Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX1606

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-06-2012
Datum publicatie
16-07-2012
Zaaknummer
Awb 12/435
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Enkel overleggen van een kopie van een fax van 25 augustus 2011 onvoldoende om tot het oordel te leiden dat bezwaarschrift daadwerkelijk op 25 augustus 2011 is ingediend; geen verschoonbare termijnoverschrijding; bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 12/435

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eisers]

allen wonende te Bergentheim,

gemachtigde: ing. M.H. Middelkamp,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg,

verweerder,

en

[belanghebbende],

wonende te Bergentheim, belanghebbende, hierna aangeduid als vergunninghouder,

gemachtigde: mr. M.J. Smaling.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2011 heeft verweerder een reguliere bouwvergunning verleend aan vergunninghouder.

Het daartegen door eisers gemaakte bezwaar is bij het besluit van 18 januari 2012

niet-ontvankelijk verklaard door verweerder. Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is ter zitting van 8 mei 2012 behandeld. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J. Stellingwerff. Vergunninghouder is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.Voor zover het beroepschrift is ingediend door […] zal de rechtbank, gelet op de constatering ter zitting dat namens […] tegen het bestreden besluit tevens een beroepschrift is ingediend in de zaak die bekend staat onder registratienummer Awb 12/433, het beroepschrift niet-ontvankelijk verklaren. Immers, nu ten aanzien van […] reeds een beroepschrift ter beoordeling aan de rechtbank voorligt, ontbreekt het hem aan procesbelang in de nu voorliggende zaak.

2.Partijen zijn verdeeld over de vraag of verweerder terecht heeft geoordeeld dat eisers te laat bezwaar hebben ingediend, ten gevolge waarvan het bezwaar van eisers

niet-ontvankelijk is verklaard door verweerder.

3.Niet in geschil is dat het onder procesverloop vermelde besluit van 15 juli 2011 op die dag aan zowel vergunninghouder als aan eisers is verzonden. Eveneens staat vast dat eisers op 29 september 2011 per fax gronden van bezwaar aan verweerder hebben toegestuurd.

4.Eisers stellen dat zij op 25 augustus 2011 per faxbericht pro-forma bezwaar hebben ingediend bij verweerder. Ter onderbouwing hiervan hebben eisers een kopie van een faxbericht overgelegd, gedateerd op 25 augustus 2011. Ter zitting is door de gemachtigde van eisers aangeboden om gegevens bij de telecom-provider op te vragen ten aanzien van de vraag of de door hem verstuurde fax ook daadwerkelijk is verzonden.

5.Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Artikel 6:8 van de Awb schrijft voor dat die termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Dit leidt tot de vaststelling dat de bezwaartermijn op 16 juli 2011 is aangevangen zodat uiterlijk op 26 augustus 2011 het bezwaarschrift bij verweerder had moeten zijn ingediend of per post bezorgd.

6.Volgens vaste jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 juni 2003, LJN: AL6389) is verzending van het bezwaarschrift per fax mogelijk, maar indien er bij de verzending iets mis gaat ligt het risico in beginsel bij eisers. Daarom ligt de bewijslast voor de vraag of het bezwaar tijdig is ingediend bij eisers. Gelet op de stelling van verweerder dat hij eerst op 29 september 2011 het bezwaarschrift van eisers heeft ontvangen, is de enkele – niet met een verzendbevestiging onderbouwde – fax van 25 augustus 2011 die eisers hebben overgelegd onvoldoende om tot het oordeel te leiden dat het bezwaarschrift daadwerkelijk op 25 augustus 2011 is ingediend.

Aan het ter zitting gedane aanbod van eisers om alsnog te (laten) onderzoeken of de fax daadwerkelijk is verzonden of dat er bij de verzending iets is mis gegaan, gaat de rechtbank voorbij nu eisers – zowel in bezwaar als in beroep – voldoende in de gelegenheid zijn geweest een dergelijk onderzoek te (laten) verrichten. Dat zij van deze mogelijkheid geen gebruik hebben gemaakt dient voor hun eigen rekening en risico te komen.

7.Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding in de zin van artikel 6:11 van de Awb.

8.erweerder heeft het bezwaar van eisers – als niet-tijdig ingediend – terecht

niet-ontvankelijk verklaard.

9.Het beroep is daarom ongegrond.

10.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank

?verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is ingediend door [...];

?verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door hem en R.K. Witteveen als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep.