Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX3611

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
07.690253-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat nu er geen verwijzing van de politierechter ingevolge artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering ten grondslag ligt aan de behandeling ter terechtzitting er sprake is van een schending van de beginselen van behoorlijke procesorde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer: 07.690253-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum],

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Haarlem te Haarlem.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 10 juli 2012 te Lelystad, waarbij de verdachte niet is verschenen. Ter terechtzitting is verschenen mr. D.G. Nagel, advocaat te Almere.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 juni 2011 in [adres] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: Batavus Staccato), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een tot heden onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging:

De verdediging heeft als preliminair verweer naar voren gebracht dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het schenden van de beginselen van behoorlijke procesorde nu onderhavige zaak eerst is aangebracht bij de politierechter ter terechtzitting van 31 oktober 2011 en vervolgens opnieuw is aangebracht bij de meervoudige strafkamer van deze rechtbank ter terechtzitting van 10 juli 2012, terwijl er geen verwijzing door de politierechter heeft plaatsgevonden .

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, hoewel zij beaamt dat het dossier rommelig in elkaar steekt, het openbaar ministerie wel ontvankelijk is in de strafvervolging van verdachte omdat herstel mogelijk is. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de zaken die niet eerder zijn aangebracht bij de politierechter wel behandeld kunnen worden door de meervoudige strafkamer en zij heeft met betrekking tot deze zaken om aanhouding verzocht.

De rechtbank overweegt als volgt:

Uit het dossier blijkt dat de onderhavige zaak onder GPS nummer 07.188663-11 is aangebracht bij de politierechter in deze rechtbank ter terechtzitting van 31 oktober 2011. Uit het proces-verbaal ter terechtzitting van 31 oktober 2011 volgt dat onderhavige zaak is aangehouden voor onbepaalde tijd waarbij de politierechter heeft bevolen dat verdachte opnieuw dient te worden opgeroepen teneinde onderhavige zaak tezamen met een zestal andere parketnummers te behandelen.

Uit voornoemd proces-verbaal volgt impliciet dat verdachte dient te worden opgeroepen tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat door de politierechter. Het openbaar ministerie heeft echter een nieuwe dagvaarding doen uitgaan naar verdachte om op 10 juli 2012 te verschijnen voor de meervoudige strafkamer van deze rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat, nu er geen verwijzing van de politierechter ingevolge artikel 369 Wetboek van Strafvordering naar de meervoudige strafkamer van deze rechtbank aan de behandeling ter terechtzitting van 10 juli 2012 ten grondslag ligt, er sprake is van een schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.

De rechtbank zal de officier van justitie om die reden dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar vervolging.

4 BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk;

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Fijnheer, voorzitter, mrs. A.C. Schroten en R.M. van Vuure, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Veen-Looy, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2012.

Mr. van Vuure was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.