Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BW7495

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
18-06-2012
Zaaknummer
193588 - HZ ZA 11-1065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Herverkaveling. Bezwaar tegen toedeling van bepaald perceel aan een ander is niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 193588 / HZ ZA 11-1065

Vonnis van 14 maart 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

tegen

de procesbevoegdheid bezittende LANDINRICHTINGSCOMMISSIE NOORDWEST-OVERIJSSEL (herinrichting Rond de Weerribben),

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

verweerster,

vertegenwoordiger mr. C.M.J. Ribbers, regiojurist DLG te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en de landinrichtingscommissie genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het door de landinrichtingscommissie ter inzage gelegde plan van toedeling, voor zover betrekking hebbend op [eiser] (R-nummer [nummer])

- het bezwaarschrift van [eiser], door de landinrichtingscommissie genummerd 13

- het proces-verbaal van de behandeling door de landinrichtingscommissie, opgemaakt op 30 juni 2011

- het proces-verbaal van de behandeling door de rechter-commissaris op 16 augustus 2011,

waarbij het bezwaar is verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank

- de mondelinge behandeling door de rechtbank op 31 januari 2012

- de pleitnotities van de landinrichtingscommissie, met 2 kaartbijlagen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Door [eiser] is samen met [A], ieder voor de onverdeelde helft, ingebracht een perceel te [woonplaats], plaatselijk bekend [adres], kadastraal bekend gemeente [woonplaats], [nummer], groot 00.48.20 ha. Het perceel is in het plan van toedeling ongewijzigd aan [eiser] en [A], ieder voor de onverdeelde helft, als kavel 031.123 in eigendom toegedeeld.

2.2. [eiser] heeft bij brief, ingekomen op 4 januari 2011, bij de landinrichtingscom- missie bezwaar gemaakt tegen het plan van toedeling. De landinrichtingscommissie heeft dit bezwaar in behandeling genomen en onderzocht. Nadat [eiser] op het ingediende bezwaar is gehoord, heeft het onderzoek niet geleid tot een oplossing van het geschil. Met betrekking tot het bezwaar is in het op 30 juni 2011 daarvan opgemaakte proces-verbaal als standpunt van de landinrichtingscommissie het volgende opgenomen:

Mondelinge overeenkomst niet bekend bij de commissie. Dat reclamant nu kenbaar maakt aan de commissie dat er een mondelinge overeenkomst is met belanghebbende is voor de commissie geen reden om de toedeling van belanghebbende te wijzigen. Reclamant is voor de commissie geen belanghebbende bij de toedeling van belanghebbende [B].

2.3. Het bezwaarschrift is op voet van het bepaalde in de artikelen 202 juncto 176 e.v. van de Landinrichtingswet (Liw) op 16 augustus 2011 behandeld door de rechter-commis- saris, die partijen vervolgens heeft verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

3. Het geschil

3.1. [eiser] maakt bezwaar tegen de toedeling van een door [B] ingebracht perceel, kadastraal bekend als [perceel], groot 1.81.20 ha. Het bezwaar richt zich met name tegen toedeling van kavel [nummer] aan een ander dan de inbrengend eigenaar.

[eiser] heeft daarbij aangevoerd dat hij een aantal jaren geleden mondeling met [B] is overeengekomen dat hij - [eiser] - het recht van eerste koop van perceel [woonplaats] [nummer] heeft, en, nadat [B] een jaar geleden had gevraagd of hij hiervoor nog belang- stelling had, deze vraag bevestigend heeft beantwoord.

3.2. De landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn bezwaar, respectievelijk het bezwaar ongegrond te verklaren. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Overgangsrecht

4.1. Met de inwerkingtreding van de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) op 1 januari 2007 is de Liw ingetrokken. Ingevolge artikel 95, tweede lid, van deze wet blijft de Liw van toepassing op inrichtingsprojecten die deels in voorbereiding of in uitvoering zijn. Nu de eigenaren en gebruikers in de periode van 26 september tot en met 18 oktober 2006 op de voet van art. 198 van de Liw in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken, vindt op de herinrichting voor het deelgebied Rond de Weerribben de Liw toepassing.

5. De rechtbank overweegt als volgt

ontvankelijkheid

5.1. Het door [eiser] gestelde recht van eerste koop levert geen rechtstreeks belang op bij het plan van toedeling. [eiser] heeft slechts een indirect belang bij de toedeling van [B]. Met zijn bezwaar beoogt [eiser] immers een uit een met [B] voortvloei- ende rechtsverhouding (recht van eerste koop van een met name genoemd perceel) veilig te stellen, in die zin dat het betreffende perceel weer aan de inbrengend eigenaar ([B]) wordt toegedeeld. Hieruit volgt dat [eiser] geen procesbelang heeft. Dat wordt niet anders indien de overeenkomst inzake het recht van eerste koop vóór de peildatum zou zijn gesloten en de landinrichtingscommissie daarvan in kennis was gesteld.

5.2. De slotsom is dat [eiser] niet in zijn bezwaar tegen het plan van toedeling kan worden ontvangen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de landinrichtingscommissie worden tot op heden begroot op nihil.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn bezwaar tegen het plan van toedeling,

6.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de landinrichtingscommissie tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug, mr. H.C. Moorman en

mr. W.J.B. Cornelissen en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.