Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX3756

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
31-07-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
07.660065-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte haar 4-jarige zoon opzettelijk heeft onttrokken aan het bevoegde opzicht en hem vervolgens heeft verborgen op de Filipijnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer: 07.660065-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum ]

wonende te [adres].

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting op 17 juli 2012 te Lelystad, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.E. Jalandoni, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 25 december 2011 tot en met 22 februari 2012 te Almere en/of te Amsterdam en/of te Hongkong en/of te Manilla en/of te Pampanga, althans in Nederland en/of in China en/of op de Filipijnen, opzettelijk een minderjarige (die de leeftijd van twaalf jaar niet had bereikt), te weten [slachtoffer 1], heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers is verdachte

- terwijl voornoemde minderjarige op 11 maart 2010 door Rechtbank Zwolle-Lelystad onder toezicht was gesteld van de William Schrikker Stichting, welke ondertoezichtstelling op 08 maart 2011 is verlengd voor de duur van een jaar,

- op of omstreeks 25 december 2011 met voornoemde minderjarige naar de Filipijnen vertrokken en/of

- op of omstreeks 18 januari 2012 teruggekeerd naar Nederland zonder voornoemde minderjarige,

- met de bedoeling om voornoemde minderjarige op te laten groeien bij haar familie op de Filipijnen en/of om daar zelf ook weer naartoe te gaan

- zonder dat zij hiervoor de (vereiste) toestemming had gekregen van de William Schrikker Stichting;

en/of

zij in of omstreeks de periode van 25 december 2011 tot en met 22 februari 2012 te Almere en/of te Amsterdam en/of te Hongkong en/of te Manilla en/of te Pampanga, althans in Nederland en/of in China en/of op de Filipijnen, opzettelijk een minderjarige (die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt) te weten [slachtoffer 1], die onttrokken was aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, heeft verborgen en/of heeft onttrokken aan de nasporing van ambtenaren van de justitie en/of politie, immers is verdachte

- terwijl voornoemde minderjarige op 11 maart 2010 door Rechtbank Zwolle-Lelystad onder toezicht was gesteld van de William Schrikker Stichting, welke ondertoezichtstelling op 08 maart 2011 is verlengd voor de duur van een jaar,

- op of omstreeks 25 december 2011 met voornoemde minderjarige naar de Filipijnen vertrokken en/of

- op of omstreeks 18 januari 2012 teruggekeerd naar Nederland zonder voornoemde minderjarige,

- met de bedoeling om voornoemde minderjarige op te laten groeien bij haar familie op de Filipijnen en/of om daar zelf ook weer naartoe te gaan,

- zonder dat zij hiervoor de (vereiste) toestemming had gekregen van de William Schrikker Stichting;

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een kennelijke schrijffout. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is.

Op grond van de rechtspraak worden de artikelen 279 en 280 van het Wetboek van Strafrecht zodanig uitgelegd dat zowel het ontrekken als onttrokken houden en verbergen van een minderjarige aan het wettig gezag/opzicht strafbaar is. Nederland heeft daardoor ook rechtsmacht als het kind in Nederland aan het gezag of opzicht is onttrokken, en vervolgens buiten Nederland wordt gevoerd en daar aan dit gezag of opzicht onttrokken blijft.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de verdenking rust op een feit dat in Nederland is aangevangen, aan haar ingevolge het bepaalde in artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht rechtsmacht toekomt, ook nu in de tenlastelegging de steden Hong Kong, Manilla en Pampanga zijn genoemd. De rechtbank is derhalve bevoegd.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en er geen redenen zijn voor schorsing.

4 HET BEWIJS

Ten aanzien van het eerste cumulatief/alternatief

De raadsman heeft - vervat in de door hem overlegde pleitnota - betoogd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde wegens het ontbreken van opzet.

De rechtbank overweegt dat vast staat dat bij beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 11 maart 2010 [slachtoffer 1], de minderjarige zoon van verdachte, onder toezicht is gesteld van de gezinsvoogdijinstelling. Deze ondertoezichtstelling is op 08 maart 2011 bij beschikking van de kinderrechter met één jaar verlengd.

Op 21 mei 2010 is door de William Schrikker Jeugdbescherming in het kader van voornoemde ondertoezichtstelling van [slachtoffer 1] aan verdachte mede gedeeld dat het niet was toegestaan om [slachtoffer 1] mee te nemen naar de Filipijnen.

Tijdens het tweede verhoor van verdachte door de politie op 24 februari 2012 heeft zij verklaard dat zij wist dat haar zoon [slachtoffer 1] onder toezicht stond. Vervolgens heeft verdachte ter terechtzitting van 17 juli 2012 verklaard dat zij [slachtoffer 1] op 25 december 2011 zonder toestemming van de William Schrikker Stichting heeft meegenomen naar de Filipijnen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank derhalve van oordeel dat verdachte willens en wetens gehandeld heeft en hetgeen aan verdachte onder het eerste cumulatief/alternatief wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het tweede cumulatief/alternatief

De raadsman heeft ten aanzien van het tweede cumulatief/alternatief bepleit dat verdachte vrijgesproken dient te worden. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte er alles aangedaan heeft om haar kind zo snel mogelijk terug te laten keren naar Nederland. Er is dan ook geen sprake van het verborgen houden van [slachtoffer 1] of het onttrekken aan de nasporing van politie en/of justitie.

De rechtbank overweegt het navolgende. Zoals hiervoor onder het eerste cumulatief/alternatief is besproken heeft verdachte op 25 december 2011 [slachtoffer 1] meegenomen naar de Filipijnen zonder toestemming van de William Schrikker Stichting. Op de Filipijnen heeft verdachte [slachtoffer 1] ondergebracht bij haar familie in Pampanga. Dat verdachte met haar minderjarige zoon op de Filipijnen verbleef werd op 13 januari 2012 via een vriend van verdachte, [betrokkene 1], duidelijk. Zij heeft de William Schrikker Stichting daarover niet geïnformeerd. Uit de vluchtgegevens van Cathay Pacific blijkt dat verdachte vervolgens op 25 januari 2012 in Nederland is teruggekeerd zonder [slachtoffer 1].

De rechtbank is van oordeel dat dit handelen van verdachte (heimelijk) verbergen is zoals in artikel 280 van het Wetboek van Strafrecht bedoeld is.

De rechtbank is eveneens van oordeel dat verdachte [slachtoffer 1] nadat zij hem onttrokken had aan het opzicht van de William Schrikker Stichting en verborgen heeft op de Filippijnen [slachtoffer 1] heeft onttrokken aan de nasporing van politie en justitie. Op 03 januari 2012 is er melding gemaakt van vermissing van [slachtoffer 1] door zijn vader en de hulpverlening. Er is eveneens een melding gedaan bij de Centrale Autoriteit in Den Haag en vervolgens is er onderzoek gedaan naar de verblijfplaats van [slachtoffer 1] en verdachte. Op 22 februari 2012 is aangifte gedaan door de William Schrikker Stichting. Verdachte had zich bij haar vertrek moeten realiseren dat door het onttrekken van [slachtoffer 1] aan het opzicht van de William Schrikker Stichting er door politie en/of justitie nasporing zou worden gedaan naar de verblijfplaats van [slachtoffer 1].

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat hetgeen onder het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

zij in de periode van 25 december 2011 tot en met 22 februari 2012 te Almere en te Amsterdam en te Hongkong en te Manilla en te Pampanga, opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1], heeft onttrokken aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers is verdachte

- terwijl voornoemde minderjarige op 11 maart 2010 door Rechtbank Zwolle-Lelystad onder toezicht was gesteld van de William Schrikker Stichting, welke ondertoezichtstelling op 08 maart 2011 is verlengd voor de duur van een jaar,

- op 25 december 2011 met voornoemde minderjarige naar de Filipijnen vertrokken en

- teruggekeerd naar Nederland zonder voornoemde minderjarige,

- zonder dat zij hiervoor de vereiste toestemming had gekregen van de William Schrikker Stichting;

en

zij in de periode van 25 december 2011 tot en met 22 februari 2012 te Almere en te Amsterdam en te Hongkong en te Manilla en te Pampanga, opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt te weten [slachtoffer 1], die onttrokken was aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, heeft verborgen en heeft onttrokken aan de nasporing van ambtenaren van de justitie en/of politie, immers is verdachte

- terwijl voornoemde minderjarige op 11 maart 2010 door Rechtbank Zwolle-Lelystad onder toezicht was gesteld van de William Schrikker Stichting, welke ondertoezichtstelling op 08 maart 2011 is verlengd voor de duur van een jaar,

- op 25 december 2011 met voornoemde minderjarige naar de Filipijnen vertrokken en

- teruggekeerd naar Nederland zonder voornoemde minderjarige,

- zonder dat zij hiervoor de vereiste toestemming had gekregen van de William Schrikker Stichting.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 STRAFBAARHEID

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte in een moment van angst en wanhoop besloten heeft om samen met [slachtoffer 1] naar de Filipijnen te vertrekken. Deze angst werd ingegeven door bedreigingen richting [slachtoffer 1] geuit door de buurvrouw van verdachte. De rechtbank ziet dit verweer als een beroep op psychische overmacht.

De officier van justitie heeft betoogd de verklaring van verdachte aangaande de bedreigingen geuit door haar buurvrouw ongeloofwaardig te vinden.

De rechtbank overweegt dat de klassieke psychische overmacht een vorm van tijdelijke ontoerekenbaarheid is door externe omstandigheden veroorzaakt. Zeer prangende en acute omstandigheden zijn vereist voordat de psychische overmacht als schulduitsluitingsgrond kan worden aanvaard. Bovendien moet het gaan om een drang waaraan door de verdachte geen weerstand kon worden geboden en waaraan geen weerstand behoefde te worden geboden. Er vindt zodoende een psychologische en een normatieve toets plaats. Met name op grond van vorenstaande concludeert de rechtbank dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende aannemelijk is geworden dat er sprake zou zijn geweest van een toestand waarin verdachte niet redelijkerwijs weerstand had kunnen en behoren te bieden aan de drang om met [slachtoffer 1] naar de Filipijnen te gaan. Verdachte had naar aanleiding van de beweerdelijk door haar buurvrouw geuite bedreigingen naar de politie kunnen gaan. Eveneens had zij overleg kunnen (en dienen) te plegen met de William Schrikker Stichting.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake was van een hevige gemoedsbeweging die een beroep op (psychische) overmacht rechtvaardigt. De rechtbank verwerpt het verweer.

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die

strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

7 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Eerste cumulatief/alternatief:

Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent.

Tweede cumulatief/alternatief:

Het verbergen van een minderjarige die onttrokken is aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent.

en

Het aan de nasporing van de ambtenaren van politie en justitie onttrekken van een minderjarige die onttrokken is aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan 102 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van een op te leggen straf opgemerkt dat verdachte in angst en wanhoop heeft gehandeld. Eveneens dient in overweging te worden genomen dat verdachte haar minderjarige zoon achter gelaten heeft in de goede handen van haar familie. Een straf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest is passend nu verdachte inmiddels inziet dat haar handelen onjuist is geweest en haar zoon nog altijd niet terug is in Nederland.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft haar minderjarige zoon, die onder toezicht was gesteld onttrokken aan het opzicht en vervolgens verborgen en onttrokken aan de nasporing door politie en justitie. Met haar handelwijze heeft verdachte aangetoond geen ontzag te hebben voor de rechterlijke beslissing, waardoor haar zoon onder toezicht was gesteld. Verdachte heeft haar zoon na de onttrekking verborgen gehouden op de Filipijnen en is alleen weer teruggekeerd naar Nederland. Tot op de dag van vandaag is het minderjarige slachtoffer nog niet terug in Nederland. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Slachtoffers van een dergelijk strafbaar feit kunnen geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Dit is in het bijzonder het geval wanneer het feit wordt gepleegd door een persoon op wie een kind dient te kunnen vertrouwen en die het belang van een kind voorop dient te stellen, te weten zijn moeder.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 08 mei 2012, waaruit blijkt dat verdachte first offender is.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het bepaalde in artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht. Het onttrekken aan het opzicht van [slachtoffer 1] en het vervolgens verbergen en onttrekken aan de nasporing dient gezien te worden als een voortgezette handeling.

9 BESLAG

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het paspoort van verdachte (genoemd op de Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen d.d. 19 juni 2012) in bewaring te houden totdat haar minderjarige zoon weer is teruggekeerd in Nederland.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om teruggave van het paspoort opdat verdachte weer kan gaan werken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het aan haar toebehorende paspoort, aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 56, 279 en 280 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder het eerste cumulatief/alternatief en het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 102 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

- heft op het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis;

Beslag

- gelast de teruggave aan de verdachte van haar paspoort

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Iedema, voorzitter, mrs. R.M. van Vuure en B. Fijnheer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 juli 2012.

De voorzitter en mr. Fijnheer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.