Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX2479

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
03-09-2012
Zaaknummer
161301 / HA ZA 09-1186
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen buren en de ter zake tussen hen opgestelde vaststellingsovereenkomst.

Na taxatie van door de rechtbank benoemde deskundige van de schade als gevolg van het te hoge huis wordt de totale schade vastgesteld op € 48.000,-; de veranda van de berging moet afgebroken op straffe van dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 161301 / HA ZA 09-1186

Vonnis van 7 september 2011

in de zaak van

1. [A],

wonende te [woonplaats],

2. [B],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. F.W. Henstra,

tegen

[C],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. E.D. van Tellingen.

Partijen zullen hierna [A] en [C] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 juni 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 12 juli 2011

- de gelijktijdig door beide partijen genomen akte benoeming deskundigen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Ter comparitie is geen minnelijke overeenstemming bereikt ten aanzien van de door [A] gevorderde schadevergoeding van EUR 35.000,00 wegens het niet nakomen van de onderwerpelijke toezegging van [C] om dezelfde woning te bouwen. Voor de goede orde wijst de rechtbank er dienaangaande op dat zij in rechtsoverweging 4.6 van het tussenvonnis van 15 september 2010 heeft overwogen voorbij te gaan aan de rapportage d.d. 25 maart 2009 van de heer [D] die als productie 22A bij dagvaarding in het geding is gebracht.

2.2. Wat betreft de gevolgen van de omstandigheid dat de schuur in strijd is geoordeeld met de tussen partijen gemaakte afspraken (zie rechtsoverweging 4.12 van gemeld tussenvonnis van 15 september 2010), is evenmin een akkoord bereikt. [A] heeft zijn standpunt gehandhaafd dat er primair amotie moet plaats vinden. De rechtbank zal haar oordeel daaromtrent opschorten tot na het in te winnen deskundigenbericht.

2.3. Overeenkomstig de ter comparitie gemaakte afspraken hebben partijen ieder aangegeven welke deskundige dient te worden benoemd, te weten:

- door [A]: de heer J.E. Walch, Voorma en Walch makelaarsgroep, Brink 34, 1251 KW Laren;

- door [C]: de heer J. van Bijleveld, Floberg makelaardij, Naarderstraat 12, 1271 CE [woonplaats].

2.3.1. De rechtbank zal partijen hierin volgen en genoemde personen benoemen; deze twee deskundigen zullen vervolgens een derde deskundige aanwijzen, die vervolgens gezamenlijk bedoeld deskundigenbericht dienen uit te brengen.

2.3.2. De rechtbank zal op verlangen van de meest gerede partij tot benoeming van deze derde deskundige overgaan, voor het geval over de persoon van deze derde deskundige tussen genoemde twee deskundigen geen overeenstemming kan worden bereikt.

2.4. Partijen verschillen van mening over de vraagstelling aan de deskundigen, zodat de rechtbank deze zal vaststellen. Met inachtneming van de door beide partijen gesuggereerde vragen, komt de rechtbank tot het navolgende:

A. In welke mate is de waarde van de onroerende zaak van [A], gelegen aan de [adres] te [woonplaats] verminderd ten gevolge van de verschillen tussen de door [C] gebouwde woning aan de [adres] en zijn voormalige woning aan de [adres], welke vermindering zich niet zou hebben voorgedaan indien [C] vrijwel dezelfde woning had gebouwd als bedoelde voormalige woning?

B. In welke mate is de waarde van gemelde onroerende zaak van [A] verminderd ten gevolge van het feit dat de schuur van [C] breder is dan 3.00 meter, en wel:

- voor de situatie dat de schuur, inclusief de veranda, zou blijven staan; en

- voor de situatie dat de veranda verwijderd zou worden?

C. Welke kosten zijn gemoeid met de eventuele verwijdering van de veranda?

D. Geeft het onderzoek voorts nog aanleiding tot het maken van eventuele opmerkingen

die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?

2.5. De rechtbank acht termen aanwezig om af te wijken van het uitgangspunt van artikel 195 Rv dat het voorschot op de kosten van het deskundigenbericht ten laste komt van de eisende partij, nu zij [A] vooralsnog goeddeels in zijn standpunten dienaangaande heeft gevolgd. Zij zal bepalen dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten dragen. In het te wijzen eindvonnis zal de rechtbank - gelet de uiteindelijke uitkomst van de onderhavige procedure - bepalen ten laste van wie de onderhavige kosten van het deskundigenbericht dienen te worden gebracht.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. beveelt een onderzoek door deskundigen ter beantwoording van de in rechtsoverweging 2.4 geformuleerde vragen;

3.2. benoemt tot deskundigen de heren J.E. Walch en J. Van Bijleveld, voornoemd, die vervolgens een derde deskundige zullen aanwijzen; deze drie deskundigen zullen gezamenlijk één deskundigenrapport uitbrengen;

3.3. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundigen vast op in totaal

EUR 3.000,00 ;

3.4. bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot uiterlijk op 21 september 2011 dienen over te maken op rekeningnummer 5699.90.734 ten name van MvJ Arrondissement Zwolle-Lelystad onder vermelding van het zaak- en rolnummer en de woorden "voorschot deskundigen";

3.5. draagt de griffier op om de deskundigen in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;

3.6. bepaalt dat de deskundigen het onderzoek zelfstandig zullen instellen op de door hen in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

3.7. draagt de deskundigen op om uiterlijk op woensdag 19 oktober 2011 een schriftelijk en ondertekend deskundigenbericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

3.8. wijst de deskundigen er op dat:

- zij hun taak onpartijdig en naar beste weten dienen te verrichten,

- zij partijen via hun advocaten in de gelegenheid dienen te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen,

- uit hun rapport moet blijken op welke stukken hun oordeel is gebaseerd,

- zij een concept van hun rapport aan partijen moeten toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen twee weken daarover opmerkingen te maken, en dat de deskundigen in het definitieve rapport de eventueel door partijen gemaakte opmerkingen en hun reactie daarop moeten vermelden,

- de griffie hen een leidraad zal toesturen met informatie over de totstandkoming van deskundigenrapporten;

3.9. verwijst de zaak naar de rol van woensdag 16 november 2011 voor conclusie na deskundigenbericht door beide partijen;

3.10. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2011.