Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY4956

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
04-12-2012
Zaaknummer
203883 - KZ ZA 12-209
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vastgoedtransacties waarbij vier partijen betrokken zijn. Vraag of voor gedaagden verplichting tot afname bestaat wordt ontkennend beantwoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 203883 / KZ ZA 12-209

Vonnis in kort geding van 4 december 2012

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] GROEP B.V.,

gevestigd te [plaats],

2. [voorletters] [A],

wonende te [plaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mrs. H.B.G. Aarninkhof en D. Heitman te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] HOLDING B.V.,

gevestigd te [plaats],

advocaat mr. V. van Dijken te Nijkerk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECYCLING KAMPEN BEHEER B.V.,

gevestigd te Kampen,

advocaat mr. B.J. van den Berg te Zwolle

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] VASTGOED B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. B.J. van den Berg te Zwolle.

Partijen zullen hierna [A] Groep, [A], [B] Holding. Recycling Kampen Beheer en [C] Vastgoed genoemd worden. [A] Groep en [A] zullen gezamenlijk worden aangeduid als [A] Groep c.s., Recycling Kampen Beheer en [C] Vastgoed zullen gezamenlijk worden aangeduid als Recycling Kampen Beheer c.s..

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding en 19 producties van [A] Groep c.s.

- de producties 1 tot en met 4c van [B] Holding

- de productie van Recycling Kampen Beheer c.s.

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [A] Groep c.s.

- de pleitnota tevens houdende eis in reconventie van [B] Holding

- de pleitnota tevens houdende eis in reconventie van Recycling Kampen Beheer c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] Groep, waarvan [A] directeur-enig aandeelhouder is, drijft middels haar drie dochters een onderneming die handelt in en het transport verzorgt van afval, zand, beton en dergelijke. Twee dochters zijn inmiddels gefailleerd. De huisbankier van [A] Groep c.s. stuurt aan op verkoop van een deel van de vaste activa van [A] Groep c.s.

2.2. Eind juni/begin juli 2012 heeft de heer [D], wiens bedrijf gevestigd is naast dat van [A] Groep c.s., de heer [C] (directeur-enig aandeelhouder van Recycling Kampen Beheer en [C] Vastgoed) en de heer [B] (directeur-enig aandeelhouder van [B] Holding) gesproken. [D] gaf aan dat [A] Groep c.s. in zwaar weer zat en dat de huisbank van [A] Groep c.s. wenste te komen tot verkoop van een aantal percelen van [A] Groep c.s.. Bij dit gesprek bleek, voor zover nu nog van belang, dat Recycling Kampen Beheer geïnteresseerd was in twee percelen van [A] Groep c.s., namelijk een perceel grond in eigendom van [A] Groep (ca. 10.000 m2) aan de Oslokade 7 te Kampen (kadastraal bekend Gemeente Kampen sectie Q nummer 1421 gedeeltelijk), verder perceel I en een perceel grond met opstal aan de Oslokade 5 te Kampen, (kadastraal bekend Gemeente Kampen sectie Q nummer 1415), verder perceel II. Perceel II is in eigendom van [A].

[B] Holding bleek geïnteresseerd in een deel van het bedrijventerrein van Recycling Kampen Beheer aan de Haatlandhaven 16 te Kampen (verder: het bedrijventerrein Haatlandhaven 16).

2.3. Enkele dagen later heeft [D] aan [C] en [B] laten weten dat de vraagprijs voor de percelen I en II € 7.000.000 was. [C] en [B] hebben laten weten dat die prijs niet reëel was.

2.4. In de tweede week van juli 2012 is [B] telefonisch benaderd door [A] en [D]. Ook heeft [A], buiten de aanwezigheid van [B], met [C] gesproken. [A] Groep c.s. was bereid de vraagprijs voor de percelen te laten zakken tot € 3.200.000. [C] was bereid tot koop van de percelen I en II mits het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 aan [B] Holding kon worden verkocht. [B] was in beginsel bereid om het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 af te nemen.

2.5. Bij e-mail van 31 juli 2012 verzocht [A] Groep c.s. akkoordverklaring van [B] Holding en Recycling Kampen Beheer met hetgeen in die e-mail onder de titel "Weergave op hoofdlijnen van de gemaakte afspraken" is genoemd. Samengevat gaat deze e-mail uit van de volgende afspraken:

1. perceel I en II worden door [A] Groep c.s. aan [B] Holding verkocht en geleverd tegen een prijs van € 3.200.000;

2. perceel I en II worden door [B] Holding doorgeleverd aan Recycling Kampen Beheer;

3. Recycling Kampen Beheer levert het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 met gesloten beurzen aan [B] Holding.

2.6. [C] heeft de e-mail van 31 juli 2012 voor akkoord getekend met dien verstande dat een huurovereenkomst van [A] met een derde door Recycling Kampen Beheer zou worden overgenomen.

[B] heeft de e-mail eveneens ondertekend en teruggezonden met de navolgende opmerkingen:

"Hiermede de getekende intentie verklaring retour.

Hiermede nog wel even de volgende kanttekening:

Door dat ik de grond koop van Recycling Kampen zal de bal verder rollen dat [A] zijn grond verkoopt aan Recycling Kampen.

Deze intentie verklaring heeft voor mij dus geen waarde, ik heb hem getekend puur en alleen om Dhr. [voornaam] [A] te helpen in zijn onderhandelingen met de gemeente, bank en zuiderzeehaven.

Ik heb met dhr. [C] vrijdag een afspraak om de details van de koop tussen ons te bespreken en indien hier iets uit zou komen dat de koop zal belemmeren dan zullen jullie begrijpen dat de gehele transactie waarschijnlijk niet door zal gaan.

Dus nogmaals voor de duidelijkheid,: alles hangt af van de transactie tussen mij ([B] holding) en dhr. [C] van Recycling Kampen."

2.7. [B] Holding en Recycling Kampen Beheer hebben daarop afgesproken dat de percelen I en II aan Recycling Kampen Beheer zouden worden geleverd (en niet aan [B] Holding), Recycling Kampen Beheer de koopsom van € 3.200.000 zou voldoen aan [A] Groep c.s. en Recycling Kampen Beheer het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 aan [B] Holding zou leveren tegen betaling van eenzelfde bedrag. [A] Groep c.s. hebben zich aangesloten bij deze gewijzigde afspraken. Recycling Kampen Beheer en [B] Holding hebben vervolgens aanleiding gezien een koopovereenkomst ex artikel 7:3 BW in te schrijven ("Vormerkung"). De aldus ingeschreven koopovereenkomst (verder aan te duiden als de koopovereenkomst Recycling Kampen Beheer-[B] Holding) houdt, samengevat, in dat Recycling Kampen Beheer het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 verkoopt en levert voor een door [B] Holding te betalen koopprijs van € 3.200.000.

2.8. Bij e-mail van 13 augustus 2012 hebben [A] Groep c.s. aan [B] Holding gevraagd te bevestigen dat het voorbehoud is vervallen in verband met tussen [B] Holding en Recycling Kampen Beheer bereikte overeenstemming.

[B] Holding heeft daarop geantwoord:

"Ik heb een princiepe accoord met dhr [C] en ben in afwachting van de overeenkomst, als deze zo opgesteld gaat worden zoals wij samen overeengekomen zijn, dan zal alles rond zijn

Jullie begrijpen dat ik niet veel waarde hecht aan het geen wat in de intentie verklaring staat maar dat de koop en de koopovereenkomst met dhr [C] voor mij het belangrijkste is.

Ik wil hiermede dus nog even duidelijk aangeven dat ik buiten de discussie vwt de vierkante meters sta!"

2.9. Bij e-mail van 24 augustus 2012 bericht de instrumenterend notaris van Recycling Kampen Beheer c.s. - die de notariële begeleiding van de koopovereenkomst Recycling Kampen Beheer-[B] Holding zou doen - aan de [A] Groep c.s., voor zover van belang, dat beide leveringen (de levering van percelen I en II aan Recycling Kampen Beheer en de levering van het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 aan [B] Holding) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en derhalve op dezelfde dag dienen plaats te vinden.

2.10. De instrumenterend notaris van [A] Groep c.s. heeft vervolgens conceptakten opgesteld ter zake de leveringen van perceel I en II aan Recycling Kampen Beheer (dan wel een andere, door [C] te noemen vennootschap). Bij e-mail van 7 september 2012 bericht de notaris van Recycling Kampen Beheer c.s., voor zover van belang, dat [C] haar heeft meegedeeld dat de levering van de percelen I en II voorwaarde is voor de levering van het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 en vice versa en dat zij in de akte met betrekking tot de levering van het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 daartoe een ontbindende voorwaarde heeft opgenomen. Zij verzoekt een dergelijke bepaling ook op te nemen in de leveringsakte met betrekking tot percelen I en II.

Overigens maakt de notaris van Recycling Kampen Beheer c.s. melding van een op perceel I liggend verhaalsbeslag ten laste van [A] Groep.

2.11. Bij e-mail van 19 september 2012 bericht de notaris van Recycling Kampen Beheer c.s. dat percelen I en II niet aan Recycling Kampen Beheer maar aan [C] Vastgoed dienen te worden geleverd en dat de oprichtingsakte van [C] Vastgoed waarschijnlijk op 27 september 2012 zal worden gepasseerd.

2.12. In de periode na 5 september 2012 wordt tussen Recycling Kampen Beheer, [A] Groep c.s. en de notaris van [A] Groep c.s. een aantal conceptakten gewisseld met betrekking tot de levering van de percelen I en II. De laatste concepten dateren van 20 september 2012 en vermelden in de kop: "Concept uitsluitend bedoeld voor discussiedoeleinden".

2.13. De levering van de percelen I en II en het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 was voorzien op 27 september 2012. Daags daarvoor, op 26 september 2012, heeft [B] Holding aan [A] Groep c.s. en Recycling Kampen Beheer c.s. bericht dat hij afziet van de koop van het bedrijventerrein Haatlandhaven 16.

Recycling Kampen Beheer heeft hiermee ingestemd.

2.14. [A] Groep c.s. hebben [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. gesommeerd percelen I en II af te nemen en de koopprijs te betalen. [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. hebben dat geweigerd. [A] Groep c.s. hebben vervolgens verhaalsbeslag doen leggen ten laste van [B] Holding en Recycling Kampen Beheer.

3. Het geschil in conventie

3.1. De vordering van [A] Groep c.s. strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. primair: [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. hoofdelijk zal veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom volledig uitvoering geven aan de Overeenkomsten met betrekking tot de (ver)koop en levering van perceel I en perceel II, daaronder begrepen het medewerken aan het passeren van de akte van levering, voldoening van de daarmee samenhangende koopsommen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 26 september 2012, 27 september 2012 of 11 oktober 2012 en vermeerderd met kosten (o.a. notariskosten en overdrachtsbelasting) aan [A] Groep c.s. door overboeking op de kwaliteitsrekening van de transporterende notaris(sen);

2. subsidiair: [B] Holding zal veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom, volledige uitvoering te geven aan de Mondelinge overeenkomst en de Overeenkomst met betrekking tot de (ver)koop en levering van perceel I en perceel II, daaronder begrepen het medewerken aan het passeren van de akten van levering en voldoening van de daarmee samenhangende koopsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 26 september 2012, 27 september 2012 of 11 oktober 2012 en kosten (o.a. notariskosten en overdrachtsbelasting) aan [A] Groep c.s. te voldoen door overboeking daarvan op de kwaliteitsrekening van de transporterende notaris(sen);

3. meer subsidiair: Recycling Kampen Beheer c.s. hoofdelijk zal veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom, volledige uitvoering te geven aan de Overeenkomsten, waaronder de gewijzigde afspraken en Overeenkomst II met betrekking tot de (ver)koop en levering van perceel I en perceel II, daaronder begrepen het medewerken aan het passeren van de akten van levering en voldoening van de daarmee samenhangende koopsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 26 september 2012, 27 september 2012 of 11 oktober 2012 en kosten (o.a. notariskosten en overdrachtsbelasting) aan [A] Groep c.s. te voldoen door overboeking daarvan op de kwaliteitsrekening van de transporterende notaris(sen);

4. op grond van artikel 3:300 en 3:301 BW zal bepalen dat indien [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. niet uiterlijk binnen twee weken na betekening van dit vonnis hebben meegewerkt aan de levering van de percelen I en II, dit vonnis, overeenkomstig de conceptakten die [A] Groep c.s. als productie 11 en 12 in het geding heeft gebracht, dezelfde kracht zal hebben als een in een wettige vorm opgemaakte notariële akte tot levering en in de plaats treedt van de tot levering van de registergoederen bestemde akten waaraan [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. hun medewerking hebben verleend, althans dat een door de voorzieningenrechter aan te wijzen vertegenwoordiger, zijnde een kandidaat notaris of notarieel medewerker van Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen LLP namens [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. zal optreden bij het verlijden en inschrijven van de leveringsakten;

5. [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van € 31.485,49 als vergoeding van de door [A] Groep c.s. werkelijk geleden vermogensschade ex art 6:96 BW tot het moment van uitbrengen van de dagvaarding in kort geding;

6. [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [A] Groep c.s. betogen dat [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. zowel wanprestatie plegen als onrechtmatig handelen jegens hen.

3.2.1. De wanprestatie van [B] Holding bestaat volgens [A] Groep c.s. uit de niet-nakoming van de aanvankelijk mondeling gesloten perfecte koopovereenkomst waarbij de percelen I en II aan [B] Holding zouden worden geleverd. Datzelfde geldt volgens [A] Groep c.s. voor de overeenkomst zoals deze is neergelegd en blijkt uit de e-mail van 31 juli 2012.

3.2.2. Volgens [A] Groep c.s. handelt [B] Holding voorts onrechtmatig door noch de percelen I en II zelf af te nemen, noch het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 af te nemen. Voor wat betreft dit laatste geldt dan dat [B] Holding wist dat het niet afnemen van het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 onvermijdelijk ertoe leidt dat Recycling Kampen Beheer c.q. [C] Vastgoed evenmin de percelen I en II afneemt van [A] Groep.

3.2.3. De wanprestatie van Recycling Kampen Beheer c.s. bestaat er volgens [A] Groep c.s. uit dat Recycling Kampen Beheer c.s. de tussen hen gesloten perfecte overeenkomst, zoals is neergelegd in de conceptakten van 20 september 2012, niet nakomen.

3.2.4. Voorts, zo begrijpt de voorzieningenrechter de stellingen van [A] Groep c.s., handelen Recycling Kampen Beheer c.s. onrechtmatig jegens [A] Groep c.s. door in te stemmen met het afzien van de koop van het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 door [B] Holding, wetende dat daardoor onvermijdelijk is dat Recycling Kampen Beheer c.q. [C] Vastgoed evenmin de percelen I en II zullen afnemen. Recycling Kampen Beheer had de koopovereenkomst tussen haar en [B] Holding ter zake het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 zo nodig in rechte moeten afdwingen.

3.2.5. De laatste grondslag die [A] Groep c.s. aanvoert is dat het samenstel van afspraken, zoals vastgelegd in de mondelinge overeenkomst, in de e-mail van 31 juli 2012 en in de diverse (concept-)akten een vierpartijen-overeenkomst behelst die er, voor wat betreft de verbintenissen aan de zijde van [A] Groep c.s. op neerkomt dat zij percelen I en II aan [B] Holding of aan Recycling Kampen Beheer leveren en dat [B] Holding of Recycling Kampen Beheer de koopprijs voldoen. Uit deze vierpartijen-overeenkomst volgt volgens [A] Groep c.s. dat [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. hoofdelijk verbonden zijn ter zake de afname- en betalingsverplichtingen.

3.3. [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. voeren verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in de reconventies

4.1. De vordering van [B] Holding strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. zal bevelen dat [A] Groep c.s. binnen 24 uur na betekening van dit vonnis over zal gaan tot opheffing van alle door hen ten laste van [B] Holding gelegde beslagen, op straffe van een hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 10.000 per dag of dagdeel dat [A] Groep c.s. hiermee in gebreke blijven;

2. [A] Groep c.s. zal veroordelen in de kosten van de reconventie.

4.2. De vordering van Recycling Kampen Beheer c.s. strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. zal bepalen dat [A] Groep c.s. binnen 24 uur na betekening van dit vonnis over zal gaan tot opheffing van alle ten laste van Recycling Kampen Beheer c.s. gelegde beslagen, op straffe van een hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 10.000 per dag of dagdeel dat [A] Groep c.s. hiermee in gebreke blijven;

2. [A] Groep c.s. zal veroordelen in de kosten van de reconventie

4.3. [A] Groep voert verweer tegen de reconventies.

4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. De vorderingen van [A] Groep c.s. zijn slechts (deels) toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter, desgevorderd (een van) de grondslag(en) gegrond zal bevinden. Nu het feitelijk een geldvordering betreft dient daarbij tevens het spoedeisend belang van [A] Groep c.s. en een eventueel restitutierisico in de belangenafweging te worden betrokken.

5.2. Voorshands acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de bodemrechter de vorderingen op een of meer van de grondslag(en) genoemd onder 3.2 (deels) zal toewijzen.

5.2.1. Voor wat betreft de grondslag onder 3.2.1 is van belang dat, zo al een (perfecte) overeenkomst tot stand is gekomen die samengevat inhoudt dat tegen betaling van € 3.200.000 de percelen I en II aan [B] Holding zouden worden geleverd, en [B] Holding en Recycling Kampen Beheer deze percelen met gesloten beurzen zouden ruilen met het bedrijventerrein Haatlandhaven 16, moet worden vastgesteld dat - met instemming van [A] Groep c.s. - [B] Holding en Recycling Kampen Beheer tot gewijzigde afspraken zijn gekomen die meebrengen dat [B] Holding percelen I en II niet afneemt en dat [B] Holding evenmin de koopprijs van € 3.200.000 aan [A] Groep c.s. voldoet.

Of sprake is van een perfecte overeenkomst is ook overigens kwestieus. Daarbij is van belang dat voor de vraag of een mondelinge koopovereenkomst tot stand is gekomen - hetgeen door [B] Holding gemotiveerd wordt betwist - bewijslevering, waarschijnlijk door middel van het horen van getuigen, zal moeten plaatsvinden. Daarvoor is in een kort geding evenwel geen plaats. Voor wat betreft de e-mail van 31 juli 2012 moet worden vastgesteld dat [B] Holding aanvankelijk slechts onder de voorwaarden zoals genoemd onder 2.6 heeft ingestemd. [B] Holding stelt zich op het standpunt dat deze voorwaarde inhield (en dat [A] Groep c.s. dat ook zo had moeten begrijpen) dat de vraag of de overeenkomst 'doorgaat' afhankelijk is van hetgeen [B] Holding en Recycling Kampen Beheer in vrijheid overeenkomen. Het is niet zondermeer onwaarschijnlijk dat de bodemrechter deze uitleg zal volgen, mede gelet op de omstandigheid dat van [B] gelet op zijn dagelijkse werkzaamheden, geen juridisch volledig afgehecht taalgebruik mag worden verwacht.

Daarbij komt dat op de vraag van [A] Groep c.s. of deze voorwaarde (inmiddels) is vervuld eveneens een geclausuleerd antwoord komt waarbij [B] Holding benoemt dat zij weinig waarde hecht aan de afspraken genoemd in de e-mail van 31 juli 2012 en dat de koopovereenkomst met Recycling Kampen Beheer voor haar het belangrijkste is. Aangenomen moet worden dat [B] Holding er op dat moment al vanuit ging dat de percelen I en II niet aan haar, maar aan Recycling Kampen Beheer zouden worden geleverd overeenkomstig de in rechtsoverweging 2.7 genoemde afspraken, zodat ook in dat verband de vraag kan rijzen waarop het antwoord van [B] Holding met betrekking tot de toestemming dan wel de vraag of de voorwaarde is vervuld nu uiteindelijk exact ziet. Er bestaat goede aanleiding te veronderstellen dat -hoewel de vraag van [A] Groep c.s. betrekking had op de afspraken zoals genoemd in de e-mail van 31 juli 2012 - dit laatste antwoord van [B] Holding niet daarop betrekking heeft maar op de gewijzigde afspraken waarbij de percelen I en II niet aan [B] Holding maar aan Recycling Kampen Beheer zouden worden geleverd.

5.2.2. Voor wat betreft de grondslag onder 3.2.2 geldt dat ingevolge vaste rechtspraak van de Hoge Raad het handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dat handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, op zich zelf jegens die derde niet onrechtmatig is (HR 12 januari 1962, NJ 1962, 246). Van onrechtmatigheid is pas sprake indien die aangesproken partij weet of behoort te weten dat zijn wederpartij door het sluiten van de desbetreffende overeenkomst, kort gezegd, wanprestatie pleegt jegens een derde, en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden (zie onder meer HR 17 mei 1985, NJ 1986, 760 en HR 26 januari 2007, NJ 2007, 78). Van dergelijke bijkomende omstandigheden is, naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter, evenwel niet gebleken. Daar komt bij dat deze grondslag pas opgeld doet indien sprake is van wanprestatie door Recycling Kampen Beheer c.q. door [C] Vastgoed. Hierna zal worden overwogen dat daarvan evenmin sprake is.

5.2.3. Voor wat betreft de grondslag onder 3.2.3 merkt de voorzieningenrechter op dat vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat reeds zodanige wilsovereenstemming was bereikt dat gesproken kan worden van een overeenkomst. Daarbij is van belang dat de voorgenomen leveringsdatum door [A] Groep c.s. is bepaald en dat weliswaar een aantal concepten was gewisseld maar op het moment dat [B] Holding aangaf haar overeenkomst met Recycling Kampen Beheer te beëindigen, over een substantieel aantal punten nog geen overeenstemming was bereikt dan wel nog niet in de door [A] Groep c.s. als 'definitief concept' aangeduide koopovereenkomst waren verwerkt. Dat geldt voor afspraken over btw, het ontbreken van een ondertekende huurovereenkomst en sluitende afspraken over het opruimen van groenafval. Daarnaast is de door de notaris van Recycling Kampen Beheer c.s. nadrukkelijk verzochte ontbindende voorwaarde, genoemd in 2.10, in de koopovereenkomst niet terug te vinden.

Nu niet aannemelijk is geworden dat reeds definitieve overeenstemming tussen [A] Groep c.s. en Recycling Kampen Beheer c.q. [C] Vastgoed was bereikt, bestaat evenmin reden om aan te nemen dat Recycling Kampen Beheer c.q. [C] Vastgoed wanprestatie in die overeenkomst plegen.

5.2.4. Van onrechtmatig handelen als bedoeld in 3.2.4, is naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter evenmin sprake. Op goede gronden hebben Recycling Kampen Beheer c.s. zich in dit verband op het standpunt gesteld dat contractsvrijheid tussen partijen als uitgangspunt moet worden genomen en dat zulks slechts anders is indien het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat geen inbreuk op voormelde vrijheid wordt gemaakt. Uit hetgeen Recycling Kampen Beheer c.s. in dit verband hebben aangevoerd, namelijk dat het geheel van transacties nog niet was afgerond, Recycling Kampen Beheer c.s. belang hadden bij een goede buurrelatie met [B] Holding en dat zij twijfels hadden omtrent de financiële positie van [A] Groep c.s., volgt genoegzaam dat Recycling Kampen Beheer c.s. heeft mogen besluiten in te stemmen met de beëindiging van de levering van het bedrijventerrein Haatlandhaven 16 aan [B] Holding.

5.2.5. Ook de laatste door [A] Groep c.s. aangevoerde grondslag is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk geworden. De grondslag komt er feitelijk op neer dat [B] Holding en Recycling Kampen Beheer gezamenlijk de verplichting zijn aangegaan om de percelen I en II af te nemen en de koopprijs te voldoen. Noch uit hetgeen [A] Groep c.s. over de mondeling overeenkomst hebben gesteld, noch uit de e-mail van 31 juli 2012, noch uit (het samenstel van) de (overige) verklaringen en gedragingen valt echter een dergelijke gezamenlijke verplichting af te leiden. Evenmin bestaat aanleiding te veronderstellen dat zulks volgt uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Aangezien een gezamenlijke verplichting niet aannemelijk is geworden, is al helemaal niet aannemelijk geworden dat hoofdelijke verbondenheid ter zake deze verplichtingen is overeengekomen. Hoofdelijkheid vormt immers een uitbreiding van de aansprakelijkheid waarover derhalve wilsovereenstemming moet zijn geweest. Dat [B] Holding of Recycling Kampen Beheer c.s. hebben ingestemd met een dergelijke uitbreiding is niet (expliciet) gesteld, noch (anderszins) gebleken.

5.3. Gelet op het voorgaande is toewijzing van de vorderingen in kort geding, hoewel sprake is van een spoedeisend belang aan de zijde van [A] Groep c.s., niet verantwoord te achten. Daarbij is tevens van belang dat aangenomen moet worden dat sprake is van een rechtens relevant restitutierisico. Tussen partijen is immers niet in geschil dat [A] Groep c.s. 'in zwaar weer zit'. De vorderingen zullen mitsdien worden afgewezen.

5.4. [A] Groep c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [B] Holding worden begroot op:

- griffierecht € 3.621,00

- salaris advocaat 6.422,00

Totaal € 10.043,00

5.5. [A] Groep c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Recycling Kampen Beheer c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 3.621,00

- salaris advocaat 6.422,00

Totaal € 10.043,00

6. De beoordeling in de reconventies

6.1. Artikel 705 lid 2 Rv bepaalt, voor zover van belang, dat de voorzieningenrechter een beslag dient op te heffen indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering blijkt.

6.2. Uit de conventie volgt dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van de grondslag van de vorderingen waarvoor beslagen zijn gelegd, is gebleken. De beslagen dienen dan ook te worden opgeheven.

6.3. De voorzieningenrechter ziet - ter vermijding van het risico dat dwangsommen worden verbeurd en anders dan is gevorderd - aanleiding zelf de beslagen op te heffen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 705 lid 1 Rv.

6.4. [A] Groep c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [B] Holding worden begroot op:

- salaris advocaat € 452,00

- overige kosten 0,00

Totaal € 452,00

De kosten aan de zijde van Recycling Kampen Beheer c.s. worden begroot op:

- salaris advocaat € 452,00

- overige kosten 0,00

Totaal € 452,00

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. wijst de vorderingen af,

7.2. veroordeelt [A] Groep c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [B] Holding tot op heden begroot op € 10.043,00,

7.3. veroordeelt [A] Groep c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Recycling Kampen Beheer c.s. tot op heden begroot op € 10.043,00,

7.4. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.5. heft op de door [A] Groep c.s. ten laste van [B] Holding en Recycling Kampen Beheer c.s. gelegde beslagen,

7.6. veroordeelt [A] Groep c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [B] Holding tot op heden begroot op € 452,00,

7.7. veroordeelt [A] Groep c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Recycling Kampen Beheer c.s. tot op heden begroot op € 452,00,

7.8. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2012.