Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY6851

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
19-12-2012
Zaaknummer
07.996564-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vuurwerk professioneel illegaal strafmaat promis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Economische Strafkamer

Parketnummer: 07.996564-11 (P)

Uitspraak: 11 december 2012

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [datum],

wonende te [adres].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2012 en 27 november 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.S. ten Doesschate, advocaat te Zwolle.

Als officier van justitie was aanwezig mr. W.H. Frank.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

verdachte al dan niet opzettelijk, in of omstreeks de maand september 2011 in de gemeente Wierden en/of (elders) in Nederland, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, (bestaande uit -ongeveer- 125 stuks Rzymskie Ognie, 240 stuks Petarda Match Mega, 350 stuks Rak. Bang en/of 1000 stuks Petarda Bang TXP825), bestemd voor particulier gebruik,

en/of op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 t/m 6 december 2011, te Sibculo in de gemeente Hardenberg en/of (elders) in Nederland, een hoeveelheid (ongeveer 1111 kg) professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, waaronder

(24) vuurpijlen -die niet waren voorzien van een aanduiding omtrent geschiktheid voor particulier gebruik, de te verwachten effecten, een Nederlandse gebruiksaanwijzing-,

en/of

(11) flowerbeds -waarvan het gewicht meer dan 10 kg bedroeg en die niet waren voorzien van de aanduiding "niet geschikt voor particulier gebruik" en geen Nederlandse gebruiksaanwijzing bevatten-,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer anderen ter beschikking heeft gesteld;

2.

verdachte op of omstreeks 25 augustus 2010 en/of 27 september 2010 en/of 12 oktober 2010 en/of 28 oktober 2010 en/of 22 december 2010 en/of 23 december 2010, althans op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 t/m 23 december 2010, in de gemeente Enschede en/of Wierden en/of (elders) in Nederland, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ongeveer 504 kg) professioneel vuurwerk, te weten een aantal pakketten KrachmeN type FP3X -waarvan de lading niet uitsluitend bestond uit zwart buskruit- bestemd voor particulier gebruik, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer anderen ter beschikking heeft gesteld.

VOORVRAGEN

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, net als ter terechtzitting van 6 maart 2012, primair op het standpunt gesteld dat de dagvaarding niet voldoet aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering hieraan stelt en dat de dagvaarding om die reden (partieel) nietig dient te worden verklaard. Volgens de raadsvrouw is niet duidelijk welke specifieke gedragingen haar cliënt worden verweten met betrekking tot de genoemde voorwerpen in het eerste deel van feit 1 op de tenlastelegging, waarvan niet eens duidelijk is of dit wel vuurwerk betreft. Verder is nog steeds onduidelijk op welke partij of partijen vuurwerk, of op welke categorieën vuurwerk het tweede deel van feit 1 op de tenlastelegging ziet. Met betrekking tot feit 2 blijft onduidelijk hoe de zes tenlastegelegde data te rijmen zijn met die ene aangetroffen partij van 504 kilo.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primaire verweer van de raadsvrouw dient te worden verworpen. Sinds de wijziging van het Vuurwerkbesluit op 4 juli 2010 kan worden volstaan met een tenlastelegging zoals vermeld op de dagvaarding die aan verdachte is uitgereikt. Deze tenlastelegging voldoet volgens de officier van justitie aan de vereisten van dat besluit.

Voor wat betreft het totaalgewicht van 1.111 kilogram vuurwerk in feit 1 en de 504 kilogram vuurwerk in feit 2 verwijst de officier van justitie naar de terechtzitting van 12 november 2012 waarin de rechtbank er blijk van heeft gegeven duidelijk te hebben kunnen herleiden op welke wijze dit is vastgesteld.

Het oordeel van de rechtbank

Nietigheid dagvaarding

Op grond van artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.

Uit de jurisprudentie blijkt dat bij de uitleg van deze bepaling voortdurend in het oog moet worden gehouden dat centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De eis van “opgave van het feit” wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk moet zijn. Een van de factoren die een rol spelen bij het begrip “duidelijk en begrijpelijk” is de vraag of er bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen verdachte worden verweten.

De rechtbank stelt vast dat de onderhavige tenlastelegging in samenhang met het dossier voldoende duidelijk en begrijpelijk is. Ter terechtzitting van 12 november 2012 heeft de rechtbank vastgesteld dat de onderdelen genoemd in feit 1 zijn te herleiden tot ondermeer de pagina’s 25, 26, 33 tot en met 35 en 97 tot en met 100 van het dossier ‘Empel’ . Zo blijkt uit het dossier dat het materiaal zoals staat vermeld in het eerste deel van feit 1 op de tenlastelegging afkomstig is uit de schaftkeet en de 1.111 kilogram bestaat uit de in Ulicoten door de politie aangeboden en onderzochte partij vuurwerk, afkomstig uit de [merk] bus. De 504 kilogram Krachmen in feit 2 is te herleiden tot ondermeer de pagina’s 14, 138 en 139 van het dossier van Regiopolitie Twente . Het verweer van de raadsvrouw op dit onderdeel wordt dan ook verworpen. Van de overige punten die de raadsvrouw omtrent de nietigheid van de dagvaarding naar voren heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat die betrekking hebben op de bewijsvraag. Deze zullen, indien noodzakelijk, aan de orde komen bij de behandeling van het bewijs.

De rechtbank heeft verder vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging, en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het ten aanzien van verdachte ten laste gelegde bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat het ten laste gelegde niet bewezen kan worden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen onder 1 ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ten aanzien van het eerste deel van dit feit is de rechtbank , bij gebreke aan bewijsmiddelen die dit onderbouwen, van oordeel dat niet is komen vast te staan dat er sprake is van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. Ten aanzien van het tweede deel van dit feit is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs aanwezig is in het dossier om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen. De zoon van verdachte, [naam], heeft verklaard in Tsjechië alleen op pad te zijn geweest voor de aankoop van het vuurwerk, zonder dat verdachte en zijn zoon [medeverdachte] dit wisten, dit op de markt te hebben ingeladen in zijn bus en het daarna te hebben afgedekt zodat het voor anderen niet zichtbaar was. Verdachte heeft verklaard zich weinig te kunnen herinneren van uitstapjes in Tsjechië. Feiten die onderbouwen dat verdachte een aandeel heeft gehad in de aankoop van vuurwerk aldaar en/of (vervolgens) een bijdrage heeft geleverd aan het vervoer daarvan naar Nederland blijken niet uit het dossier. Het feit dat er, ter hoogte van de Nederlandse grens, telefoonverkeer is geweest tussen verdachte, zijn zoon [naam] en zijn zoon [naam] op verzoek van [naam] “om te kijken of de kust veilig was” onderbouwt een bewuste en nauwe samenwerking met betrekking tot invoer van het vuurwerk evenmin toereikend. Van medeplegen tussen verdachte en zijn zoon [naam] is de rechtbank onvoldoende gebleken. De verdachte zal derhalve van dit feit worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

Op 30 juni 2011 verklaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden werkzaam bij de Dienst executieve ondersteuning, bureau Milieu en bijzondere wetten, regionaal bureau Milieu van de Regiopolitie Twente onder meer:

(…) Op woensdag 22 december 2010 komt er bij de regiopolitie Twente afdeling milieu telefonisch de melding binnen dat er vuurwerk was aangetroffen in een te bestellen postpakket bij de firma [naam] te Enschede. (…) Op de pallet stonden 32 pakketten, allen gelijk, allen in zwart plastic verpakt. Alle pakketten waren voorzien van een adreslabel met als ontvanger [naam en adres ontvanger], tel.nr [nummer]. Wij zagen dat er aan de bovenzijde van de bovenste laag een pakket beschadigd was. Wij zagen dat de inhoud bestond uit doosjes met opschrift. KRACHMEN FX3P. Wij herkenden het opschrift als het opschrift van een stuk vuurwerk, welk stuk vuurwerk bij de controle door het NFI als een stuk vuurwerk is omschreven als niet geschikt voor particulier gebruik, wat niet voldoet aan de eisen gesteld in de regeling aanwijzing consumentenvuurwerk en volgens de defaultlijst op lijst 1 geplaatst zou moeten worden. (…) Bij zijn verklaring overhandigde de heer [persoon 1] een lijst met eerdere leveringen op het adres [adres]. Volgens de heer [persoon 1] waren het allemaal bezorgingen van gelijk uitziende zwarte pakketten, gelijk aan die pakketten die wij op 22 december 2010 hebben aangetroffen. (…)

In het proces-verbaal aanhouding, binnentreding, inverzekeringstelling staan dat de pleegdatum is 23 december 2010. Dat is abusievelijk vermeld. De juiste pleegdatum van het feit is 22 december 2010. (…)

Op 22 december 2010 heeft [verbalisant 1], brigadier, Bureau Milieu, Regiopolitie Twente, onder meer verklaard:

(…) Inbeslagneming

Plaats : Enschede

Datum : woensdag 22 december 2010 (…)

Reden : vuurwerk is in Enschede aangetroffen als pakketpost voor de verdachte [verdachte]

Beslag

Onder een onbekende persoon (…)

Uniek goednummer : [nummer] (…)

Object : Vuurwerk

Aantal / eenheid : 504 kg

Kleur : Zwart (…)

Eigenaar

Achternaam : [verdachte] (…)

Op 23 december 2010 heeft verdachte bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(…) Ik kan u vertellen dat ik voor anderen vuurwerk heb besteld in Polen. Mijn zoon [naam] heeft namelijk met vuurwerk gedaan. (…) Omdat mijn zoon [naam] geen ruimte had bij hem thuis en ik een garage had, werd besloten dat ik het bestelde vuurwerk bij mij thuis liet komen. (…) Ik heb inmiddels twee zendingen ontvangen. Per zending heb ik voor de moeite een bedrag van € 500 ontvangen. De derde zending is nog niet binnengekomen. (…) Alle zendingen waren in zwarte folie verpakt. Dat was telkens op dezelfde wijze. Ik weet niet precies hoe zwaar een doos was. Ze waren zwaar. (…) Ik weet wel dat het vuurwerk is wat niet verkocht mag worden in Nederland, want anders had je dit vuurwerk niet in Polen hoeven te bestellen.(…)

Op 24 december 2010 heeft verdachte bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(…) Het vuurwerk werd namelijk besteld door [naam]. Dat gebeurde via internet. Hij heeft mij in ieder geval verteld dat hij het vuurwerk besteld had. Ik weet dat het vuurwerk door hem in Polen is besteld. (…) Ik weet dat die Poolse handelaar alleen vuurwerk van het type Krachmen mag verkopen. (…) Ik heb toen met hem afgesproken dat [naam] het vuurwerk kon bestellen in Polen, waarbij mijn adres voor de aflevering werd gebruikt. U toont mij een pakje met nitraat vuurwerk van het type Krachmen. Dit is het vuurwerk waarover ik verklaard heb en wij telkens hebben besteld uit Polen. (…) U laat mij een adres etiket zien waarop mijn naam en adres staat. Ik herken dit etiket als het etiket dat op elke doos met vuurwerk was geplakt. (…) U verklaart mij dat we nog veel meer hebben afgeleverd, in totaal 59 dozen. Van de overige 35 dozen kan ik verklaren dat ze links en rechts aan Jan en alleman zijn verkocht.(…)

Op 9 februari 2011 heeft medeverdachte [medeverdachte] bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(…) Vraag: klopt het dat u samen met uw vader en uw broer [naam] de vuurwerkhandel drijft. Antwoord: wel met mijn vader maar niet met [naam]. (…) Vraag: waarom laat u het vuurwerk op het adres van hun vader [adres] komen. Antwoord: omdat het bij mijn vader makkelijker te verladen was. Bij mij moet men voor de deur op straat alles uitladen. Dat was bij mijn vader eenvoudiger. (…) Ik wil alleen nog zeggen dat ik de Krachmen heb verkocht. Hiervoor ben ik gepakt in Arnhem. Ik wist dat mijn vader nog een aantal zendingen vuurwerk zou krijgen. Ik heb mijn vader gezegd dat ik hem nog wel wat jongens wilde sturen welke bij hem vuurwerk zouden willen kopen maar verder wilde ik mij er niet meer mee bemoeien. (…)

Op 22 december 2010 heeft getuige [persoon 1] bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(…) Ik werk als logistiek medewerker bij [naam bedrijf] en wel op filiaal 075, dat is Enschede. (…) [NAAM BEDRIJF] is een transportbedrijf, wat over heel Europa bezorgt, verzendt en transporteert. (…) In Polen zijn wij ook actief. (…) Bij dat scannen zag de chauffeur vanmorgen dat er een pakket bij zat, waarvan de verpakking kapot was gegaan. De chauffeur zag dat er vuurwerk in zat. (…) Volgens de begeleidende vrachtbrief betrof het een zending bestemd voor [verdachte] (…) Op dit adres hebben we de laatste vijf maand vier soortgelijke zendingen gehad. Het waren gelijksoortige gewichten, gelijke afzender, gelijke routing, twee maal een ontvanger [naam] en twee maal [verdachte]. De ontvangst is door [verdachte] afgetekend. (…) Eigenlijk hadden de pakketten op basis van het gewicht een andere routing moeten hebben, want bij controle bleek dat de opgegeven 15 kilogram per pakket, in werkelijkheid 42 kilogram was. (…)

In een proces-verbaal van bevindingen verklaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1], respectievelijk inspecteur en brigadier, Bureau Milieu, Regiopolitie Twente, onder meer:

(…) Op woensdag 22 december 2010 kreeg ik, verbalisant [verbalisant 1], van de heer [persoon 1], medewerker transportbedrijf / pakketdienst [NAAM BEDRIJF], gevestigd te Enschede, Transportcentrum 23, telefonisch de mededeling dat men bij het bedrijf [NAAM BEDRIJF] voornoemd een aantal pakketten had ontvangen die vermoedelijk vuurwerk bevatten. (…) Ik, verbalisant [verbalisant 1], ben die zelfde dag ter plaatse gegaan. (…) Hij toonde mij de partij van 12 dozen binnen het bedrijf [NAAM BEDRIJF] die vermoedelijk allemaal vuurwerk bevatten. Ik zag dat op de dozen het aflever adres stond van [verdachte]. (…) Tevens deelde de heer [persoon 1] mij mee dat het bedrijf [NAAM BEDRIJF] al meerdere keren dezelfde soort dozen had afgeleverd op het adres [adres]. [persoon 1] overhandigde mij een aantal lijsten waarop deze afleveringen stonden vermeld. Deze lijsten worden als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd. Bij controle van deze lijsten zag ik dat het de volgende leveringen betrof:

25-08-2010 [naam] 11 colli

27-09-2010 [verdachte] 13 colli

12-10-2010 [verdachte] 10 colli

28-10-2010 [naam] 10 colli

22-12-2010 [verdachte] 12 colli

23-12-2010 [verdachte] 3 colli (…)

Op 16 januari 2012 heeft [verbalisant 1], brigadier, Bureau Milieu, Regiopolitie Twente, onder meer verklaard:

(…) In het ingestuurde proces-verbaal wordt genoemd als aangetroffen vuurwerk de Krachmen FX3P. Dit is een verschrijving. Overal waar in het door mij opgemaakt proces-verbaal staat Krachmen FX3P, dient te worden gelezen Krachmen FP3X. De bijbehorende deskundigheidverklaring wordt bij dit proces-verbaal meegestuurd. (…)

Op 13 december 2010 heeft ing. E.M. Kok, NFI-deskundige Explosies en Explosieven, onder meer verklaard:

(…)

Tabel 1 Ontvangen materiaal

In dit rapport Omschrijving politie

gebruikt nummer

1.001 3 stuks knalvuurwerk met lont, merk KrachmeN type FP3X

(…) 5 Interpretatie onderzoeksresultaten

5.1 Typering

(…) Onder de aanname dat het ontvangen materiaal [1.001] bedoeld is voor vermakelijkheidsdoeleinden kan het, gezien de opbouw van de cilinder en de aard van de lading, worden getypeerd als vuurwerk.

5.2 Toetsing ‘oude’ regels

(…) Zwart buskruit is volgens de definitie uit artikel 1 onder c van de RNEV 2004 ‘een mengsel van houtskool en natriumnitraat of kaliumnitraat met of zonder zwavel…’.

De samenstelling van de onderzochte lading van ontvangen materiaal [1.001] voldeed niet aan deze definitie. (…)

5.3 Toetsing ‘nieuwe’ regels

Gezien de opbouw zijn de belangrijkste te verwachten effecten, na ontsteken van het ontvangen materiaal [1.001], een enkelvoudige knal en een flits. Gezien de opbouw en deze effecten is het ontvangen materiaal daarom in te delen in de categorie flash banger volgens de geharmoniseerde norm 15947-2.

Flash bangers zijn door de minister niet vermeld in bijlage I of II van de RACT. Het is dus geen aangewezen vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Zoals in §5.2 al is vermeld, voldoet het eveneens niet aan de RNEV2004 en daarmee valt het ook niet onder de overgangsregeling.

Gezien het bovenstaande betreft het ontvangen materiaal [1.001] professioneel vuurwerk. (…)

6 Conclusie

Op grond van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd:

1a. Het ontvangen materiaal [1.001] betreft vuurwerk dat niet voldoet aan de eisen die worden gesteld in artikel 9 lid 1, jº bijlage III, en wel voldoet aan de eisen die worden gesteld in artikel 3, jº bijlage II van de RNEV 2004. (…)

2. Het ontvangen materiaal [1.001] betreft professioneel vuurwerk, zoals bedoeld in het huidige Vuurwerkbesluit. (…)

De rechtbank acht op grond van de inhoud van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op meerdere tijdstippen in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 23 december 2010 pakketten met professioneel vuurwerk, namelijk KrachmeN type FP3X, samen met zijn zoon [naam], in Polen heeft besteld en in Nederland heeft verhandeld.

Dat ter typering van het vuurwerk in deze pakketten gebruik is gemaakt van de NFI-rapportage van 13 december 2010 die betrekking heeft op het vuurwerk waarvoor medeverdachte [naam] eerder in Almelo is veroordeeld doet aan het voorgaande niet af. Uit diverse verklaringen blijkt dat verdachte juist dit soort vuurwerk –KrachmeN FP3X–, in soortgelijke bezorgingen van gelijk uitziende (zwarte) pakketten meermalen vanuit het buitenland naar Nederland heeft gehaald. Verdachte heeft dit zelf ook bij de politie bevestigd.

Op geen enkele manier is derhalve aannemelijk geworden en ook is hoogst onwaarschijnlijk te achten dat in het onderhavige geval sprake zou zijn van een ander soort nitraatklappers dat wel voldoet aan het criterium dat de lading uitsluitend mag bestaan uit zwart buskruit. Ter nadere onderbouwing verwijst de rechtbank naar de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 7 februari 2012 .

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

2.

verdachte op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 23 december 2010, in de gemeente Enschede en/of Wierden en/of (elders) in Nederland, opzettelijk een hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten een aantal pakketten KrachmeN type FP3X -waarvan de lading niet uitsluitend bestond uit zwart buskruit- bestemd voor particulier gebruik, tezamen en in vereniging met een ander, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een of meer anderen ter beschikking heeft gesteld.

Van het onder 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd dat de verdachte veroordeeld zal worden tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor zover de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging, bepleit dat de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen, in elk geval niet langer dan de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft als particulier meerdere (grote) hoeveelheden vuurwerk in het buitenland besteld, naar Nederland laten bezorgen en in Nederland verhandeld, welk vuurwerk niet voldeed aan de daaraan gestelde eisen. Bedoeld vuurwerk valt onder de categorie 'verboden vuurwerk' en heeft over het algemeen een veel zwaardere lading dan toegestaan consumentenvuurwerk. Dergelijk vuurwerk is gevaarlijk, veroorzaakt niet zelden letsel en schade en brengt als zodanig de samenleving ernstig in gevaar. Daarnaast brengt ook de wijze waarop het vuurwerk in Nederland is gekomen, namelijk via een transportbedrijf dat niet in het bezit was van een vergunning om gevaarlijke stoffen te mogen vervoeren, grote veiligheidsrisico’s voor de betreffende werknemers met zich mee.

Verder acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte -niet zijnde een professionele vuurwerkhandelaar- voor de opslag van het vuurwerk niet zal beschikken over een opslagplaats die voldoet aan de strenge regelgeving hieromtrent, wat met name van belang is ter bescherming van de omgeving.

De rechtbank heeft kennis genomen van een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 augustus 2012, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit.

Gezien de ernst van het feit acht het de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Ten aanzien van de hoogte van de op te leggen straf is van belang dat de rechtbank een ander uitgangspunt hanteert dan de officier van justitie bij zijn eis, omdat de rechtbank het onder 1 tenlaste niet bewezen heeft verklaard.

De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit een bij de pleitnota van de raadsvrouw gevoegde e-mail van dr. H. Stiggelbout, huisarts van verdachte, blijkt dat verdachte (ernstige) lichamelijke en psychische problemen heeft. Verder heeft verdachte aangegeven dat hij zich ten tijde van het verlies van zijn vrouw en moeder in 2010 wankel voelde en zich daardoor misschien te makkelijk heeft laten overhalen om mee te doen met de vuurwerkhandel. Hij heeft erg veel spijt van het gebeuren. In het ten aanzien van verdachte opgemaakte (beknopte) reclasseringsadvies van 8 juni 2012 dat de rechtbank bij haar oordeel heeft betrokken wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Er wordt geadviseerd om een werkstraf op te leggen en daarbij rekening te houden met de gezondheid van de verdachte.

Bovenstaande omstandigheden in aanmerking genomen, waaronder begrepen dat verdachte al enige tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal de rechtbank de nog op te leggen gevangenisstraf na aftrek daarvan geheel voorwaardelijk opleggen, welke dient om te voorkomen dat verdachte opnieuw (soortgelijke) feiten begaat. Daarnaast zal de rechtbank in verband met de precaire gezondheidstoestand van verdachte geen werkstraf maar een geldboete opleggen van na te melden hoogte.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 27 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 1a en 2 van de Wet op de economische delicten en artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit.

BESLISSING

Het onder 1 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 dagen.

De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 dagen hechtenis.

De rechtbank veroordeelt de verdachte voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden die niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mrs. L.J. Bosch en G. Neppelenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2012.

mr. Neppelenbroek voornoemd is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.