. dus dat de man de benadeeld wordt. (...)

Blijkens een rekeningafschrift heeft [uitzendbureau] op 12 oktober 2010 voor € 30.000,00 aan eurobiljetten besteld.

Naar aanleiding van voormelde tapgesprekken is door de politie een observatieteam ingezet op 18 oktober 2010 omdat het vermoeden rees dat er een contante geldtransactie zou plaatsvinden tussen [directeur-2] en [medeverdachte-7]. Door het observatieteam is – voor zover hier van belang – het volgende vermeld:

(…) Subject 1: [directeur-2]. (…) Subject 2: [medeverdachte-7]. (…) In het kader van het opsporingsonderzoek Boerdijk is ons een informatieset verstrekt, waarin beschikbare gegevens, zoals foto’s, contacten, contactadressen en voertuigen, zijn opgenomen. In opdracht van de teamleiding van dit opsporingsonderzoek hebben wij met betrekking tot dit opsporingsonderzoek op grond van artikel 2 van de Politiewet 1993 en met toestemming van de officier van justitie mr. K.J. de Valk op maandag 18 oktober 2010 geobserveerd en daarbij de navolgende waarnemingen c.q. bevindingen gedaan en/of handelingen ondernomen.

Tijdstip Verbalisant Omschrijving (..)

13.46 T70 Ik zie dat [directeur-2], die ik herken middels een foto uit de informatieset,

in de hal zit van de Rabobank, gevestigd aan de […] te Deventer. (...) Ik zie dat een medewerkster van de Rabobank naar hem toe komt lopen (...). Ik zie dat zij een witte envelop, afmeting 15 bij 20 cm in de hand heeft. (...) Ik zie dat zij (...) de envelop opent. Ik zie dat zij een stapel bankbiljetten uit de envelop haalt en deze begint te tellen en aan [directeur-2] overhandigt.

13.48 T70 Ik zie dat [directeur-2] uit de Rabobank komt lopen. (...)

13.50 T40, T72 Wij zien dat [directeur-2] de zijdeur, welke toegang geeft tot uitzendbureau

[uitzendbureau], gevestigd [adres-1]te Deventer binnengaat. (…)

15.25 T10, T23 Wij zien dat een manspersoon, die wij middels een foto uit de

informatieset herkennen als zijnde [medeverdachte-7], als bestuurder instapt van de Audi A3 [kenteken-3] en vertrekt. (…)

15.35 T72 Ik zie dat de Audi A3 [kenteken-3] wordt geparkeerd op de Smedenstraat

ter hoogte van perceel 126 te Deventer. Ik zie dat [medeverdachte-7] uitstapt en [uitzendbureau] binnengaat.

15.39 T72 Ik zie dat [medeverdachte-7] uit [uitzendbureau] komt lopen. Ik zie dat [medeverdachte-7] een witte

envelop, van ongeveer 15 bij 20 cm in zijn hand heeft. Ik zie dat de envelop geopend is. Ik zie dat [medeverdachte-7] in de Audi A3 [kenteken-3] stapt en vertrekt.

15.43 T10 Ik zie dat de Audi [kenteken-3] wordt geparkeerd (…). Ik zie dat

[medeverdachte-7] uitstapt en perceel Burgemeester van Heemstralaan 38

te Deventer binnengaat. Ik zie dat [medeverdachte-7] een heuptasje en een

witte envelop van ongeveer 15 bij 20 cm in zijn hand heeft.

15.58 T15, T23 Wij zien dat [medeverdachte-7] en een man, nader te noemen NN3 uit de

woning, [adres-3] te Deventer komen. (…)

15.59 T23 Ik zie dat [medeverdachte-7] een groot formaat weekend tas in zijn handen heeft.

Ik zie dat er enkele keren heen en weer wordt gelopen tussen de Audi A3 94LLJJ, de woning [adres-3] te Deventer en een blauwe Seat Cordoba. (..)

15.59 T23 Ik zie dat [medeverdachte-7] en NN3 in de Seat Cordoba stappen en

vertrekken.

15.59 T15 Ik zie dat de SeatCordoba is gekentekend [kenteken-4].

16.02 T40 Ik zie dat de Seat Cordoba, [kenteken-4] wordt geparkeerd op de

Spoorstraat te Deventer ter hoogte van de percelen 33/35. Ik zie dat [medeverdachte-7] en NN3 uitstappen. (…) Ik zie dat [medeverdachte-7] en NN3 de voordeur van perceel [adres-4a of 4b] te Deventer binnengaan.

16.05 T40 Ik zie dat [medeverdachte-7] en NN3 uit één van de eerder genoemde voordeuren

komen lopen. Ik zie dat de achterklep van de Seat Cordoba [kenteken-4] wordt geopend. Ik zie dat [medeverdachte-7] een grote weekendtas uit de laadruimte pakt. Deze weekendtas is donkerkleurig en lijkt niet gevuld. Ik zie dat NN3 de achterklep sluit. Ik zie dat NN3 en [medeverdachte-7] met de weekendtas de voordeur genummerd [adres-4a] dan wel [adres-4b] te Deventer binnengaan.

Op 20 december 2012 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [medeverdachte-7]. In zijn woning is (onder meer) een contant geldbedrag van € 106.775,00 aangetroffen, dat grotendeels bestond uit coupures van € 500,00 en een vuurwapen en munitie. Verder zijn op de zolder van die woning een tas en een zwarte weekendtas gevonden met daarin gripzakken gevuld met bloemdelen van hennepplanten met een totaalgewicht van 9008 gram en een geschatte waarde van ongeveer € 29.500,00. De tassen waren niet verborgen op zolder.

Uit het voorgaande volgt dat er in de periode 4 oktober 2010 tot en met 19 oktober 2010 verschillende tapgesprekken zijn gevoerd. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte, [directeur-2] en [medeverdachte-7] aan deze gesprekken hebben deelgenomen, nu er sprake is van stemherkenning door verbalisanten en verdachte en zijn medeverdachten niet hebben betwist dat zij deze gesprekken hebben gevoerd.

Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van versluierd taalgebruik in deze tapgesprekken. Zo worden personen niet bij naam genoemd - maar gaat het over betalingen aan “de/die man” - en worden er getallen (‘21’, ‘30’ en ‘10’) genoemd, terwijl gelet op de context van de gesprekken – waarin onder andere wordt gesproken over ‘naar de bank gaan’ en ‘opnemen’ – en het tapgesprek van [medeverdachte-7] met verdachte op 13 oktober 2010 waarin onder meer ‘30 duizend’ en ‘10 duizend’ wordt genoemd, die getallen grote geldbedragen voorstellen.

De rechtbank begrijpt de inhoud van de tapgesprekken aldus, dat [directeur-2] op 4 oktober 2010 tegen [medeverdachte-7] zegt dat als je briefjes/bankbiljetten van € 500,00 bestelt dat het donderdag de 21e wordt en dat ze dan al het geld opnemen en geven aan de man. Uit het tapgesprek van 12 oktober 2010 begrijpt de rechtbank dat [directeur-2] tegen [medeverdachte-7] zegt dat hij vrijdag € 30.000,00 kan ophalen, dat [directeur-2] briefjes van € 500,00 heeft besteld en dat [directeur-2] vrijdag naar de bank zal gaan en het aan [medeverdachte-7] zal overhandigen. Deze lezing wordt ondersteund door het eerder aangehaalde bankafschrift van [uitzendbureau] waaruit blijkt dat op 12 oktober 2010 daadwerkelijk door [uitzendbureau] een dergelijke bestelling is gedaan. Uit het tapgesprek van verdachte met [medeverdachte-7] begrijpt de rechtbank dat zij donderdag of vrijdag € 30.000,00 opnemen en dat verdachte aan [medeverdachte-7] vraagt of ze de betaling van de resterende € 10.000,00 tot dinsdag kunnen uitstellen. Uit het tapgesprek van [directeur-2] met [medeverdachte-7] op 15 oktober 2010 leidt de rechtbank af, dat de bank kennelijk heeft gebeld, dat ze niet kunnen leveren en dat het maandag wordt. [directeur-2] vraagt dan of [medeverdachte-7] het de man al had beloofd, waarop [medeverdachte-7] zegt dat hij de man niks heeft gezegd. Uit het tapgesprek van maandag 18 oktober 2010 om 13.26 uur begrijpt de rechtbank dat [directeur-2] tegen [medeverdachte-7] zegt dat hij het geldbedrag bij de bank zal ophalen en dat [medeverdachte-7] over twee uur naar kantoor komt.

Een en ander sluit naadloos aan bij de bevindingen van het observatieteam, dat allereerst constateert dat [directeur-2] op 18 oktober 2010 vlak na voormeld telefoongesprek (te weten om 13.46 uur) bij de Rabobank is en daar uit een enveloppe van 15 bij 20 cm een stapel bankbiljetten overhandigd krijgt, dat [directeur-2] naar het kantoor van [uitzendbureau] gaat en dat [medeverdachte-7] om 15.35 uur het kantoor van [uitzendbureau] binnen gaat en 4 minuten later met een geopende witte envelop van 15 bij 20 cm het kantoor verlaat.

Gelet op de inhoud en het verloop van voormelde tapgesprekken – waarin verdachtes deelname aan die communicatie op 13 oktober 2010, om 21:27 uur, logisch gezien volkomen past – de bevindingen van het observatieteam en het bankafschrift van de rekening van [uitzendbureau] d.d. 29 oktober 2010, staat het naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte met anderen op of omstreeks 18 oktober 2010 te Deventer een contant geldbedrag van € 30.000,00 voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het bedrag van € 30.000,00 had geleend van [medeverdachte-7] en dat verdachte en [directeur-2] dit bedrag op 18 oktober 2010 aan hem wilden terug betalen. De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig. De rechtbank overweegt in dat verband dat verdachte en [directeur-2] bij de politie wisselende verklaringen over het al dan niet bestaan van een dergelijke lening hebben afgelegd. Bovendien heeft [medeverdachte-7] ontkend dat sprake is geweest van een dergelijke lening. De verklaringen van verdachte en [directeur-2] stroken voorts niet zonder meer met de inhoud van voormelde tapgesprekken, waarbij het onder meer ook gaat om betalingen aan “de man”. Verdachte heeft bovendien geen stukken in het geding gebracht waarmee zijn stelling wordt onderbouwd.

Contante geldstromen

Door de Sociale Inlichtingen en Opsporing Dienst is een financieel onderzoek verricht. Hieruit is onder meer gebleken dat in de periode van 9 januari 2009 tot en met 14 oktober 2010 op de Rabobankrekening [nummer] van [uitzendbureau] in korte tijd veelvuldig grote bedragen, veelal € 5.000,00, via de geldautomaat werden opgenomen en dat er grote bedragen werden gestort. In totaal is in deze periode € 949.051,87 aan contant geld opgenomen en in totaal € 142.765,00 gestort.

In het grootboek van [uitzendbureau] is geen (duidelijke) verantwoording gegeven met betrekking tot de contante geldopnames en contante stortingen.

Verdachte en [directeur-2] hebben hierover verklaard dat de contante opnames in de periode van 9 januari 2009 tot en met 14 oktober 2010 voornamelijk waren bedoeld om werknemers van [uitzendbureau] contant uit te betalen, omdat werknemers niet beschikten over bankrekeningnummers. De rechtbank acht deze verklaring niet redengevend. In de eerste plaats strookt deze verklaring niet met de verklaring van medeverdachte [directeur-2] ter terechtzitting, dat de contante uitbetalingen aan werknemers met name heeft plaatsvonden in de eerste 4 maanden van 2009, bij welke uitlating verdachte zich op diezelfde zitting heeft aangesloten. In de tweede plaats strookt die verklaring niet met hetgeen verbalisant D.L. de Lima in dat verband heeft verklaard in het proces-verbaal d.d. 9 mei 2011, te weten dat uit de overzichten met documentencode D-026-01 volgt, dat niet alle werknemers met een bankrekening het salaris (voorschotten of periodieke eindafrekening) consequent per bank ontvangen en dat de werknemers de voorschotten per bank ontvangen, terwijl zij de periodieke eindafrekening per kas uitbetaald hebben gekregen en dat het vice versa ook het geval is. Daar komt bij dat [slachterij] en [inlrrnbedrijf] in 2010 de (voornaamste) inleners van personeel van [uitzendbureau] waren en dat de betalingen van [slachterij] en [inleenbedrijf] aan [uitzendbureau] uitsluitend via het girale verkeer hebben plaatsgevonden. Een logische bedrijfseconomische of redengevende verklaring voor het veelvuldig gebruik maken van dergelijke grote contante geldstromen als de onderhavige is door verdachte en zijn medeverdachten naar het oordeel van de rechtbank niet gegeven.

Geldstromen naar het buitenland

In het dossier bevindt zich voorts een overzicht van de Rabobank (Alert details voor alert) en een MOTion overzicht d.d. 20 oktober 2010. Uit het overzicht van de Rabobank blijkt onder meer het volgende:

Businessrule: Snelle beweging van gelden opnemen en storten niet zijnde vv totaalbedrag minimaal 15000

Alertdatum: 08-07-2010

Datum transactie: 07-07-2010

Naam: [uitzendbureau]

Bedrag 19.410,00

Omschrijving: Contante transacties met een waarde van 15.000 euro of meer waarbij contante omwisseling in een andere valuta plaatsvindt. (…)

16-08-2010 15:55:27 Reactie adviseur: Net gesproken met de [directeur-2] over de contante transacties die op de rekening van [uitzendbureau] plaatsvinden. De vorige keer bij […] gaf hij aan dat de gelden nodig waren voor de vakantie. Nu geeft hij aan dat het slecht gaat met het bedrijf en hij gelden leent bij de familie. Dit gebeurt contant omdat deze mensen dat geld contant in huis hebben liggen. Daarna moet het geld gewisseld worden naar grote coupures omdat hij met dit geld weer naar familie moet in België om andere schulden af te lossen (anders was het zo’n groot pak geld). Dit kan volgens hem niet over de rekening omdat dit in hun cultuur alleen contant kan. Tevens geeft hij aan een hoop huiseigenaren te moeten betalen, dit moet ook contant en kan niet anders?? Hij kan geen bonnen overleggen van deze leningen. Dit gebeurt vriendschappelijk. Klant kan geen documenten overhandigen waaruit blijkt waar de gelden van afkomstig zijn.

28-07-2010 12:58:59 Coupures opnames: 1*5 + 7*10 + 7*50 + 82*200 (16.825,00). Coupures stortingen 143*20 + 331*50 (19.410,00). De klant [verdachte] is nu op vakantie in Turkije en geeft aan dat het opgenomen geld privégeld is en voor de vakantie is bestemd. Om niet te veel biljetten mee te nemen, heeft hij de biljetten omgewisseld. De klant zal alsnog gevraagd worden waar het gestorte geld van afkomstig is.

In het MOTion overzicht d.d. 20 oktober 2010 staat onder meer vermeld:

Opdrachtgever [verdachte], Begunstigde [verdachte] Y; Transactiedatum 23-1-2009 Bedrag 2.005 Naar land Turkije; Bijzonderheden Financiële steun(…)

Opdrachtgever [directeur-2]; Begunstigde [naam]; Transactiedatum 4-12-2009 Bedrag 5000 Naar land Turkije; Bijzonderheden Aankoop huis (schade) vergoeding

Opdrachtgever [directeur-2]; Begunstigde [naam]; Transactiedatum 6 januari 2010 Bedrag 5000 Naar land Turkije; Bijzonderheden Aankoop huis (schade) vergoeding (…)

Opdrachtgever [directeur-2]; Begunstigde [naaam] Transactiedatum 25 mei 2010 Bedrag 2000 Naar land Turkije; Bijzonderheden Aankoop huis (schade) vergoeding

Opdrachtgever [directeur-2]; Begunstigde [naam]; Transactiedatum 27 mei 2010 Bedrag 5000 Naar land Turkije; Bijzonderheden Aankoop huis (schade) vergoeding

Opdrachtgever [uitzendbureau] (08142346); Uitvoerder [verdachte]; Begunstigde [uitzendbureau] (08142346); Transactiedatum 16 augustus 2010 Van rekening 148197701; Bedrag 21.500;

Opdrachtgever [uitzendbureau] (08142346); Uitvoerder [verdachte]; Begunstigde [uitzendbureau] (08142346); Transactiedatum 16 augustus 2010 Naar rekening 148197701; Bedrag 2.900;

Opdrachtgever [uitzendbureau] (08142346); Uitvoerder [verdachte]; Begunstigde [uitzendbureau] (08142346); Transactiedatum 16 augustus 2010 Naar rekening 148197701; Bedrag 2.970;

Opdrachtgever [uitzendbureau] (08142346); Uitvoerder [verdachte]; Begunstigde [uitzendbureau] (08142346); Transactiedatum 16 augustus 2010 Naar rekening 148197701; Bedrag 5.010;

Opdrachtgever [uitzendbureau] (08142346); Uitvoerder [verdachte]; Begunstigde [uitzendbureau] (08142346); Transactiedatum 16 augustus 2010 Naar rekening 148197701; Bedrag 5760;

Opdrachtgever [uitzendbureau] (08142346); Uitvoerder [verdachte]; Begunstigde [uitzendbureau] (08142346); Transactiedatum 16 augustus 2010 Naar rekening 148197701; Bedrag 5.820.

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.44) Datum 17-03-2009; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 300,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.50) Datum 20-05-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 150,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.52) Datum 03-11-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 2005,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.53) Datum 06-01-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 5000,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.54) Datum 12-02-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 200,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.55) Datum 12-02-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 500,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.56) Datum 25-05-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 2000,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.57) Datum 27-05-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 5000,00

Overmakingsbewijs (ordner 18 pagina 4.13.58) Datum 28-05-2010; Opdrachtgever: [verdachte]; Begunstigde [begunstigde]; Overgemaakt bedrag: € 1000,00.

Uit het overzicht van de Rabobank en het MOTion overzicht blijkt dat zowel verdachte alsook zijn medeverdachte/-bestuurder [directeur-2], door middel van money transfers substantiële bedragen hebben overgemaakt naar het buitenland, met name naar Turkije. Verdachte en [directeur-2] hebben in dat verband verklaard dat zij tijdens vakanties wel eens geld hebben geleend en dat zij leningen in het buitenland moesten aflossen. Deze verklaring is echter op geen enkele wijze onderbouwd of geconcretiseerd.

Leenovereenkomsten en de administratie daarvan

[directeur-2] heeft bovendien in zijn algemeenheid met betrekking tot diverse leningen verklaard dat die niet in de administratie van [uitzendbureau] zijn opgenomen en dat in zoverre de administratie niet klopt. Aldus is (veelvuldig) sprake geweest van (beweerdelijke) leenovereenkomsten met private personen, die niet (correct) zijn verwerkt in de administratie van [uitzendbureau], hetgeen naar het oordeel van de rechtbank als a-typisch is te beschouwen voor een uitzendbureau.

Privéonttrekkingen en de verantwoording daarvan

Uit het financieel onderzoek door de Sociale Inlichtingen en Opsporing Dienst is ook gebleken dat volgens de grootboekkaarten van [uitzendbureau] in totaal een bedrag van

€ 207.619,23 aan privégelden is ontrokken aan [uitzendbureau]. Deze onttrekkingen zijn niet uit de administratie dan wel uit de transactieoverzichten en rekeningafschriften te herleiden, evenmin kunnen deze onttrekkingen worden verantwoord met facturen of andere bewijsstukken van reguliere handelsactiviteiten. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze privéopnames des te opvallender omdat verdachte en [directeur-2] beiden op de loonlijst staan, elk voor een periodiek brutosalaris van € 3.500,00. Daarnaast hebben verdachte en zijn medeverdachte [directeur-2] geen enkele aannemelijke en concrete verifieerbare verklaring gegeven voor wat de herkomst is van die gelden welke aldus zijn geboekt als privéonttrekkingen en wat er (vervolgens) mee is gebeurd.

Aanwezigheid wapen

Op 20 oktober 2010 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in het bedrijfspand van [uitzendbureau]. In het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname staat het volgende – voor zover van belang – vermeld:

Op 20 oktober 2010 omstreeks 07:08 uur werd door de rechter-commissaris mr. Schimmel binnengetreden in bedrijfspand van [uitzendbureau], [adres-1]te Deventer. (…)

Tijdens de doorzoeking werden meerdere voorwerpen, waaronder een gasdrukpistool in het bedrijfspand aangetroffen.

Uit het proces-verbaal van relaas van (vuur)wapen onderzoek volgt:

Op 20 oktober 2010 werd mij door collega J.L. Leunk, inspecteur, Politieregio IJsselland, een pistool ter hand gesteld met het verzoek een nader onderzoek in te stellen. Het wapen werd tijdens een zoeking met de rechter-commissaris in beslag genomen. Het wapen betreft een zilverkleurig alarmpistool van het merk: Ekol, model Firat Magnum, Cal.9mm P.A. (…) Het wapen is een gas/alarmwapen c.q. signaalwapen. Het inbeslaggenomen wapen, is zilver van kleur. (…) Dit alarm c.q. signaalpistool is een wapen in de zin van artikel 1 lid 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.

Uit het voorgaande volgt dat er een wapen is aangetroffen in het bedrijfspand van [uitzendbureau].

Conclusie gewoontewitwassen

Verdachte en [directeur-2] hebben contacten gehad met personen in het criminele circuit. Zo is [medeverdachte-7] veroordeeld voor overtredingen van de bepalingen van de Opiumwet en is in zijn woning is een groot geldbedrag aangetroffen, een aanzienlijke hoeveelheid hennep en een vuurwapen met munitie. Ook is in het kantoor van [uitzendbureau] is een wapen aangetroffen. Verdachte en [directeur-2] zijn bovendien betrokken geweest bij de overdracht van een geldbedrag van € 30.000,- van de bankrekening van [uitzendbureau] aan [medeverdachte-7]. Gelet hierop en gezien de hoogte van het overgedragen geldbedrag, de coupures waaruit dat geldbedrag bestond - namelijk coupures die in het normale economische verkeer niet of nauwelijks worden gebruikt - en gelet op het versluierd taalgebruik in de tapgesprekken die door verdachte en [directeur-2] zijn gevoerd met betrekking tot de overdracht van dit geldbedrag, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag afkomstig is geweest van een misdrijf dat opzettelijk is begaan en dat verdachte en [directeur-2] daar weet van hebben gehad.

Voorts is uit het financieel onderzoek gebleken dat van de zakelijke bankrekening van [uitzendbureau] veel contante opnames en stortingen hebben plaatsgevonden, dat er in het grootboek van [uitzendbureau] geen (duidelijke) verantwoording voor die grote contante geldstromen is gegeven, dat dergelijke grote contante geldstromen a-typisch zijn voor een bedrijf als [uitzendbureau] en dat de verklaringen van verdachte en [directeur-2] hierover niet redengevend zijn. Er is verder sprake geweest van een groot aantal money transfers door zowel verdachte als [directeur-2] van substantiële geldbedragen naar het buitenland, waarvoor verdachte en [directeur-2] geen concrete en verifieerbare logische verklaring hebben gegeven. Er is sprake geweest van een groot aantal (beweerdelijke) leenovereenkomsten met private personen, die niet (correct) zijn verwerkt in de administratie van [uitzendbureau], hetgeen als a-typisch is te beschouwen. Bovendien is er volgens de grootboekkaarten een zeer substantieel bedrag aan privégelden onttrokken aan [uitzendbureau], terwijl die onttrekkingen niet uit de overige administratie van [uitzendbureau] zijn te herleiden danwel op enige andere wijze zijn verantwoord. Verdachte en [directeur-2] hebben geen enkele redengevende verklaring gegeven voor de herkomst van voormelde gelden.

De rechtbank is van oordeel dat het op grond van voormelde vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat er binnen de in de tenlastelegging omschreven periode sprake is geweest van geldbedragen die uit enig misdrijf afkomstig zijn.

In aanmerking genomen het feit dat het gaat om een langdurige pleegperiode waarbinnen sprake is van onder andere grote aantallen contante geldopnames en moneytransfers, kan naar het oordeel van de rechtbank worden gesproken van een zodanige stelselmatigheid waarmee verdachte en zijn medeverdachten bedragen hebben witgewassen, dat in dit geval geconcludeerd moet worden dat sprake is van gewoontewitwassen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat het tenlastegelegde bedrag van

€ 278.208 is witgewassen. Voormeld bedrag is kennelijk gestoeld op het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 6 september 2012 opgesteld door J.G.J. Jansen. In die berekening is het girale loon van de bestuurders van [uitzendbureau] (verdachte en [directeur-2]) en de werknemers van [uitzendbureau] ([medeverdachte-3], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4]) aangemerkt als wederrechtelijk verkregen vermogen. Als motivering is daarvoor gegeven dat de werkzaamheden die deze personen hebben verricht voor [uitzendbureau] erop gericht zijn geweest strafbare feiten te plegen. Naar het oordeel van de rechtbank wordt daarmee miskend dat [uitzendbureau], haar bestuurders en voormelde werknemers ook legale activiteiten hebben uitgevoerd, zodat niet zonder meer voormelde girale salarisbetalingen als wederrechtelijk verkregen voordeel, danwel als witgewassen bedragen kunnen worden aangemerkt. De rechtbank zal mede gelet daarop bewezen verklaren dat sprake is van het gewoontewitwassen van enig geldbedrag.

Het onder 10 primair ten laste gelegde kan derhalve wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 11 het feitelijk leiding geven aan het gebruik maken van (een) vals(e) geschrift(en)

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 11 ten laste gelegde gelet op de verklaringen van de werknemers genoemd in de tenlastelegging onder A tot en met P afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris en gelet op de bij die verklaringen gevoegde bijlagen, de processen-verbaal van doorzoeking van de [adres-1] te Deventer en [adres-2] te Deventer en de verklaringen van medeverdachte [directeur-2] bij de politie dat hij handtekeningen van medewerkers heeft vervalst en medewerkers blanco kasbonnen heeft laten tekenen om de administratie van [uitzendbureau] kloppend te maken en dat verdachte wetenschap had van het verwerken van valse kasbonnen in de administratie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit nu niet kan worden bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging. Daarvoor zal op zijn minst wetenschap noodzakelijk zijn en daarvoor is onvoldoende bewijs voorhanden, namelijk alleen de verklaring van [directeur-2]. Ingeval van een bewezenverklaring is van belang dat het vervalsen slechts een boekhoudkundige handeling is geweest om de boekhouding kloppend te maken, maar dat dit niet tot benadeling van werknemers heeft geleid.

Het oordeel van de rechtbank

Ter beantwoording van de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [uitzendbureau] in de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste geschriften terwijl verdachte aan die gedraging feitelijk leiding heeft gegeven, overweegt de rechtbank als volgt.

A.

In de tenlastelegging onder A. staan de volgende op naam van [werknemer-1] gestelde geschriften vermeld: D-016-02, nr 8, D-016-02, nr 23, D-016-08, nr 18, D-016-03, nr 91, D-016-04, nr 68, D-016-05, nr 42 en D-016-06, nr 16.

[werknemer-1] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Wij tonen je een 5tal kwitanties m.b.t. door jou ontvangen (of betaald geld). Deze zijn gecodeerd als D 016-02. Wat kan je daar over vertellen?

Kwitantie, d.d. 01-10-2009, nr. 08, € 245,-: (..)

Dit is mijn handtekening niet. (..)

V: Heb je het bedrag € 245,- wat staat vermeldt op de kwitantie ontvangen?

A: Nee (..)

Kwitantie, d.d. 30-10-2010, nr. 23, € 330,-: (Dit is een correctie teveel betaald)

V: Herken je de handtekening op de kwitantie?

A: Nee

V: Heb je deze handtekening gezet?

A: Nee

V: Heb je het bedrag € 330,- wat staat vermeldt op de kwitantie betaald?

A: Nee. Ik heb nooit geld betaald aan [uitzendbureau]. (..)

Ik denk dat dit de handtekening van [directeur-2] is.

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 91) over de periode 0211-2911 (2009) gecodeerd als d 016-03 (..)

V: Herken je de handtekening op de kwitantie?

A: Nee. Ik heb hem niet gezet.

V: Heb je het bedrag € 77,92,- wat staat vermeldt op de loonafschrift en kwitantie terug betaald?

A: Nee. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 68) over de periode 0709-0410 (2009)gecodeerd als D 016-04 (..)

V: Herken je de handtekening op de kwitantie?

A: Nee

V: Heb je deze handtekening gezet?

A: Nee

V: Heb je het bedrag € 249,75 wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen?

A: Nee nooit ontvangen.

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 42) over de periode 3011-0301 (2009/2010) gecodeerd als D 016-05 (…)

V: Herken je de handtekening op de kwitantie?

A: Nee. Ik heb hem niet gezet.

V: Heb je het bedrag € 77,92,- wat staat vermeldt op de loonafschrift en kwitantie terug betaald?

A; Nee. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 16) over de periode 0103-2803 (2010) gecodeerd als D 016-06 )(..)

V: Herken je de handtekening op de kwitantie?

A; Nee, absoluut niet.

V: Heb je deze handtekening gezet?

A: Nee

V: Heb je het bedrag € 708,10 wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen?

A: Nee nooit ontvangen.

Ja, ik heb een lening van 2000 euro bij [uitzendbureau] afgesloten. (…)

V: Was de inhoud van de geldlening begrijpelijk voor jou?

A: Nee, het was voor mij niet begrijpelijk. Ik begreep niet wat er stond. (…)

Wij tonen jou een kwitantie m.b.t. door jou ontvangen (of betaald) geld, inzake: ‘wegens lening UWV geld ingehouden’. Deze kwitantie d.d. 12-04-2010, nr 18, bedrag € 224,59 is gecodeerd als D 016-07. (..)

V: Herken je de handtekening op de kwitantie?

A. Nee. Ik herken deze handtekening niet.

V: Heb je deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heb je het bedrag € 224,59 wat staat vermeld op de kwitantie terug betaald?

A: Nee. Ik heb nooit geld aan [uitzendbureau] betaald.

De rechtbank is van oordeel dat het in de tenlastelegging genoemde geschrift gecodeerd als D-016-06, nr. 16 ziet op het aan aangeefster [werknemer-1] voorgehouden geschrift gecodeerd als D-016-07, nr.18 nu de datum en het bedrag op beide geschriften met elkaar overeenkomen.

B.

In de tenlastelegging onder B. staan de volgende op naam van [werknemer-2] gestelde geschriften vermeld: D-017-04, D-017-03, D-017-01 en D-017-02.

[werknemer-2] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

V: Wij tonen u een kwitantie gecodeerd D17-04 met datum 30-10-2009. Wat kun je over de handtekening op deze kwitanties zeggen?

A: Dat is mijn handtekening niet. Ik herken het handschrift van [directeur-2], maar dit is overduidelijk mijn handtekening niet.

V: Wat kunt u over het bedrag van 350 euro vermeld op de kwitantie zeggen?

A: Ik heb zo’n bedrag van 350 euro zeker nooit contant ontvangen. Als ik naar de datum kijk dan weet ik dat ik in die periode op vakantie ben geweest en nooit zoveel gewerkt kan hebben dat ik 350 euro contant zou ontvangen. (..) Zoals ik al eerder verklaard heb ik ook nooit meer dan 50 euro contant geld ontvangen.(…)

V: Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 35) over de periode 3011-0512 (2009) gecodeerd als D-17-01 (..)

A: Ik zie dat deze kwitantie de datum 14 januari 2010 heeft. Dit kan niet want toen was ik op vakantie in Polen. (..)

V: Wat kunt u zeggen over de handtekening vermeld op deze kwitantie?

A: Deze handtekening is mogelijk van mij. De datum van 14-01-2010 vermeld op deze kwitantie kan echter niet kloppen, want toen heb ik geen geld ontvangen want ik was in Polen. Het zou kunnen dat dit een van de kwitanties is die ik eerder blanco heb ondertekend.

V: Heeft u het uit te betalen bedrag van 526,38 euro wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen?

A: Ik heb dergelijke niet afgeronde bedragen nooit ontvangen. Ik heb alleen afgeronde bedragen ontvangen. (..) Het bedrag van 526,38 zoals specifiek op deze kwitantie staat heb ik nooit ontvangen, ook niet op de vermelde datum. De aangehechte salarisstrook bij deze kwitantie heb ik nooit ontvangen. (..) Het specifieke bedrag vermeld op de salarisstrook heb ik niet ontvangen. Ik heb tijdens mijn eindafrekening een groter afgerond bedrag ontvangen en geen bedrag op euro’s en centen nauwkeurig.

V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is?

A: Ik denk [directeur-2] omdat ik zijn handschrift herken.

V: Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr.33) over de periode 0211-29-11 (2009) gecodeerd D17-02 (..)

A: De kwitantie heeft de datum van 11 december 2009, toen werkte ik al niet meer voor [uitzendbureau]. De handtekening op de kwitantie klopt wel (..)

V: Heeft u het uit te betalen bedrag van 446,02 euro wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen?

A: Ik herken het bedrag niet, ik heb dit bedrag van 446,02 euro nooit zo ontvangen. (..)

V: Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr 62) over de periode 0709-0410 (2009) gecodeerd als D-17-03. (..)

Ik zie dat op de kwitantie de datum 30-10-2009 staat. U heeft mij eerder een kwitantie laten zien van betaald voorschot eveneens op deze datum. Deze kwitantie is gecodeerd D-17-04. Hierop staat het bedrag van 350 euro vermeld. Ik heb nooit op 1 dag een dergelijke hoeveelheid geld ontvangen! Ik heb meerdere kwitanties met bedragen van 50 euro getekend, waar zijn deze kwitanties gebleven?

V: Wat kunt u zeggen over de handtekening vermeld op deze kwitantie?

A: Dat is niet mijn handtekening!

V: Heeft u het uit te betalen bedrag van 424,50 euro wat staat vermeldt op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen?

A: Het bedrag van 424,50 euro heb ik niet ontvangen. Zoveel geld heb ik nooit bij elkaar gezien toen ik voor [uitzendbureau] werkte en mijn handtekening klopt niet. Daarom weet ik dit. Bovendien heb ik nooit afgeronde bedragen ontvangen.

V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is?

A: Ik denk [directeur-2] omdat ik zijn handschrift herken. (..)

C.

In de tenlastelegging onder C. staat D-023-06, nr.6 als een op naam van [werknemer-3] gesteld loonafschrift met kwitantie vermeld.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van deze geschriften, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op die geschriften vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op die geschriften vermelde datum die niet naar waarheid is. [werknemer-3] heeft namelijk ten aanzien van voormelde kwitantie onder meer verklaard dat de handtekening van haar afkomstig is, terwijl niet is gebleken van een onjuiste datum. De rechtbank zal verdachte op dit punt vrijspreken.

D.

In de tenlastelegging onder D. staan de volgende op naam van [werknemer/opzichter] gestelde geschriften vermeld: D-020-02 en D-020-04.

[werknemer/opzichter] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Wij tonen u een 2 tal kwitanties m.b.t. door u ontvangen geld. Deze zijn gecodeerd als D 020-02. (..)

V: herkent u de handtekening op de kwitantie?

A: Dat is niet mijn handtekening.

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heeft u het bedrag € 1.000,00 wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen?

A: Nee dat klopt niet.

V: weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is?

A: Nee dat moeten mensen op kantoor zijn. Ik weet niet wie. Ik heb deze nooit gezien. Dat is mijn handtekening niet eens. (..)

V: Gisteren verklaarde u dat u een lening heeft lopen bij [uitzendbureau]. U verklaarde dat dit totaal 7000,= euro betrof. Wij tonen u een document met titel ‘Contant Geldlening’, gecodeerd als D-020-03. Dit betreft een geldlening verstrekt door [directeur-2] aan dhr. [werknemer/opzichter], d.d. 20 mei 2009 met een bedrag van € 8.500,-.

V: Herkent u deze overeenkomst inzake geldlening?

A: Ik kan mij dit niet herinneren. Maar dit is ook mijn handtekening niet. Maar ik heb wel 7000 euro gekregen. Niet de 8500 euro die hierop staat.

V: Is de handtekening die onder uw naam staat van u en door u gezet?

A: Nee die heb ik niet gezet. (..) Ik heb wel 7000 euro geleend. Misschien heb ik ooit eerder 1000 geleend. Dat kunnen ze hebben opgeteld. Ik heb toen op kantoor die 7000 euro ontvangen.

De rechtbank is van oordeel dat het in de tenlastelegging genoemde geschrift gecodeerd als D-020-04 ziet op het aan aangever [werknemer/opzichter] voorgehouden geschrift gecodeerd als D-020-03 nu de omschrijving van het geschrift, de datum en het geleende bedrag op beide geschriften met elkaar overeenkomen.

E.

In de tenlastelegging onder E. staan de volgende op naam van [werknemer-5] gestelde geschriften vermeld: D-004-02, nrs. 11, 36 en 53.

[werknemer-5] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

De bonnen met nummer 11,36 en 53 zijn voorzien van een handtekening. Deze handtekening is niet van mij afkomstig, terwijl de bonnen wel op mijn naam staan. De bedragen die op de bonnen staan vermeld heb ik nooit contant ontvangen.

F.

In de tenlastelegging onder F. staan de volgende op naam van [werknemer-6] gestelde geschriften vermeld: D-005-01, nrs. 82, 41, 47, 19, 2, 75 en 100, D-005-02 nrs. 15, 82, 030, 100, 60, 23 en 85.

[werknemer-6] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

V: Wij tonen u 11 kwitanties m.b.t. door u ontvangen geld betreffende de periode januari 2009 tot en met april 2010. Deze zijn gecodeerd als D-005-01. (..)

V: Herkent u de handtekeningen op de kwitanties?

A; Ja de meesten zijn van mij. (..)

V: De overige kwitanties met de datums: bonnummer 82 en datum 23-1-2009, bonnummer 41 met datum 16-01-2009, bonnummer 47 met datum 08-08-2009, bonnummer 19 met datum 13-08-2009, bonnummer 2 met datum 12-11-2009, bonnummer 75 met datum 10-07-2009.

A: Hierop herken ik niet mijn handtekening. Dit zijn niet mijn handtekeningen! Dit kan toch niet!

V: We zien hier een kwitantie met bonnummer 100 van de datum 26-11-2009 waarop staat vermeld dat jij 80,84 euro moest terugbetalen in verband met te veel in rekening gebracht AGIS premie. Herken jij deze?

A: Nee. Soms gebeurde het dat ik een voorschot ontving waarvan ik ook weer 50 of 75 euro moest teruggeven. Hiervoor hoefde ik niet te tekenen.

V: Weet u wie op deze kwitanties de handtekening heeft gezet?

A: Ik denk van [directeur-2], maar dat weet ik niet zeker. (..)

V: Wij tonen u 8 salarisstrookjes met aangehechte kwitanties over de periode januari 2009 tot en met juni 2010, gecodeerd als D-005-02. (..)

A: Dit is niet mijn handtekening op salarisstrook met kwitantie 15 d.d. 05-07-2010. (…) De kwitantie met bonnummer 82 d.d. 18-02-2010 dit is niet mijn handtekening. Wat daarop staat klopt niet. De salarisstrook met kwitantie d.d. 07-07-2010 (bonnummer 030) heb ik niet getekend en dit geld heb ik ook niet ontvangen. De salarisstrook met kwitantie d.d. 28-08-2009 (bonnummer 100) heb ik niet getekend en er staat op vermeld dat ik geld moet betalen. Dit heb ik nooit betaald. De salarisstrook met kwitantie d.d. 26-08-2009 (bonnummer 60) heb ik niet getekend en dit geld heb ik ook nooit ontvangen. De salarisstrook met kwitantie d.d. 28-07-2009 (bonnummer 23) dit is niet mijn handtekening en dit geld heb ik ook niet betaald. (…)

De salarisstrook met kwitantie d.d. 06-02-2009 (bonnummer 85) is niet mijn handtekening en het bedrag heb ik ook nooit ontvangen. (…)

G.

In de tenlastelegging onder G. staan de volgende op naam van [werknemer-7gestelde geschriften vermeld: D-007-02 en D-007-03.

[werknemer-7] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Wij tonen jou nog een salarisafschrift van de periode 02 2009 t.n.v. mw [werknemer-7]. Ook hieraan is een aangehechte kasbon voorzien van het cijfer 02 dd 06.03.2009. Op beide formulieren staat een bedrag van 740,25 euro.

V: Ken jij deze getoonde formulieren?

A: Nee. Ik zie dat hier een handtekening op staat. Die is zeker niet van mij. (…) Het bedrag komt mij ook niet bekend voor. (..)

Wij tonen jou nu een uitzendovereenkomst t.n.v. [werknemer-7]. (..)

A: Een soortgelijk contract heb ik ondertekend, alleen het vermelde netto uurloon was toen 6 euro. Op dit formulier staat 7 euro vermeld.

V: Is de op dit formulier vermelde handtekening van jou?

A; Nee, zeker niet. Dat is niet mijn handtekening. (...)

H.

In de tenlastelegging onder H. staan D-024-01 en D-024-02 als op naam van [werknemer-9] gestelde geschriften vermeld.

De rechtbank zal verdachte op dit punt vrijspreken aangezien de geschriften op naam staan van [uitbeenbedrijf] en niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte en/of medeverdachten deze geschriften valselijk heeft/hebben opgemaakt.

I.

In de tenlastelegging onder I. staat het volgende op naam van [werknemer-10] gestelde geschrift vermeld: D-003-02.

[werknemer-10] heeft over dit geschrift bij de politie onder meer het volgende verklaard:

V: Wat kan je over kwitantie met nummer 21 zeggen?

A: Dit is niet mijn handtekening. Hier staat Kodowska. Ik heet [werknemer-10]. Dit weet ik 100% zeker.

J.

In de tenlastelegging onder J. staan de volgende op naam van [werknemer-11] gestelde geschriften vermeld: D-008-01 nrs. 19, 91, 15 en 3, D-008-02 nr. 13, D-008-03 nr. 53, D-008-04 nr. 63, D-008-05 nr. 97, D-008-06 nr. 66, D-008-07 nr. 36 en D-008-08 nr. 24.

[werknemer-11] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Wij tonen u een 13 tal kwitanties m.b.t. door u ontvangen geld. Deze zijn gecodeerd als D 008-01 (..) Kwitantie d.d. 20-02-2009, nr. 19, €295,-. (..)

Ik herken dit briefje. Dit is niet mijn handtekening. Dit bedrag heb ik ook nog nooit gekregen. (..)

Kwitantie d.d. 21-03-2009, nr 91, € 520,-: (..)

Dit is niet mijn handtekening. Voor 100% zeker is dat niet mijn handtekening. Ik heb dat bedrag nog nooit gekregen. Ik zie dat mijn voornaam erop staat. Ik teken nooit met mijn voornaam. Ik teken altijd met mijn achternaam.

Kwitantie d.d. 13-11-2009, nr 15, € 290,-: (…)

Dat is ook niet mijn handtekening. Dat bedrag heb ik ook nog nooit ontvangen. (..)

Kwitantie d.d. 09-09-2010, nr 3, € 200,-: (..)

Ik heb niet gevraagd om zoveel geld. Ik heb dat ook nog nooit ontvangen. Dit is ook niet mijn handtekening. (..)

V: Heb je wel eens een blanco kwitantie ondertekend?

A: Jawel dat heb ik wel eens een paar keer gedaan. Er stond niets op het briefje. [directeur-2] liet me dat zien en ik moest dat papiertje dan ondertekenen. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 13) over de periode 2912-2501 (2009) gecodeerd als D 008-02. (..)

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee dit is niet mijn handtekening. (..) Ik heb dat geld nog nooit ontvangen contant. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 63) over de periode 2302-2203 (2009) gecodeerd als D 008-04, (..)

Dit is niet mijn handtekening. (..)

V: Heeft u het uit te betalen bedrag wat staat vermeld op de loonafschrift en kwitantie ontvangen?

A: Nee.

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 97) over de periode 1307-0908 (2009) gecodeerd als D 008-05. (..)

Dit is niet mijn handtekening.

V: Heeft u het uit te betalen bedrag wat staat vermeld op de loonafschrift en de kwitantie ontvangen?

A: Nee. Ik heb alleen voorschotten gehad van €50 of €100.

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 66) over de periode 1008-0609 (2009) gecodeerd als D 008-06. (…)

Dit is helemaal niet mijn handtekening. (..) Ik heb nog nooit zo’n bedrag contant gehad.

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 36) over de periode 0510-0111 (2009) gecodeerd als D 008-07 (..)

Dit is mijn handtekening niet. (..) Dit bedrag heb ik nooit gekregen. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 24) over de periode 0102-2802 (2010) gecodeerd als D 008-08. (..)

Dat is mijn handtekening niet.

V: Heeft u deze handtekening gezet.

A: Nee. (..) dat bedrag heb ik ook nog nooit contant gekregen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van het geschrift D-008-03 nr. 53, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op dat geschrift vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op dat geschrift vermelde datum die niet naar waarheid is. [werknemer-11] heeft namelijk met betrekking tot dat geschrift onder meer verklaard, dat de handtekening mogelijk van hem is, terwijl niet is gebleken dat de vermelde datum niet naar waarheid is. De rechtbank zal verdachte op dit punt vrijspreken.

K.

In de tenlastelegging onder K. staan de volgende op naam van [werknemer-12] gestelde geschriften vermeld: D-012-01 nr. 20, D-012-04 nrs. 25, 17, 80, D-012-05 nr. 63, D-012-06 nr. 61, D-012-07 nr. 60, D-012-08 nr. 73 en D-012-10 nr. 56.

[werknemer-12] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Kwitantie, d.d. 14-12-2010 nr. 20, € 58,00.

Herkent u de handtekening op de kwitantie?

Ja, dit is mijn handtekening. Ik begrijp niet hoe het kan. De datum kan helemaal niet want het is niet eens 14-12-2010. (…)

Wij tonen een loonafschrift met 7 kwitanties over de periode 1307-0908 (2009) gecodeerd als D-012-04. (..)

Kwitantie, d.d. 20-07-2009, nr. 25, € 100,00.

Herkent u de handtekening op de kwitantie?

Nee, deze is zeker niet van mij. Ik heb nooit bedrag van 100 euro betaald. (..)

Kwitantie, d.d. 07-08-2009, nr. 17, € 378,00. (..)

Nee, dit is geen handtekening van mij. (..) Het bedrag heb ik nooit ontvangen. (..)

Kwitantie, d.d. 29-08-2009, nr. 80, € 23,32. (..)

Nee, dit is niet mijn handtekening. (..) Ik heb deze niet gezet. (..) Ik heb nooit 23,32 euro betaald aan [uitzendbureau]. Ik heb nooit contact betaald aan [uitzendbureau]. Het loonafschrift heb ik nooit gezien en ontvangen. (..)

Wij tonen een loonafschrift met 3 kwitanties over de periode 10008-0609 (2009) gecodeerd als D 012-05. (..)

Kwitantie d.d. 26-09-2009, nr. 63, € 250,00. (..)

Nee, dit is niet mijn handtekening. (..) Nee, ik heb nooit 250 euro contant gehad. (…)

Wij tonen een loonafschrift met 5 kwitanties over de periode 0510-0111 (2009) gecodeerd als D 012-07. (..)

Kwitantie d.d. 30-10-2009, nr. 60, € 320,00. (..)

Nee, niet mijn handtekening. (…) Nee, niet contant ontvangen.

Wij tonen een loonafschrift met 4 kwitanties over de periode 02-11-2911 (20090 gecodeerd als D 012-08. (..)

Kwitantie d.d. 30-12-2009, nr. 73, € 355,73 (..)

Dat is niet mijn handtekening. (…)

Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen?

Nee, nooit ontvangen. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie d.d. 12-02-2010, nr. 56, € 225,40 over de periode 0401-3101 (2009) gecodeerd als D-012-10.

V: wat kunt u hierover vertellen, herkent u de handtekening op de kwitantie?

Deze is zeker niet van mij. (..) Nee, dit heb ik nooit contant ontvangen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van het geschrift D-012-06 nr. 61, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op dat geschrift vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op dat geschrift vermelde datum die niet naar waarheid is. De rechtbank acht de verklaring van [werknemer-12] over de herkenning van de handtekening op dat geschrift onvoldoende om te kunnen concluderen dat het zijn handtekening daadwerkelijk niet is, terwijl ook niet is gebleken dat de vermelde datum op het geschrift niet naar waarheid is. De rechtbank zal verdachte op dit punt vrijspreken.

L.

In de tenlastelegging onder L. staan de volgende op naam van [werknemer-13] gestelde geschriften vermeld: D-015-02 nrs. 28, 15, 32, D-015-03, D-015-05 en D-015-06.

[werknemer-13] heeft hierover bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Wij tonen u een 5 tal kwitanties m.b.t. door u ontvangen (of betaald) geld. Deze zijn gecodeerd als D 011-02. (..)

Kwitantie d.d. 01-03-2010, nr. 28, € 50,70: (..)

Nee, dit is niet mijn handtekening.

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie betaald?

A: Dit zegt mij helemaal niets. Normaal wordt de prijs van het vlees ingehouden op het loon.

Kwitantie d.d. 03-08-2010, nr. 15, € 150,-: (…)

Dit is mijn handtekening niet.

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen?

A: Nee.

Kwitantie d.d. 16-09-2010, nr. 32, € 100,-: (..)

Dit is mijn handtekening niet.

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heeft u het bedrag wat staat vermeld op de kwitantie ontvangen?

A: Nee. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 34) over de periode 2601-2202 (2009) gecodeerd als D 011-03. (..)

Dit is mijn handtekening niet. Ik schrijf nooit zo Adem.

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heeft u het bedrag € 1304,- wat staat vermeld op de loonafschrift en kwitantie ontvangen?

A: Ik heb dit nooit ontvangen. Ik heb nooit zoveel geld contant ontvangen. Ik ontving altijd hele bedragen zoals €100 of €300. (..)

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 13) over de periode 2106-1807 (2010) gecodeerd als D 011-05. (..)

Dit is mijn handtekening niet.

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heeft u het bedrag € 905,40 wat staat vermeld op de loonafschrift ontvangen?

A: Dit bedrag heb ik nooit ontvangen.

Wij tonen een loonafschrift met kwitantie (nr. 12) over de periode 1608-1209 (2010) gecodeerd aks D 011-06. (..)

Dit is mijn handtekening niet.

V: Heeft u deze handtekening gezet?

A: Nee.

V: Heeft u het bedrag € 1913,85 wat staat vermeld op de loonafschrift en kwitantie ontvangen?

A: Dit geld heb ik nooit ontvangen. Zeker niet contant.

De rechtbank is van oordeel dat de in de tenlastelegging genoemde geschriften gecodeerd als de serie D-015, zien op de aan aangever [werknemer-13] voorgehouden geschriften gecodeerd als de serie D-011, nu in het dossier staat vermeld dat de geschriften D-011 zijn (her)gecodeerd als D-015.

M.

In de tenlastelegging onder M. staan de volgende op naam van [werknemer-14] gestelde geschriften vermeld: D-018-02 nrs. 45, 50, 30, 13, 62, 43, 22, 36, 55, 91, 92, 39, 35, 17 en 32, D-018-04, D-018-05, D-018-06, D-018-07, D-018-08, D-018-09, D-018-10, D-018-11, D-018-12, D-018-13 en D-018-14.

[werknemer-14] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Wij tonen u 16 kwitanties m.b.t. door u ontvangen (of betaald) geld. Deze zijn gecodeerd als D 018-02.

Kwitantie Is dit uw handtekening? Heeft u dit bedrag ontvangen?

(..)

14-03-2009, nr. 45, € 50,- Nee Nee

10-04-2009, nr. 50, € 200,- Nee Nee

27-05-2009, nr. 30, € 380,- Nee Nee

05-06-2009, nr. 13, € 170,- Nee Nee

12-06-2009, nr. 62, € 175,- Nee Nee

13-08-2009, nr. 43, € 160,- Nee Nee

20-08-2009, nr. 22, € 210,- Nee Nee

26-09-2009, nr. 36, € 497,69 Nee Nee

10-10-2009, nr. 55, € 55,01 Nee Nee

04-11-2009, nr. 91, € 430,- Nee Nee

04-11-2009, nr. 92, -€ 112,01 Nee Nee

09-12-2009, nr. 39, € 50,- Nee Nee

18-03-2010, nr. 35, € 200,- Nee Nee

07-07-2010, br. 17, € 100,- Nee Nee

01-09-2010, nr. 32, € 100,- Nee Nee (..)

Wanneer ik geld kreeg moest ik altijd een handtekening zetten. De bedragen op de kwitanties kloppen niet, want ik kreeg ronde bedragen. Daar waar ronde bedragen staan, klopt mijn handtekening niet. Ik heb nooit blanco kwitanties ondertekend.

D nummer Omschrijving Is dit uw handtekening? Heeft u dit bedrag ontvangen (of betaald)?

D-018-04 06-02-2009, nr. 05, € 727,49 Nee Nee

D-018-05 03-04-2009, nr. 13, € 180,41 Nee Nee

D-018-06 28-05-2009, nr. 25, € 331,37 Nee Nee

D-018-07 29-06-2009, nr. 82, € 739,84 Nee Nee

D-018-08 29-08-2009, nr. 66, -€ 0,50 Nee Nee

D-018-09 04-11-2009, nr. 90, -€ 17,99 Nee Nee

D-018-10 26-11-2009, nr. 94, -€ 347,69 Nee Nee

D-018-11 07-05-2010, nr. 20, -€ 26,08 Nee Nee

D-018-12 06-06-2010, nr. 19, - € 113,99 Nee Nee

D-018-13 07-07-2010, nr. 21, € 252,66 Nee Nee

D-018-14 07-07-2010, nr. 22, € 74,66 Nee Nee (..)

D-018-08 lijkt op de handtekening van [directeur-2]. Ik moet er om lachen dat ik Euro 0,50 zou hebben betaald. Ik zie dat er bedragen staan waarvoor ik betaald zou moeten hebben aan [uitzendbureau], maar ik heb nooit geld aan [uitzendbureau] betaald.

N.

In de tenlastelegging onder N. staan de volgende op naam van [medeverdachte-5] gestelde geschriften vermeld: D-014-01 en D-014-02.

[medeverdachte-5] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Verbalisanten tonen verdachte een loonafschrift (1405-1705) 2009 met een kwitantie nr. 17. gecodeerd als D-014-01. (..)

Ik zie dat de handtekening op de kwitantie niet van mij is, terwijl het wel een kwitantie is die op mijn naam staat. Ik weet dat het bedrag van € 33,55 wat er staat vermeld, wel heb ontvangen. (..)

Verbalisanten tonen verdachte een document met daarop vermeld Geldlening. Dit is gecodeerd als D-014-02. (…)

Ik herken dit document niet. (..) Ik wist niet dat ik nu nog een geldlening heb aan [uitzendbureau]. De handtekening die onder het document staat bij mijn naam is niet van mij en ook niet door mij gezet. Ik heb dit document nooit gezien.

O.

In de tenlastelegging onder O. staan de volgende op naam van [werknemer-15] gestelde geschriften vermeld: D-010-02, nr. 65, D-010-03, D-010-04, D-010-05, D-010-06, D-010-07, D-010-08 en D-010-09.

[werknemer-15] heeft over die geschriften bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Mijn loon ontving ik via de bank. Ik heb weleens om een voorschot gevraagd en die ontving ik dan contant. Dit was nooit meer dan € 50,- of € 100,-. Hiervoor moest ik een kaartje (kwitantie) tekenen. Deze ‘kaartjes’ die moest ik tekenen van [directeur-2] waren altijd blanco. Hier stond dan geen bedrag op. [directeur-2] vertelde mij dat hij later wel het bedrag zou invullen. Ik heb het bedrag dat ik heb ontvangen zelf ingevuld op het kaartje. [directeur-2] verscheurde dan het kaartje en ik moest dan wederom van [directeur-2] een blanco kaartje ondertekenen. (..)

Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 65) d.d. 06-02-2009 over de periode 2912-2501 (2008) door ons gecodeerd D-10-02. (..)

Het is mijn handtekening niet. Ik heb nooit op het adres gewoond die staat vermeld op het loonafschrift. (..)

V: Herkent u de handtekening op de kwitantie?

A: Dit is mijn handtekening niet. (..)

V: Heeft u de handtekening op de kwitantie gezet?

A: Nee. Ik heb dit bedrag ook nooit ontvangen.

V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is?

A: Waarschijnlijk [directeur-2] of [medeverdachte-4]. Ik heb weleens gezien dat [directeur-2] en [medeverdachte-4] van die kaartjes aan het invullen waren. Dit waren dan niet mijn kaartjes. (..)

Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 10) d.d. 06-03-2009 over periode 2601-2202 (2009) door ons gecodeerd D-10-03. (..)

Het adres klopt niet. (..) Dit is mijn handtekening niet.

V: Heeft u de handtekening op de kwitantie gezet?

A: Nee. Ook dit bedrag heb ik nooit ontvangen.

V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is?

A: Ik denk [directeur-2] of [medeverdachte-4].

Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 65) d.d. 18-09-2009 over de periode 1008-0609 (2009) door ons gecodeerd D 010-04.(..)

Ik heb nooit reiskosten ontvangen. (..) Ik moet lachen om die handtekening, deze is niet van mij.

V: Heeft u de handtekening op de kwitantie gezet?

A: Nee. Ik heb nooit geld terugbetaald.

Wij tonen een salarisspecificatie met kwitantie (nr. 79) d.d. 29-08-2009 over periode 1307-0908 (2009) door ons gecodeerd D-010-05. (..)

Ik heb nooit geld terugbetaald aan [uitzendbureau]. (..)

Deze handtekening is niet van mij.

V: Heeft u deze kwitantie ondertekend en het bedrag van € 212,50 terugbetaald?

A: Nee, dat heb ik niet.

Wij tonen u een kwitantie (nr. 56) d.d. 31-12-2009, door ons gecodeerd D-010-06, van een contante voorschotbetaling aan u met betrekking tot uw salaris over de periode 13-2009. Op de achterzijde is in het rood gestempeld ‘Betaald’ te lezen. Op de voorzijde kan worden gelezen, dat u € 200 hebt ontvangen.(..)

De handtekening lijkt op die van mij, maar het is niet mijn handtekening. (..) Ja, het bedrag heb ik wel ontvangen.

V: Weet u wie deze kwitantie heeft ingevuld of hiervoor verantwoordelijk is?

A: Dit geld heb ik van [verdachte] ontvangen. Ik ontving het geld meestal van [verdachte]. [directeur-2] maakte de kaartjes.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van de geschriften D-010-07, D-010-08 en D-010-09, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op die geschriften vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op die geschriften vermelde datum die niet naar waarheid is. D-010-07 en D-010-08 betreffen salarisspecificaties die niet zijn ondertekend en waarvan niet is gebleken dat de daarop vermelde datum niet naar waarheid is. D-010-09 betreft een leenovereenkomst waarvan Heckzo heeft verklaard deze te hebben ondertekend. Niet is gebleken dat de vermelde datum op het geschrift niet naar waarheid is. De rechtbank zal verdachte op deze punten vrijspreken.

P.

In de tenlastelegging onder P. staan de volgende op naam van [werknemer-16] gestelde geschriften vermeld: D-006-06 en D-006-05.

[werknemer-16] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

U laat mij een aantal kwitanties zien. De kwitantie met nummer D-006-06 is zeker niet mijn handtekening. Het voorschot wat daarop staat vermeld van 430 euro heb ik nooit gekregen. (..)

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van vervalsing/valsheid van het geschrift D-006-05, bestaande die vervalsing/valsheid uit een op dat geschrift vermelde handtekening die niet afkomstig is van de werknemer, danwel dat sprake is van een op dat geschrift vermelde datum die niet naar waarheid is. De rechtbank acht de verklaring van [werknemer-16] over de handtekening op dat geschrift onvoldoende om te kunnen concluderen het zijn handtekening daadwerkelijk niet is, terwijl ook niet is gebleken dat de vermelde datum op het geschrift niet naar waarheid is. De rechtbank zal verdachte op dit punt vrijspreken.

De rechtbank concludeert op grond van voorgaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien dat de in de tenlastelegging genoemde geschriften - met uitzondering van de geschriften die zijn genoemd onder letter C, H, J, K, O en P en waarvan is overwogen dat vrijspraak zal volgen - valselijk zijn opgemaakt.

Nadere bewijsoverwegingen over het feitelijk leiding geven aan het gebruik maken van (een) vals(e) geschrift(en)

Aan verdachte is ten laste gelegd het feitelijk leiding geven aan (louter) het opzettelijk gebruik maken van eerder vermelde valse geschriften door deze op te nemen in de kasadministratie van [uitzendbureau].

[directeur-2], één van de bestuurders van [uitzendbureau], heeft bij de politie - samengevat - verklaard, dat hij verantwoordelijk was voor de boekhouding van [uitzendbureau] en dat hij een aantal kwitanties en een aantal overeenkomsten heeft voorzien van een valse handtekening. Het opmaken van die valse kwitanties en overeenkomsten is opzettelijk gedaan en ten behoeve/uit hoofde van [uitzendbureau] en de valse documenten zijn opgenomen in de administratie van [uitzendbureau].

Naar het oordeel van de rechtbank zijn ook de medeverdachten [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4], werknemers/kantoormedewerkers van [uitzendbureau], betrokken geweest bij de gepleegde valsheid in geschrift. De rechtbank overweegt in dat verband het volgende.

[directeur-2] heeft – samengevat – verklaard dat hij [medeverdachte-5] ook wel opdracht gaf om werknemers uit te betalen en bonnetjes op te maken, dat hij het handschrift van [medeverdachte-5] op de kasbon van 15-01-2010 (D-008-01) herkent, dat hij aan de hand van de overzichten gecodeerd D27-01 bonnen heeft klaargemaakt en uit de administratie bonnen heeft weggehaald en toegevoegd om de administratie kloppend te maken en dat (onder meer ook) [medeverdachte-5] aan die overzichten heeft gewerkt. [Medeverdachte-4] heeft verklaard dat ook hij en [medeverdachte-5] voorschotbonnen heeft opgemaakt.

In het overzicht gecodeerd D27-01 zijn voorschotbetalingen per kas (kolom 2), voorschotbetalingen per bank (kolom 3), salarisbetalingen per bank (kolom 4) en salarisbetalingen per kas (kolom 5) aan werknemers vermeld, waarbij vervolgens in de laatste kolom opmerkingen zijn geplaatst. De rechtbank heeft geconstateerd dat er in die laatste kolom (in rood) opmerkingen zijn geplaatst als “1043,25 loon via kas vverwijderen nieuwe bon manken € 603”, “250€ bon toevoegen”, “30€voorschot bon toevoegen”, “131,26 te veel ontvangen loon bon toevoegen”, “€260 voorschot bon toevoegen”, ” €alaris bon aanpassen 304 salalris 554 verwijderen”, “200 voorschot bon toevoegen”, (..) “€50 bon weghalen kas”, (..) “260 voorschot bon weghalen uit kas” (..) , “€ 130 bon uit kas weghalen” etc. De rechtbank heeft verder geconstateerd dat er sprake is van meerdere van dergelijke overzichten waarop voorschot- en salarisbetalingen aan werknemers per kas en bank zijn vermeld, zoals onder meer het overzicht D-009-01 t/m D-009-012, waarover M.A. Nalecz, kantoormedewerker van [uitzendbureau], heeft verklaard. Bij de politie verklaarde M.A. Nalecz onder meer - samengevat - dat hij voormelde overzichten maakte en dat [medeverdachte-4] en [medeverdachte-5] daar ook aan mee werkten, dat soms de voorschotten niet klopten en dat het aan de leidinggevenden, [directeur-2], [medeverdachte-5] of [medeverdachte-4] was daar iets mee te doen. Voorts heeft hij verklaard dat hij wel eens heeft gezien dat zijn leidinggevenden een kasbon ondertekenden. [verdachte], [directeur-2], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] deden dat allemaal.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, dat ook [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] een wezenlijke rol hebben vervuld in de uitvoering van het valselijk opmaken van de kasbonnen en het opnemen van de valse kasbonnen in de administratie van [uitzendbureau]. Zij hadden feitelijk beschouwd een leidinggevende functie ten aanzien van de administratieve werkzaamheden op het kantoor van [uitzendbureau] en werkten nauw samen met medeverdachte [directeur-2]. Deze samenwerking bestond erin dat zij overzichten maakten of lieten maken, waarin onder meer inzichtelijk werd gemaakt wanneer er iets niet klopte, zoals bijvoorbeeld bij eerder vermeld overzicht gecodeerd D27-01. Weliswaar betreft het overzicht gecodeerd D27-01 betalingen aan werknemers over een periode van vóór de tijd dat [medeverdachte-5] werkzaam was als administratief medewerker bij [uitzendbureau]. Echter, de rechtbank begrijpt uit de verklaringen van onder meer [directeur-2] en Nalecz dat [medeverdachte-5] ook betrokken is geweest bij het opstellen danwel verwerken van dergelijke overzichten met betrekking tot latere perioden. [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] stelden deze gegevens ter beschikking aan medeverdachte [directeur-2] die naar aanleiding daarvan, aldus de verklaring van [directeur-2], valse kasbonnen en loonafschriften opmaakte. Voorts blijkt uit de verklaring van [kantoormedewerker], dat [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] ook zelf contante kasbetalingen deden en kasbonnen hebben ondertekend in plaats van een werknemer. De rechtbank acht verder redengevend dat (in totaal) sprake is (geweest) van een groot aantal valselijk opgemaakte kasbonnen, die [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] - gelet ook op hun functie en rol binnen [uitzendbureau] - (deels) in de administratie van [uitzendbureau] moeten hebben verwerkt en dat sprake is van een praktijk die gedurende een langere periode heeft bestaan.

De Hoge Raad heeft bij arrest van 29 mei 1984 (NJ 1985, 6) aanvaard dat een bedrijfsadministratie in haar geheel wordt aangemerkt als een samenstel van geschriften bestemd om tot het bewijs van het daarin vermelde te dienen. Het opnemen van valse stukken kan naar het oordeel van de rechtbank - gelet op de omvang daarvan - in dit geval ook (mede) onder het valselijk opmaken van een geschrift, als bedoeld in het eerste lid van artikel 225 Wetboek van Strafrecht worden aangemerkt.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van het medeplegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, gepleegd door [directeur-2], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] in de uitoefening van hun werkzaamheden voor [uitzendbureau].

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij aan die gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven.

Van feitelijk leiding geven kan alleen sprake zijn indien komt vast te staan dat de rechtspersoon strafbaar is. De strafbaarheid van de rechtspersoon moet worden beoordeeld aan de hand van de volgende vragen: is de rechtspersoon geadresseerde van de norm, kan de verboden gedraging die door een natuurlijk persoon is verricht aan de rechtspersoon worden toegerekend en kan het bestanddeel opzet of schuld worden bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat valsheid in geschrift een delict is dat door een rechtspersoon gepleegd kan worden en dat [uitzendbureau] als geadresseerde van de norm kan worden beschouwd. Tevens is de rechtbank van oordeel dat het opmaken van kwitanties en overeenkomsten kan worden gezien als een gedraging die is verricht in het kader van de normale bedrijfsactiviteiten van het uitzendbureau [uitzendbureau]. Derhalve zijn de gedragingen verricht in de activiteitensfeer van [uitzendbureau] en zijn deze aan [uitzendbureau] toe te rekenen. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat medeverdachte [directeur-2] bij de politie heeft verklaard dat hij één van de bestuurders is van [uitzendbureau], dat hij verantwoordelijk was voor de boekhouding van [uitzendbureau] en dat hij een groot aantal kwitanties en een aantal overeenkomsten heeft voorzien van een valse handtekening. Het opmaken van de valse kwitanties en overeenkomsten is opzettelijk gedaan en ten behoeve van [uitzendbureau]. De door medeverdachte [directeur-2] en/of [medeverdachte-5] en/of [medeverdachte-4] valselijk opgemaakte geschriften zijn daadwerkelijk opgenomen in de boekhouding van [uitzendbureau]. De rechtbank is van oordeel dat medeverdachte [directeur-2] als directeur en eindverantwoordelijke voor de boekhouding een sleutelpositie had binnen het bedrijf zodat het opzet van medeverdachte [directeur-2] alsook het opzet van [medeverdachte-5] en/of [medeverdachte-4] gelet ook op hun leidinggevende positie voor wat betreft de administratie binnen [uitzendbureau] zonder meer toe te rekenen is aan [uitzendbureau]. Ten aanzien van de hiervoor vermelde valselijk opgemaakte geschriften waarvan de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat die daadwerkelijk door [directeur-2] zelf valselijk zijn opgemaakt overweegt de rechtbank dat daarvan wel is vastgesteld dat die geschriften valselijk zijn opgemaakt, dat [directeur-2] heeft verklaard vaker geschriften ten behoeve van [uitzendbureau] valselijk te hebben opgemaakt en dat die geschriften ook daadwerkelijk in de boekhouding van [uitzendbureau] zijn opgenomen. Gelet ook op de hoeveelheid valselijk opgemaakte geschriften en het gebruik daarvan in de boekhouding van [uitzendbureau] en het bestaan van die praktijk gedurende een langere periode dient naar het oordeel van de rechtbank ook ten aanzien van die valselijk opgemaakte geschriften het opzet op het gebruik daarvan aan [uitzendbureau] te worden toegerekend.

Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de rechtspersoon [uitzendbureau] verantwoordelijk zou kunnen worden gehouden voor het medeplegen van valsheid in geschrift, dan wel het gebruik maken van valselijk opgemaakte geschriften.

Vervolgens is de vraag aan de orde of kan worden bewezen dat verdachte aan deze gedragingen van [uitzendbureau] feitelijk leiding heeft gegeven.

De rechtbank neemt daarbij de in de jurisprudentie van de Hoge Raad ontwikkelde criteria als uitgangspunt. Van feitelijk leidinggeven aan verboden gedragingen kan onder omstandigheden sprake zijn indien de desbetreffende functionaris - hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden - maatregelen ter voorkoming van deze gedragingen achterwege laat en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedragingen zich zullen voordoen. In deze situatie wordt de functionaris geacht opzettelijk de verboden gedragingen te bevorderen. Uit de jurisprudentie kan voorts worden afgeleid dat de bewuste aanvaarding van deze aanmerkelijke kans zich kan voordoen indien hetgeen de verdachte bekend was omtrent het begaan van strafbare feiten door de rechtspersoon rechtstreeks verband houdt met de ten laste gelegde feiten.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij samen met medeverdachte [directeur-2] directeur is van [uitzendbureau] en dat hij zich voornamelijk bezig hield met het werk in de fabriek en dat hij zich niet bemoeide met het financiële en administratieve gedeelte van het bedrijf. Die stelling van verdachte dat hij zich niet bemoeide met het financiële en administratieve gedeelte van het bedrijf sluit verdachtes aansprakelijkheid voor strafbare handelingen van [uitzendbureau] niet uit. Verdachte was immers mededirecteur van het bedrijf. Hoewel verdachte in die hoedanigheid bevoegd en uit hoofde van zijn functie naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs gehouden was om maatregelen te nemen om valsheid in geschrift te voorkomen en om tevens het gebruik maken van valselijk opgemaakte geschriften in de boekhouding van [uitzendbureau] te voorkomen, heeft verdachte dat nagelaten. Dat had wel van hem mogen worden verwacht, nu de rechtbank van oordeel is dat verdachte op de hoogte moet zijn geweest van de gepleegde valsheid in geschrift, het gebruik van blanco - door werknemers ondertekende - kasbonnen waarop later een datum en bedrag werd ingevuld en het gebruik van valselijk opgemaakte geschriften in de administratie van [uitzendbureau]. De rechtbank leidt dit onder meer ook af uit de verklaring van medeverdachte [directeur-2] bij de politie. Hij verklaarde onder meer het volgende:

(In het kantoor aan de [adres-1] staat een kluis. (…) In de kluis is een enveloppe aangetroffen met het opschrift “niet aanraken”. (…) In die envelop zaten ondertekende kwitanties zonder dat er bedragen op staan vermeld.) Dat klopt. (…) Als iemand weggaat bij ons dan betalen wij uit, laten een kwitantie ondertekenen, om in een later stadium de zaak administratief kloppend te maken. Meestal verwerk ik de bonnetjes. (…) [verdachte] wist ervan het ging al heel lang zo. (Wanneer is besloten kwitanties op naam van Poolse werknemers zelf te ondertekenen?) Dat stamt eigenlijk nog uit de tijd voordat ik er bij kwam. Uit de tijd dat het nog [uitbeenbedrijf] heette.

Dat kwitanties al valselijk werden opgemaakt in de tijd dat verdachte eigenaar was van [uitbeenbedrijf], de rechtsvoorganger van [uitzendbureau], zoals medeverdachte [directeur-2] heeft verklaard wordt bevestigd door de verklaring van [werknemer-9]. Hij verklaarde bij de politie onder meer het volgende:

Wij tonen u een kwitantie nr. 99 d.d. 03-12-2008. Deze is gecodeerd als D-024-01.(..)

Ik herken de bon, maar het opschrift zegt mij niets. Ik zie wel dat het mijn handtekening is. Ik heb wel een keer zoiets ondertekend. Dit was op verzoek van [directeur-2]. Ik weet dat ik een paar keer zo’n bonnetje met datum ondertekend heb. [directeur-2] legde mij uit dat het een soort presentielijst was en dat ik elke week zo’n bonnetje moest ondertekenen.

V: Hoe vaak heb je zo’n bonnetje ondertekend?

A: Dat weet ik niet meer zeker. Ik denk zeker 5 a 6 keer.

Wij tonen u 2 loonafschriften met aangehechte kwitanties. (..) Het eindbedrag wat op de loonafschriften en de bijbehorende kwitanties staat vermeld zou aan u per kas (contant) zijn uitbetaald. De loonafschriften met aangehechte kwitanties zijn respectievelijk gecodeerd als D-024-02, omschrijving 12-12-2008, nummer 98, bedrag op kwitantie € 291,63. (..)

Ik zie deze bonnen voor het eerst.

V: Herkent u de handtekening op het getoonde documenten D-024-02?

A: Dit is niet mijn handtekening.

V: Heeft u de bedragen zoals vermeld op de kwitanties ontvangen?

A: Ik heb dit geld nooit ontvangen. (..) Ik heb nog nooit een bedrag rond de driehonderd euro gekregen. Het enige wat ik gekregen heb is rond de 20 of 30 euro. Voor deze bedragen hoefde ik niets te ondertekenen.

Uit het dossier volgt dat op de kwitanties waarover [werknemer-9] heeft verklaard, te weten D-024-01 en D-024-02, de naam [uitbeenbedrijf] staat vermeld.

Verdachte was verantwoordelijk voor [uitbeenbedrijf] en heeft de activiteiten van dat bedrijf op enig moment voortgezet in [uitzendbureau], waarbij medeverdachte [directeur-2] enige tijd na de oprichting van [uitzendbureau] door verdachte de werkzaamheden met betrekking tot de bedrijfsadministratie op zich heeft genomen. De onder verdachte bij [uitbeenbedrijf] kennelijk reeds bestaande, hiervoor ten aanzien van de kasbonnen beschreven, praktijk is onder [uitzendbureau] voortgezet waarbij verdachte de primaire verantwoordelijkheid voor de bedrijfsadministratie aan medeverdachte [directeur-2] heeft gelaten.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging (valsheid in geschrift) zich zou voordoen. Verdachte heeft daaraan derhalve feitelijk leiding gegeven.

Het onder 11 ten laste gelegde kan derhalve wettig en overtuigend worden bewezen.

Echter, uit hetgeen onder strafbaarheid van het feit zal worden overwogen, zal blijken dat het enkele gebruik maken van valse geschriften door deze op te nemen in de eigen administratie, zoals aan verdachte ten laste is gelegd, niet strafbaar is.

Feit 12 verduistering

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 12 ten laste gelegde gelet op de verklaringen van [werknemer-10] en [werknemer-8], de door [werknemer-8] overgelegde stukken, de stukken van de belastingdienst met betrekking tot [werknemer-10], het Grootboek van [uitzendbureau], de verklaringen van verdachte en de verklaringen van medeverdachte [directeur-2].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat aan [werknemer-10] wel degelijk zorgtoeslag is betaald en heeft ter onderbouwing van dat standpunt een rekeningafschrift van de bankrekening 1481.97.701 van [uitzendbureau] overgelegd, waarop staat vermeld dat op 3 juli een bedrag van € 401,00 is overgeschreven naar rekeningnummer [nr.] onder vermelding van “[naam-a] zorgtoeslag geld januari t/m juli”. De verdediging heeft verder naar voren gebracht dat de rest is verrekend met het salaris van [werknemer-10]; deze verrekening had betrekking op de door [uitzendbureau] voor [werknemer-10] betaalde AGIS(zorgverzekering)premies. Ten aanzien van de zorgtoeslag van [werknemer-8] heeft de verdediging betoogd dat de door [uitzendbureau] ontvangen bedragen zijn verrekend met de inschuld van [werknemer-8] aan [uitzendbureau].

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [uitzendbureau], het bedrijf van verdachte, op haar rekeningnummer bedragen ontvangen en aldus onder zich gehad, die wegens aan [werknemer-8] en [werknemer-10] toegekende zorgtoeslag - in strafrechtelijke zin - toebehoorden aan [werknemer-8] en [werknemer-10]. Voor een bewezenverklaring van verduistering moet kunnen worden vastgesteld dat [uitzendbureau] de bedragen “anders dan door misdrijf onder zich had”. Daarvoor is nodig een toevertrouwen of een rechtsverhouding waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat [uitzendbureau] en/of haar medeverdachte(n) de zorgtoeslag onder zich had(den). Nu [werknemer-10] kort samengevat heeft verklaard de zorgtoeslag niet te hebben aangevraagd en uit de verklaringen van [werknemer-8] volgt dat hij pas in een later stadium heeft ontdekt dat zijn zorgtoeslag op de rekening van [uitzendbureau] is betaald kan naar het oordeel van de rechtbank vorenbedoeld toevertrouwen of rechtsverhouding niet worden aangenomen. Gelet daarop kan het bestanddeel “anders dan door misdrijf onder zich hebben” niet wettig en overtuigend worden bewezen. Noodzakelijkerwijs geldt dit ook voor de vraag of verdachte daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dit feit.

Feit 4 het als leider deelnemen aan een criminele organisatie

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 4 ten laste gelegde, nu verdachte kan worden aangemerkt als deelnemer aan en leider van een criminele organisatie bestaande uit [uitzendbureau], verdachte, [directeur-2], [medeverdachte-3], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijsmiddelen zijn om tot de conclusie te komen dat er sprake is van een organisatie met een crimineel oogmerk.

Het oordeel van de rechtbank

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie bestaande uit [uitzendbureau], verdachte, [directeur-2], [medeverdachte-4], [medeverdachte-5], [medeverdachte-3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten mensenhandel, gewoontewitwassen en valsheid in geschrifte, terwijl verdachte binnen deze organisatie een leidinggevende rol vervulde.

Algemeen

Onder een criminele organisatie wordt verstaan een samenwerkingsverband tussen meerdere personen met een zekere duurzaamheid en structuur, die tot het oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Daarbij hoeft het plegen van misdrijven niet de enige of voornaamste bestaansgrond van de organisatie te zijn.

Volgens bestendige rechtspraak is van deelneming aan een criminele organisatie sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunende gedragingen heeft verricht die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

De verdachte dient in dat verband in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; in zoverre is voorwaardelijk opzet niet voldoende. Niet is vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven, aan enig concreet misdrijf heeft deelgenomen of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad.

Ook is niet nodig dat de verdachte moet hebben samengewerkt of bekend moet zijn geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie. Elke bijdrage aan een criminele organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken.

Bij de beoordeling van de vraag of er in de onderhavige zaak sprake is geweest van een criminele organisatie en of verdachte daaraan heeft deelgenomen, overweegt de rechtbank als volgt.

Het bedrijf [uitzendbureau] is volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel op 4 december 2008 opgericht met als bedrijfsomschrijving het uitzenden van personeel, het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden, het bemiddelen op het gebied van wonen en het uitbenen van vlees. Dit uitzendbureau was gevestigd aan de [adres-1] te Deventer. Als bestuurders staan geregistreerd verdachte en [directeur-2]. Vanaf de oprichting van [uitzendbureau] is verdachte als bestuurder in de functie van algemeen directeur alleen/zelfstandig bevoegd. Per 5 februari 2009 is als bestuurder eveneens in de functie van algemeen directeur toegetreden [directeur-2] en hij is volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel ook alleen/zelfstandig bevoegd. [uitzendbureau] zond voornamelijk personeel uit naar [slachterij]., een vleesverwerkingsbedrijf.

Verdachte werkte als uitbener bij [slachterij]. en hield zich in de functie van algemeen directeur van [uitzendbureau] onder meer bezig met de planning en het vervoer van het personeel, met het aannemen en ontslaan van personeel en het regelen van woonruimte voor het personeel.

[directeur-2] werkte op kantoor en was als algemeen directeur verantwoordelijk voor de administratie van [uitzendbureau], waaronder de boekhouding en de betalingen. [directeur-2] gaf leiding aan onder meer [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4], die eveneens op kantoor werkzaam waren. [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] verrichtten administratieve werkzaamheden en voerden opdrachten uit die werden gegeven door [directeur-2].

Verdachte heeft ten aanzien van de organisatie van [uitzendbureau] bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Een vennootschap is bij ons een broederschap. Bij ons is de vennootschap niet enkel een overeenkomst tussen vennoten, maar bij ons overstijgt deze overeenkomst. (…) Het is als het ware een geestelijke broederschap. In ieder geval [directeur-2], [werknemer/opzichter], [medeverdachte-4], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-3] maken deel uit van deze geestelijke broederschap.

Strafbare feiten

Uit hetgeen met betrekking tot de feiten 3 en 10 is overwogen volgt dat verdachte zich samen met medeverdachten [directeur-2] en [uitzendbureau] schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel en gewoontewitwassen. Voorts volgt uit hetgeen met betrekking tot feit 11 is overwogen dat medeverdachten [directeur-2], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] zich binnen de organisatie van [uitzendbureau] schuldig hebben gemaakt aan valsheid in geschrifte.

Gelet op het voorgaande en mede ook gelet op de lange periode waarin vorenbedoelde misdrijven zijn gepleegd, de grote diversiteit aan en de hoeveelheid van misdrijven en de rolverdeling tussen verdachte en de medeverdachten, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval gesproken kan worden van een samenwerkingsverband tussen meerdere personen met een zekere organisatiegraad dat (mede) tot doel heeft het plegen van misdrijven, te weten: mensenhandel, gewoontewitwassen en valsheid in geschrifte.

Rol verdachte en [directeur-2]

Ten aanzien van de rol van verdachte en [directeur-2] in deze organisatie overweegt de rechtbank dat uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel en de verklaringen van verdachte en [directeur-2] blijkt dat zij de directeuren van [uitzendbureau] waren. Daarnaast blijkt uit hetgeen hiervoor ten aanzien van de door hen (mede)gepleegde misdrijven van mensenhandel, gewoontewitwassen – en ingeval van [directeur-2] ten aanzien van valsheid in geschrift - is overwogen, dat verdachte en [directeur-2] daarbij een leidende rol hebben gehad, zodat zij als leiders van de criminele organisatie kunnen worden aangemerkt.

Voor wat betreft de vraag of bewezen is of de overige in de tenlastelegging genoemde genoemde personen ([uitzendbureau], [medeverdachte-5], [medeverdachte-4] en [medeverdachte-3]) als deelnemers aan die criminele organisatie kunnen worden aangemerkt, geldt het volgende.

Rol [uitzendbureau]

Voormelde verschillende strafbare feiten zijn gepleegd in het kader van de bedrijfsuitoefening van [uitzendbureau], uit hoofde van [uitzendbureau] en/of ten behoeve van [uitzendbureau]. Uit hetgeen hiervoor reeds ten aanzien van de verschillende strafbare feiten is overwogen volgt dat de gedragingen van de directeuren van [uitzendbureau], verdachte en [directeur-2], met betrekking tot die strafbare feiten redelijkerwijs ook kunnen worden toegerekend aan [uitzendbureau] en dat het opzet van hen ook is toe te rekenen aan [uitzendbureau]. Naar het oordeel van de rechtbank kan aldus [uitzendbureau] ook als een strafbare deelnemer van de criminele organisatie worden aangemerkt.

Rol [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4]

Ten aanzien van de rol van [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] in de criminele organisatie overweegt de rechtbank als volgt.

Uit hetgeen hiervoor (feit 11) ten aanzien van de door [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] (mede)gepleegde valsheid in geschrifte is overwogen, volgt dat [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] zich gedurende een geruime periode samen met medeverdachte [directeur-2] bezig hielden met het valselijk (doen) opmaken van een groot aantal kasbonnen, die zij – gelet ook op hun functie en rol binnen [uitzendbureau] – (deels) in de administratie van [uitzendbureau] moeten hebben verwerkt.

Mede als gevolg van de valselijk opgemaakte kasbonnen en in verband met de wijze van administreren binnen de organisatie van [uitzendbureau] is een administratieve chaos gecreëerd.

Uit hetgeen ten aanzien van de door [uitzendbureau], verdachte en [directeur-2] gepleegde mensenhandel is overwogen blijkt dat deze administratieve chaos een belangrijke omstandigheid is die heeft bijgedragen aan het creëren van een afhankelijkheidspositie van diverse werknemers ten opzichte van [uitzendbureau] als organisatie. Als relevante feitelijke omstandigheden in dat verband zijn vermeld, dat er is gewerkt met arbeidsovereenkomsten in de Nederlandse taal, terwijl de werknemers deze taal niet (voldoende) machtig waren, dat er is gewerkt met voorschotten op het salaris, dat er sprake was van (verschillende) inhoudingen op het salaris, onder meer bestaande uit opgelegde boetes terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels waren opgenomen, en dat er geen loonafschriften werden verstrekt, dan wel slechts na uitdrukkelijk verzoek hiertoe. In combinatie met de buitenlandse afkomst van de werknemers en het feit dat zij de Nederlandse taal niet machtig waren, droeg de hiervoor bedoelde ontstane financiële onduidelijkheid en onduidelijkheid ten aanzien van hun rechtspositie bij aan de afhankelijkheid van deze werknemers.

Vanuit hun rol en functie als administratief/boekhoudkundig medewerker bij [uitzendbureau] waren [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] eveneens betrokken bij en mede verantwoordelijk voor voormelde administratieve gang van zaken. Dat blijkt onder meer ook uit de verklaringen van [medeverdachte-5] daarover.

Ordner 17 pagina 4.12.365 (Verklaring [medeverdachte-5]):

(Wat zijn jouw taken binnen [uitzendbureau], voordat [directeur-2] en [verdachte] waren aangehouden?) (..) Ook vulde ik de uren in. De voorschotten die verleend zijn opschrijven (..) Ook voerde ik in de computer gegevens in t.b.v. de arbeidsovereenkomsten zoals de namen, het loon en de te werken uren. (..) [kantoormedewerker] en ik voerden dan ook de gegevens is ten behoeve van het slaris administratiesysteem. Hierop stonden dan tevens de inhoudingen zoals huur van de kamer e.d. vermeld. Aangaande de kamerverhuur werden geen contracten opgesteld. (..)

Ordner 17 pagina 4.12.376/377 (Verklaring [medeverdachte-5]):

Wat was de functie van [medeverdachte-4]? Ook een kantoor medewerker. Maar hij had wel wat bevoegdheden (..) Voordat ik kwam deed hij mijn werk. (..)

Ordner 17 pagina 4.12.380 (Verklaring [medeverdachte-5]):

(..) [medeverdachte-4] ontving de urenoverzichten van [slachterij] en de andere bedrijven en verwekrte deze uren in een Excelbestand. (..) V: Wie verzorgt of verzorgen de loonbetalingen aan de medewerkers? (bank/kas) A: Aan de hand van de urenoverzichten van [medeverdachte-4], vulde ik de gegevens in het loonbestand (excel) ten behoeve van loonadministratie. (..) In dit excelbestand tbv loon bevat de volgende kolommen. Uren, dagen, loon, huis, Agis, materiaal, boetes en voorschotten.

Ten aanzien van de door [uitzendbureau], verdachte en [directeur-2] gepleegde gewoontewitwassen is onder meer overwogen dat van de zakelijke bankrekening van [uitzendbureau] veel contante opnames en stortingen hebben plaatsgevonden, dat er in het grootboek van [uitzendbureau] geen (duidelijke) verantwoording voor die grote contante geldstromen is gegeven en dat dergelijke grote contante geldstromen a-typisch zijn voor een bedrijf als [uitzendbureau]. De rechtbank overweegt dat [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] vanuit hun rol en functie als administratief/boekhoudkundig medewerker eveneens op de hoogte moeten zijn geweest van deze geldstromen. Zij waren immers ook verantwoordelijk voor betalingen en hadden inzicht in het saldo van de rekening van [uitzendbureau]. Een en ander volgt onder meer ook uit de volgende verklaringen.

Ordner 16 pagina 4.12.199/200 (Verklaring [verdachte]):

Normaal doet [directeur-2] de daadwerkelijke betalingen van de voorschotten, maar als hij er niet is kan [medeverdachte-5] dit ook doen. [medeverdachte-5] kan geen geld opnemen met een pasje. Hij kan alleen geld storten. Hij doet dat via Rabo internet bankieren. (..) [medeverdachte-4] heeft een certificaat om een paspoort controle te kunnen doen. Ook heeft hij het diploma boekhouden. [medeverdachte-4] is ook gemachtigd om elke dag 5000 euro van de bank op te nemen. Het was noodzakelijk dat wanneer wij er niet waren dan kon hij de medewerkers loon uit betalen.

Ordner 17 pagina 4.12.438 (Verklaring [werknemer/opzichter]):

V: Wie is/of zijn er verantwoordelijk voor [uitzendbureau]? A: De directie bestaat uit [verdachte] en [directeur-2] en wanneer [verdachte] en [directeur-2] er niet zijn dan is [medeverdachte-4] gemachtigd. [medeverdachte-4] was dan bevoegd om bankzaken te regelen en ook in en uitgaande post betalingen doen. Eigenlijk al het werk wat normaal [verdachte] en [directeur-2] deden werd dan gedaan door [medeverdachte-4].

Ordner 17 pagina 4.12.473 (Verklaring [kantoormedewerker-2]):

[medeverdachte-5], hij ontvangt de uurlijsten en zet die in een Excel lijst. Hij is ook het aanspreekpunt voor het personeel als [directeur-2] er niet is. Ook doet hij de controle van de bankbetalingen. Als de lonen zijn betaald, dan controleert hij nogmaals of de uitbetalingen wel goed zijn gegaan.

Uit laatst vermelde verklaringen van [werknemer/opzichter] en Izci volgt bovendien dat [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] de taken van verdachte en [directeur-2] tijdens hun afwezigheid hebben waargenomen. Dat wordt onder meer bevestigd in onderstaande verklaringen.

Ordner 16 pagina 4.12.199 (Verklaring [verdachte]):

Ik doe zoveel werk dat tijdens mijn vakantie drie mensen mijn taken moeten overnemen. [medeverdachte-5], [medeverdachte-4] en [werknemer/opzichter] nemen dan mijn taken over.

Ordner 16 pagina 4.12.200 (Verklaring [verdachte]):

De aanspreekpunten op kantoor dat zijn [directeur-2] en ik en als wij niet kunnen dan kan het voorkomen dat [medeverdachte-5] ook als aanspreekpunt fungeert.

Gelet reeds op het voorgaande is de rol van [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] voor wat betreft de in de tenlastelegging als kern van de criminele organisatie opgesomde misdrijven aldus niet beperkt gebleven tot die van (louter) administratief /boekhoudkundig medewerker maar is er sprake geweest van een nauwe samenwerking tussen hen en verdachte en [directeur-2]. Zij hebben aldus gedragingen verricht die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie.

Met betrekking tot [medeverdachte-5] overweegt de rechtbank in dat verband meer specifiek nog het volgende.

Uit een tapgesprek volgt, dat [medeverdachte-5] op de hoogte was van klachten van het personeel over (onder meer) de uitbetaling van de lonen. De rechtbank verwijst hiertoe naar een tussen [medeverdachte-5] en [naam-5] gevoerd telefoongesprek naar aanleiding van de aanhouding van [medeverdachte-3], waarin onder meer het volgende is gezegd:

[medeverdachte-5]: [medeverdachte-3] is binnen/zit wast. Van dezen. Er is toch een meisje dat door hen naar binnen is.

Ze werkte in de firma. Samen met dezen zijn er nog 5 of 6 andere mensen ook meegegaan voor de aangifte/klacht. Om over [medeverdachte-3] (fon) en zo te praten. Ik denk dat ze ook over de firma hebben gesproken. Dus zo; " betaalt niet goed. Doet niet goed dinges. Geeft onze lonen niet, maken niet op tijd over". (…)

[medeverdachte-5]: Broer. Er is wel klacht van het personeel, dat weet ik. Personeel kan hebben geklaagd. "Heeft niet helemaal op tijd het loon betaald. Geeft mijn loon niet correct. Of heeft het niet gestuurd. Mijn uren zus ofzo".

Uit een ander tapgesprek volgt voorts dat [medeverdachte-5] moet hebben geweten dat verdachte seks had met werkneemsters. De rechtbank verwijst hiertoe naar het getapte telefoongesprek d.d. 8 oktober 2010 te 14:02:11 uur met als beller verdachte en als gebelden [kantoormedewerker-2] en [medeverdachte-5]:

[VERDACHTE]: Ik heb een seksprobleem. Ik laat 3 meisjes komen.(…)

[KANTOORMEDEWERKER-2]: [verdachte] Abi, je hebt die speciaal voor seks laten komen of niet?

[VERDACHTE]: Ik heb die speciaal voor seks laten komen.

[KANTOORMEDEWERKER-2]: Hemm die zullen dan mooi zijn. Oke.

[VERDACHTE]: Zou helemaal seks specialist zijn.

[KANTOORMEDEWERKER-2]: Ohfff, of niet. We kijken dan wel, hoe je het doet, alle drie. Hiihihihii (lacht) ..... .

[medeverdachte-5] komt aan de lijn:

[MEDEVERDACHTE-5]: [verdachte] Abi.

[VERDACHTE]: Hemm.

[MEDEVERDACHTE-5]: welke van die, die speciaal komen, is voor mij? (…)

[VERDACHTE]: Vanavond om half 7 zullen dezen beginnen te werken.

[MEDEVERDACHTE-5]: Wie? Wie?

[VERDACHTE]: Ze zullen om half 7 beginnen. [directeur-2] moet dat niet vergeten te zeggen.

[MEDEVERDACHTE-5]: Komen ze?

[VERDACHTE]: Ze komen. Wanoski (fon.) en twee vriend(innen) komen.

[MEDEVERDACHTE-5]: Goed. Oke.

Het voorgaande illustreert naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van [medeverdachte-5] dat hij meer was dan een boekhouder die zich met niets anders dan het pure boekhouden zelf bezig hield; hij was op de hoogte van wat er speelde binnen de organisatie van [uitzendbureau] in de omgang met de uitzendkrachten en leverde op zijn wijze daaraan een aandeel.

Uit hetgeen ten aanzien van het door [uitzendbureau], verdachte en [directeur-2] gepleegde gewoontewitwassen is overwogen volgt, dat er in de periode 4 oktober 2010 tot en met 19 oktober 2010 verschillende tapgesprekken zijn gevoerd tussen onder meer verdachte, [directeur-2] en [medeverdachte-7], waarbij sprake is geweest van versluierd taalgebruik met betrekking tot de overdracht van grote geldbedragen. Verder blijkt dat op 18 oktober 2010 sprake is geweest van een overdracht van een contant geldbedrag van € 30.000,00 aan [medeverdachte-7] in coupures van € 500. Naar het oordeel van de rechtbank wist [medeverdachte-5] van deze ongebruikelijke (witwas)transactie en heeft hij ondersteunende handelingen verricht, hetgeen blijkt uit de reeks van opvolgende tapgesprekken in voormelde periode, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien, en waar onder meer het (tap)gesprek van 12 oktober 2010 om 10:03:56 uur van [medeverdachte-5] met [directeur-2] deel van heeft uitgemaakt. Tijdens dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:

[directeur-2]: Broer, haal voor mij alle betalingen er uit. Hoeveel schuld we ook bij wie hebben, mijn broer. Schrijf ook 40.000 LIRA voor de SERA (fon.)/ kas. Schrijf ook op wat we [kantoormedewerker-2] gaan geven, schrijf ook op vat we [naam] gaan geven. Die, .... vorige week hadden we van Tempoline (fon.) gekregen, schrijf dat ook op. Schrijf dat allemaal op, broer.

[medeverdachte-5]: Ik schrijft het wel op.

[directeur-2]:Schrijf onze voorschotten ook. Wat voor voorschot we aan wie gaan geven. Maak een overzicht, broer.

[medeverdachte-5]: Okee.

[directeur-2]: Wanneer ik kom .... wanneer ik kom, gaan we eens kijken. Als er een positie is,

betalen we die, deze week. 30 moeten we sowieso geven. 30 van dat geld is van hem, snap je?

[medeverdachte-5]: Geef maar 30, iets ...

[directeur-2]: Broer, we dachten al om 10 te gaan geven. Als je het met 40 geeft zijn we er vanaf.

En volgende week helemaal niet ... We betalen 10.000 LIRA voorschot minder en we betalen

10.000 Lira meer. We kijken. Er zijn manen die niet zullen praten. Bijvoorbeeld, Farga(fon.),

Lazard (fon.) snap je?

[medeverdachte-5]: Die reken ik er sowieso er niet bij.

[directeur-2]: Broer, maak de lijst eens klaar. Ik zal eens kijken. Snap je?

[medeverdachte-5]: Goed dan, jij ....

De rechtbank begrijpt dit tapgesprek aldus, dat [directeur-2] bij [medeverdachte-5] informeert naar de financiële positie van [uitzendbureau] en aan [medeverdachte-5] vraagt een (financieel) overzicht te maken, waarmee [medeverdachte-5] instemt, terwijl [directeur-2] vervolgens zegt dat ze in elk geval €30.000,- moeten betalen, waarop [medeverdachte-5] zegt “geef maar 30”. Uit een daaropvolgend tapgesprek van 12 oktober 2010 begrijpt de rechtbank vervolgens dat [directeur-2] tegen [medeverdachte-7] zegt dat hij vrijdag € 30.000,00 kan ophalen, dat [directeur-2] briefjes van € 500,00 heeft besteld en dat [directeur-2] vrijdag naar de bank zal gaan en het aan [medeverdachte-7] zal overhandigen. Uit een tapgesprek tussen [directeur-2] met [medeverdachte-7] op 15 oktober 2010 leidt de rechtbank af, dat de bank kennelijk heeft gebeld, dat ze niet kunnen leveren en dat het maandag wordt. In de uitwerking van die tap is onder meer ook het volgende vermeld:

Ordner 18 pagina 4.13.8:

[directeur-2] (sh) belt uit met [medeverdachte-7] (ng)

(op de achtergrond; “[directeur-2] tegen [medeverdachte-5] (sh) ..dat was wel wat we afgesproken hadden.. wat moet hij met 10 duizend..) (..)

Ook daaruit leidt de rechtbank af, dat [medeverdachte-5] betrokken is geweest bij voormelde ongebruikelijke (witwas)transactie.

Dat ook de rol van [medeverdachte-4] niet beperkt is gebleven tot die van een louter administratief/boekhoudkundig medewerker maar dat sprake is geweest van een nauwe samenwerking met verdachte en [directeur-2] en het verrichten van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie volgt in het bijzonder nog uit onderstaande tapgesprekken.

In de uitwerking van het getapte telefoongesprek d.d. 23 september 2010 te 23:22:47 uur met als beller [medeverdachte-4] en als gebelde [directeur-2] staat onder meer het volgende:

[directeur-2] wordt gebeld door broertje [medeverdachte-4]. [medeverdachte-4] zegt dat de vrouw hier niet alles wil doen en over geld aan het zeuren is.

In de uitwerking van het getapte telefoongesprek d.d. 27 september 2010 te 21:44:15 uur met als beller [medeverdachte-4] en als gebelde [directeur-2] staat onder meer het volgende:

[directeur-2] wordt gebeld door [medeverdachte-4]. [medeverdachte-4] zegt dat [medeverdachte-6] nog steeds aan het huilen..en dat komt omdat iemand haar een hand heeft gegeven in de fabriek en zich voor heeft gesteld en vervolgens heeft [verdachte] haar gewaarschuwd dat het voor haar niet te best zal zijn en problemen zal geven als [medeverdachte-3] weer vrij is. [medeverdachte-6] is nu bang en aan het huilen. (…) [medeverdachte-4] zegt dat zij een beetje raar doet..het lijkt net of ze ruzie tussen ons wil veroorzaken..we moeten snel van haar af.

In de uitwerking van het getapte telefoongesprek d.d. 27 september 2010 te 22:09:35 uur met als beller [medeverdachte-4] en als gebelde [directeur-2] staat onder meer het volgende:

We krijgen kopzorgen van haar, zegt [medeverdachte-4]..ze gaat toch naar Polen..we moeten maar zeggen dat ze daar moet blijven en niet meer terug moet komen. Ja..en als [medeverdachte-3] eruit dan..wat moeten we dan zeggen. Ik praat wel met hem, zegt [medeverdachte-4]..straks komt die jongen en gaat zij ook met hem afspreken en hebben we nog meer kopzorgen..ik weet wat zij allemaal uitvreet. We moeten maar even afwachten zien wel..hopen op het beste, zegt [directeur-2].

In het getapte telefoongesprek d.d. 27 september 2010 te 22:13:35 uur met als beller [directeur-2] en als gebelde [medeverdachte-4] staat onder meer het volgende:

[directeur-2]: controleer maar even of zij dadelijk naar de jongen zal gaan.

[medeverdachte-4]: Ja is goed.

In het getapte telefoongesprek d.d. 10 oktober 2010 te 17:14:38 uur met als beller verdachte en als gebelde [directeur-2] staat onder meer het volgende:

[verdachte] is boos en zegt dat hij [werknemer-11] van het werk en uit zijn huis gaat sturen. Hij wist dat hij vandaag moest werken en is er niet. Hij heeft zijn telefoon uitstaan. [verdachte] zegt dat [werknemer-11] vandaag maar op straat moet, zodat hij tot bezinning komt. Hij moet de huissleutel afgeven. Als je hem niet uit huis zet, dan vermoord ik hem, zegt [verdachte]. (…) [verdachte] zegt dat van zijn loon 100 euro ingehouden moet worden.

Met betrekking tot het laatstvermelde tapgesprek heeft getuige/aangever [werknemer-11] bij de politie op 2 februari 2011 te 14:00 uur onder meer het volgende verklaard:

[verdachte], [directeur-2] en [medeverdachte-4] kwamen met z'n drieën aan de deur. [directeur-2] vertelde mij dat ik 10 minuten had om te vertrekken.(…) Ik heb het huis verlaten omdat [directeur-2] heeft verteld dat wanneer ik niet weg zou gaan, dan zouden ze mijn spullen uit het huis gooien. Ik heb toen het huis verlaten, omdat ik geen problemen wilde met hen.

Uit hetgeen ten aanzien van de door [uitzendbureau], verdachte en [directeur-2] gepleegde mensenhandel is overwogen, blijkt dat het door verdachte en [directeur-2] dreigen met uithuiszetting en ontslag een redengevende omstandigheid is die heeft bijgedragen aan de gecreëerde afhankelijkheidspositie van werknemers. De rechtbank concludeert uit laatstgenoemd tapgesprek en de verklaring van [werknemer-11] dat [medeverdachte-4] betrokken is geweest bij het uit huis zetten van werknemer [werknemer-11] door met verdachte en [directeur-2] mee te gaan naar de woning van [werknemer-11]. De rechtbank leidt voorts uit de andere zojuist aangehaalde tapgesprekken af dat [medeverdachte-4] op de hoogte is van “gezeur over geld” door werknemers, “kopzorgen” krijgt van werknemers, overleg voert met [directeur-2] over hoe daar mee om te gaan, werknemers op verzoek van [directeur-2] “controleert” en dat [medeverdachte-4] (kennelijk) betrokken is geweest bij beslissingen aangaande werknemers. De rechtbank is van oordeel dat ook al deze gedragingen verder gaan dan het louter werkzaam zijn als boekhouder en duiden op een verder gaande betrokkenheid bij de binnen [uitzendbureau] als organisatie ontplooide activiteiten en aldus rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van oogmerk van de criminele organisatie.

Bij het voorgaande komt nog dat is gebleken dat [medeverdachte-4] betrokken was bij het voorhanden hebben van een wapen op het kantoor van [uitzendbureau] en daarover heeft gecommuniceerd met [directeur-2], zoals blijkt uit de weergave van een gesprek in de uitwerking van het tapgesprek d.d. 19 oktober 2010 te 17:18:10 uur met als beller [directeur-2] en als gebelde [medeverdachte-4], als volgt:

[directeur-2] belt uit en spreekt [medeverdachte-4]. [directeur-2] zegt dat er een nieuwe spuitkop gekomen is. [directeur-2] zegt dat hier het pistool van […] (fon) ligt/is. [directeur-2] zegt tegen [medeverdachte-4] dat hij dat pistool niet hier moet houden. [directeur-2] zegt dat [medeverdachte-4] dat pistool moet teruggeven of aan iemand anders geven. [directeur-2] zegt dat [medeverdachte-4] hem moet helpen herinneren, zodat hij het morgen kan ophalen. Het zit in een kast/kluisje. Als het hier blijft liggen, dan krijgen we daar misschien moeilijkheden mee, zegt [directeur-2].

De rechtbank acht ook deze omstandigheid redengevend omdat aangenomen kan worden dat een en ander – gezien de aard van het voorwerp: een wapen - mede verband houdt met de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie.

Voorts acht de rechtbank van belang dat in de uitwerking van het tapgesprek d.d. 6 oktober 2010 te 14:57:09 uur met als beller [medeverdachte-4] en als gebelde [directeur-2] onder meer het volgende is vermeld:

[directeur-2] vraagt of [medeverdachte-4] in de tas van meisje wil kijken..zij heeft vandaag een verklaring afgelegd. Ik heb gevraagd of ze een briefje heeft gekregen..ze zei van niet..dus kijk in haar tas nadat ze zich heeft omgekleed en aan het werk is of er papieren van de politie in zitten..

[directeur-2]: Als het erin zit..niet aankomen..ik kijk er vanavond wel in..ik zeg dan tegen haar dat ze het eruit moet halen..

[medeverdachte-4]: Ja..is goed.

Over het later op diezelfde dag om 22:58:09 getapte telefoongesprek uur met als beller [directeur-2] en als gebelde [medeverdachte-4] staat in de uitwerking bovendien onder meer het volgende vermeld :

[directeur-2] belt uit met [medeverdachte-4]. (…) [directeur-2] vraagt of [medeverdachte-4] nog in haar tas heeft gekeken. Ja..maar er zat niks in, zegt [medeverdachte-4].

De rechtbank leidt uit deze twee tapgesprekken af dat [medeverdachte-4] op verzoek van [directeur-2] bemoeienis heeft gehad met het controleren van een werkneemster die een verklaring bij de politie heeft afgelegd. Ook daaruit spreekt een verder gaande bemoeienis met de organisatie dan het louter zijn van boekhoudkundig/administratief medewerker.

Tenslotte overweegt de rechtbank ten aanzien van [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] in meer algemene zin dat hun rollen niet louter administratief waren, gelet op een na de aanhouding van verdachte en [directeur-2] getapt telefoongesprek d.d. 20 oktober 2010 te 10:37:55 uur met als beller [medeverdachte-4] en als gebelde [medeverdachte-5], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte-5]: [medeverdachte-4].

[medeverdachte-4]: [medeverdachte-5] Abi.

[medeverdachte-5]: Hemm.

[medeverdachte-4]: Zijn de pasjes van de firma wel of niet geblokkeerd?

[medeverdachte-5]: Ik weet het nog niet.

[medeverdachte-4]: Is er geld in de firma?

[medeverdachte-5]: Er is wel. Hemm.

[medeverdachte-4]: Hoeveel Lira?

[medeverdachte-5]: Er moet 30.000 Lira zijn.

[medeverdachte-4]: We moeten alles opnemen.

[medeverdachte-5]: Opnemen ... [medeverdachte-4]. (…)

[medeverdachte-5]: Kom niet hier naar toe, die mannen vragen naar je. Kom niet hier naar toe. Kom niet in

de buurt.

[medeverdachte-4]: Hoe vraagt ie naar mij?

[medeverdachte-5]: Vraagt naar jou. [werknemer/opzichter] Abi ... zei Meneer [MEDEVERDACHTE-4] zei nee die is niet

... ( onverstaanbaar).

[medeverdachte-4]: Hemm. Oké.

[medeverdachte-5]: Kom jij maar langs de achterkant bij de ING, we lopen naar toe.

[medeverdachte-4]: Okee.

De rechtbank acht in dit kader eveneens van belang dat [medeverdachte-4] op het moment van dit tapgesprek niet meer als administratief medewerker in dienst was bij [uitzendbureau], maar gezien de inhoud van deze conversatie kennelijk nog wel betrokken was en bemoeienis had met de gang van zaken van de (criminele) organisatie.

Al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] gedragingen die strekten tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie (in ieder geval) ondersteunden en wisten dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Derhalve kunnen ook [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] als deelnemer van deze criminele organisatie worden aangemerkt.

[medeverdachte-3] en/of anderen

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat [medeverdachte-3] en/of een of meer andere personen deel hebben uitgemaakt van de criminele organisatie.

Conclusie het als leider deelnemen aan een criminele organisatie

Concluderend is dan ook het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van een criminele organisatie bestaande uit [uitzendbureau], verdachte, [directeur-2], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4], waarbij verdachte en [directeur-2] als leiders van de organisatie kunnen worden aangemerkt en [uitzendbureau], [medeverdachte-5] en [medeverdachte-4] als deelnemers.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat hetgeen verdachte onder 4 ten laste is gelegd wettig en overtuigend kan worden bewezen.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6, 7, 8 primair, 9 primair, 10 primair en 11 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 31 december 2009 te Deventer, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [werknemer-2] meermalen, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [werknemer-2], hebbende verdachte (telkens) die [werknemer-2] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, penis in de vagina en/of mond en/of anus van die [werknemer-2] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging of die andere feitelijkhe(i)d(en) (onder meer) hierin dat verdachte,

- die [werknemer-2] op/tegen het hoofd en/of gezicht en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of aan haar haren heeft getrokken en/of

- die [werknemer-2] (met kracht) bij de keel heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [werknemer-2] (met kracht) op bed en/of op tafel heeft gegooid/gelegd en/of

- die [werknemer-2] heeft vastgehouden ondermeer bij haar bekken en/of benen en/of hoofd en/of nek en/of heeft opgesloten en/of tegen een muur heeft geduwd en/of

- de arm(en) van die [werknemer-2] (met kracht) achter haar rug heeft geduwd en/of

- de benen van die [werknemer-2] (met kracht) uit elkaar heeft geduwd en/of

- het hoofd van die [werknemer-2] (met kracht) naar beneden heeft geduwd en/of

- die [werknemer-2] de woorden heeft toegevoegd dat zij seks met hem, verdachte, moest hebben omdat zij anders haar baan kwijt zou raken en/of geen salaris zou ontvangen en/of geen woonruimte/onderdak meer zou hebben en/of

- boven op die [werknemer-2] heeft gezeten en/of gelegen en/of (daarbij) een hand op de mond van die [werknemer-2] heeft geduwd/gelegd en/of (daarbij) tegen die [werknemer-2] heeft gezegd dat ze stil moest zijn en niet mocht gaan schreeuwen en/of

- die [werknemer-2] tegen haar wil (gedeeltelijk) heeft ontkleed en/of

- die [werknemer-2] heeft gedwongen hem, verdachte, af te trekken en/of

- heeft gezegd, nadat [werknemer-2] gedwongen seks met hem had gehad, dat hij haar zou ontslaan en/of op straat zou zetten als zij daarover met anderen zou praten en

misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat hij, verdachte - in zijn hoedanigheid als haar werkgever/baas - op die [werknemer-2] had en/of voor die [werknemer-2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 30 april 2010 te Deventer, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) meermalen, [werknemer-3] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [werknemer-3], hebbende verdachte zijn, penis geduwd/gebracht in de vagina van die [werknemer-3] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens):

- (zonder toestemming) de (slaap)kamer van die [werknemer-3] is binnengekomen en/of op/naast die [werknemer-3] in bed is gaan liggen en/of

- die [werknemer-3] tegen haar wil (gedeeltelijk) heeft ontkleed en/of

- met beide handen het hoofd van die [werknemer-3] heeft vastgepakt/vastgehouden en/of

- (vervolgens) die [werknemer-3] (met kracht) op de mond heeft gezoend en/of

- die [werknemer-3] (met kracht) heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of op die [werknemer-3] is gaan liggen en/of (onverhoeds) haar benen heeft gespreid en/of zijn, verdachtes, penis onverhoeds in haar vagina heeft geduwd/gebracht en/of

- tegen die [werknemer-3] heeft gezegd dat zij stil moest zijn en/of dat als ze haar werk wilde behouden seks met hem, verdachte, moest hebben en/of dat ze beter af is als ze seks met hem heeft, want dan krijgt ze salaris, eten, kleding en hoeft geen huur te betalen en

misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat hij verdachte - in zijn hoedanigheid als haar werkgever/baas - op die [werknemer-3] heeft en/of voor die [werknemer-3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2007 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, en/of Epe althans in Nederland en/of Polen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, anderen genaamd: [werknemer-1] en/of [werknemer-2] en/of [werknemer-3] en/of [werknemer-4] en/of [werknemer-5] en/of [werknemer-6] en/of [werknemer-7]

I.(lid 1 sub 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, voornoemde perso(o)n(en) heeft vervoerd, gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die ander(en);

en

III. (lid 1 sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van voornoemde personen

bestaande hieruit dat verdachte

B.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 31 december 2009, [werknemer-2],

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-2] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-2] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-2] niet (voldoende) machtig was en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-2] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of

21. heeft gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft mishandeld en/of

23. meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact;

C.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 6 oktober 2010, [werknemer-3]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij geen huissleutel kreeg en/of verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-3] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-3] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-3] niet (voldoende) machtig was en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-3] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of

21. heeft gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele

handelingen met verdachte of zijn mededader(s) verricht en/of

24. heeft gezegd, nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie, dat zij een probleem heeft als zij naar Nederland komt en als zij aan de politie de waarheid vertelt, hij werk voor haar heeft en alles is opgelost, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

25. meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact;

D.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 30 september 2009, [werknemer-4]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-4] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-4] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-4] niet (voldoende) machtig was en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-4] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-4] het huis uit te zetten indien zij niet luistert en/of

17. geen toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

21. heeft gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft mishandeld;

G.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 20 oktober 2010, [werknemer-7]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-7] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-7] op dat moment was gehuisvest en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-7] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-7] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-7] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

22. heeft mishandeld en/of

23. meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact en/of

24. heeft gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij haar woonruimte en werk zou kwijtraken;

en

II.(lid 1 sub 4)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, voornoemde perso(o)n(en) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat voornoemde perso(o)n(en) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid;

bestaande hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s), althans alleen,

A.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 20 oktober 2010, [werknemer-1],

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren-

zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-1] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-1] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-1] niet (voldoende) machtig was en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

12. (om verschillende redenen) boetes heeft/hebben opgelegd, welke op het salaris werden ingehouden, terwijl hierover in de uitzendovereenkomst geen regels zijn opgenomen en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-1] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-1] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-1] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

17. geen toeslag voor de nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

24. heeft/hebben gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij of medewerkers van [uitzendbureau] haar/hun woonruimte en werk zou(den) kwijtraken en/of

25. heeft gezegd, nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie, dat zij voorzichtig moest zijn en om haar heen moest kijken en/of dat dit allemaal niet zonder gevolgen zou zijn, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

B.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2009 tot en met 31 december 2009, [werknemer-2],

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren- zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-2] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-2] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-2] niet (voldoende) machtig was en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-2] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of

21. heeft gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft mishandeld en/of

23. meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact;

C.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 6 oktober 2010, [werknemer-3]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij geen huissleutel kreeg en/of verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-3] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-3] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-3] niet (voldoende) machtig was en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-3] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of

21. heeft gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele

handelingen met verdachte of zijn mededader(s) verricht en/of

24. heeft gezegd, nadat zij een verklaring had afgelegd bij de politie, dat zij een probleem heeft als zij naar Nederland komt en als zij aan de politie de waarheid vertelt, hij werk voor haar heeft en alles is opgelost, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

25. meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact;

D.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 30 september 2009, [werknemer-4]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-4] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-4] op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die [werknemer-4] niet (voldoende) machtig was en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-4] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-4] het huis uit te zetten indien zij niet luistert en/of

17. geen toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

21. heeft gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte of zijn mededader(s) verricht en/of

22. heeft mishandeld;

E.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 1 juli 2010, [werknemer-5]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die Obrocka op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die Obrocka op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die Obrocka onvoldoende machtig was en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die Obrocka heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of

17. geen toeslag voor nachtdienst heeft/hebben uitbetaald en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

21. heeft gezegd dat er geen werk voor haar is, als ze geen seksuele handelingen met verdachte of zijn mededader(s) verricht en/of

22. geweld heeft aangedaan en/of

23. meermalen in de billen heeft geknepen;

F.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2007 tot en met 30 juni 2010, [werknemer-6],

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl € 40 of € 50 per week voor de huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl hij met meer personen het huis moest delen en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die Nalik op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die Nalik op dat moment was gehuisvest en/of

8. overeenkomsten heeft/hebben laten tekenen, terwijl deze waren opgesteld in de Nederlandse taal, een taal die Nalik niet (voldoende) machtig was en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. kwitanties ten name van die Nalik heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die Nalik en/of

16. heeft/hebben gedreigd die Nalik het huis uit te zetten indien hij niet aan het werk zou gaan en/of

21. hebben mishandeld en bedreigd, nadat hij bij verdachte en/of zijn mededader(s) had gevraagd om uitbetaling van door hem verdiend loon;

G.

op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 20 oktober 2010, [werknemer-7]

1. (tegen betaling van huur aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of derden) heeft/hebben gehuisvest en/of opgenomen in een woning en/of

2. heeft/hebben gehuisvest, terwijl huur van de woning of kamer werd ingehouden op het salaris en/of

3. heeft/hebben gehuisvest, terwijl zij met meer personen het huis moest delen en/of

4. heeft/hebben gehuisvest, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) in het bezit was/waren van de huissleutel van die woning(en) en dientengevolge te allen tijde -ook in de nachtelijke uren– zich ongewenst toegang konden verschaffen en feitelijk ook verschafte(n) tot deze woning(en) en/of

5. meermalen, zonder opgaaf van redenen, heeft/hebben opgedragen (op zeer korte termijn) te verhuizen naar een andere door verdachte en/of zijn mededader(s) beheerde woning en/of

6. heeft/hebben gehuisvest in een zeer sterk verwaarloosde woning en/of

7. (telkens) heeft/hebben gebracht en/of laten brengen, dan wel het vervoer mogelijk heeft/hebben gemaakt naar [slachterij]. te Epe, in ieder geval het bedrijf waar die [werknemer-7] op dat moment werkzaam was, teneinde werkzaamheden te laten verrichten en/of na de verrichte werkzaamheden heeft/hebben teruggebracht, althans laten brengen, naar de woning waar die [werknemer-7] op dat moment was gehuisvest en/of

9. de eerste 2 weken dat zij heeft gewerkt geen salaris heeft/hebben uitbetaald, alleen voorschotten en/of

10. een voorschot op het salaris heeft/hebben uitbetaald en/of

14. blanco kwitanties heeft/hebben laten ondertekenen en/of kwitanties ten name van die [werknemer-7] heeft/hebben vervalst en/of

15. geen loonafschriften heeft/hebben verstrekt en/of voor zover loonafschriften wel zijn verstrekt, is dit gebeurd na uitdrukkelijk verzoek daartoe van die [werknemer-7] en/of

16. heeft/hebben gedreigd die [werknemer-7] het huis uit te zetten en/of een deel van het salaris in te houden en/of te ontslaan, indien zij niet aan het werk zou gaan en/of

18. bij ziekte geen ziektegeld heeft/hebben uitbetaald en/of

22. heeft mishandeld en/of

23. meermalen heeft gedwongen tot seksueel contact en/of

24. heeft gezegd dat als zij naar de politie zou gaan, zij haar woonruimte en werk zou kwijtraken;

4.

hij in de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer en/of Epe, in ieder geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande (onder meer) uit [uitzendbureau] en [directeur-2] en [medeverdachte-4] en [medeverdachte-5], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- mensenhandel, door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of het misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of van een kwetsbare positie, waardoor een ander(en) bewogen wordt/worden zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van arbeid, zoals bedoeld in artikel 273F Wetboek van Strafrecht, en/of

- valsheid in geschrifte, zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of

- (gewoonte) witwassen, zoals bedoeld in artikel 420ter Wetboek van Strafrecht,

één en ander gepleegd ten aanzien van meerdere werknemers van [uitzendbureau], terwijl hij, verdachte, van die organisatie (mede)oprichter en/of bestuurder was en/of binnen die organisatie een leidinggevende rol vervulde;

5 primair.

hij op 29 juni 2009 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [werknemer-8] te dwingen tot het tenietdoen van een inschuld, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader:

- met een auto op die [werknemer-8] is/zijn ingereden en

- (vervolgens) naar die [werknemer-8] is/zijn toegegaan en

- die [werknemer-8] bij de keel/hals heeft vastgepakt en

- (vervolgens) de keel van die [werknemer-8] heeft dichtgeknepen en

- meermalen, tegen het hoofd, van die [werknemer-8] heeft/hebben geslagen en

- tegen die [werknemer-8] heeft/hebben gezegd dat hij een formulier (waarop stond dat hij [werknemer-8] het geld waarop hij recht had, had ontvangen) moest tekenen en dat als hij dit niet zou doen hij doodgemaakt zou worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 20 oktober 2010 te Deventer opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,2 gram, van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine en anderhalve, XTC-pil bevattende een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) zijnde amfetamine en/of methamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

7.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 31 mei 2009 te Deventer door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [werknemer-7] meermalen, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [werknemer-7], hebbende verdachte (telkens) die [werknemer-7] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, penis in de vagina van die [werknemer-7] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) (onder meer) hierin dat verdachte:

- zonder toestemming van die [werknemer-7] een huissleutel had van de door [werknemer-7] bewoonde woning en/of

- ongevraagd binnenkwam in de woning van die [werknemer-7] en/of

- de slaapkamer van die [werknemer-7] betrad en/of daarbij tegen die [werknemer-7] zei: “Dit is een groot bed. Ik heb het bed gekocht, dus ik kan op een helft slapen”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

- die [werknemer-7] de woorden heeft toegevoegd dat hij haar baas is en haar werk geeft en/of

- die [werknemer-7] heeft betast, terwijl zij, die [werknemer-7], tegen verdachte aangaf dat zij niet wilde en/of hij, verdachte, bleef aandringen en haar broek naar beneden trok en/of

- die [werknemer-7] tegen haar wil gedeeltelijk heeft ontkleed en/of

- die [werknemer-7] (met kracht) heeft vastgehouden/vastgepakt en/of

- die [werknemer-7] (met kracht) op de mond heeft gezoend en/of

- die [werknemer-7] (met kracht) op bed heeft gegooid en/of

- op die [werknemer-7] is gaan liggen en/of

- de benen van die [werknemer-7] (met kracht) uit elkaar heeft geduwd en/of

- de borsten van die [werknemer-7] heeft betast en/of

- de armen van die [werknemer-7] heeft vastgepakt/vastgehouden en/of

- (vervolgens) de armen van die [werknemer-7] naar boven heeft geduwd en/of

- die [werknemer-7] heeft geslagen als zij, die [werknemer-7], tegen hem zei dat zij geen hoer was die hij op ieder willekeurig moment kon pakken en

misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat hij, verdachte – in zijn hoedanigheid als haar werkgever/baas – op die [werknemer-7] had en/of voor die [werknemer-7] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of voor die [werknemer-7] een zodanige psychische druk heeft doen opleveren dat zij, [werknemer-7], daaraan geen weerstand kon bieden;

8 primair.

hij in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009 te Deventer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [werknemer-4] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [werknemer-4] bij de keel heeft vastgepakt en (vervolgens) de keel heeft dichtgedrukt (gehouden) en (vervolgens) aan de haren heeft getrokken en bij het hoofd heeft gepakt en het hoofd tussen zijn, knieën heeft gestopt en vervolgens zijn knieën met kracht tegen elkaar heeft geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9 primair.

hij op 15 december 2008, te Deventer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [werknemer-9], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [werknemer-9] eenmaal, in het gezicht heeft gestompt en meermalen, tegen het lichaam en het hoofd heeft geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10 primair.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 20 oktober 2010, te Deventer, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en), voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

11.

[uitzendbureau] op tijdstippen in de periode van 1 december 2008 tot en met 20 oktober 2010 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer na te noemen valse kwitanties en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) en/of leningovereenkomst(en) en/of uitzendovereenkomst, te weten:

A. een of meer op naam van [werknemer-1] gestelde kwitantie(s) (D-016-02, nr. 8 en/of D-016-02, nr. 23, en/of D-016-08, nr. 18) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-016-03, nr. 91 en/of D-016-04, nr. 68 en/of D-016-05, nr. 42 en/of D-016-06, nr. 16), en/of

B. een of meer op naam van [werknemer-2] gestelde kwitantie (D-017-04) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-017-03 en/of D-017-01 en/of D-017-02), en/of

D. een op naam van [werknemer/opzichter] gestelde kwitantie (D-020-02), en/of een leningsovereenkomst (D-020-04), en/of

E. een of meer op naam van [werknemer-5] gestelde loonafschriften met kwitantie(s) (D-004-02 nrs. 11 en/of 36 en/of 53), en/of

F. een of meer op naam [werknemer-6] gestelde kwitantie(s) (D-005-01, nrs. 82 en/of 41 en/of 47 en/of 19 en/of 2 en/of 75 en/of 100) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-005-02 nrs. 15 en/of 82 en/of 030 en/of 100 en/of 60 en/of 23 en/of 85), en/of

G. een op naam van [werknemer-7] gesteld loonafschrift met kwitantie (D-007-02) en/of een uitzendovereenkomst D-007-03), en/of

I. een op naam van [werknemer-10] gestelde kwitantie (D-003-02), en/of

J. een of meer op naam van [werknemer-11] gestelde kwitantie(s) (D-008-01 nrs. 19 en/of 91 en/of 15 en/of 3) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-008-02 nr. 13 en/of D-008-04 nr. 63 en/of D-008-05 nr. 97 en/of D-008-06 nr. 66 en/of D-008-07 nr. 36 en/of D-008-08 nr. 24), en/of

K. een of meer op naam van [werknemer-12] gestelde loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-012-04 nrs. 25 en/of 17 en/of 80 en/of D-012-05 nr.63 en/of D-012-07 nr.60 en/of D-012-08 nr. 73 en/of D-012-10 nr. 56), en/of

L. een of meer op naam van Adem E. Ksol gestelde kwitantie(s) (D-015-02 nrs. 28 en/of 15 en/of 32) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-015-03 en/of D-015-05 en/of D-015-06), en/of

M. een of meer op naam van [werknemer-14] gestelde kwitantie(s) (D-018-02 nrs. 45 en/of 50 en/of 30 en/of 13 en/of 62 en/of 43 en/of 22 en/of 36 en/of 55 en/of 91 en/of 92 en/of 39 en/of 35 en/of 17 en/of 32) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-018-04 en/of D-018-05 en/of D-018-06 en/of D-018-07 en/of D-018-08 en/of D-018-09 en/of D-018-10 en/of D-018-11 en/of D-018-12 en/of D-018-13 en/of D-018-14), en/of

N. een op naam van [medeverdachte-5] gestelde loonafschrift met kwitantie (D-014-01) en/of leningovereenkomst (D-014-02), en/of

O. een of meer op naam van [werknemer-15] gestelde loonafschrift(en) met kwitantie(s) (D-010-02 nr.65 en/of D-010-03 en/of D-010-04 en/of D-010-05 en/of

P. een of meer op naam van [werknemer-16] gestelde kwitantie(s) (D-006-06) en/of loonafschrift met kwitantie (D-006-05)

elk zijnde een geschrift om tot bewijs van enig feit te dienen als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken (telkens) hierin dat [uitzendbureau] voornoemde kwitantie(s) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) en/of leningovereenkomst(en) en/of uitzendovereenkomst heeft opgenomen in de (kas)administratie van [uitzendbureau] en bestaande die valsheid (telkens) hierin dat voornoemde kwitantie(s) en/of loonafschrift(en) met kwitantie(s) en/of leningovereenkomst(en) en/of uitzendovereenkomst fictief zijn aangezien de op deze stukken vermelde handtekening niet afkomstig is van de werknemer/natuurlijke persoon die op deze stukken is vermeld en/of de datum vermeld op de loonafschriften met kwitanties (D-017-01 en/of D-017-02) niet naar waarheid is,tot welke feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft/hebben gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft/hebben gegeven;

Van het 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6, 7, 8 primair, 9 primair, 10 primair en 11 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Feit 1

Verkrachting, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2

Verkrachting, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 3

Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 273f lid 1 sub 4 juncto lid 3 van het Wetboek van Strafrecht.

en

Mensenhandel, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 273f lid 1 sub 1 en sub 6 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 4

Als oprichter, leider en bestuurder deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, strafbaar gesteld bij artikel 140 lid 1 juncto lid 3 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 5 primair

Poging tot afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 317 lid 1 en lid 3 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 6

Het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 lid 3 van de Opiumwet.

Feit 7

Verkrachting, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 8 primair

Poging tot zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 9 primair

Poging tot zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 10 primair

Medeplegen van een gewoonte maken van het plegen van witwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420ter juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Feit 11

Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad moet onder “gebruik van een vals of valselijk opgemaakt geschrift” zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 225 Wetboek van Strafrecht worden verstaan het bezigen van een stuk ter misleiding van derden tegenover wie daarvan gebruik is gemaakt (o.a. HR 27 april 1982, NJ 1982, 649 en meer recent: HR 21-12-2004, LJN: AR 4886). Er dient aldus sprake te zijn van enig daadwerkelijk gebruik tegenover derden ten einde deze derden te misleiden. Ten laste is gelegd en bewezen is verklaard dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het gebruik maken van vals(e) geschrift(en), bestaande dat gebruik (telkens) hierin dat die valse geschriften zijn opgenomen in de (kas)administratie van [uitzendbureau]. Niet is bewezen dat (daardoor) derden zijn misleid. Naar het oordeel van de rechtbank is het enkele opnemen in de (kas)administratie gelet op voormelde jurisprudentie niet strafbaar ex artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van dit feit ontslaan van alle rechtsvervolging.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd om verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De straf die aan verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die zich op grote schaal en gedurende een aanzienlijke periode heeft bezig gehouden met het plegen van strafbare feiten, namelijk mensenhandel, het witwassen van gelden en valsheid in geschrift. Verdachte vervulde binnen deze organisatie een centrale en leidinggevende rol.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Een groot aantal buitenlandse, voornamelijk Poolse, werknemers is door verdachten en zijn medeverdachten in een afhankelijkheidspositie gebracht. De werknemers waren niet alleen met betrekking tot hun werk van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) afhankelijk, maar ook voor hun huisvesting en het vervoer naar hun werkplek, hetgeen verdachte en/of zijn medeverdachte(n) in staat stelde macht/invloed op deze werknemers uit te oefenen. Deze machtspositie werd versterkt doordat de werknemers een overeenkomst hadden ondertekend die in de Nederlandse taal was opgesteld, een taal die ze niet (voldoende) machtig waren, als gevolg waarvan zij van hun precieze rechtspositie niet op de hoogte waren. Voorts hebben verdachte en/zijn medeverdachte(n) een administratieve chaos gecreëerd, door te werken met voorschotten, verschillende inhoudingen op het salaris (om verschillende redenen en ten aanzien van verschillende posten), leningen, blanco en valselijk opgemaakte kwitanties en doordat er geen loonstrookjes werden verstrekt, dan wel slechts nadat hier uitdrukkelijk om verzocht was. Hierdoor hadden de werknemers geen overzicht in hun financiële situatie en rechtspositie. Bovendien is binnen de criminele organisatie sprake geweest van mishandelingen, geweld en gedwongen seksuele contacten met de werknemers.

Voorts hebben verdachte en zijn medeverdachte(n) zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Door aldus te handelen hebben verdachte en zijn medeverdachten er telkens aan meegewerkt dat opbrengsten van mede door hen zelf gepleegde misdrijven aan het zicht van justitie werden onttrokken, hetgeen een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch bestel betekent.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich bij het plegen van de onderhavige feiten uitsluitend heeft laten leiden door zijn verlangen naar geldelijk gewin en dat hij daarbij niet heeft gelet op de gevolgen van zijn handelen.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan meerdere geweldsfeiten, verkrachtingen, en het seksueel uitbuiten van een aantal werkneemsters. Hierdoor heeft hij de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers ernstig geschonden, hetgeen voor hen nadelige psychische gevolgen van mogelijk lange duur met zich kan brengen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf onder meer de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien verkrachting een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden per slachtoffer en voor geweldsfeiten een aantal maanden gevangenisstraf per feit.

Het LOVS heeft ten aanzien van mensenhandel, deelneming aan een criminele organisatie, valsheid in geschrift en gewoontewissen geen oriëntatiepunten vastgesteld.

In geval van mensenhandelzaken variëren de opgelegde straffen van enkele maanden tot enkele jaren gevangenisstraf, vaak voor meer delicten dan alleen mensenhandel. Een eenduidige lijn is moeilijk vast te stellen. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de rapportages van de Nationaal rapporteur Mensenhandel (NRM).

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 23 februari 2011 opgemaakt door A. Broersma;

- een de verdachte betreffend psychologisch rapport d.d. 6 juni 2011 opgemaakt door dr. Th.A.M. Deenen, klinisch psycholoog en vast gerechtelijk deskundige;

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 17 augustus 2012.

Alles overziend acht de rechtbank in dit geval een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, passend en geboden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. De rechtbank realiseert zich dat dit – met de beslissing tot het ontslag van alle rechtsvervolging voor het onder 11 ten laste gelegde en de vrijspraak voor het onder 12 ten laste gelegde – een zwaardere straf is dan door de officier van justitie is geëist maar gezien de veelheid en de ernst van de resterende bewezen verklaarde feiten, acht zij deze straf zonder meer passend. Gelet ook daarop zal de rechtbank de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte bevelen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Alle wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

DE BENADEELDE PARTIJEN

[werknemer-15]

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd [werknemer-15] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu er op het voegingsformulier geen bedragen zijn ingevuld en het voegingsformulier niet is ondertekend.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [werknemer-15] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering, nu er op het voegingsformulier geen bedragen zijn ingevuld en het voegingsformulier niet is ondertekend.

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [werknemer-15] heeft op het ‘voegingsfomulier benadeelde partij in het strafproces’ geen bedrag ingevuld en hij heeft het formulier niet ondertekend. De rechtbank zal de benadeelde partij [werknemer-15] derhalve niet-ontvankelijk verklaren. Een vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[werknemer-8]

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [werknemer-8] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering met betrekking tot de schade aan de kleding, de ketting, de deur, het horloge, de zonnebril en het fototoestel, omdat de vordering op dit punt niet is onderbouwd en omdat deze schade niet wordt genoemd bij de aangifte. De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de vordering van [werknemer-8] met betrekking tot het loon, de kosten van de tolk en de advocaat hoofdelijk dient te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schadevergoeding ten aanzien van het gevorderde loon afgewezen dient te worden, omdat uit de berekeningen van medeverdachte [directeur-2] blijkt dat [werknemer-8] zijn volledige loon uitbetaald heeft gekregen. Subsidiair is aangevoerd dat [werknemer-8] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [werknemer-8] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 9.134,40 gevoegd in het strafproces, bestaande uit € 4.069,80 aan niet gewerkte uren in de periode oktober tot en met december 2008, € 2.762,40 aan niet gewerkte uren in de periode januari en februari 2009, € 1.1175,00 voor het vervangen en reparatie van een deur en wand, € 80,00 voor de vervanging van een overhemd en kettinkje, € 50,00 voor de vervanging van een horloge, € 140,00 voor de vervanging van een fototoestel, € 750,00 aan tolkkosten en € 98,00 aan advocaatkosten.

De rechtbank zal de benadeelde partij [werknemer-8] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De vordering is op diverse punten (vooralsnog) onvoldoende onderbouwd, mede ook gelet op de weerspreking van posten door de verdediging en onvoldoende rechtstreeks gerelateerd aan de tenlastegelegde en bewezen verklaarde feiten. Nader onderzoek daarnaar levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[werknemer-1]

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel de benadeelde partij het voegingsformulier niet heeft ondertekend, er sprake is van een formeel juiste voeging, nu de benadeelde partij in een schriftelijke toelichting op het voegingsformulier heeft aangegeven dat zij een schadevergoeding wenst te claimen.

Voorts heeft de officier van justitie gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet alleen ziet op immateriële schade met betrekking tot gesteld seksueel misbruik door [medeverdachte-3] maar dat de voeging in het licht van het complete dossier moet worden beschouwd. Op grond daarvan acht de officier van justitie de hoofdelijke toewijzing van het gevorderde bedrag van € 2.500,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, redelijk.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat [werknemer-1] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering, nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat er onduidelijkheid is over de hoogte van het schadevergoedingsbedrag en daarnaast is de gestelde schade alleen gepresenteerd als een gevolg van de gepretendeerde seksuele handelingen door [medeverdachte-3] en niet van uitbuiting.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank constateert dat het voegingformulier ten name van [werknemer-1] niet door [werknemer-1] is ondertekend en dat zij evenmin heeft getekend voor het verlenen van een machtiging aan N. F?tsch. Het voegingsformulier is getekend door N. Fötsch, advocaat van [werknemer-1]. In een schriftelijke toelichting bij het voegingsformulier heeft [werknemer-1] echter aangegeven, dat zij een verzoek tot schadevergoeding wenst in te dienen. N. F?tsch, de advocaat van [werknemer-1], heeft in haar brief van 25 september 2012 geschreven dat [werknemer-1] haar uitdrukkelijk heeft laten weten dat zij zich wenst te voegen als benadeelde partij in onderhavige stafzaak, dat zij vervolgens geen contact meer heeft kunnen krijgen met haar cliënt en dat zij om die reden zelf het voegingsformulier (de rechtbank begrijpt: namens [werknemer-1]) heeft ondertekend. De rechtbank leidt daaruit af, dat de advocaat N. Fötsch zich daartoe gemachtigd heeft geacht. De rechtbank is gelet op voorgaande feiten en omstandigheden van oordeel, dat ervan kan worden uitgegaan dat de vordering tot schadevergoeding van [werknemer-1] op juiste wijze is ingediend en dat [werknemer-1] in zoverre in haar vordering kan worden ontvangen.

De rechtbank is van oordeel dat de schriftelijke toelichting van [werknemer-1] vooral ziet op het door haar gestelde seksueel misbruik door [medeverdachte-3] en een daarmee verband houdende gedwongen abortus. De rechtbank is weliswaar van oordeel dat verdachte deel heeft genomen aan een criminele organisatie die zich onder meer bezig hield met het in een uitbuitingssituatie brengen van werknemers, maar gelet op de inhoud van de toelichting bij de gevorderde schade, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende rechtstreeks verband bestaat tussen de gestelde schade en de aan verdachte verweten gedragingen.

De rechtbank zal [werknemer-1] derhalve in haar vordering niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij [werknemer-1] kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BESLISSING

Het onder 12 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6, 7, 8 primair, 9 primair, 10 primair en 11 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert, met uitzondering van het onder 11 bewezen verklaarde, de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6, 7, 8 primair, 9 primair, 10 primair en 11 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank ontslaat verdachte ter zake van het onder 11 ten laste gelegde en bewezen verklaarde van alle rechtsvervolging.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren.

De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

De rechtbank heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Schadevergoeding

[werknemer-15]

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [werknemer-15] in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[werknemer-8]

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij M.M. [werknemer-8] in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[werknemer-1]

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [werknemer-1] in haar vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. G.A. Versteeg, voorzitter, mr. F.E.J. Goffin en mr. A.M. van der Pal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten en mr. S.J. Verheij-de Vries als griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2012.

Mr. Verheij-de Vries voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.