Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX2465

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
28-06-2012
Datum publicatie
03-09-2012
Zaaknummer
198263 - KZ ZA 12-93
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

(Beweerdelijk) ondeugdelijke tractor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 198263 / KZ ZA 12-93

Vonnis in kort geding van 28 juni 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats] (Duitsland),

eiser,

advocaat mr. M.M.M. Erbel te Venlo,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND TRADING B.V.,

gevestigd te Steenwijk,

gedaagde,

gemachtigde mr. R.H. van Rappard, werkzaam bij ARAG - Legal Services te Leusden.

Partijen zullen hierna [eiser] en Holland Trading genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 10

- de producties 1 tot en met 4 van Holland Trading

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van Holland Trading.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] exploiteert een grondverzetbedrijf in Duitsland.

2.2. Holland Trading handelt in - onder meer - trucks en (zware) machines.

2.3. Via het internet heeft Holland Trading een trekker van het merk MAN, type TGA 26.460 FPLS (verder: de trekker), voor een bedrag van EUR 18.500,00 aangeboden. In de advertentie is - voor zover thans van belang - het volgende opgenomen:

MAN TGA 26.460 FPLS

EUR 18.5000

Sattelzugmachine (SZM), Schwerlast

Gebrauchtfahrzeug

Preis:

EUR 18.500

Kilometerstand: 560.000

(...)

Fahrzeugbeschreibung:

Sehr schones Sattelzug 6X2 MAN chass.WMAH23ZZZZ2M342545

Motor Achsen und Automatic zint 100% der Reifen 70-80% algemeine Zustand so gut wie neu, der Sattelzug ist voll fahrberreit und direct einsatsberreid, herkomst Holland.

(...)

2.4. In januari 2012 heeft [eiser] de trekker tweemaal bij Holland Trading bezichtigd en heeft hij eenmaal een proefrit met de trekker gemaakt.

2.5. Partijen hebben daarna overeenstemming bereikt over de koopprijs en [eiser] heeft een aanbetaling van EUR 500,00 gedaan. Op 17 februari 2012 heeft [eiser] het restant van de koopprijs betaald en heeft Holland Trading de trekker aan [eiser] geleverd.

2.6. Op de door Holland Trading aan [eiser] overhandigde factuur staat vermeld dat leveringen en dienstverleningen geschieden onder de Algemene Voorwaarden van Holland Trading B.V. gedeponeerd bij de KvK te Zwolle. In artikel 11 lid 1 van deze voorwaarden is het volgende bepaald:

Koper is verplicht direct na levering de goederen te inspecteren op gebreken en bij aanwezigheid daarvan, Gebruiker daarover binnen 48 uur schriftelijke (brief/fax) te informeren. Na 48 uur worden gemelde gebreken beschouwd als zijn te ontstaan na ontvangst van de goederen door Koper en accepteert Gebruiker geen enkele aansprakelijkheid.

2.7. Op 28 maart 2012 is namens [eiser] een brief aan Holland Trading gezonden. In deze brief is - voor zover thans van belang - het volgende opgenomen:

(...)

Vrijwel direct nadat mijn cliënt de vrachtwagen bij u heeft gekocht, heeft opgehaald en naar Duitsland is gereden, heeft hij geconstateerd dat er sprake was van ernstig waterverlies. Omdat cliënt een en ander niet vertrouwde heeft hij de trekker laten nakijken bij een erkend M.A.N. garagebedrijf.

Bijgaand treft u aan de offerte die dit garagebedrijf aan mijn cliënt heeft doen toekomen en waaruit blijkt, na grondige inspectie, dat de vrachtauto op zeer veel punten ernstige gebreken en mankementen vertoont die dienen te worden gerepareerd.

Het totaalbedrag voor de reparatie wordt geschat op EUR 11.241,37 (zie bijlage).

Blijkbaar heeft u mijn cliënt een vrachtauto verkocht die technisch/motorisch in slechte staat blijkt te zijn en waaraan diverse grote reparaties moeten worden uitgevoerd om de vrachtauto weer gebruiksklaar te maken.

Gezien het bovenstaande is mijn cliënt dan ook gerechtigd om over te gaan tot ontbinding van de koopovereenkomst op basis van wanprestatie uwerzijds.

Namens cliënt laat ik u dan ook middels deze uitdrukkelijk weten dat hij van deze mogelijkheid gebruik maakt en dat hiermee de destijds gesloten koopovereenkomst buitengerechtelijk wordt ontbonden.

Het gevolg hiervan is dat u gehouden bent om aan mijn cliënt terug te betalen de koopsom van de vrachtwagen ad EUR 15.500,00, welk bedrag thans eveneens dient te worden verhoogd met de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van EUR 952,00. Cliënt maakt derhalve aanspraak op betaling uwerzijds van een totaalbedrag van EUR 16.425,00.

Middels deze verzoek ik u - welk verzoek u dient op te vatten als een sommatie in de zin van de Wet - om binnen zeven dagen na dagtekening van deze brief op mijn derdengeldrekening bij de ING Bank met nummer 66.38.35.976 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Lina Advocaten Beheer B.V. onder vermelding van dossiernummer [nummer], het bovenstaande bedrag te betalen. Na ontvangst van dit bedrag staat het u uiteraard vrij om de vrachtauto, na daartoe gemaakte afspraak, bij cliënt op te halen. Daarmee is, wat cliënt betreft, deze zaak dan afgehandeld.

Voldoet u evenwel niet aan deze sommatie en weigert u aan mijn cliënt terug te betalen, dan stel ik u namens cliënt reeds thans in gebreke en houd ik u namens cliënt uitdrukkelijk aansprakelijk voor de vervolgschade die mijn cliënt door uw toedoen heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden. In dat geval heb ik tevens opdracht om een gerechtelijke procedure tegen u op te starten.

(...)

2.8. Holland Trading heeft bij brief van 29 maart 2012 gereageerd op de brief van [eiser].

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat Holland Trading bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem te voldoen:

1. een bedrag van EUR 18.150,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf 4 april 2012, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, na betaling waarvan gedaagde de trekker bij [eiser] kan ophalen;

2. een bedrag van EUR 10.250,25 bij wijze van voorschot op de door [eiser] geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW te rekenen vanaf 4 april 2012, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

3. een bedrag van EUR 1.158,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a van de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

4. de kosten van dit geding.

3.2. Holland Trading voert gemotiveerd verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Met partijen gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat het Nederlandse recht in dezen van toepassing is.

4.2. Ten aanzien van een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is volgens vaste jurisprudentie terughoudendheid op haar plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.3. Anders dan Holland Trading heeft betoogd is de voorzieningenrechter van oordeel dat een spoedeisend belang op zich kan worden aangenomen. Dit spoedeisend belang is gelegen in het niet weersproken gegeven dat [eiser] ter vervanging van onderhavige trekker een andere trekker voor zijn bedrijfsvoering wil aanschaffen en hij daarvoor financiële middelen nodig heeft. Doordat het bedrijf van [eiser] in zwaar weer verkeert, kan hij de trekker niet uit eigen middelen aanschaffen.

4.4. Gezien de financiële problemen van [eiser] is evenzeer aannemelijk dat er een aanzienlijke kans bestaat dat [eiser] de eventueel aan hem gerestitueerde bedragen niet aan Holland Trading zal kunnen terugbetalen, mocht hij daartoe gehouden blijken. [eiser] heeft ter zitting ook erkend dat sprake is van een restitutierisico.

4.5. Met betrekking tot de door [eiser] gepretendeerde vorderingen wordt overwogen dat de toewijsbaarheid daarvan wegens het door Holland Trading toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de overeenkomst in deze procedure onvoldoende aannemelijk is geworden. Hiertoe is van belang dat door [eiser] niet aannemelijk is gemaakt dat de gebreken aan de trekker zodanig zijn dat de trekker niet aan de overeenkomst voldoet. In de advertentie is de trekker weliswaar aangeprezen als "zo goed als nieuw", maar daarbij zijn tevens de leeftijd en de kilometerstand van de trekker vermeld, zodat [eiser] op de hoogte was van het feit dat de trekker langdurig is gebruikt. Daarnaast kan uit de door de MAN-garage gegeven raming van de reparatiekosten ten bedrage van EUR 11.241,37 op zich niet worden afgeleid dat de trekker in een (veel) mindere staat verkeert dan [eiser] zou mogen verwachten van een trekker van 10 jaar oud en met een aanzienlijke kilometerstand. Uit deze kostenraming blijkt evenmin dat alle daarin genoemde reparaties daadwerkelijk noodzakelijk zijn om de trekker gebruiksklaar te maken.

Dat de trekker, zoals [eiser] ter zitting naar voren heeft gebracht, niet door de TÜV-keuring is gekomen, maakt het vorenstaande niet anders, nu [eiser] deze stelling niet heeft onderbouwd en hij ook niet duidelijk heeft gemaakt op grond waarvan de trekker zou zijn afgekeurd.

4.6. Holland Trading heeft daarnaast betoogd dat [eiser] de gebreken niet tijdig aan haar heeft gemeld en dat de vorderingen van [eiser] ook op die grond dienen te worden afgewezen. Holland Trading heeft in dit verband aangevoerd dat haar algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn en dat [eiser] ingevolge

artikel 11 lid 1 van deze voorwaarden de gestelde gebreken binnen 48 uur na constatering aan haar had moeten melden, hetgeen hij niet heeft gedaan. [eiser] betwist dat de algemene voorwaarden van Holland Trading op de overeenkomst van toepassing zijn en betoogt dat de toepasselijkheid van deze voorwaarden tijdens de onderhandelingen niet aan de orde is geweest en dat deze dus ook niet door haar is aanvaard. Een verwijzing naar de algemene voorwaarden op de factuur is volgens [eiser] tardief.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, nu de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden door [eiser] is betwist en er daarnaast geen stukken zijn overgelegd waaruit naar voren komt dat deze voorwaarden deel uit maken van de tussen partijen gesloten overeenkomst, voorshands niet aannemelijk is dat de algemene voorwaarden van Holland Trading op de overeenkomst van toepassing zijn. Weliswaar heeft Holland Trading op haar factuur verwezen naar haar algemene voorwaarden, maar deze factuur is pas opgesteld nadat de overeenkomst tot stand was gekomen, zodat enkel op grond van deze verwijzing niet kan worden aangenomen dat deze van toepassing zijn op de onderhavige overeenkomst.

Voor zover de algemene voorwaarden wel op de overeenkomst van toepassing zouden zijn, heeft [eiser] nog aangevoerd dat deze voorwaarden door Holland Trading niet aan hem zijn ter hand gesteld. De voorzieningenrechter stelt vast dat [eiser] geen rechtsgevolg heeft verbonden aan de door haar gestelde, en door Holland Trading betwiste, schending van de informatieplicht. De vraag die vervolgens rijst, is in hoeverre [eiser] zich heeft beroepen op de onaanvaardbaarheid dan wel vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden. Deze vraag behoeft echter, gezien het voorgaande, in dit geding geen verdere bespreking.

4.7. De voorzieningenrechter is, anders dan door Holland Trading is betoogd, voorshands van oordeel dat aannemelijk is dat [eiser] binnen een bekwame tijd, zoals bedoeld in artikel 6:89 BW, bij Holland Trading heeft geprotesteerd. In dit verband is van belang dat niet in geschil is dat [eiser] de gestelde gebreken aan de trekker vrijwel direct na levering op 17 februari 2012 heeft geconstateerd en dat hij deze bij brief van 28 maart 2012 aan Holland Trading heeft gemeld. [eiser] heeft derhalve binnen zes weken na constatering de gebreken bij Holland Trading geklaagd, hetgeen de voorzieningenrechter - gelet op de omstandigheden van het geval, zoals de aard van het gekochte, de onderlinge verhouding van de contractanten en hun deskundigheid - tijdig voorkomt, althans zodanig tijdig dat verlies van alle rechten aan de zijde van [eiser] niet is geïndiceerd. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat de door de wetgever genoemde klachttermijn van twee maanden voor consumenten niet voor [eiser] geldt, nu [eiser] de trekker heeft aangeschaft ten behoeve van zijn bedrijf waardoor er geen sprake is van een consumentenkoop.

4.8. Voorts wordt overwogen dat ingevolge artikel 6:265 lid 2 BW de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat wanneer de schuldenaar in verzuim is. Dit verzuim treedt op grond van artikel 6:82 lid 1 BW in beginsel eerst in, nadat de schuldenaar in gebreke is gesteld bij een schriftelijke aanmaning, waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld en de nakoming binnen deze termijn is uitgebleven.

[eiser] heeft bij brief van 28 maart 2012 de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst ingeroepen. Ter zitting heeft [eiser] desgevraagd betoogd dat deze brief tevens dient te worden beschouwd als ingebrekestelling. Voorshands is echter niet aannemelijk dat deze brief als zodanig kan worden beschouwd, omdat in deze brief aan Holland Trading geen redelijke termijn voor nakoming is gegeven. Gelet hierop gaat de voorzieningenrechter er naar voorlopig oordeel van uit dat [eiser] geen ingebrekestelling aan Holland Trading heeft gestuurd, waardoor geen sprake is van verzuim aan de zijde van Holland Trading en [eiser] niet gerechtigd was om de overeenkomst te ontbinden. Hieruit volgt dat voorshands niet kan worden geoordeeld dat de overeenkomst door [eiser] rechtsgeldig is ontbonden en dat op Holland Trading uit dien hoofde de verplichting rust om de koopprijs van de trekker aan [eiser] terug te betalen, zoals thans gevorderd.

4.9. [eiser] heeft tevens een voorschot op de door Holland Trading te betalen schadevergoeding gevorderd. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen geldt dat de tekortkomingen van Holland Trading niet voldoende aannemelijk zijn geworden en dat evenmin aannemelijk is dat de overeenkomst door [eiser] rechtsgeldig is ontbonden. Gelet hierop valt thans hoe dan ook niet in te zien dat Holland Trading schadeplichtig is ten opzichte van [eiser]. Bovendien is het schadebedrag door Holland Trading betwist en is een en ander op geen enkele wijze onderbouwd door [eiser].

4.10. Al met al komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat, nu de deugdelijkheid van de vorderingen niet voldoende aannemelijk is gemaakt en er daarnaast sprake is van een aanzienlijk restitutierisico, de vorderingen van [eiser] dienen te worden afgewezen.

4.11. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Holland Trading worden begroot op:

- griffierecht EUR 1.789,00

- salaris rechtshelper 1.158,00 (2 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.947,00

4.12. De door Holland Trading gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Holland Trading tot op heden begroot op EUR 2.947,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag, berekend vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2012.