Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BW7298

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
03-10-2012
Zaaknummer
172217 / HZ ZA 10-775
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde wil (ten onrechte) niet betalen voor 'oppimpen' van auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 172217 / HZ ZA 10-775

Vonnis van 28 maart 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. G.C.L. van de Corput te Breda,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.S. Staijen te Deventer.

Partijen zullen hierna eiser en gedaagde genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 juli 2011

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 20 september 2011

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 17 november 2011

- het proces-verbaal van tegen-getuigenverhoor van 31 januari 2012

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij gemeld tussenvonnis is gedaagde toegelaten tot het tegenbewijs van de stelling van eiser dat hij de in de materiaallijst vermelde onderdelen aan gedaagde heeft geleverd en dat 150 uur arbeid is verricht ten behoeve van de auto.

2.2. Blijkens het proces-verbaal van getuigenverhoor van 20 september 2011 heeft de rechtbank in aanwezigheid van de beide raadslieden vastgesteld dat van de door gedaagde aangezegde acht getuigen niemand is verschenen. Op 17 november 2011 zijn er aan de zijde van gedaagde alsnog drie getuigen gehoord, te weten: [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3].

2.2.1. In tegen-getuigenverhoor heeft eiser vier getuigen voorgebracht, namelijk: [getuige a], [getuige b], [getuige c] en [getuige d].

2.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft gedaagde dit tegenbewijs niet bijgebracht. Zij overweegt daartoe als volgt.

2.3.1. Het (primaire) verweer van gedaagde dat hij geen opdracht heeft gegeven voor de litigieuze aanvullende werkzaamheden heeft de rechtbank reeds aanstonds verworpen; zie rechtsoverweging 4.3 van gemeld tussenvonnis. Het onderhavige rechterlijke vermoeden is gebaseerd op hetgeen aldaar is overwogen in rechtsoverweging 4.6, waarbij in het bijzonder werd verwezen naar de door eiser ter onderbouwing van de door hem gestelde werkzaamheden in het geding gebrachte foto's met nadere toelichting en de aan eiser gerichte facturen met betrekking tot op de materiaallijst vermelde onderdelen. Ook is overwogen dat uit de stukken en uit hetgeen ter comparitie is besproken blijkt dat eiser (met zijn medewerkers) een lange periode aan de auto heeft gewerkt.

2.3.2. Voor zover de verklaringen van de door gedaagde voorgebrachte getuigen betrekking hebben op het beweerdelijk ontbreken van een opdracht tot de omstreden aanvullende werkzaamheden zijn zij niet ter zake dienend, gelet op voormeld andersluidende oordeel van de rechtbank.

2.3.3. Voor het overige staat ter beoordeling de (subsidiaire) stelling van gedaagde dat een deel van de door eiser gestelde werkzaamheden niet zouden zijn verricht en dat verschillende onderdelen niet door hem zouden zijn geleverd, omdat deze al in de auto aanwezig waren. Voor zover de door gedaagde voorgebrachte getuigen dit laatste hebben verklaard, is daarmee evenwel het onderhavige tegenbewijs niettemin niet in voldoende mate bijgebracht. De door eiser voorgebrachte getuigen bevestigen immers per saldo dat eiser de in de materiaallijst vermelde onderdelen wel degelijk aan gedaagde heeft geleverd en dat eiser veel tijd in de auto heeft gestoken. Met name is hier van belang de getuige [getuige d], die heeft verklaard dat hij nog steeds achter zijn eerder in het geding gebrachte schriftelijke verklaring staat, die - voor zover van belang - luidt:

Ik ben er zelf getuige van geweest dat:

* De BMW zonder interieur bij [naam] is aangekomen (dit was ook nodig voor het controleren/vervangen van de bekabeling)

Het gehele interieur door [naam] is terug ingebouwd,

Daarbij zijn ook nog diverse nieuwe BMW onderdelen alsook een hemelscherm beige gespoten door [naam].

Ikzelf heb [naam] nog gevraagd waarom hij dit ook allemaal deed, [naam] vertelde mij dat dit op verzoek van [gedaagde] gebeurde, omdat de auto toch bij [naam] stond had [gedaagde] gevraagd of [naam] ook het interieur terug wilde samenstellen.

Dit inbouwen gaf ook nog eens de nodige problemen door het overbekleden van het interieur met leder, al deze problemen veroorzaakt door de overbekleding met leder waren bekend bij [gedaagde].

* Bijna de complete bekabeling t.b.v. de muziekinstallatie is vervangen door nieuwe (lees zwaardere bekabeling)

De reeds liggende bekabeling was simpelweg niet geschikt voor de door [gedaagde] aangeleverde subwoofers, en het gewenst geluidsniveau waar deze op moesten gaan spelen.

De reeds liggende bekabeling lag bovendien op verkeerde locatie's in de auto wat storingen zou kunnen veroorzaken.

Tevens zijn hiervoor ook nieuwe powercaps geplaatst van het merk Rockford Fosgate links in de kofferbak.

Ook werden er diverse videokabels extra bijgeplaatst t.b.v. meerdere toegevoegde LCD schermen in de auto.

* Het airridesysteem meerdere malen is aangepast bij [naam] op verzoek van [gedaagde].

Er werden (2 i.p.v. 1) compressoren geplaatst, de tank is vervangen door een groter exemplaar

Ook werden koppelingen vervangen en leidingwerk verplaatst.

2.3.4. Dat genoemde [getuige d] als getuige heeft opgemerkt dat de zinsnede "ik ben er zelf getuige van geweest" niet al te letterlijk moet worden genomen (waaraan hij toevoegt: "Ik was er niet bij toen de auto van [gedaagde] binnen kwam. Maar toen ik die auto voor het eerst zag stond die er nog geen week.") kan er naar het oordeel van de rechtbank niet aan afdoen dat het er voor dient te worden gehouden dat de reeds in de auto aanwezige onderdelen daadwerkelijk om de door [getuige d] genoemde redenen door eiser zijn vervangen en dat de in geschil zijnde werkzaamheden wel degelijk door eiser zijn verricht.

2.4. De gevorderde hoofdsom - die voor het overige niet is betwist - ligt aldus voor toewijzing gereed, evenals als de daarover gevorderde wettelijke rente. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarentegen worden afgewezen, nu eiser onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd heeft gesteld dat deze kosten zijn gemaakt ter zake van andere verrichtingen dan die waarvoor de in de artikelen 56 en 57 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

2.5. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:

- dagvaarding EUR 73,89

- griffierecht 314,00

- salaris advocaat 1.344,00 (3,5 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.731,89

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van EUR 9.500,00 (negenduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf de vervaldatum van de factuur tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op EUR 1.731,89,

3.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2012.