Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX3022

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
20-07-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
07/696081-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordel dat niet blijkt dat verdachte een dusdanige rol heeft gespeeld bij het gooien van de nitraatbom dat kan worden gezegd dat er sprake was van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en één of meer van zijn medeverdachten. Het enkele feit dat verdachte vóór dat de nitraatbom werd gegooid op de hoogte was van wat stond te gebeuren en niet heeft ingegrepen of zich hiervan heeft gedistantieerd is hiervoor immers niet voldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer: 07.696081-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De zaak is op 26 april 2012 behandeld ter zitting van de kinderrechter, alwaar de zaak is verwezen naar de meervoudige strafkamer.

Het onderzoek ter terechtzitting door de meervoudige strafkamer heeft plaatsgevonden achter gesloten deuren op 6 juli 2012 te Lelystad, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.G. Blok, advocaat te Dronten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.C.M. Poland en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 07 november 2011 in [adres], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een nitraatbom, althans een dergelijk ontplofbaar voorwerp, tot explosie te brengen door een aan die nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, verbonden lont te ontsteken middels een aansteker, en vervolgens die nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, in het pand waarin [snackbar] was gevestigd, te gooien, althans in de richting van de deuropening van de [snackbar] te gooien, waardoor die ontstoken nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, binnen in de [snackbar] terechtkwam, (waarna [slachtoffer 2] die nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, wilde oppakken/weghalen, doch de nitraatbom voor het lichaam van die [slachtoffer 2] ontplofte) terwijl daarvan gemeen gevaar voor het zich in voormeld pand bevindende goederen en/of het pand zelf, gelegen aan de [adres] en/of belendende panden en/of woningen en/of voertuigen en/of aanwezige flora en/of in de directe nabijheid aanwezige dieren, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 2], in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was,

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 07 november 2011 in [adres] tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (volledige amputatie top duim en/of barstverwonding en fractuur top middelvinger), heeft toegebracht, door opzettelijk een aangestoken/ontstoken (lont van een) nitraatbom, althans van een dergelijk ontplofbaar voorwerp, in het pand waar die [slachtoffer 2] zich bevond, te gooien, waarna die [slachtoffer 2] die nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, wilde oppakken/weghalen, doch die nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, in een/de hand(en), in ieder geval voor het lichaam, van die [slachtoffer 2] ontplofte, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 07 november 2011 in [adres] met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte te [snackbar] en/of op of aan de openbare weg, te weten [adres], in elk geval op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het

- openmaken van de deur van de [snackbar] en/of

- leggen/schoppen van een blok(je), althans een dergelijk voorwerp, onder/tussen de deur van de [snackbar] (zodat die deur open bleef staan en/of

- aansteken/ontsteken van een lont, middels een aansteker, van een nitraatbom, althans een dergelijk ontplofbaar voorwerp, en/of

- onverhoeds gooien van die aangestoken/ontstoken nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, in de richting van de deuropening va[snackbar] (waardoor die aangestoken/ontstoken nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, binnen i[snackbar] terechtkwam) en/of

- laten ontploffen van die aangestoken nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, voor het lichaam van die [slachtoffer 2] (toen deze [slachtoffer 2] de aangestoken/ontstoken nitraatbom, althans dat dergelijke ontplofbare voorwerp, wilde oppakken/weghalen (waardoor die [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel opliep).

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

Op 7 november 2011 is [slachtoffer 2] aan het werk in haar [slachtoffer 1] gevestigd aan de [adres]. Zij ziet op een gegeven moment een voorwerp roken op de mat bij de voordeur van haar snackbar. Ze ziet dat het vuurwerk is en wil het oppakken om naar buiten toe te gooien. Nog voordat ze het vuurwerk echter vast kan pakken, ontploft het vuurwerk vlakbij haar hand.

Aangeefster is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht en als gevolg van de ontploffing heeft ze een gedeelte van haar duim verloren en is haar middelvinger gebroken.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij is van oordeel dat tussen verdachte en zijn zes medeverdachten, te weten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6], sprake is geweest van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

In de snackbar is volgens de officier van justitie al over het gooien van de nitraatbom gesproken. Het is [medeverdachte 2] die de nitraatbom bij zich heeft en aan [medeverdachte 1] geeft. [medeverdachte 1] gooit de nitraatbom vervolgens in de richting van de snackbar. [medeverdachte 3] is op de hoogte van de plannen en vraagt aan verdachte om de deur open te laten, zodat het geluid van de knal harder klinkt. Verdachte laat op verzoek van [medeverdachte 3] de deur open staan. [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] wisten wat er stond te gebeuren, maar slaan geen alarm en grijpen niet in.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit, nu tussen verdachte en de rest, in het bijzonder [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking.

Van enig opzet aan de zijde van verdachte was geen sprake. Hij wist niet van het idee om een nitraatbom te gooien op het moment dat hij de deur van de snackbar open liet staan.

Pas op het moment dat verdachte met [medeverdachte 4] naar zijn fiets liep hoorde hij van het plan om een nitraatbom te gooien. Toen was het echter al te laat. Daarbij komt dat het louter niet ingrijpen onvoldoende is om deelneming aan te nemen.

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 7 november 2011 aan het werk was in haar [snackbar] gevestigd aan de [adres]. Omstreeks 19.30 uur kwam er een groepje jongelui binnen dat al een tijdje voor overlast zorgde. Aangeefster heeft verklaard dat de jongeren weer druk waren en rare gebaren in haar richting maakten. Aangeefster heeft verklaard dat de groep zich de hele tijd splitste en er dan telkens personen naar buiten liepen.

Omstreeks 21.00 uur zag ze dat alle personen de snackbar uitliepen. Ze wilde toen de toegangsdeur dicht doen vanwege de kou, maar ook omdat ze wilde dat de jongeren buiten zouden blijven staan. Ze liep naar de toegangsdeur en zag toen rook en vuur op de mat bij de deur. Ze zag vervolgens dat er een voorwerp op de mat lag dat leek op vuurwerk. Ze wilde het van de mat pakken en bij de deur weghalen, maar toen ze het voorwerp bijna kon pakken hoorde ze een enorme knal en ontstond er veel rookontwikkeling. Ze voelde een enorme pijn aan haar rechterhand en zag dat haar hand hevig bloedde. Nadat door een buurman 112 is gebeld, is aangeefster door de ambulance meegenomen naar het ziekenhuis. Ze mist als gevolg van de ontploffing een gedeelte van haar duim. Ook is haar middelvinger gebroken en vastgezet met twee schroeven en platen.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 7 november 2011 met de 6 medeverdachten, waaronder verdachte, in de snackbar was en dat aangeefster foto’s van hen begon te maken. Hij heeft verklaard dat [medeverdachte 2] en hij aangeefster bang wilden maken. [medeverdachte 2] had een nitraatbom bij zich en hij en [medeverdachte 2] hebben overlegd wie de nitraatbom zou afsteken. Op een gegeven moment riep [medeverdachte 2]: “Doe het nu want ze is naar de wc”.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de nitraatbom voor de voordeur van de snackbar heeft gegooid en dat buiten de snackbar over het gooien van de nitraatbom is gesproken in de groep.

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de nitraatbom aan [medeverdachte 1] heeft gegeven en dat hij wist dat [medeverdachte 1] deze voor de ingang van de snackbar wilde gooien. [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat iemand tegen verdachte heeft gezegd dat hij de deur open moest zetten. Dit is gedaan om het geluid harder te laten klinken.

Verdachte heeft verklaard dat toen hij naar buiten ging door [medeverdachte 3] tegen hem werd gezegd dat hij de deur open moest doen. Hij heeft toen de deur open gedaan en het blokje onder de deur gedaan. Toen hij met [medeverdachte 4] naar zijn fiets liep, hoorde hij [medeverdachte 1] zeggen dat ze aangeefster zouden laten gaan schrikken. [medeverdachte 4] zei toen tegen hem dat ze een nitraatbom gingen gooien.

[medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard dat hij in de snackbar iemand hoorde roepen; “Zullen we een nitraat voor de snackbar gooien”. [medeverdachte 4] heeft ook verklaard dat toen hij de snackbar is uitgelopen hij naar zijn fiets is gelopen.

[medeverdachte 5] heeft eveneens verklaard over het feit dat er door aangeefster foto’s werden gemaakt. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat op een gegeven moment iedereen naar buiten kwam en dat hij [medeverdachte 3] hoorde zeggen: “Laten we een bommetje naar de ingang van de snackbar gooien, die vrouw zit nu op de toilet”. [medeverdachte 3] zei toen tegen verdachte dat hij de deur van de snackbar open moest laten. Hij zag dat verdachte dit deed. Hij zag dat [medeverdachte 2] het bommetje aan [medeverdachte 1] gaf en dat [medeverdachte 1] vervolgens het bommetje aanstak en naar de snackbar gooide. Hij zag vervolgens dat de vrouw richting de nitraatbom liep en deze oppakte.

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat er pas buiten over het gooien van nitraatbom is gesproken, dat [medeverdachte 2] de nitraatbom bij zich had en dat [medeverdachte 1] hem heeft gegooid. Het plan was om de vrouw bang te maken.

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat ze na het gedoe met het maken van foto’s naar buiten gingen. Buiten gaf [medeverdachte 2] de nitraatbom aan [medeverdachte 1]. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat ze het er wel over hebben gehad, maar dat er niet echt een plan was. Hij heeft tegen verdachte gezegd dat de deur open moest. Verdachte ging als laatste naar buiten en wilde de deur achter zich doen en haalde de deur van het schuifje. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij toen tegen verdachte heeft gezegd dat hij het schuifje er weer op moest doen. Hij heeft dit gezegd omdat ze de nitraatbom voor de deur wilden gooien en met de deur open klinkt het harder.

De rechtbank is van oordeel dat uit bovengenoemde verklaringen, alsmede uit de andere zich in het dossier bevindende stukken, niet kan volgen dat verdachte de deur van de snackbar heeft open gezet met het doel het geluid van de nitraatbom harder te laten klinken. Uit geen van de verklaringen volgt immers dat [medeverdachte 3] tegen verdachte heeft gezegd dat de deur open moest blijven, omdat een nitraatbom zou worden gegooid. Ook overigens blijkt niet dat verdachte op het moment dat hij de snackbar uitliep reeds op de hoogte was van het feit dat een nitraatbom zou worden gegooid naar de snackbar.

Ook blijkt niet dat verdachte een dusdanige rol heeft gespeeld bij het gooien van de nitraatbom dat kan worden gezegd dat sprake was van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en één of meer van zijn medeverdachten.

Het enkele feit dat verdachte vóórdat de nitraatbom werd gegooid op de hoogte was van wat stond te gebeuren en niet heeft ingegrepen of zich hiervan heeft gedistantieerd is hiervoor immers niet voldoende.

Gelet op het bovenstaande kan evenmin worden gezegd dat verdachte tezamen en in vereniging van anderen geweld heeft gepleegd, zoals meer subsidiair ten laste is gelegd.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen hem primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste is gelegd.

5 DE BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 2] dient in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu de verdachte van het hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

6 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Benadeelde partij

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. G. Blomsma en L.G. Wijma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juli 2012.