Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BY3266

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
19-11-2012
Zaaknummer
193073
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Toewijzing van incidentele vordering ex artikel 843a Rv (afgifte vaststellingsovereenkomst).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 193073 / HZ ZA 11-1054

Vonnis in incident van 26 september 2012

in de zaak van

[A],

wonende te Hoevelaken,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. F.J. van Eeckhoutte te Amersfoort,

tegen

[B],

wonende te Zwolle,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. R.J. Bakker te Almere.

Partijen zullen hierna [A] en [B] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 maart 2012

- de akte overlegging producties 8 tot en met 13 van de zijde van [A]

- de comparitieaantekeningen van de zijde van [B]

- het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 9 mei 2012

- de conclusie van repliek tevens verandering/vermeerdering van eis

- de incidentele conclusie houdende vordering ex artikel 843a Rv

- de akte niet dienen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Partijen hebben samengewerkt aan de ontwikkeling van een medisch instrument, genaamd 'Prikkelgeleidingsblokkeringsinstrument'. Bij overeenkomst van 13 maart 1997 hebben partijen afgesproken dat de kosten van de octrooibescherming en de opbrengsten uit de exploitatie van het instrument tussen partijen en twee andere participanten zullen worden verdeeld in de verhouding 40% ([B]), 35% ([A]) en twee maal 12,5% (voor de twee overige participanten).

2.2. Met het oog op de exploitatie van genoemd instrument hebben partijen op 11 oktober 1999 een overeenkomst gesloten met het in Minnesota gevestigde bedrijf Medtronic, Inc (hierna: Medtronic).

2.3. Medtronic heeft de uit hoofde van de overeenkomst van 11 oktober 1999 verschuldigde bedragen overgemaakt aan [B], die op zijn beurt bedragen heeft overgemaakt aan [A] en de overige participanten. [A] stelt in de hoofdzaak dat [B] van de door Medtronic betaalde bedragen een te laag bedrag heeft doorbetaald aan [A] en vordert (kort gezegd) veroordeling van [B] tot betaling van het verschil, te vermeerderen met rente.

2.4. Op enig moment is tussen partijen en Medtronic een geschil ontstaan over de reikwijdte van het ten aanzien van het instrument verleende octrooi. [B] en [A] hebben beiden afzonderlijk met Medtronic onderhandeld over een afkoop(som). [B] heeft de als resultaat van deze onderhandelingen verkregen afkoopsom (met aftrek van kosten) verdeeld volgens de hiervoor onder 2.1 weergegeven verdeelsleutel.

2.5. De advocaat van [A] heeft tijdens de comparitie van partijen van 9 mei 2012 verklaard dat [A] een overeenkomst met Medtronic heeft gesloten en dat [A] uit dien hoofde een betaling van Medtronic heeft ontvangen.

2.6. [B] vordert in het incident (primair) dat de rechtbank [A] zal veroordelen om aan [B] een afschrift te verstrekken van de tussen [A] en Medtronic op onbekende datum gesloten (vaststellings)overeenkomst, onder verbeurte van een aan [B] te betalen dwangsom van EUR 5.000,00 per dag, voor iedere dag waarmee [A], na betekening van dit vonnis, in gebreke zal zijn met voldoening daaraan en met veroordeling van [A] in de kosten van het incident. [B] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij rechtmatig belang heeft bij een afschrift van genoemde overeenkomst die rechtstreeks samenhangt met, ingrijpt in en voortvloeit uit de rechtsbetrekking met Medtronic, waarbij [B] en [A] beiden partij zijn. Het belang van [B] is erin gelegen dat hij op basis van de gegevens uit de overeenkomst tussen Medtronic en [A] kan beoordelen of [B] en de andere participanten nog aanspraken hebben op [A].

2.7. [A] heeft niet van antwoord gediend in het incident.

2.8. De (bijzondere) exhibitieplicht van artikel 843a Rv strekt ertoe inzage in of afschrift van bepaalde bescheiden (1) te verlenen die in bezit zijn van een andere partij (2). De partij die inzage of afschrift vordert dient daarbij rechtmatig belang te hebben (3) en de bescheiden moeten betrekking hebben op een rechtsverhouding waarbij verzoeker of één van haar rechtsvoorgangers partij was (4).

2.9. De rechtbank is van oordeel dat de aangevoerde en niet weersproken gronden de incidentele vordering kunnen dragen.

Het gevorderde moet daarom worden toegewezen met dien verstande dat eerst dwangsommen zullen worden verbeurd wanneer [A] niet binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan de daarin vervatte veroordeling voldoet. De gevorderde dwangsom zal worden verminderd en gemaximeerd als na te melden.

2.10. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. veroordeelt [A] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan [B] te verstrekken een afschrift van de tussen [A] en Medtronic op onbekende datum gesloten (vaststellings)overeenkomst,

3.2. bepaalt dat [A] een dwangsom verbeurt van EUR 1.000,00 voor iedere dag dat hij in gebreke blijft aan het onder 3.1 bepaalde te voldoen, met een maximum van EUR 50.000,00,

3.3. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5. wijst af het meer of anders gevorderde.

in de hoofdzaak

3.6. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 oktober 2012 voor conclusie van dupliek.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2012.