Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX3819

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-08-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
07-651213-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gekwalificeerde diefstal, meermalen gepleegd, ontkennende verdachte, betrouwbaarheid verklaring medeverdachte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/651213-11(P)

Uitspraak: 2 augustus 2012

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [geboortejaar],

wonende te [adres],

thans verblijvende in [adres].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.P. Maris, advocaat te Zwolle.

Als officier van justitie was aanwezig mr. M.R. van Nes.

TENLASTELEGGING

De verdachte is - na wijziging tenlastelegging - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2011 tot en met 24 oktober 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een jongerencentrum ([slachtoffer 1]) en/of horecabedrijf/dancing gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen geld (ongeveer 2591,= Euro in een rood geldkistje) en/of 2 microfoons (merk Shure Sm57) en/of een monitor (merk Dell Lcd) en/of een videocamera en/of een ladder (aluminium), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2011 tot en met 24 oktober 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (rood) geldkistje (inhoudende ongeveer Euro 2591,=) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geldkistje wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2011 tot en met 24 oktober 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (rood) geldkistje (inhoudende ongeveer Euro 2591,=) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geldkistje redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 13 december 2011 tot en met 14 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit jongerencentrum ([slachtoffer 1]) en/of horecabedrijf/dancing gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen een kluis (inhoudende belastingformulieren en/of gage formulieren en/of groene munten en/of paarse polsbandjes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

hij in of omstreeks de periode van 13 december 2011 tot en met 14 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis (inhoudende belastingformulieren en/of gage formulieren en/of groene munten en/of paarse polsbandjes) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kluis (inhoudende belastingformulieren en/of gage formulieren en/of groene munten en/of paarse polsbandjes) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

hij in of omstreeks de periode van 13 december 2011 tot en met 14 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis (inhoudende belastingformulieren en/of gage formulieren en/of groene munten en/of paarse polsbandjes) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kluis (inhoudende belastingformulieren en/of gage formulieren en/of groene munten en/of paarse polsbandjes) redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks de periode van 28 november 2011 tot en met 29 november 2011 te Balkbrug in de gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit bedrijfspand/kantoor heeft weggenomen geld (in totaal ongeveer 1558,56 Euro) en/of een computer (Notebook Hp 4525sprobook) en/of een fotocamera (Canon Eos 450d) en/of zes VVV-bonnen (totale waarde 90,= Euro) en/of ee fotocamera (Compact) en/of gereedschap (Zaagmachine, Hilti Invalzaag), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 28 oktober 2011 te Ruinerwold in de gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand/kantoor gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen een accubooster en/of 2 acculaders en/of een laptop (Dell D620) en/of een camera (Canon 230HS) en/of een geheugenkaart (2GB) en/of één of meerdere (gebruikte) autoradio's en/of cd-wisselaars en/of diverse kabels en/of DVD scherm en speler (en bekabeling) en/of 4 navigatiesystemen (Navman, Tomtom, Mio, Garmin) en/of 110-delig dop ratelset en/of wieldoppenset (in doos van een Volkswagen Polo) en/of doos met poetsdoeken en/of een autokrik en/of een momentsleutel en/of een compressor (en toebehoren, oa luchtsleutel, spuitpistool, bandenpomp) en/of meerdere auto telefoonladers en/of meerdere autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij in of omstreeks de periode van 16 december 2011 tot en met 18 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan het [adres] heeft weggenomen een laptop en/of spaarpot (inhoudende geld) en/of een zonnebril (merk Caszal) en/of sieraden en/of een digitale fotocamera (merk Rollei) en/of een enveloppe met geld (ongeveer 1500,= Euro) en/of visspullen (meerdere vishengels en/of een voerboot), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

hij in of omstreeks de periode van 18 december 2011 tot en met 19 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een cafe gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen geld en/of sigaretten, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

7.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2011 tot en met 16 december 2011 in de gemeente Staphorst en/of Steenwijkerland en/of Hardenberg, althans in Nederland opzettelijk een tankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als werknemer en/of montagemedewerker van bedrijf [slachtoffer 4], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd wegens opzetheling, zoals onder 1 subsidiair ten laste is gelegd; wegens diefstallen door middel van braak, zoals onder 2 primair, 3, 4, 5 en 6 ten laste is gelegde en wegens verduistering, zoals onder 7 ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, 2 primair, subsidiair, meer subsidiair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde.

Met betrekking tot het onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, 2 primair, subsidiair, meer subsidiair, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft de raadsman het volgende betoogd.

Verdachte heeft zijn woning beschikbaar gesteld voor medeverdachte [medeverdachte] - die reeds onherroepelijk is veroordeeld - om hier te kunnen verblijven - ook bij afwezigheid van verdachte - niet wetende dat [medeverdachte] daar gestolen goederen opsloeg. [medeverdachte] heeft in december 2011bij de politie verklaard dat hij alle inbraken alleen heeft gepleegd. Op 16 januari 2012 heeft hij bij de politie verklaard dat hij de inbraken samen met verdachte heeft gepleegd. Ter terechtzitting heeft hij als getuige onder ede verklaard dat hij de inbraken alleen heeft gepleegd. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de woning van verdachte als opslagplaats voor de gestolen goederen gebruikte. Verdachte heeft niets te maken met de inbraken en de gestolen goederen.

Met betrekking tot het onder 7 ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat aangever niet is benadeeld omdat verdachte nog loon van aangever zou krijgen. Verdachte heeft de tankpas van zijn werkgever gebruikt om zijn nog te ontvangen loon te innen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

Ten aanzien van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.

Met betrekking tot het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

In de nacht van zondag op maandag 24 oktober 2011 is ingebroken bij het jongerencentrum De [slachtoffer 1] te Steenwijk waarbij onder andere een rood geldkistje met daarin een geldbedrag is weggenomen. Bij de doorzoeking - onder leiding van de rechter-commissaris - in de woning van verdachte is het rode geldkistje van het jongerencentrum [slachtoffer 1] aangetroffen. Het dossier bevat geen indicatie dat medeverdachte [medeverdachte] het rode geldkistje in de woning van verdachte heeft gelegd. Uit het dossier blijkt evenmin dat het verdachte is geweest die het geldkistje bij het jongerencentrum heeft gestolen en het kistje heeft meegenomen naar zijn huis of dat hij het geldkistje via een ander verkregen heeft en wist dat het gestolen was. De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Op 22 december 2011 heeft [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] aangifte van inbraak gedaan waarover hij onder meer het volgende heeft verklaard:

“(…) Op dinsdag 13 december 2011, omstreeks 23:00 uur is de [slachtoffer 1] afgesloten door de band, die daar toen oefende. Op woensdag 14 december 2011 kwam de schoonmaakster omstreeks 08:00 uur in de [slachtoffer 1]. Ze zag dat er was ingebroken, namelijk de nooddeur was verbroken. (…) U toont mij zojuist belastingformulieren, gage formulieren, groene munten en paarse polsbandjes. Ik herken deze als de waren die die nacht zijn gestolen in de kluis zaten. Alles lag in de kluis die nog steeds weg is, op de groene munten na. Deze lagen naast de kluis in een rek. (…) Er zijn 5 binnendeuren en 1 buitendeur met geweld geforceerd. (…)”

Bij de doorzoeking op 21 december 2011 in de woning van medeverdachte [medeverdachte] aan de [adres] te Steenwijk zijn diverse goederen inbeslaggenomen, onder andere de onder nummer C.1.007 vermelde formulieren van jongerencentrum De [slachtoffer 1], (gage formulieren en barformulieren). Daarnaast zijn in de auto van [medeverdachte] goederen gevonden, onder andere de onder nummer F016 vermelde 20 paarse polsbandjes met opschrift de [slachtoffer 1] en 20 groene muntjes met opschrift De [slachtoffer 1]. De recherche heeft aan aangever [slachtoffer 2] diverse goederen getoond die zijn aangetroffen in de woning en de auto van [medeverdachte]. Het betroffen onder andere groene [slachtoffer 1] munten, paarse polsbandjes, gage formulieren en barformulieren. Aangever heeft deze goederen herkend als zijnde goederen die gestolen zijn in de nacht van 13 op 14 december 2011. Bij een doorzoeking in de woning van verdachte zijn onder meer een zak met [slachtoffer 1] muntjes en een (grijze) kluis aangetroffen. Aangever [slachtoffer 2] heeft deze op 11 januari 2012 herkend als gestolen bij de twee inbraken.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 16 januari 2012 bij de politie het volgende verklaard:

“(…)

V: Je hebt al eerder verklaringen afgelegd over een aantal inbraken die je gepleegd zou hebben. Dat is onder meer 1 x bij de [slachtoffer 1], 1 x bij [slachtoffer 9], en in een woning aan het [adres], allen in Steenwijk. Verder bij een bedrijf in Ruinerwold. Wat kun je verder nog vertellen over deze inbraken?

A: Wat wil je weten?

V: Jij zegt dat je deze inbraken alleen hebt gepleegd. Hoe kijk je daar nu tegenaan? Wat wil je daarover zeggen?

A: Ik ben niet alleen geweest. Het is duidelijk geweest wie er bij is geweest. Ik was met [verdachte].(…)

V: Bij de inbraak bij [slachtoffer 9] ([nummer]) zijn ook schoenafdrukken aangetroffen. Met wie heb je die inbraak samen gepleegd?

A: Die heb ik ook samen met [verdachte] gedaan.

V: De inbraak bij de [slachtoffer 1] in de maand december heb je bekend. Met wie heb je deze inbraak gedaan?

A: Ik was bij deze ook samen bij de [slachtoffer 1].(…)

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak, zoals onder 2 primair ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

Op 29 november 2011 heeft [slachtoffer 3] namens [slachtoffer 4] te Balkbrug aangifte van inbraak gedaan waarover hij onder meer het volgende heeft verklaard:

“(…) Op 29 november 2011 omstreeks 06:00 uur opende ik het kantoor. Eenmaal binnen zag ik dat alle deuren open stonden. Ik zag al vrij snel dat er braakschade was. (…) Ik zag vervolgens een breekijzer in de gang aan de achterzijde liggen. Ook zag ik dat de achterdeur open was gebroken. Voor de achterdeur zit een hek die ook was afgesloten middels een hangslot. Dit hangslot ligt hier nu niet meer. (…) Wat er precies weg is moeten wij nog inventariseren. (…) In de goederenbijlage staan opgenomen kas+geld € 600,- + € 958,56, computer Notebook HP 4525sprobook, fotocamera Canon Eos 450d, zes stuks VVV bonnen totaalwaarde € 90.00, fotocamera Compact, zaagmachine Hilti invalzaag.

Op dinsdag 29 november 2011 is forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met de inbraak waarover verbalisant onder meer het volgende heeft gerelateerd:

“(…)Ik verbalisant heb een sporenonderzoek verricht in verband met een inbraak in een bedrijf. (…) Aangever verklaarde mij dat in de gang bij de achterdeur een zwart kleurig breekijzer had gelegen. Tevens had hij op een bureau een zwart kleurig schroevendraaier zien liggen. Beiden voorwerpen waren niet van het bedrijf. (…) Ik heb beide breekvoorwerpen veiliggesteld en in beslaggenomen voor een vervolg onderzoek naar biologische sporen. (…)

Sporendrager, schroevendraaier, zwart, [nummer].

Handgereedschap (breekijzer), zwart, [nummer]. (…)

Uit het rapport van de Nederlands Forensisch Instituut blijkt onder meer het volgende resultaat uit het onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Balkbrug op 28 november 2011:

“(…)

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

[nummer]: een bemonstering van het handvat van een schroevendraaier (afgesplitst van [nummer])

[nummer]: een bemonstering van een breekijzer (afgesplitst van [nummer]). (…)

Hierbij is een match gevonden met de DNA-profielen in DNA-profielcluster [nummer]. Het DNA-profiel van [verdachte] [nummer] maakt deel uit van dit DNA-profielcluster. Dit betekent dat het celmateriaal in de bemonstering [nummer] afkomstig kan zijn van [verdachte]. De berekende frequentie van het onvolledige DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering [nummer] is kleiner dan één op één miljard.(…)

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 16 januari 2012 bij de politie het volgende verklaard:

“(…)

V: Nu is er ingebroken bij [slachtoffer 4] in de nacht van maandag/dinsdag 28 op 29 november ingebroken. Wat kan je daar over vertellen?

A: Die inbraak heb ik samen met [verdachte] gedaan. (…)”

In de woning van de vriendin van verdachte, [persoon 1], aan de [adres] is een Bosch koffer met gravure “JAC 066” aangetroffen . In de woning van verdachte is onder meer een bosmaaimachine aangetroffen. Deze goederen behoren toe aan [slachtoffer 4].

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak, zoals onder 3 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Op 28 oktober 2011 heeft [slachtoffer 5] mede namens [slachtoffer 6] aangifte van inbraak gedaan waarover hij onder meer het volgende heeft verklaard:

“(…) Tussen donderdag 27 oktober 2011 te 21:00 uur en vrijdag 28 oktober 2011 te 11:30 uur werd op [adres], Ruinerwold binnen de gemeente De Wolden, het feit gepleegd. (…) Vandaag vrijdag 28 oktober 2011 omstreeks 11:30 uur deed ik de voordeur van het pand open. Ik ontdekte gelijk dat er was ingebroken doordat ik zag dat de achterdeur van het pand open stond. De volgende goederen zijn weggenomen:

- Accu booster

- Accu lader 2x

- Laptop (Dell D620)

- Camera (Canon 230HS)

- Geheugenkaart 2GB

- Tussen de 35 en 40 gebruikte en zo goed als nieuwe autoradio’s

- CD wisselaars/ diverse kabels

- DVD scherm en speler / bekabeling

- 4 x navigatie (Navman, Tom Tom, Mio, Garmin)

- 110 delig dopratel set

- Wieldoppen set in doos (Volkswagen Polo)

- Doos met poetsdoeken

- Autokrik

- Momentsleutel

- Diverse auto telefoon laders

- Sleutels van diverse auto’s. (…)”

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 16 januari 2012 bij de politie het volgende verklaard:

“(…)

V: Verder heb je verklaard dat je bij een autobedrijf in Ruinerwold hebt ingebroken. Bleef je erbij dat je daar alleen hebt ingebroken?

A: Nee, ook deze inbraak heb ik samen met [verdachte] gedaan.(…)

We zijn twee keer bij dit bedrijf geweest met de auto van [verdachte], met de [merk]. (…)”

Op 30 december 2011 heeft verbalisant [verbalisant 1] in de auto van verdachte, de [merk], kenteken [KENTEKEN], onder andere een grote autokrik van het merk Kinzo in de kofferbak aangetroffen en op 5 januari 2012 is in het dashboardkastje van genoemd voertuig een navigatiesysteem van het merk MIO aangetroffen. Op 4 januari 2012 heeft verbalisant via de mail enkele voorwerpen die in de kofferbak van de auto van de verdachte waren aangetroffen aan aangever [slachtoffer 5] getoond. [slachtoffer 5] heeft de autokrik herkend als zijnde goed dat bij de inbraak in het bedrijf is weggenomen.

In de woning van verdachte zijn diverse autoradio’s aangetroffen in een doos met een sticker van [slachtoffer 6] Ruinerwold. Getuige [slachtoffer 6] heeft deze goederen als zijn eigendom herkend.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak, zoals onder 4 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

Op 18 december 2011 heeft [slachtoffer 7] aangifte gedaan van inbraak waarover zij onder meer het volgende heeft verklaard:

“(…) Op vrijdag 16 december 2011 omstreeks 11:00 uur heb ik mijn woning verlaten. (…) Op 18 december 2011 omstreeks 13:25 uur kwam ik thuis. (…) Ik zag door de hele kamer en keuken diverse goederen verspreid liggen. Ik zag dat van kastjes deuren en laden open stonden. Alles goederen waren uit de kasten en laden gehaald en op de grond, bank of tafel gegooid. (…) Op de salontafel stond een laptop van mijn zoon [persoon 2]. Deze is weggenomen. (…) Hieruit heeft men een spaarpot (in de vorm van een bus) voor munten gehaald. Deze pot zat vol met twee euro munten. Ik denk dat er ongeveer 500 euro aan 2 euromunten in de spaarpot zat. (…) Uit deze kast is weggenomen een zonnebril van het merk Caszal ter waarden van 350 euro.(…) Uit het sieradendoosje zijn weggenomen een gouden ketting met hanger met daarop drie rode steentjes, een gouden ring met witte parel, een gouden ring met drie witte steentjes, een paar gouden oorbellen met blauwe steentjes, een gouden bedelarmband, een zilveren schakelarmband met grove schakels, een gouden ketting, wit/geelgoud, waarde tweehonderdvijftig euro, een paar gouden ringen ter waarde van zestig euro, een bros met wit gouden rosetjes met diamantjes, waarde vijfendertighonderd euro, een digitale fotocamera, merk Rollei, waarde honderdnegenentwintig euro. (…)”

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 16 januari 2012 bij de politie het volgende verklaard:

“(…)

V: Je hebt al eerder verklaringen afgelegd over een aantal inbraken die je gepleegd zou hebben. Dat is onder meer 1 x bij de [slachtoffer 1], 1 x bij [slachtoffer 9], en in een woning aan het [adres], allen in Steenwijk. Verder bij een bedrijf in Ruinerwold. Wat kun je verder nog vertellen over deze inbraken?

A: Wat wil je weten?

V: Jij zegt dat je deze inbraken alleen hebt gepleegd. Hoe kijk je daar nu tegenaan? Wat wil je daarover zeggen?

A: Ik ben niet alleen geweest. Het is duidelijk geweest wie er bij is geweest. Ik was met [verdachte].

V: Bij de inbraak op het [adres] zijn twee verschillende schoenafdrukken aangetroffen? 1 van jou en hoe kun je die andere schoenafdrukken verklaren?

A: Ja, die zijn van [verdachte]. (…)

Bij de doorzoeking op 28 december 2011 in de auto van verdachte, een [merk], kleur zwart, kenteken [KENTEKEN], is onder de passagiersstoel een plastic tas aangetroffen met daarin verschillende sieraden. Op 4 januari 2012 zijn de aangetroffen sieraden aan aangeefster [slachtoffer 7] getoond en zij heeft de sieraden herkend als zijnde de sieraden die bij haar zijn gestolen.

Verdachten zijn de woning aan het [adres] te Steenwijk via een door hen geforceerd keukenraam ingekomen. Op het aanrechtblad direct achter dit raam is een schoenspoor [nummer] aangetroffen die zeer waarschijnlijk is veroorzaakt met een rechterschoen in beslag genomen bij verdachte.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak, zoals onder 5 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van tot het onder 6 ten laste gelegde

Op 19 december 2011 heeft [slachtoffer 10] aangifte gedaan van inbraak in haar café [slachtoffer 9], gevestigd aan de [adres] te Steenwijk en zij heeft onder meer het volgende verklaard:

“(…) Op zondag 18 december 2011 hebben wij het café om 22:00 uur verlaten en gesloten. (…) Vandaag op maandag 19 december 2011 kwam ik om 13:30 uur weer bij ons café. (…) Toen ik het café binnen kwam zag ik dat er was ingebroken. Ik zag dat er van alles op de grond lag en dat de twee gokkasten die in het café staan waren opengebroken. Ik zag dat het geld wat in de gokkasten zat er niet meer was. Ik zag ook dat de sigaretten automaat opengebroken was. De plastic plaat was kapot en lag ook op de grond. Daarnaast was de voorste rij met sigaretten leeggehaald. Verder zag ik dat de la van de kassa op de grond lag en dat hier het geld uit weg was. (…) In het café zelf zijn verder nog enkele bakjes verplaatst en de fooienpot is ook leeg gehaald.(…) In het café verkopen wij ook sigaren. (…) Daarnaast stond er nog 1 vol nieuw pak en die mis ik ook. (…)

Het geld wast is weggenomen was verdeeld over het volgende:

Gokkast voor papiergeld: ongeveer 4000 euro

Gokkast voor muntgeld: ongeveer 1200 euro

Kassalade: ongeveer 50 euro aan kleingeld

Fooienpot: ongeveer 150 euro (muntgeld en papiergeld)

Geldkistje: 3500 euro (betreft de gehele omzet van het afgelopen weekend) papiergeld 302 euro aan geldrolletjes ( 5 rollen van 2 euro muntstukken / 5 rollen van 1 euro muntstukken en 1 rol van 10 cent stukken) (…)”

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 16 januari 2012 bij de politie het volgende verklaard:

“(…)

V: Je hebt al eerder verklaringen afgelegd over een aantal inbraken die je gepleegd zou hebben. Dat is onder meer 1 x bij de [slachtoffer 1], 1 x bij [slachtoffer 9], en in een woning aan het [adres], allen in Steenwijk. Verder bij een bedrijf in Ruinerwold. Wat kun je verder nog vertellen over deze inbraken?

A: Wat wil je weten?

V: Jij zegt dat je deze inbraken alleen hebt gepleegd. Hoe kijk je daar nu tegenaan? Wat wil je daarover zeggen?

A: Ik ben niet alleen geweest. Het is duidelijk geweest wie er bij is geweest. Ik was met [verdachte].(…)

V: Bij de inbraak bij [slachtoffer 9] zijn ook schoenafdrukken aangetroffen. Met wie heb je die inbraak samen gepleegd?

A: Die heb ik ook samen met [verdachte] gedaan.(…)

Op dinsdag 20 december 2011 heeft verbalisant [verbalisant 2] forensisch onderzoek naar sporen verricht in café [slachtoffer 9]. Hij relateert onder meer het volgende:

“(…) De dader heeft in het pand onder andere de beide gokkasten opengebroken en het aanwezige geld eruit gehaald. (…) Van de gokkast nabij de toiletten was aan de voorzijde een luik/klep verwijderd. Op de binnenzijde van deze klep trof ik een schoenafdruk aan. Ik heb deze afdruk gefotografeerd en daarna met witte folie veiliggesteld. Op vier vellen A4 trof ik eveneens schoenzoolafdrukken aan. De vellen lagen op de grond. (…)

Schoensporen

[nummer], binnenzijde geforceerd luik gokkast.(…)

[nummer], lag op vloer in café op vel A4 papier.(…)

Uit het proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek met proces-verbaalnummer [nummer] blijkt onder meer het volgende:

“(…) Tussen 22 december 2011 en 4 januari 2012 ontving ik [verbalisant 3], brigadier van politie, sporencoördinator, deskundige A schoen- en bandsporen, werkzaam bij de forensische opsporing in Zwolle, van [verbalisant 1], hoofdagent van politie IJsselland, werkzaam bij team Steenwijkerland, 13 paar schoenen, in beslag genomen bij de verdachten [medeverdachte] en [verdachte]. (…) Na selectie in het schoensporenbestand bleek dat overeenkomstige schoensporen werden aangetroffen bij 3 paar schoenen:

(…)

(2) een paar schoenen, merk Nike, door mij gewaarmerkt [nummer], in beslag genomen bij [verdachte];(…) Uit het schoensporenbestand werden geselecteerd:

(…)

[nummer] twee schoensporen, gewaarmerkt [nummer] (7) en [nummer] (8), veiliggesteld bij een inbraak in een café aan de [adres] te Steenwijk.(…)

Conclusies: (…)

- het afgenomen schoenspoor (7) waarschijnlijk is veroorzaakt met de rechterschoen (2) (…)

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak, zoals onder 6 ten laste is gelegd.

De raadsman heeft met betrekking tot het onder 2 primair, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde betoogd dat de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte], afgelegd op 16 januari 2012 niet als bewijs kan dienen, gelet op zijn eerste verklaring afgelegd in december 2011 en hetgeen hij ter terechtzitting van 19 juli 2012 als getuige heeft verklaard. [medeverdachte] zou de inbraken niet samen met ander, althans niet samen met verdachte hebben gepleegd, maar onder druk van de politie de naam van verdachte hebben genoemd. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

[medeverdachte] heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 19 juli 2012 als getuige verklaard dat de verbalisanten hem tijdens het verhoor voorhielden dat hij de inbraken niet alleen gepleegd kon hebben, en dat zij maar bleven ‘doorzeuren en drammen’ dat [medeverdachte] de naam van een medeverdachte moest noemen. Mede omdat hij in de beperkingen zat, heeft [medeverdachte] toen de naam van verdachte genoemd. De rechtbank acht deze getuigenverklaring evenwel niet aannemelijk. Niet gebleken is dat [medeverdachte] op enigerlei wijze door de politie, zoals hij zelf stelt, onder druk is gezet.Het proces-verbaal van verhoor d.d. 16 januari 2012 van [medeverdachte], waarin te lezen valt datde verbalisanten [medeverdachte] confronteren met de gestolen goederen, geeft geen enkel aanknopingspunt voor de veronderstelling dat dergelijke druk op [medeverdachte] zou zijn uitgeoefend. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat [medeverdachte] op 16 januari 2012 weliswaar in voorlopige hechtenis zat, maar dat van beperkingen, verbonden aan die voorlopige hechtenis, toen reeds geen sprake meer was. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. De verklaring van 16 januari 2012 kan voor het bewijs worden gebezigd.

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

- de verklaring van aangever [slachtoffer 4], zijnde directeur van [slachtoffer 4] te Balkbrug d.d. 29 december 2011 en het aangifteformulier d.d. 12 december 2011 ;

- de factuur van het tankstation d.d. 30 november 2011 ;

- de aanvulling op de arbeidsovereenkomst ;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting .

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 7 ten laste is gelegd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

2. primair

hij in de periode van 13 december 2011 tot en met 14 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit jongerencentrum ([slachtoffer 1]) en/of horecabedrijf/dancing gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen een kluis (inhoudende belastingformulieren en gage formulieren en groene munten en paarse polsbandjes), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij in de periode van 28 november 2011 tot en met 29 november 2011 te Balkbrug in de gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit bedrijfspand/kantoor heeft weggenomen geld (in totaal ongeveer 1558,56 Euro) en een computer (Notebook Hp 4525sprobook) en een fotocamera (Canon Eos 450d) en zes VVV-bonnen (totale waarde 90,= Euro) en een fotocamera (Compact) en gereedschap (Zaagmachine, Hilti Invalzaag), toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

4.

hij op 28 oktober 2011 te Ruinerwold in de gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand/kantoor gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen een accubooster en 2 acculaders en een laptop (Dell D620) en een camera (Canon 230HS) en een geheugenkaart (2GB) en één of meerdere (gebruikte) autoradio's en/of cd-wisselaars en diverse kabels en DVD scherm en speler (en bekabeling) en 4 navigatiesystemen (Navman, Tomtom, Mio, Garmin) en 110-delig dop ratelset en wieldoppenset (in doos van een Volkswagen Polo) en doos met poetsdoeken en een autokrik en een momentsleutel en meerdere auto telefoonladers en meerdere autosleutels, toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

5.

hij in de periode van 16 december 2011 tot en met 18 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan het [adres] heeft weggenomen een laptop en spaarpot (inhoudende geld) en een zonnebril (merk Caszal) en sieraden en een digitale fotocamera (merk Rollei) toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

6.

hij in de periode van 18 december 2011 tot en met 19 december 2011 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een café gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen geld en sigaretten, toebehorende aan café [slachtoffer 9], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

7.

hij in de periode van 16 november 2011 tot en met 16 december 2011 in de gemeente Staphorst en/of Steenwijkerland en/of Hardenberg, opzettelijk een tankpas, toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 4], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als werknemer en/of montagemedewerker van bedrijf [slachtoffer 4], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Van het 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezen verklaarde levert op:

2. primair

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht

4.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht

5.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht

6.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

7.

Verduistering, strafbaar gesteld bij artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd:

- een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorlopige hechtenis;

- toewijzing van de vordering benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag groot € 6.851,00, hoofdelijk, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor voornoemd bedrag;

- toewijzing van de vordering benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag groot € 469,00 hoofdelijk, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor voornoemd bedrag;

- niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 5] in zijn vordering;

- toewijzing van de vordering benadeelde partij [slachtoffer 7] van een bedrag groot

€ 270,00 hoofdelijk, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor voornoemd bedrag;

- teruggave van de inbeslaggenomen goederen vermeldt onder de nummers 1 tot en met 3, 5 tot en met 34 en 41 aan verdachte en nummer 4 aan [persoon 3];

- in bewaring houden van de inbeslaggenomen goederen vermeld onder de nummers 35 tot en met 38;

- onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen vermeld onder de nummers 39 en 40.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft hij aangevoerd dat de strafeis te hoog is en dat er een deel voorwaardelijk opgelegd moet worden.

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7].

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] is gelijk aan de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5] en moet om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard. Voorts bepleit de raadsman dat de vordering van [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat het merendeel van de in de aangifte genoemde goederen reeds is teruggegeven aan de benadeelde partij en wellicht deels vergoed is door de verzekeringsmaatschappij.

De raadsman is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk verklaard moet worden nu de nota van de inbraakschade niet nader onderbouwd is met een specificatie en de bedragen lijken te zijn opgehoogd.

De raadsman verzoekt de rechtbank verdachte onmiddellijk in vrijheid te stellen en hij doet een beroep op artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. De rechtbank heeft daarbij de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) als uitgangspunt genomen.

Verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek samen met een ander schuldig gemaakt aan een viertal bedrijfsinbraken en een woninginbraak. Voorts heeft hij zich schuldig gemaakt aan verduistering. Bij deze feiten is verdachte, veelal samen met zijn mededader, op grove wijze te werk gegaan. Er is veel (inbraak)schade veroorzaakt en de bedrijven en woningen zijn doorzocht en overhoop gehaald. Dergelijke inbraken veroorzaken niet alleen veel schade en ongerief, maar ook gevoelens van onveiligheid bij de betrokkenen. Dit blijkt ook uit de onderbouwing bij de vordering van aangeefster [slachtoffer 7], die onder meer heeft verklaard door de inbraak niet meer goed te kunnen slapen in haar eigen woning en daarom wenst te verhuizen.

De rechtbank is in dit geval dan ook van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Uit het uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 12 maart 2012 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

Op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht houdt de rechtbank bij het opleggen van na te melden straf rekening met het gegeven dat verdachte door de meervoudige kamer op 1 november 2011 straf is opgelegd en hetgeen onder 4 bewezenverklaarde voor deze veroordeling is begaan.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met een de verdachte betreffend reclasseringsadviesrapport d.d. 5 april 2012 uitgebracht door L. Reumerman, reclasseringswerker bij het Leger des Heils. De reclassering heeft zich onthouden van advies met betrekking tot de strafmaat, gelet op de omstandigheid dat verdachte ontkennend is.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen personenauto, merk [merk], kleur zwart, kenteken [KENTEKEN], vermeld onder nummer 39 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (welke aan het vonnis is gehecht), moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft met behulp waarvan (een aantal van) de feiten is begaan en het als opslagplaats diende voor gestolen goederen.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde vuurwerk, vermeld onder nummer 40 moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde nummers 1 tot en met 3, 5 tot en met 34 en 41, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) gelasten van de op de beslaglijst vermelde nummers 35 tot en met 38, nu voorshands niet duidelijk is wie als zodanig kan/kunnen worden aangemerkt.

Benadeelde partij

Voor aanvang van de terechtzitting hebben de slachtoffers [slachtoffer 7], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4] door middel van een voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces als benadeelde partij in dit geding gevoegd.

Benadeelde partij [slachtoffer 7]

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] als gevolg van het hiervoor onder 5 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Deze vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en is niet weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 270,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag dat het onder 5 bewezen verklaarde feit is gepleegd tot de dag van algehele voldoening. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

Benadeelde partij [slachtoffer 5]

Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] een onevenredige belasting van het strafgeding op, omdat het de rechtbank niet duidelijk is geworden welke goederen teruggegeven zijn aan de benadeelde partij en of er schade is vergoed door de verzekering. Daarom zal de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij [slachtoffer 5] kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Benadeelde partij [slachtoffer 6]

Gelet op de inhoud van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] en de bijgevoegde stukken ter onderbouwing daarvan, welke identiek zijn aan de vordering en de daarbij gevoegde stukken van de benadeelde partij [slachtoffer 5], gaat de rechtbank er vanuit dat het één gezamenlijke vordering betreft, te meer omdat uit de aangifte blijkt dat [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] gezamenlijk een bedrijf voeren. Nu [slachtoffer 5] aangifte heeft gedaan en in dat verband reeds een vordering tot schadevergoeding heeft ingediend en onvoldoende blijkt dat [slachtoffer 6] daarnaast zelfstandig schade heeft geleden tot aan datzelfde bedrag, zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk worden verklaard, nu nader onderzoek hiernaar een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

Naar het oordeel van de rechtbank levert de behandeling van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] een onevenredige belasting van het strafgeding op, omdat het de rechtbank niet duidelijk is geworden wat de daadwerkelijke kosten van het herstellen van de schade zijn geweest. De nota van Kolk Dakkapellen is niet nader onderbouwd met een specificatie en de opgegeven iPhone is niet in de tenlastelegging opgenomen als gestolen goed. Daarom zal de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij [slachtoffer 4] kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing berust, naast de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Beslag

De rechtbank verklaart verbeurd de personenauto, merk [merk] met kenteken kleur zwart, kenteken [KENTEKEN], vermeldt onder nummer 39 van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen vuurwerk, vermeld onder nummer 40 van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank gelast de bewaring van de inbeslaggenomen voorwerpen, vermeld onder de nummers 35 tot en met 38 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende(n).

De rechtbank gelast de teruggave van de aan hem toebehorende op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde nummers 1 tot en met 3, 5 tot en met 34 en 41 aan verdachte.

Schadevergoeding

Benadeelde partij [slachtoffer 7]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], wonende te Steenwijk, van een bedrag van € 270,00 (zegge: tweehonderd en zeventig euro) vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag dat het onder 5 bewezenverklaarde feit is gepleegd tot de dag van algehele voldoening Verdachte is naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan deze verplichting dan komt de andere daarmee te vervallen.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat een bedrag van

€ 270,00, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Benadeelde partij [slachtoffer 5]

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Benadeelde partij [slachtoffer 6]

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] in haar vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 augustus 2012.

Mrs. L.J.C. Hangx en E. Leentjes zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.