Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BW7427

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
18-06-2012
Zaaknummer
193587 - HZ ZA 11-1064
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Herverkavling. Bezwaar tegen toedeling door landinrichtingscommisie: enkel feit dat ingebrachte, maar niet toegedeelde perceel nu niet aan derde met recht van 1e koop kan worden verkocht is onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 193587 / HZ ZA 11-1064

Vonnis van 14 maart 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

tegen

de procesbevoegdheid bezittende LANDINRICHTINGSCOMMISSIE NOORDWEST-OVERIJSSEL (herinrichting Rond de Weerribben),

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

verweerster,

vertegenwoordiger mr. C.M.J. Ribbers, regiojurist DLG te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en de landinrichtingscommissie genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het door de landinrichtingscommissie ter inzage gelegde plan van toedeling, voor zover betrekking hebbend op [eiser] (R-nummer [nummer])

- het bezwaarschrift van [eiser], door de landinrichtingscommissie genummerd 48

- het proces-verbaal van de behandeling door de landinrichtingscommissie, opgemaakt op 30 juni 2011

- het proces-verbaal van de behandeling door de rechter-commissaris op 16 augustus 2011,

waarbij het bezwaar is verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank

- de mondelinge behandeling door de rechtbank op 31 januari 2012

- de pleitnotities van de landrichtingscommissie, met 2 kaartbijlagen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Door [eiser] zijn ingebracht vier percelen, samen groot 7.95.35 ha, waaronder twee op afstand van de bedrijfsgebouwen gelegen veldkavels. Aan [eiser] zijn toegedeeld twee aaneengesloten kavels (de huiskavel) en een overliggende veldkavel ([nummer x]), met een totale oppervlakte van 7.76.15 ha.

2.2. [eiser] heeft bij brief van 14 december 2010, ingekomen op 30 december 2010, bij de landinrichtingscommissie bezwaar gemaakt tegen het plan van toedeling. De land- inrichtingscommissie heeft dit bezwaar in behandeling genomen en onderzocht. Nadat [eiser] op het ingediende bezwaar is gehoord, heeft het onderzoek niet geleid tot een oplossing van het geschil. Met betrekking tot het bezwaar is in het op 30 juni 2011 daarvan opgemaakte proces-verbaal als standpunt van de landinrichtingscommissie het volgende opgenomen:

Bezwaar ongegrond. Een vergelijking van inbreng en toedeling laat voor reclamant een verbetering zien inzake huiskavelvergroting, kavelconcentratie en afstandsverkorting. Plan van toedeling handhaven.

2.3. Het bezwaarschrift is op de voet van het bepaalde in de artikelen 202 juncto 176 e.v. van de [A]inrichtingswet (Liw) op 16 augustus 2011 behandeld door de rechter-commissaris, die partijen vervolgens heeft verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

3. Het geschil

3.1. [eiser] maakt bezwaar tegen de toedeling van veldkavel [nummer x], met een oppervlakte van 03.25.25 ha. In plaats daarvan wenst [eiser] toedeling van de door hem ingebrachte percelen, kadastraal bekend gemeente [woonplaats], [nummer 1] en [nummer 2].

[eiser] heeft daarbij aangevoerd dat hij 2 jaar, of bij nader inzien zelfs 2,5 tot 3 jaar geleden, mondeling met mevrouw [A] een overeenkomst heeft gesloten, waarbij mevrouw [A] het recht heeft verkregen om perceel [nummer 1] als eerste te kopen. Met de heer [B] is in die zelfde tijd met betrekking tot perceel [nummer 2] een soortgelijke overeenkomst, eveneens mondeling, aangegaan. Bij het aangaan van de beide overeenkomsten was [eiser] niet op de hoogte van de plannen tot herverkaveling. Door toedeling van de ingebrachte percelen wenst [eiser] de beloften tot verkoop gestand te doen. De toegedeelde grond, in opper- vlakte ook kleiner dan ingebracht, is in vergelijking met de inbreng van mindere kwaliteit, waardoor de vleeskoeien dunne mest zullen produceren, met alle gevolgen voor de gezondheid van de dieren van dien. Het geschil met [C] is alsnog opgelost.

3.2. De landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd [eiser] in zijn bezwaar tegen het plan van toedeling niet ontvankelijk te verklaren, voor zover het nieuwe punten bevat, respectievelijk het bezwaar ongegrond te verklaren. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Overgangsrecht

4.1. Met de inwerkingtreding van de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) op 1 januari 2007 is de Liw ingetrokken. Ingevolge artikel 95, tweede lid, van deze wet blijft de Liw van toepassing op inrichtingsprojecten die deels in voorbereiding of in uitvoering zijn. Nu de eigenaren en gebruikers in de periode van 26 september tot en met 18 oktober 2006 op de voet van art. 198 van de Liw in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken, vindt op de herinrichting voor het deelgebied Rond de Weerribben de Liw toepassing.

5. Beoordeling van het verzoek

5.1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

5.2. Het raamplan en het Milieueffectenrapport (MER) voor het Strategisch Groen- project Noordwest Overijssel zijn op 20 oktober 2004 door gedeputeerde staten (GS) van Overijssel goedgekeurd. Hoofddoelstelling voor de landbouw is het ontwikkelen en versterken van een duurzame en concurrerende landbouw. De grondslag voor deze herinrichting wordt gevormd door de Uitvoeringsmodule "Polders rond de Weerribben en Beulakerpolder" voor het Strategisch Groenproject Noordwest Overijssel en de daarbij behorende oplegnotitie, zoals op 16 november 2004 door GS van Overijssel is vastgesteld. De module geeft uitvoering aan de inrichting van 109 ha "nieuwe natuur" in de Beulaker- polder, de aanleg van een vaarverbinding in de Beulakerpolder en aan de start van de verkavelingsprocedure voor het deelgebied "Rond de Weerribben". Voor het deelgebied "Rond de Weerribben, Beulakerpolder" is deze uitvoeringsmodule vastgesteld als land- inrichtingsplan conform artikel 81 van de Liw. Gezien de meervoudige beleidsdoelstel- lingen is besloten tot herinrichting waarbij in het deelgebied "Rond de Weerribben" een herverkaveling zal plaatsvinden op de voet van Hoofdstuk VII van de Liw. Dit plan bestaat uit een inleiding, een gebiedsbeschrijving, de doelstellingen en het beleid, het instrumen- tarium, de uitvoeringsmaatregelen per doel, de kosten en de uitvoeringsaspecten.

5.3. In hoofdstuk 2 van het landinrichtingsplan is als doelstelling voor de landbouw het volgende opgenomen:

De opgave voor het deelgebied Rond de Weerribben is het realiseren van nieuwe natuurgebieden, met name de ecologische verbinding tussen de Rottige Meenthe en de Weerribben (EHS), het verbeteren van de landbouwstructuur en de waterhuishouding.

De landinrichtingscommissie heeft gekozen voor een wettelijk ruilplan. Het ruilen van gronden krachtens het plan van toedeling staat beschreven in hoofdstuk 7 van de Liw.

Het plan van toedeling houdt een verplichte deelname van alle betrokkenen en rechthebbenden in. Binnen deze eerste module zijn de eerste stappen genomen van de wettelijke verkavelingsprocedure.

5.4. De derde uitvoeringsmodule "Polders rond de Weerribben II (2e fase landinrich- tingsprocedure), door GS van Overijssel op 19 september 2006 vastgesteld, is een vervolg op de eerste uitvoeringsmodule "Polders Rond de Weerribben en Beulakerpolder" en bestaat - kort gezegd - uit het vervolg van de wettelijke herverkaveling voor het blok Rond de Weerribben (tervisielegging plan van toedeling etc.), kavelaanvaardingswerken, twee boerderijverplaatsingen, aanleg landschapsvoorzieningen en andere uitvoeringsmaatregelen.

In een overzicht op p. 9 is een samenvatting gegeven van de doelstellingen die betrekking hebben op het deelgebied Rond de Weerribben. Voor de landbouw zijn de volgende doelstellingen opgenomen:

* Verbeteren van de verkaveling middels een wettelijke verkaveling (afname aantal kavels per bedrijf (max. 2 na verkaveling) - afname afstand tot de veldkavels (max. 2 km));

* Verbeteren waterhuishouding middels het waterverbeteringsplan van waterschap Reest en Wieden;

* Verbeteren ontsluiting van bedrijfsgebouwen en kavels;

* Verbeteren van de veiligheid in relatie tot het agrarisch verkeer.

5.5. In de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 juni 2004, nr. TRCJZ/2004/3819, houdende regels over herverkaveling (Regeling herverkaveling) zijn de regels over de toedeling opgenomen. De landinrichtingscommissie heeft besloten zich te conformeren aan de regels zoals opgenomen in de Regeling herverkaveling. Deze regels staan beschreven in bijlage 1 van de informatiefolder wenszitting. Daarin is als wijze van toedeling in artikel 16 het volgende opgenomen:

1. De toedeling van kavels vindt zodanig plaats dat een doelmatig gebruik wordt bevorderd.

2. De toedeling van kavels geschiedt met inachtneming van de volgende rangorde:

a. toedeling gericht op een zo groot mogelijke concentratie van kavels bij de bedrijfskavel;

b. toedeling gericht op een zo groot mogelijke concentratie van kavels bij de huiskavel;

c. toedeling gericht op een zo gering mogelijke afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de kavels;

d. toedeling gericht op een zo gering mogelijke afstand tussen het woonhuis en de kavels.

6. De rechtbank overweegt als volgt

kavel [nummer x]

6.1. [eiser] kan niet worden gevolgd in zijn stelling dat een mondelinge overeen- komst, waarbij [eiser] aan een derde het recht van eerste koop van een hem in eigendom toebehorend perceel heeft verleend, reeds meebrengt dat het betreffende stuk grond weer aan hem dient te worden toegedeeld. Daargelaten dat [eiser] om hem moverende redenen het bestaan van de beide mondelinge overeenkomsten niet bij de landinrichtingscommissie heeft gemeld (de wenszitting had al in de periode van 26 september - 10 oktober 2006 plaatsgehad), zodat de landinrichtingscommissie daar bij het plan van toedeling ook geen rekening mee heeft kunnen houden, gaat [eiser] er ten onrechte aan voorbij dat de land- inrichtingscommmissie bij de toedeling de in de Regeling herverkaveling opgenomen regels met betrekking tot de wijze van herverkaveling in acht dient te nemen. De landinrichtings- commisie heeft er terecht op gewezen dat in vergelijking met de inbreng sprake is van huis- kavelvergroting, kavelconcentratie en afstandsverkorting. Door een groot deel van de opper- vlakte van de ingebrachte veldkavels aan de huiskavel te leggen, heeft de landinrichtings- commissie op juiste wijze invulling gegeven aan de voor de herverkaveling vastgestelde uitgangspunten. In de inbrengsituatie heeft [eiser] een huiskavel, groot 02.25.20 ha, en drie veldkavels, waarvan twee veldkavels op afstand van de stal zijn gelegen, samen groot 5.68.15 ha. In de toedeling is de bedrijfskavel vergroot naar 4.50.90 ha en zijn de veldkavels geconcentreerd toegedeeld in één veldkavel, groot 03.25.25 ha.

6.2. Aan de stelling van [eiser], dat hij ten tijde van het aangaan van de beide over- eenkomsten niet op de hoogte was van de herverkaveling, wordt bij gebreke van enige onderbouwing voorbij gegaan. Los daarvan kan worden vastgesteld, zoals ook blijkt uit de informatiefolder wenszitting, dat alle rechthebbenden in het gebied zijn uitgenodigd voor de zogenaamde wenszitting, die in de periode van 26 september tot en met 10 oktober 2006 is gehouden. Alle belanghebbenden binnen het deelgebied Rond de Weeribben hebben persoonlijk van het Kadaster een brief ontvangen over de te volgen procedure. [eiser] kan dan ook niet volhouden dat hij nooit iets van een herverkaveling in het deelgebied Rond de Weerribben, waarin zijn bedrijf is gelegen, heeft gehoord of gemerkt.

6.3. Ook bij afweging van de betrokken belangen heeft de landinrichtingscommissie tot de toedeling kunnen komen. Het enkele feit dat [eiser] met de toedeling de mogelijkheid wordt ontnomen om in de toekomst zijn ingebrachte percelen aan een derde, die het recht van eerste koop heeft verkregen, te verkopen, is bij een afweging van de belangen van de andere bij de toedeling betrokken belanghebbende(n), waarbij toedeling van doelmatig te gebruiken kavels als uitganspunt geldt, van onvoldoende gewicht. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] met de voorgenomen verkoop van gronden beoogt om doelmatig te bewerken kavels te verkrijgen. Een persoonlijk (financieel) belang dient in dit geval te wijken voor het algemeen belang.

6.4. Daargelaten de vraag of het voor het eerst bij de rechter-commissaris aan de orde gestelde kwaliteitsverschil als een nieuw bezwaar tegen het plan van toedeling is aan te merken, dan wel als aanvulling op het bezwaar tegen toedeling van kavel [nummer x], kan [eiser] hierin niet worden gevolgd. Het bepaalde in artikel 148 van de Liw biedt geen volledige garantie dat gronden worden toegedeeld van exact gelijke geschiktheid als de inbreng. Deze bepaling kent immers het voorbehoud van het belang van de landinrichting dat zich hiertegen kan verzetten. Als grondslag voor de toedeling geldt de agrarische waarde per hectare, zoals die is vastgesteld bij de eerste schatting. De landinrichtingscommissie blijft in dit geval ruim binnen de marge van 2 klassen schattingswaarde die de richtlijnen van het plan van toedeling bij uitruil van gronden toestaan. Ook overigens is de rechtbank van oordeel dat het weiden van vleeskoeien een kwestie is van interne bedrijfsvoering. Bovendien heeft de landinrichtingscommissie onvoldoende weersproken gesteld dat in de markt graszaadmengsels te koop zijn die qua gebruiksmogelijkheden gelijk zijn aan, alhans in grote mate vergelijkbaar zijn met het zogenaamde "oude gras", waarop de koeien van [eiser] thans weiden. Anders ook dan [eiser] stelt, dient niet de oppervlakte van de inbreng met de toedeling te worden vergeleken, maar de waarde van de grond, uitgedrukt in punten. Aan de hand van het van de processtukken deeluitmakende toedelingsregister kan worden vastgesteld dat tegenover een (netto) inbreng van 194.353 punten een toedeling staat van 200.350 punten, hetgeen voor [eiser] een overbedeling oplevert van 3,1%. Over de schattingsuitkomsten kan in deze fase van de herverkaveling overigens niet meer worden geklaagd.

kavel 031.136

6.5. Ter gelegenheid van de behandeling voor de rechtbank heeft [eiser] er nog op gewezen dat het geschil met [C], die bezwaar heeft gemaakt tegen de toedeling aan [eiser] van kavel 031.136, is opgelost. Dat zou betekenen dat [eiser] teruggaat naar zijn achter zijn huiskavel gelegen veldkavel. Nu het bezwaar van [eiser] zich niet richt tegen toedeling van kavel 031.136, behoeft dit punt geen verdere bepreking.

7. Slotsom

De slotsom is dat het bezwaar van [eiser] tegen toedeling van kavel [nummer x] als ongegrond zal worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de landinrichtingscommissie worden begroot op nihil.

8. De beslissing

De rechtbank

8.1. verklaart het bezwaar van [eiser] tegen het plan van toedeling ongegrond,

8.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de landinrichtingscommissie begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug, mr. H.C. Moorman en

mr. W.J.B. Cornelissen en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.