Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY5793

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
11-12-2012
Zaaknummer
07-650379-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

openlijk geweld in vereniging tegen personen;

uitgaansgeweld;

bedreiging met zware mishandeling;

vernieling;

strafmaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/650379-11, (P)

07/650351-12 (ttz.gev.)

Uitspraak: 4 december 2012

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres).

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 november 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.W. Bongers, advocaat te Ommen.

Als officier van justitie was aanwezig mr. R. Schoo.

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 07/650379-11 en 07/650351-12 tegen de verdachte aangebrachte zaken.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

07/650379-11

hij op of omstreeks 05 juni 2011 in de gemeente Hardenberg met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, (straat), in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (naam slachtoffer 1) en/of (naam slachtoffer 2), welk geweld bestond uit het meermalen, althans éénmaal, (terwijl die (naam slachtoffer 1) en/of die (naam slachtoffer 2) op de grond lag(en) en/of een trui over het hoofd van die (naam slachtoffer 2) werd getrokken) (hard/ met kracht) (met de vuisten) stompen en/of slaan en/of schoppen en/of trappen in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die (naam slachtoffer 1) en/of die (naam slachtoffer 2);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 juni 2011 in de gemeente Hardenberg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend (een) perso(o)n (te weten (naam slachtoffer 1) en/of (naam slachtoffer 2)) meermalen, althans éénmaal, (terwijl die (naam slachtoffer 1) en/of die (naam slachtoffer 2) op de grond lag(en) en/of een trui over het hoofd van die (naam slachtoffer 2) werd getrokken) (hard/ met kracht) (met de vuisten) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt,

waardoor voornoemde (naam slachtoffer 1) en/of (naam slachtoffer 2) letsel heeft/hebben bekomen

en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

07/650351-12

1.

hij op of omstreeks 24 juli 2012 te Gramsbergen in de gemeente Hardenberg, (naam slachtoffer 3) en/of (naam slachtoffer 4) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend (op het moment dat die (naam slachtoffer 3) en/of (naam slachtoffer 4) midden op de rijbaan van de (straat) liepen/stonden) als bestuurder van een auto (met gedoofde lichten) plankgas en/of vol gas en/of met piepende banden en/of met hoge snelheid

(recht) op die (naam slachtoffer 3) en/of (naam slachtoffer 4) toe/af/in gereden;

2.

hij op of omstreeks 24 juli 2012 te Gramsbergen in de gemeente Hardenberg, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een kantoorunit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (naam slachtoffer 5) en/of Recreatiecentrum (naam)., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07/650379-11 primair en onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 en 2 ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van het onder parketnummer 07/650379-11 primair en het onder parketnummer 07/650351-12 onder 2 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de gedragingen van verdachte op 24 juli 2011 te Hardenberg geen bedreiging van de beveiligers bevatten. De beveiligers zijn de weg opgelopen en op het moment dat verdachte eraan kwam rijden, hebben zij een stap terug moeten doen. Verdachte moet van dit feit worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

07/650379-11

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het onder parketnummer 07/650379-11 primair ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- de verklaring van aangever (naam slachtoffer 1)

- het letselrapport van S.J.Th. van Kuijk, forensisch arts GGD IJsselland ;

- de verklaring van aangever (naam slachtoffer 2) ;

- de verklaring van getuige (naam getuige) ;

- de bekennende verklaring van verdachte .

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/650379-11 primair ten laste gelegde.

07/650351-12

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Op 25 juli 2012 heeft (naam slachtoffer 3) aangifte van bedreiging gedaan en onder meer het volgende verklaard:

“(…) Ik ben als beveiliger/nacht-portier werkzaam op bungalowpark (naam), gevestigd aan de (adres) te Gramsbergen. (…) Op dinsdag 24 juli 2012, volgens mij was het tussen 23:30 uur en 24:00 uur, bevond ik mij samen met collega (naam slachtoffer 4) in het kantoor van het bungalowpark (naam). Op dat moment zagen we dat, vanaf de (straat), een personenauto de (straat) opreed in de richting van de parkeerplaats van genoemd bungalowpark. Ik zag vervolgens dat de bestuurder van deze auto met deze auto rondjes begon te draaien op de parkeerplaats. Dit ging met hoge snelheid en met veel lawaai van piepende banden gepaard. (…) Mijn collega en ik zijn vervolgens via de (straat) naar de (straat) gelopen. (…) Enkele minuten later zag ik dat de hierboven genoemde auto terug kwam en met gedoofde verlichting, stapvoets de (straat) opreed in de richting van de hoofdingang van het park. Ik zag dat de bestuurder hiervan wederom met hoge snelheid rondjes draaide met de door hem bestuurde auto op de parkeerplaats ter hoogte van de hoofdingang. Wij, mijn collega en ik, zijn toen via de rijbaan van de (straat), in de richting van deze auto gelopen. Wij liepen op dat moment, volgens mij, op het midden van de rijbaan. Ik hoorde en zag op dat moment dat de bestuurder van deze auto plankgas gaf. Ik zag dat hij met hoge snelheid recht op ons af kwam rijden. Om niet door deze auto te worden aangereden moesten mijn collega en ik, echt waar, opzij springen. De bestuurder van deze auto reed namelijk op dat moment met een dergelijk hoge snelheid dat hij niet meer op tijd had kunnen remmen om een aanrijding met ons te voorkomen. De bestuurder reed opzettelijk en met hoge snelheid op ons in. Als wij niet opzij gesprongen waren was het voor ons zeer slecht afgelopen. (…) .”

Voorts heeft (naam slachtoffer 4), collega van (naam slachtoffer 3), aangifte gedaan en onder meer verklaard:

“(…) Ik zag, dat de verlichting van de auto gedoofd was en dat ze stapvoets reden. De auto ging even stilstaan en toen hoorde ik, dat er vol gas gegeven werd en ik zag dat de auto over de parkeerplaats van het park scheurde. Ik zag dat de lichten nog steeds gedoofd waren. (…) Ik scheen met mijn zaklantaarn richting de bestuurder van de auto. Ik zag dat de bestuurder de mij bekende (verdachte) was. Ik weet dit voor 100% zeker. Ik hoorde dat hij vol gas gaf en met piepende banden onze kant opstuurde. Wij stonden op de (straat) en ik zag dat hij bewust bijstuurde richting ons. Als hij rechtdoor was gereden, had hij gewoon langs ons heen kunnen rijden. (…) (naam) en ik moesten echt aan de kant springen. Als we dat niet hadden gedaan had de auto ons vol geraakt. Op het moment dat ik de lamp aan deed en zag dat (verdachte) de bestuurder was, zag ik dat (verdachte)een beweging maakte dat leek op het opsteken van de middelvinger(…).”

(naam vriend verdachte) – een vriend van verdachte – zat als bijrijder bij verdachte in de auto. Hij verklaart onder meer het volgende:

“Op het industrieterrein in Gramsbergen zei (verdachte)dat hij nog even naar het (naam) wilde rijden, om de beveiligers te stangen.(…) Wij waren de bocht om en reden richting kanaal. Ik zag op afstand 2 zaklantaarns ons tegemoet komen. (verdachte)zei: “daar heb je ze”. Ze waren op afstand van ik schat 10 meter. (verdachte)gaf een straal gas om door te rijden voorbij de beveiligers. (…) Ze zullen wel geschrokken zijn, omdat wij ze in één keer tegemoet reden en omdat (verdachte)een straal gas gaf.(…) ”

Verdachte erkent dat hij op 24 juli 2012 te Gramsbergen als bestuurder van zijn auto over de parkeerplaats en het terrein van het vakantiepark heeft gereden en dat hij de beveiligers wilde stangen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de verklaringen van de aangevers en getuige (naam vriend verdachte) vast is komen te staan dat verdachte in zijn auto is toegereden op de aangevers, waarbij verdachte de auto heeft laten accelereren. Algemene ervaringsregels leren dat het angst inboezemt wanneer een auto accelereert in de richting van een voetganger. Aangever (naam slachtoffer 4) heeft ook verklaard dat hij en zijn collega (naam slachtoffer 3) erg waren geschrokken van het feit dat verdachte met zijn auto hard op hen in was gereden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn rijgedrag een bedreigende situatie voor aangevers heeft veroorzaakt waardoor er een redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte aangevers daadwerkelijk met zijn auto zou aanrijden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van feit 2 sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- de verklaring van aangever (naam slachtoffer 5), namens recreatiecentrum (naam)

- de bekennende verklaring van verdachte .

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 07/650351-12 onder 2 ten laste gelegde.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 07/650379-11 primair en onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

07/650379-11

hij op 05 juni 2011 in de gemeente Hardenberg met anderen, op de openbare weg, (straat), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (naam slachtoffer 1) en/of (naam slachtoffer 2), welk geweld bestond uit het meermalen, (terwijl die (naam slachtoffer 1) en/of die (naam slachtoffer 2) op de grond lag(en) en/of een trui over het hoofd van die (naam slachtoffer 2) werd getrokken) (hard/met kracht) (met de vuisten) stompen en/of slaan en/of schoppen en/of trappen in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die (naam slachtoffer 1) en/of die (naam slachtoffer 2).

07/650351-12

1.

hij op 24 juli 2012 te Gramsbergen in de gemeente Hardenberg, (naam slachtoffer 3) en (naam slachtoffer 4) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend (op het moment dat die (naam slachtoffer 3) en (naam slachtoffer 4) op de rijbaan van de (straat) liepen/stonden) als bestuurder van een auto (met gedoofde lichten) vol gas op die (naam slachtoffer 3) en (naam slachtoffer 4) toe/af/in gereden;

2.

hij op 24 juli 2012 te Gramsbergen in de gemeente Hardenberg, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een kantoorunit, toebehorende aan (naam slachtoffer 5) en/of (naam) heeft vernield.

Van het onder parketnummer 07/650379-11 primair en onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

07/650379-11

Openlijk geweld in vereniging gepleegd tegen personen, strafbaar gesteld bij artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

07/650351-12

1.

Bedreiging met zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, onder meer inhoudende het volgen van de Training Alcohol en Geweld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat verdachte van het onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 ten laste moet worden vrijgesproken.

Voor wat betreft de overige ten laste gelegde feiten heeft de raadsman verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met het beperkte justitiecontact van verdachte en met de dagen welke verdachte reeds heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis. De raadsman verzoekt de rechtbank de strafmaat te beperken tot een taakstraf waarvan een gedeelte voorwaardelijk met reclasseringscontact.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich in de nacht van 4 op 5 juni 2011 samen met anderen schuldig gemaakt aan een ernstige vorm van uitgaansgeweld. Zij hebben gewelddadige handelingen verricht tegen meerdere personen, waarbij verdachte onder meer op aangever (naam slachtoffer 1) – die inmiddels op de grond lag – heeft ingetrapt. (naam slachtoffer 1) heeft tengevolge van het geweld dat tegen hem die avond is uitgeoefend en waaraan verdachte wezenlijk heeft bijgedragen ernstig letsel opgelopen. Het achterste werveluitsteeksel van de zesde halswervel is afgebroken. In verband met het verwachte langdurig herstel vanwege aanhoudende klachten van nek, rug en schouders is het slachtoffer verwezen naar een revalidatiearts.

Dit soort uitgaansgeweld heeft een enorme impact op de samenleving in het algemeen. Het gevoel van onveiligheid neemt door dit soort incidenten steeds grotere vormen aan.

Na dit incident heeft verdachte een jaar later – naar hij zelf heeft verklaard – de beveiligers op een vakantiepark willen stangen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met zijn rijgedrag - zonder zich kennelijk te realiseren aan welke risico’s hij deze mensen blootstelde door met zijn auto op hen af te rijden - nietsvermoedende beveiligingsmedewerkers heeft bedreigd ten behoeve van zijn eigen leedvermaak. Toen dat voor verdachte klaarblijkelijk niet voldoende was, is hij diezelfde nacht teruggekomen om een ruit van de kantoorunit op het vakantiepark te vernielen. Dat is hem zeer kwalijk te nemen.

Uit het adviesrapport d.d. 23 mei 2012, opgemaakt door R. Verhoef, reclasseringswerker Reclassering Nederland is gebleken dat de vrienden van verdachte en alcoholgebruik de kans op recidive verhoogd. Op de avond van het openlijk geweld was verdachte onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol waardoor het geweld deels tot stand is gekomen. Mede gelet op het recidiverisico acht rapporteur een gedragsinterventie, Training Alcohol en Geweld, geïndiceerd.

Op 19 oktober 2012 heeft T. Dol, reclasseringswerker Tactus verslavingszorg een rapport over verdachte uitgebracht waaruit hetzelfde advies volgt met een ambulante behandeling bij JusTact.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd aangezien zij, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden, de beperkte justitiecontacten en de jonge leeftijd van verdachte, geen aanleiding ziet om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Wel zal de rechtbank verdachte een forse werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking de ernst van het letsel bij slachtoffer (naam slachtoffer 1) en het feit dat verdachte een jaar na de openlijke geweldpleging wederom strafbare feiten heeft begaan.

De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat verdachte blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 17 oktober 2012 eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, maar niet ter zake van geweldsdelicten.

Om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst – al dan niet onder invloed van alcohol – opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten zal de rechtbank aan verdachte ook bijzondere voorwaarden opleggen, waaronder de Training alcohol en geweld en de voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd aan een ambulante behandeling zal conformeren bij de forensische polikliniek JusTact te Zwolle of een soortgelijke instelling.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder parketnummer 07/650379-11 primair en onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder parketnummer 07/650379-11 primair en onder parketnummer 07/650351-12 onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank legt aan de verdachte op een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 240 uren, te voltooien binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het vonnis.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

De tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

De gevangenisstraf zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van twee jaren:

- aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast wanneer de verdachte gedurende een proeftijd van twee jaren de volgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat:

- de verdachte zich op eerste uitnodiging van de Tactus reclassering aldaar zal melden en zich vervolgens zal blijven melden zo frequent als reclassering dat gedurende de proeftijd nodig acht;

- de verdachte gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een Training alcohol en geweld aangeboden door Tactus of soortgelijke instelling waarbij de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan de verdachte zullen worden gegeven;

- de verdachte gedurende de proeftijd zal meewerken aan ambulante behandeling bij de forensische polikliniek JusTact te Zwolle of een soortgelijke instelling.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en L.J. Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2012.