Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY6264

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
10-12-2012
Datum publicatie
14-12-2012
Zaaknummer
07.650057-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; medeplegen van teweeg brengen van een ontploffing; rookbom; medeplegen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.650057-12 (P)

Uitspraak: 10 december 2012

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [datum],

wonende te [adres].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2012 en 26 november 2012.

De verdachte is op beide zittingen verschenen, bijgestaan door mr. P.F.A. Reichenbach, advocaat te Zwolle.

Als officier van justitie was op 26 november 2012 aanwezig mr. C.C.S. Bordenga-Koppes.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1 primair

Hij op of omstreeks 31 december 2011 te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door

- een gasfles te vullen met een mengsel van suiker en nitraat

en/of (vervolgens)

- deze aldus gevulde gasfles op een speelveldje/in een speeltuin, welk speelveld/speeltuintje was gelegen midden in een woonwijk, heeft neergezet

en/of (vervolgens)

- het mengsel in de gasfles heeft aangestoken met een brandende sigaret, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de omliggende woningen en/of rondom geparkeerde auto’s en/of andere zich in de onmiddellijke nabijheid bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor één of meer personen die zich op of aan het speelveld/speeltuintje bevonden en/of zich in of nabij de omliggende woningen bevonden en/of zich op of aan de openbare weg nabij het speelveld/speeltuintje bevonden, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een andere of anderen, te duchten was;

1 subsidiair

Hij op of omstreeks 31 december 2011 te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam

- een gasfles heeft gevuld met een mengsel van suiker en nitraat

en/of (vervolgens)

- deze aldus gevulde gasfles op een speelveldje/in een speeltuin, welk speelveldje/speeltuin was gelegen midden in een woonwijk, heeft neergezet

en/of (vervolgens)

- het mengsel in de gasfles heeft aangestoken met een brandende sigaret, ten gevolge waarvan het aan zijn en/of zijn mededaders schuld te wijten is geweest dat die gasfles geheel of gedeeltelijk is ontploft, in elk geval dat een ontploffing is ontstaan, terwijl daardoor gemeen gevaar voor de omliggende woningen en/of rondom geparkeerde auto’s en/of andere zich in de onmiddellijke nabijheid bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor één of meer personen die zich op of aan het speelveld/speeltuintje bevonden en/of zich in of nabij de omliggende woningen bevonden en/of zich op of aan de openbare weg nabij het speelveld/speeltuintje bevonden, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, ontstond.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak,, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en ten aanzien van hetgeen subsidiair ten laste is gelegd zal worden veroordeeld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte opzet noch voorwaardelijk opzet heeft gehad op het teweeg brengen van een ontploffing.

Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot het primair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het navolgende.

Verdachte en medeverdachte (zijn broer) ontsteken elk jaar op oudejaarsdag in het speeltuintje aan de [adres] te Dedemsvaart een rookbom bestaande uit een mengsel van nitraat en suiker in een aluminiumfles . Het mengsel wordt ontstoken en begint te roken door een shaggie of een sigaret in de opening van de fles te gooien.

In 2011 hadden verdachte en zijn medeverdachte geen aluminiumfles voorhanden, maarwel een gasfles. Dit voorwerp hebben zij – naar hun mening – geschikt gemaakt als houder voor de rookdom door de bovenzijde van de fles te verwijderen en de aldus ontstane opening iets wijder te maken. Op 31 december 2011 heeft verdachte samen met medeverdachte (zijn broer), in het speeltuintje aan de [adres], de geprepareerde gasfles geplaatst met daarin een mengsel van nitraat en suiker met de bedoeling een rookbom te ontsteken.

Een en ander liep echter anders dan gepland. Nadat de geprepareerde gasfles, gevuld met nitraat en suiker, ontstoken werd met de brandende sigaret van zijn broer, ontplofte de gasfles.

Doordat de gasfles uit elkaar klapte vlogen de stukken gasfles in het rond. Daardoor is veel schade ontstaan. Voor de woning aan de [adres] nummer [nummer] drong een stuk metaal een auto binnen via de rechterzijkant. Het stuk metaal schoot dwars door de achterstoel het dak van de auto in. Voorts heeft een rondvliegend stuk metaal een gat in de gevel geslagen van de woning gelegen aan de [adres] nummer [nummer].

Verdachte heeft bekent de gasfles te hebben geprepareerd en te hebben gevuld met een mengsel van nitraat en suiker met de bedoeling een rookbom te maken. Verdachte heeft ontkent de intentie te hebben gehad een ontploffing teweeg te brengen.

Gezien het voornoemde is de rechtbank van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten biedt om wettig en overtuigend bewezen te kunnen verklaren dat verdachte opzet c.q. voorwaardelijk opzet heeft gehad op het teweeg willen brengen van een ontploffing.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

De rechtbank is echter wel van oordeel dat verdachte, samen met de medeverdachte, schuld heeft aan de ontploffing waarbij gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander, aanwezig in de nabijheid van het speeltuintje, is ontstaan. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- Bekennende verklaring van verdachte ;

- Bekennende verklaring van [medeverdachte] ;

- Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] ;

- Proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] namens [aangever 3] ;

- Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] ;

- Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] en

- Proces-verbaal van bevindingen inzake de aangerichte schade met fotobijlagen .

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat

Hij op 31 december 2011 te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met een ander grovelijk

- een gasfles heeft gevuld met een mengsel van suiker en nitraat

En (vervolgens)

- deze aldus gevulde gasfles op een speelveldje/in een speeltuin, welk speelveldje/speeltuin was gelegen midden in een woonwijk, heeft neergezet

en (vervolgens)

- het mengsel in de gasfles heeft aangestoken met een brandende sigaret, ten gevolge waarvan het aan zijn en zijn mededaders schuld te wijten is geweest dat die gasfles geheel of gedeeltelijk is ontploft, terwijl daardoor gemeen gevaar voor de omliggende woningen en rondom geparkeerde auto’s en levensgevaar voor één of meer personen die zich op of aan het speelveld/speeltuintje bevonden en zich in of nabij de omliggende woningen bevonden en zich op of aan de openbare weg nabij het speelveld/speeltuintje bevonden, ontstond.

Van het subsidiair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Medeplegen van het misdrijf, aan zijn schuld ontploffing te wijten is, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat,

strafbaar gesteld bij de artikelen 158 en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Medeplegen van het misdrijf, aan zijn schuld ontploffing te wijten is, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat,

strafbaar gesteld bij de artikelen 158 en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd zich zal onthouden van het afsteken van vuurwerk op de toegestane tijden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair een veroordeling zonder oplegging van straf en/of maatregel conform artikel 9a van het Wetboek van strafrecht bepleit. Subsidiair heeft de raadsman bepleit de straf te matigen gezien de omstandigheden van het geval.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft samen met zijn broer de intentie gehad, nota bene in een speeltuintje, een rookbom te maken. De gasfles is echter ontploft. De ontplofte gasfles heeft gelukkig alleen schade aangericht aan goederen en niet aan personen. Verdachte heeft zich op geen enkel moment gerealiseerd dat het wel eens anders uit zou kunnen pakken dan gepland. De actie van verdachte was onverantwoordelijk en onbezonnen en de rechtbank rekent dit verdachte dan ook zwaar aan.

In strafverlagende zin weegt de rechtbank mee dat verdachte een blanco strafblad heeft en de ontstane schade aan de desbetreffende gedupeerden heeft vergoed.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke werkstraf van substantiële duur noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het primair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

Het subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank legt aan de verdachte op een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van

180 uren, te voltooien binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het vonnis.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. G.E.A. Neppelenbroek en A.M. van der Pal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2012.

Mr. G.E.A. Neppelenbroek was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.