Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX0778

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
05-07-2012
Datum publicatie
10-07-2012
Zaaknummer
07.660054-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meerdere malen geprobeerd heeft goederen uit woningen weg te nemen. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte de woningen van de slachtoffers binnen is gegaan met het doel om daar goederen en/of geld weg te nemen. De rechtbank leidt dit af uit de uiterlijke verschijningsvormen van haar gedraging. Zij sluipt via de achterkant een woning binnen en loopt vervolgens de trap op naar de eerste etage. De rechtbank leidt dit voorts af uit het feit dat verdachte bij haar aanhouding onder haar lange rok een schortje droeg met twee insteekzakken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer: 07.660054-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Overijssel, PIV Zwolle te Zwolle.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op 8 mei 2012. Het onderzoek ter terechtzitting is hervat op 21 juni 2012, op welke datum de inhoudelijke behandeling van de strafzaak heeft plaatsgevonden, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Foppen, advocaat te Almere.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.S. Ludwig en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 16 februari 2012 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag van haar, verdachtes, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zij, verdachte,

- een telefoon uit een/de hand(en) van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: "Je mag niet bellen.", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht) op/tegen/in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of geknepen.

2.

zij op of omstreeks 02 december 2011 in de gemeente Kampen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag van haar, verdachtes, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zij, verdachte, meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht)

- op/tegen/in/aan het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] heeft geslagen en/of geduwd en/of getrokken en/of

- op een hand van die [slachtoffer 5] heeft gekrabd.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

Op 2 december 2011 omstreeks 12.30 uur komt bij de politie IJsselland de melding binnen dat er aan de [adres] te Kampen een insluipster in de woning van een 85 jarige vrouw is aangetroffen en aangehouden.

Ter plaatse zien de verbalisanten dat enkele personen verdachte op straat onder controle houden. Door getuige [slachtoffer 3] worden ze aangesproken en zij vertelt hen dat ze de vrouw heeft aangehouden in de gang van de woning van haar moeder. Ze vertelt dat ze de vrouw heeft vastgepakt en naar buiten heeft getrokken. De vrouw zou zich hevig hebben verzet en de buren zijn haar te hulp gekomen.

Op 16 februari 2012 omstreeks 11.45 krijgt de politie Flevoland de melding te gaan naar het [adres] te Emmeloord. Daar zou een vrouw een woning zijn binnengeslopen en worden vastgehouden.

In de betreffende woning treffen verbalisanten drie personen aan. Ze zien dat een vrouw in een stoel in bedwang wordt gehouden. Van de bewoonster van de woning horen zij dat de vrouw in de stoel haar woning was binnen gekomen zonder dat zij dit wilde.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten zoals onder 1 en 2 ten laste zijn gelegd wettig en overtuigd bewezen op grond van de verschillende aangiftes en getuigenverklaringen die elkaar ondersteunen. De door de verdachte afgelegde verklaringen zijn naar het oordeel van de officier van justitie leugenachtig.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft erop gewezen dat haar cliënt ontkent dat zij goederen heeft willen wegnemen bij de aangevers.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Aangeefster [slachtoffer 1] is thuishulpmedewerkster en is op 16 februari 2012 werkzaam bij de ruim 83 jarige [slachtoffer 6] (de rechtbank leest: [slachtoffer 6]) op het [adres] te Emmeloord. Ze verklaart dat als ze boven aan het strijken is zij vanuit haar ooghoeken ziet dat een schim vanaf de trap komt lopen. Omdat [slachtoffer 6] niet zomaar boven komt en niet goed ter been is loopt ze de gang op om te gaan kijken. Ze ziet dan een voor haar onbekende vrouw die de slaapkamer van [slachtoffer 6] in wil lopen. Ze pakt de vrouw direct bij haar jas. Ze hoort dan dat de vrouw “Zoek poes” begint te roepen. Aangeefster [slachtoffer 1] neemt de vrouw vervolgens mee naar beneden. Als ze beneden zijn merkt ze dat de vrouw weg wil via de voordeur. [slachtoffer 1] weet dit echter te voorkomen door de vrouw mee te nemen naar de keuken. Bij de kapstok ziet [slachtoffer 1] kans haar telefoon uit haar jaszak te pakken. Ze probeert dan 112 te bellen maar door de vrouw wordt haar telefoon afgepakt en de vrouw zegt dat ze niet mag bellen. De vrouw probeert ook nog via de achterdeur te ontkomen, maar dit weet [slachtoffer 1] te voorkomen door de knip van de achterdeur erop te doen. Vanuit de keuken weet ze de vrouw naar de woonkamer te duwen en ze roept dan tegen [slachtoffer 6] dat ze 112 moet bellen. Aangeefster [slachtoffer 1] verklaart dat de vrouw zich continu verzette en probeerde los te komen door te knijpen en te duwen. Uiteindelijk weet ze haar op een stoel te krijgen en onder controle te houden tot de politie er is. Aangeefster verklaart dat ze als gevolg van het verzet last heeft van haar pols.

Deze verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] wordt naar het oordeel van de rechtbank ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 6]. Zij hoort op een gegeven moment geschreeuw van boven komen en hoort daarbij de woorden “poes, poes”. Ze ziet dat haar thuishulp met een voor haar onbekende vrouw de keuken in komt. Ze ziet dat de vrouw door [slachtoffer 1] de woonkamer wordt ingeduwd en dat [slachtoffer 1] haar op een stoel krijgt. Zij heeft toen de politie gebeld.

Door de ter plaatse gekomen politie wordt verdachte in de woning aangetroffen en meegenomen naar het bureau.

Verdachte heeft verklaard dat zij op 16 februari 2012 op zoek was naar het ziekenhuis in Emmeloord en bij de woning van [slachtoffer 6] heeft aangebeld om de weg te vragen naar het ziekenhuis. Zij werd toen door een vrouw mee naar binnen genomen en die vrouw heeft toen de politie gebeld. Verdachte ontkent dat ze via de achterkant de woning is binnengekomen en boven is geweest.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte volstrekt ongeloofwaardig. Deze verklaring wordt immers weerlegd door bovengenoemd verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] welke verklaringen elkaar onderling ondersteunen. Beiden verklaren dat verdachte in eerste instantie boven riep dat zij een poes zocht. Later begint zij dan over het feit dat ze naar het ziekenhuis moet. Ter terechtzitting weet verdachte op vragen van de rechtbank ook niet te verklaren naar welke dokter zij moest en kan zij niet aangeven waarom zij niet naar het ziekenhuis in haar [woonplaats] ging, maar naar het ziekenhuis in Emmeloord.

Dat verdachte de woning van [slachtoffer 6] binnen is gegaan met het doel om daar goederen en/of geld weg te nemen, leidt de rechtbank af uit de uiterlijke verschijningsvorm van haar gedraging. Zij sluipt via de achterkant een woning binnen en loopt vervolgens de trap op naar de eerste etage. De rechtbank leidt dit voorts af uit het feit dat verdachte bij haar aanhouding onder haar lange rok een schortje droeg met twee insteekzakken.

Feit 2

[slachtoffer 3] is woonachtig aan de [adres] te Kampen naast haar 86 jarige moeder [slachtoffer 2] die aan de [adres] woonachtig is. [slachtoffer 3] verklaart dat ze op 2 december achter haar woning was aan het ophangen is als ze haar hond hoort blaffen. Ze ziet dat de schuttingdeur van haar moeder zachtjes open gaat en hoort ook de achterdeur van de woning van haar moeder open gaan. Omdat ze haar moeder alleen in de woning ziet zitten, gaat ze bij haar moeder naar binnen. In de gang ziet ze een voor haar onbekende vrouw bij de trap naar boven staan. Ze pakt de vrouw vast en hoort dat de vrouw zegt naar iemand op zoek te zijn. Vervolgens hoort ze de vrouw zeggen dat ze naar het ziekenhuis moet. Ze heeft de vrouw goed vastgehouden en is naar de buren gelopen. De buren hebben haar geholpen om de vrouw onder controle te houden, waarbij de vrouw hevig om zich heen bleef slaan.

Deze verklaring van [slachtoffer 3] wordt bevestigd door de aangifte van [slachtoffer 2]. Zij verklaart dat ze toen ze in haar woonkamer zat opeens iemand hoorde schreeuwen: “Laat me los”. Ze ziet dan dat haar dochter in de gang een vrouw vasthoudt en dat haar dochter vervolgens de vrouw naar buiten drukt. Ze ziet dat haar dochter bij de overburen aanklopt en dat overbuurman [slachtoffer 4] naar buiten komt om de vrouw in bedwang te houden.

[slachtoffer 4] verklaart dat hij naar buiten is gekomen toen de dochter van de overbuurvrouw aanklopte. Hij ziet dat zij een buitenlandse vrouw vasthoudt en begrijpt dat ze de vrouw heeft overlopen in de woning van de overbuurvouw. Hij heeft toen de vrouw stevig vastgepakt. Het kostte hem echter moeite de vrouw in bedwang te houden, omdat zij van zich af sloeg en zich probeerde los te rukken. Op een gegeven moment heeft de vrouw zodanig hard gerukt dat [slachtoffer 4] zijn knie heeft verdraaid.

[slachtoffer 5], de echtgenote van [slachtoffer 4] verklaart dat ze haar man te hulp is gekomen, omdat hij veel last had van zijn knie. Zij heeft de vrouw om haar middel gegrepen. De vrouw bleef zich echter verzetten en heeft haar op haar hand gekrabd.

Ter plaatse gekomen treffen verbalisanten verschillende personen aan die een vrouw in bedwang houden. De betreffende vrouw blijkt verdachte te zijn.

Verdachte verklaart dat zij op zoek was naar een groothandel in Kampen om daar cadeautjes voor het Sinterklaasfeest te kopen. Zij ontkent in een woning te zijn geweest en verklaart op straat door een vrouw te zijn vastgepakt die vervolgens riep dat de politie moest worden gebeld.

Deze verklaring acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig, nu de verklaringen van [slachtoffer 3] door de verklaring van [slachtoffer 2] worden ondersteund en het volstrekt niet geloofwaardig is dat verdachte vanuit [woonplaats] naar Kampen zou gaan om cadeautjes te kopen, terwijl zij geen idee heeft van de naam of het adres van de winkel waar zij naar op zoek is.

Dat de verdachte met het doel in de woning van [slachtoffer 2] was om daar goederen en/of geld weg te nemen, leidt de rechtbank af uit de uiterlijke verschijningsvorm van haar gedragingen. Zij is immers door de achterdeur de woning binnengelopen en stond op het punt de trap op te gaan.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

zij op 16 februari 2012 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres]) weg te nemen goederen en/of een geldbedrag van haar, verdachtes, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat zij, verdachte,

- een telefoon uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en

- die [slachtoffer 1] (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: "Je mag niet bellen.", en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geduwd.

2.

zij op 02 december 2011 in de gemeente Kampen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres]) weg te nemen goederen en/of geldbedrag van haar, verdachtes, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat zij, verdachte,

- tegen/aan het lichaam van die [slachtoffer 3] en van die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] heeft geslagen en geduwd en getrokken en

- op een hand van die [slachtoffer 5] heeft gekrabd.

Van het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

1 en 2 telkens:

Poging tot diefstal, gevolg van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van een op te leggen straf verzocht om rekening te houden met het opgestelde reclasseringsrapport waarin wordt geadviseerd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact. Voorts heeft zij erop gewezen dat verdachte moeder is van vijf kinderen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal insluipingen in woningen van bejaarde mensen en heeft zich toen zij werd betrapt met geweld verzet. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zij bij oudere mensen de woning is binnengedrongen, de plek waar zij zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen. Voor de slachtoffers heeft het veel impact om onverwacht met een onbekende persoon in de woning te worden geconfronteerd. Ook zorgt het handelen van verdachte in de maatschappij en met name bij ouderen voor gevoelens voor onrust en onveiligheid.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank voorts zwaar laten meewegen dat het zeker niet de eerste keer is dat verdachte voor dit soort feiten met politie en justitie in aanraking komt. Zij is sinds 1985 vele malen voor soortgelijke feiten veroordeeld.

De rechtbank zal ondanks haar documentatie en het feit dat verdachte de feiten blijft ontkennen een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op leggen met daar aan gekoppeld reclasseringscontact, nu verdachte nooit eerder contact met de reclassering heeft gehad en de rechtbank het van belang acht dat binnen de hulpverlening zicht op verdachte wordt gekregen.

Alles afwegend acht de rechtbank een straf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden.

9 DE BENADEELDE PARTIJ

Voor aanvang van de terechtzitting hebben [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door elk van de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 200,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] verzocht de hoogte van het toe te wijzen bedrag te matigen, nu er slechts sprake is geweest van licht geweld.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 4] heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de hoor hem geleden schade niet het rechtstreeks gevolg is geweest van het ten laste gelegde feit, nu hij er zelf voor heeft gekozen om bij de aanhouding van verdachte te helpen.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is bij het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van de bewezen verklaarde feiten. De hoogte van de immateriële schade is voor een ieder van hen genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 200,-, vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partijen zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldbedragen ten behoeve van de benadeelde partijen.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder 1 en 2meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich:

* gedurende de proeftijd op uitnodiging van de reclassering bij de Reclassering Lelystad op het adres Meent 4 te Lelystad zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal laten onderzoeken en indien geïndiceerd behandelen door een forensische polikliniek, zoals bijvoorbeeld De Waag te Almere;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te Emmeloord, van een bedrag van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 16 februari 2012, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 200,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 1] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te Kampen, van een bedrag van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 2 december 2011, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 200,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 4] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], wonende te Kampen, van een bedrag van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 2 december 2011, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 200,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. ter Meer-Siebers, voorzitter, mrs. A. van Holten en L.G. Wijma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2012.