Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BW7845

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
18-06-2012
Zaaknummer
193589 - HZ ZA 11-1066
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Herverkaveling. Het feit dat met bepaalde toedeling de doelstellingen van de herverkaveling niet worden bereikt, betekent op zichzelf nog niet dat de landinrichtingscommissie niet aan haar verplichting heeft voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 193589 / HZ ZA 11-1066

Vonnis van 14 maart 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

tegen

de procesbevoegdheid bezittende LANDINRICHTINGSCOMMISSIE NOORDWEST-OVERIJSSEL (herinrichting Rond de Weerribben),

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

verweerster,

vertegenwoordiger mr. C.M.J. Ribbers, regiojurist DLG te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en de landinrichtingscommissie genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het door de landinrichtingscommissie ter inzage gelegde plan van toedeling, voor zover betrekking hebbend op [eiser] (R-nummer [nummer])

- het bezwaarschrift van [eiser], door de landinrichtingscommissie genummerd 56

- het proces-verbaal van de behandeling door de landinrichtingscommissie, opgemaakt op 13 september 2011

- de brief namens de landrichtingscommissie van 8 november 2011, waarbij aanvullende stukken zijn toegezonden

- een brief van [eiser] van 25 oktober 2011, met aanvullende informatie

- het proces-verbaal van de behandeling door de rechter-commissaris op 22 november 2011,

waarbij het bezwaar is verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank

- de mondelinge behandeling door de rechtbank op 31 januari 2012

- de schriftelijke aantekeningen van [eiser]

- de pleitnotities van de zijde van de landinrichtingscommissie, met kaartbijlagen 1 en 2.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald

2. De feiten

2.1. Door [eiser], die een melkveehouderij exploiteert, zijn binnen het blok zeven percelen ingebracht, bestaande uit een huiskavel en drie veldkavels, met een gezamenlijke oppervlakte van 16.48.70 ha. Daarnaast heeft [eiser] binnen het blok zes kavels in pacht ingebracht, samen groot 8.15.51 ha. De huiskavel is, evenals de veld- kavel tegenover de huiskavel, ongewijzigd toegedeeld. De veldkavel aan de [adres] is op kortere afstand van de bedrijfsgebouwen als [kavel 1], groot 03.13.05 ha, toegedeeld. In eigendom is toegedeeld een oppervlakte van 16.67.80 ha. In pacht zijn toegedeeld vier kavels, met een gezamenlijke oppervlakte van 07.98.05 ha. De in eigendom en pacht toegedeelde oppervlakte bedraagt 24.65.85 ha, met waarde van 524.460 punten. [eiser] heeft buiten het blok gronden in gebruik.

2.2. [eiser] heeft bij brief van 20 december 2010 bij de landinrichtingscom- missie bezwaar gemaakt tegen het plan van toedeling. De landinrichtingscomissie heeft dit bezwaar in behandeling genomen en onderzocht. Nadat [eiser] op 28 april 2011 en op 9 augustus 2011 op het bezwaar is gehoord, heeft het onderzoek niet geleid tot een oplossing van de bezwaren. Met betrekking tot de bezwaren is in het op 13 september 2011 daarvan opgemaakte proces-verbaal als standpunt van de landinrichtingscommissie het volgende opgenomen:

1. Bezwaar gegrond. Toedeling wijzigen: aan reclamant wordt toegedeeld inbrengperceel

[nummer] ([kavel 2] ged.) in plaats van [kavel 1].

2. Bezwaar gegrond. Pacht vestigen op [kavel 4] ged.

3. Bezwaar ongegrond. Toedeling in stand laten.

4. Bezwaar ongegrond. Toedeling in stand laten.

5. Bezwaar niet ontvankelijk. Toedeling in stand laten.

6. Bezwaar ongegrond. Omdat eigenaar niet akkoord is wordt de erfdienstbaarheid t.b.v. schouw wel gevestigd (conform terinzage gelegde plan van toedeling).

2.3. [eiser] heeft verklaard de bezwaren waarover met de landinrichtings- commissie overeenstemming is bereikt niet in te trekken.

2.4. Het bezwaarschrift is op voet van het bepaalde in de artikelen 202 juncto 176 e.v. van de Landinrichtingswet (Liw) op 22 november 2011 behandeld door de rechter-commis- saris, die partijen vervolgens heeft verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

3. Het geschil

3.1. [eiser] maakt bezwaar tegen het plan van toedeling. Nadat [eiser] het bezwaar tegen vestiging van erfdienstbaarheden op de aan hem toegedeelde gronden ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft ingetrokken, resteren de volgende (deel)bezwaren:

(1) [kavel 1] is niet geschikt als bouwland en ligt niet aan de weg. In plaats daarvan wenst [eiser] te worden toegedeeld op inbrengperceel [nummer] ([kavel 2] ged.).

(2) Verzuimd is om op de aan Staatsbosbeheer toegedeelde [kavel 3] ten name van [eiser] pacht te vestigen. Indien mogelijk wenst [eiser] deze pacht te verleggen naar [kavel 4] ged.

(3) De toegedeelde oppervlakte grond bij huis is, gelet op de daaraan door de melk- coöperatie in de toekomst te stellen eisen in verband met het integraal duurzaamheids- concept en de overheid om die reden weidegang zal eisen om de toeslagrechten te verzilveren, onvoldoende. De toedeling voorziet in 1/3 deel landbouwgrond bij huis, hetgeen voor weidegang te weinig is.

(4) De doelstelling om gronden dichterbij huis toe te delen is in het plan van toedeling niet gerealiseerd. Met toedeling van een aantal door hem met name in het bezwaarschrift genoemde percelen, zowel binnen als buiten het blok, kan aan die doelstelling worden voldaan.

(5) Van de in pacht toegedeelde kavels aan de [adres] ([kavel 5] en [kavel 6]) dient vanwege een in de Tweede Kamer aangenomen motie Lodders Koopmans de aanduiding "natuur" te worden geschrapt.

3.2. De landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd de (deel)bezwaren tegen het plan van toedeling, voor zover daarover niet reeds overeenstemming is bereikt, ongegrond te verklaren. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Overgangsrecht

4.1. Met de inwerkingtreding van de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) op 1 januari 2007 is de Liw ingetrokken. Ingevolge artikel 95, tweede lid, van deze wet blijft de Liw van toepassing op inrichtingsprojecten die deels in voorbereiding of in uitvoering zijn. Nu de eigenaren en gebruikers in de periode van 26 september tot en met 18 oktober 2006 op de voet van art. 198 van de Liw in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken, vindt op de herinrichting voor het deelgebied Rond de Weerribben de Liw toepassing.

5. Beoordeling van het verzoek

5.1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

5.2. Het raamplan en het Milieueffectenrapport (MER) voor het Strategisch Groen- project Noordwest Overijssel zijn op 20 oktober 2004 door gedeputeerde staten (GS) van Overijssel goedgekeurd. Hoofddoelstelling voor de landbouw is het ontwikkelen en versterken van een duurzame en concurrerende landbouw. De grondslag voor deze herinrichting wordt gevormd door de Uitvoeringsmodule "Polders rond de Weerribben en Beulakerpolder" voor het Strategisch Groenproject Noordwest Overijssel en de daarbij behorende oplegnotitie, zoals op 16 november 2004 door GS van Overijssel is vastgesteld. De module geeft uitvoering aan de inrichting van 109 ha "nieuwe natuur" in de Beulaker- polder, de aanleg van een vaarverbinding in de Beulakerpolder en aan de start van de verkavelinsprocedure voor het deelgebied "Rond de Weerribben". Voor het deelgebied "Rond de Weerribben, Beulakerpolder" is deze uitvoeringsmodule vastgesteld als landinrichtingsplan conform artikel 81 van de Landinrichtingswet. Gezien de meervoudige beleidsdoelstellingen is besloten tot herinrichting waarbij in het deelgebied "Rond de Weerribben" een herverkaveling zal plaatsvinden op de voet van Hoofdstuk VII van de Landinrichtingswet. Dit plan bestaat uit een inleiding, een gebiedsbeschrijving, de doelstellingen en het beleid, het instrumentarium, de uitvoeringsmaatregelen per doel, de kosten en de uitvoeringsaspecten.

5.3. In hoofdstuk 2 van het landinrichtingsplan is als doelstelling voor de landbouw het volgende opgenomen:

De opgave voor het deelgebied Rond de Weerribben is het realiseren van nieuwe natuurgebieden, met name de ecologische verbinding tussen de Rottige Meenthe en de Weerribben (EHS), het verbeteren van de landbouwstructuur en de waterhuishouding.

De landinrichtingscommissie heeft gekozen voor een wettelijk ruilplan. Het ruilen van gronden krachtens het plan van toedeling staat beschreven in hoofdstuk 7 van de Landin- richtingswet. Het plan van toedeling houdt een verplichte deelname van alle betrokkenen en rechthebbenden in. Binnen deze eerste module zijn de eerste stappen genomen van de wettelijke verkavelingsprocedure.

5.4. De derde uitvoeringsmodule "Polders rond de Weerribben II (2e fase landinrich- tingsprocedure), door GS van Overijssel op 19 september 2006 vastgesteld, is een vervolg op de eerste uitvoeringsmodule "Polders Rond de Weerribben en Beulakerpolder" en bestaat - kort gezegd - uit het vervolg van de wettelijke herverkaveling voor het blok Rond de Weerribben (ter visie legging plan van toedeling etc.), kavelaanvaardingswerken, twee boerderijverplaatsingen, aanleg landschapsvoorzieningen en andere uitvoeringsmaatregelen.

In een overzicht op p. 9 is een samenvatting gegeven van de doelstellingen die betrekking hebben op het deelgebied rond de Weerribben. Voor de landbouw zijn de volgende doelstellingen opgenomen:

* Verbeteren van de verkaveling middels een wettelijke verkaveling (afname aantal kavels per bedrijf (max. 2 na verkaveling) - afname afstand tot de veldkavels (max. 2 km));

* Verbeteren waterhuishouding middels het waterverbeteringsplan van waterschap Reest en Wieden;

* Verbeteren ontsluiting van bedrijfsgebouwen en kavels;

* Verbeteren van de veiligheid in relatie tot het agrarisch verkeer.

5.5. In de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 juni 2004, nr. TRCJZ/2004/3819, houdende regels over herverkaveling (Regeling herverkaveling) zijn de regels over de toedeling opgenomen. De landinrichtingscommissie heeft besloten zich te conformeren aan de regels zoals opgenomen in de Regeling herverkaveling. Deze regels staan beschreven in bijlage 1 van de informatiefolder wenszitting. Daarin is als wijze van toedeling in artikel 16 het volgende opgenomen:

1. De toedeling van kavels vindt zodanig plaats dat een doelmatig gebruik wordt bevorderd.

2. De toedeling van kavels geschiedt met inachtneming van de volgende rangorde:

a. toedeling gericht op een zo groot mogelijke concentratie van kavels bij de bedrijfskavel;

b. toedeling gericht op een zo groot mogelijke concentratie van kavels bij de huiskavel;

c. toedeling gericht op een zo gering mogelijke afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de kavels;

d. toedeling gericht op een zo gering mogelijke afstand tussen het woonhuis en de kavels.

6. De rechtbank overweegt als volgt

doelstelling herinrichting

6.1. [eiser] kan niet worden gevolgd in zijn stelling dat de landinrichtings- commissie met de toedeling, die - na gegrondverklaring van een aantal bezwaren na behandeling door de landinrichtingscommissie - groter is dan de inbreng, niet aan haar verplichtingen heeft voldaan. Voorop wordt gesteld dat de in hoofdstuk 2 van het landinrichtingsplan als (algemene) doelstelling gestelde verbetering van de landbouw structuur voor de landinrichtingscommissie niet een rechtens afdwingbare verplichting meebrengt. Er kunnen zich niet aan de landinrichtingscommissie tegen te werpen feiten en omstandigheden voordoen, die aan de realisatie van die doelstelling in de weg (kunnen) staan. Nagegaan zal worden of de landinrichtingscommissie de in de Regeling herverka- veling voor de wijze van toedeling neergelegde regels behoorlijk heeft nageleefd.

6.2. Uitgangspunt van een herverkaveling is, voor zover het belang van de landin- richting zich hiertegen niet verzet, dat aan iedere eigenaar met betrekking tot onroerende zaken een recht wordt toegedeeld van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming als door hem in het blok is opgenomen. Aan [eiser] kan worden toegegeven dat vergelijking van de inbreng en de toedeling leert dat, anders dan afstandsverkorting van een veldkavel, de toedeling niet heeft geleid tot een concentratie van kavels bij de huiskavel. Het verweer van de landinrichtingscommissie, inhoudende dat het tekort aan ruilgronden in het deelge- bied "Rond de Weerribben" aan kavelconcentratie in de weg staat, treft doel. Aan de landinrichtingscommissie kan in redelijkheid niet worden verweten dat als gevolg van een tekort aan ruilgronden in een relatief klein blok de ruimte ontbreekt om de huiskavel van [eiser] te vergroten. De landinrichtingscommissie heeft er terecht op gewezen dat in het landinrichtingsplan het verwerven van gronden als taakstelling is opgenomen, hetgeen inhoudt dat Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) door middel van vrijwillige verwer- ving tracht voldoende gronden aan te kopen. Met het verwerven van deze gronden wordt in het plan van toedeling beoogd maatregelen te realiseren, waaronder de verbetering van de landbouwstructuur en het ruilen van bepaalde gronden ten behoeve van natuurontwikke- ling. Dat de toedeling in de visie van [eiser] niet aan de door hem gestelde verwach- tingen voldoet is alleszins begrijpelijk. Dit neemt niet weg dat de landinrichtingscommissie enerzijds is gebonden aan de taakstelling ten behoeve van de natuur en anderszijds rekening dient te houden met de belangen van alle gerechtigden in de herverkaveling. Door toedeling van de zowel in eigendom als in pacht ingebrachte grond, waarbij [eiser] in opper- vlakte er op vooruit is gegaan (een inbreng van 24.64.21 ha tegen een toedeling van 25.52.80 ha) en een onderbedeling in waarde van 0,3%, kan niet gezegd worden dat de toedeling niet van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming is als door [eiser] in het blok is opgenomen. Daarbij heeft de landinrichtingscommissie er terecht op gewezen dat bij de toedeling de gebruiksgeschiktheid van de kavels een rol speelt. [eiser] heeft niet weersproken dat de veldkavels geschikt moeten zijn voor de maïsteelt, hetgeen voor de landinrichtingscommissie reden is geweest het daartegen gerichte bezwaar te honoreren door de ingebrachte veldkavel S 657 weer als [kavel 7] in eigendom aan [eiser] toe te delen en aansluitend daaraan [kavel 4] in pacht toe te delen, met een grootte van ongeveer 4 ha.

6.3. Hieraan doet niet af, zoals [eiser] nog heeft betoogd, dat zowel binnen als buiten het blok, voldoende ruilpercelen beschikbaar zijn, die het mogelijk maken de huiskavel te vergroten. Anders dan [eiser] stelt, treft de landinrichtingscommissie geen verwijt. Een door BBL geïnitieerde uitruil van gronden met Brandsma, waardoor er meer grond in het blok beschikbaar zou komen, heeft niet geleid tot overeenstemming tussen partijen. De in deze ruil betrokken gronden liggen buiten het blok, hetgeen meebrengt dat uitruil alleen op basis van vrijwilligheid kan plaatsvinden. De landinrichtingscommissie heeft immers niet de middelen om uitruil van buiten het blok gelegen gronden af te dwingen. Evenmin kan van de landinrichtingscommissie worden verwacht dat zij het verschil in waarde van EUR 34.000,00, hetgeen blijkbaar het breekpunt voor partijen vormde, zelf zou bijpassen. Hiervoor zijn, anders dan de algehele middelen die door het gezamenlijk blok worden opgebracht, geen additionele middelen beschikbaar. Hieraan doet niet af dat

voor de inrichting van "nieuwe natuur" zogenaamde doelmiddelen ter beschikking zijn gesteld. Dat [eiser] kosten moet maken om zijn op afstand gelegen percelen te bewerken is niet het gevolg van de herverkaveling, maar van de enkele omstandigheid dat in het blok niet voldoende grond beschikbaar is om de huiskavel van [eiser] te vergroten. Hierbij wordt aangetekend dat de buiten het blok gelegen veldkavels niet in de herverkaveling kunnen worden betrokken, hetgeen de landinrichtingscommissie in haar toedelingsmogelijkheden beperkt. Het tekort aan ruilgronden brengt mee dat aan het verbeteren van de veiligheid in relatie tot het agrarisch verkeer, zoals [eiser] terecht heeft opgemerkt, geen uitvoering kan worden gegeven. Het bezwaar van [eiser] zal daarom als ongegrond worden afgewezen.

oppervlakte grond bij huis

6.4. Aan het bezwaar van [eiser] dat de oppervlakte grond bij huis (1/3 deel van het totale areaal) onvoldoende is om als relatief klein melkveebedrijf in de toekomst te kunnen voldoen aan eisen van de melkcoöperatie en de overheid voor een duurzame landbouw, wordt voorbij gegaan. Daargelaten de vraag of de bestaande huiskavel aan de daaraan te stellen eisen voldoet, heeft [eiser] nagelaten te stellen en met verifieerbare gegevens aan te tonen aan welke eisen het bedrijf van [eiser] dient te voldoen om (in de toekomst) in aanmerking te komen voor een weidegangsubsidie. Voorts brengt de herinrichting voor de betrokkenen niet een recht mee op vergroting van de huiskavel.

aanduiding "natuur" op pachtkavels aan de [adres]

6.5. Anders ook dan [eiser] stelt, is de aanduiding "natuur" op de aan [eiser] ingebrachte en weer toegedeelde pacht[kavel 5] en [kavel 6] niet het gevolg van de herverkaveling. De landinrichtingscommissie heeft er terecht op gewezen dat de begren- zing van de ecologische hoofdstructuur (EHS) door de provincie is vastgesteld, waartegen afzonderlijk beroep heeft opengestaan. De landinrichtingscommissie is daarom gehouden de aanduiding "natuur" uit het Natuurbeheerplan en de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel op de plankaart over te nemen. Zij is niet bevoegd zelfstandig wijzigingen aan te brengen in het door GS van Overijssel vastgestelde landinrichtingsplan.

overige bezwaren

6.6. Indien en voor zover [eiser] de bezwaren, die na behandeling door de landinrichtingscommissie gegrond zijn verklaard, wenst te handhaven, kan hij daarin niet worden gevolgd. De gegrondverklaring van de bezwaren brengt mee dat [eiser] bij behandeling van die bezwaren door de rechtbank geen belang meer heeft. Gesteld noch gebleken is dat de aard van bezwaren meebrengt dat deze als ondeelbaar dienen te worden beschouwd. Evenmin is gebleken dat tussen de bezwaren een zodanige samenhang bestaat, dat alle bezwaren, ook die reeds door de landinrichtingscommissie gegrond zijn verklaard, opnieuw door de rechtbank dienen te worden behandeld. In zoverre zal [eiser] niet ontvankelijk worden verklaard.

7. Slotsom

7.1. De slotsom is dat van [eiser] niet kan worden ontvangen in zijn bezwaren onder 1 en 2. De bezwaren onder 3, 4 en 5 tegen het plan van toedeling zullen ongegrond worden verklaard. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de landinrichtingscommissie worden begroot op nihil.

8. De beslissing

De rechtbank

8.1. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn bezwaren sub 1 en 2,

8.2. verklaart de bezwaren sub 3, 4 en 5 tegen het plan van toedeling ongegrond,

8.3. verstaat dat het plan van toedeling wordt vastgesteld overeenkomstig de door de landinrichtingscommissie gegrond verklaarde bezwaren, zoals blijkt uit het van de behandeling van de bezwaren op 13 september 2011 opgemaakte proces-verbaal,

8.4. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de landinrichtings- commissie tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug, mr. H.C. Moorman en

mr. W.J.B. Cornelissen en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.(

Anders ook dan [eiser] stelt, heeft [eiser] 61,3% van het in het blok in eigendom en pacht toegedeelde grond bij huis. Ook indien de 3.65 ha buiten het blok gelegen grond bij de gemaakte berekening wordt meegenomen, leidt dit tot een percentage van 53,4% grond bij huis.

deze doelstelling in alle gevallen te realiseren

(rapport)

3. De situatie met betrekking tot de huiskavel is in de toedeling gelijk aan de inbreng. De veldkavel is in het plan van toedeling op korte afstand van de huiskavel gelegd. Toefgedeelde veldkavels 091.133 (opp 03.13.05) ligt op een afstand van 1050 m. Inbrengperceel [nummer] (eigendom; opp 2.90.69) ligt op 1270 m. Na de behandeling van bezwaarpunt 1 (waarbij de eigendomsveldkavel teruggeleg wordt op de inbreng) wordt deze afstanbdsverkroting noiet mer gerealiseerd. Met betrekking tot de grond die reclamant pacht van Staatsbosbeheer geldt dat dezevin de inbrengsituatie hemelsbreed op een sfayand van ruim 600 meter ligt. Deze grond moet echter vrijgemaakt worden in he kader van de inrichtiging van d enieuwe natuur. De niet-toegedeelde pachtkavel ligt hemelsbreed op 1290 meter. De afstand over de weg is ongeveer vergelijbaar. De pachtkavel wordt echter wel aansluitend aan de in eigendom toiegedeelde veldkavel toegedeeld, zodat wel sprake is vn kavelconcentratie.

4. Bij het opstellen van het Plan van Toedleing is gestreefd naar zowel afstandfsverkorting als kavelconcentratie. De n het bezewaarschrift genoemde gronde aan de Vloddervaart en op de weterig zijn gelegen in het deelgebied Schgeerwolde (dit is een ander blok binnen het strategoisch groenprject NoordWest Overijssel). Aan de [adres] worden nagenoeg gene gronden uitgeruild omdat dara geen ruimte zit, er ligt ook geen BBL-grond ter plekke. Het maïsland op het Hagenbroek wordt in het kader van de behandleng van bezwaarpunt 1 teruggeruild naar reclamant. Er zjn verder geen mogelijkheden voor afstandsverkorting en kvelconcentratie.

5. Het plan van toedeling is niet in het kader waarbinnen de aanduiding als natuur is vatsgesteld. Het plan van toedeling regelt slechts de toedeling van de gronden. De EHS is vastgelegd in het Natuurbeheer[;em em de Omgevingsvisie van de provincie overijssel. Het is wleiswaar zo dat moenteel wordt gewerkt aan de herijking van de EHS, maae deze zal niet van invloed zijn op de in uitvoering zijnd plannen.

6. Naar aanleiding van een wens van hget waterschap om schouw te kunnen voeren is op kavel 094.100 een recht van weg gevestigd. In overleg met de eigenaar (belanghebbende g (Kerkvoogdij Hervormde Gemeente Oldemarkt)) kan dit recht van weg worden geschrapt. Het waterschap zal in dta geval terugvallen op de keur voor het voeren van de schouw.