Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BW6817

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
186351 - HZ ZA 11-701
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Perikelen rond eigen bijdrage voor thuiszorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 186351 / HZ ZA 11-701

Vonnis van 21 maart 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTRAAL ADMINISTRATIEKANTOOR BIJZONDERE ZORGKOSTEN B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. R.C.H. Bruinier,

tegen

[gedaagde], in zijn hoedanigheid van wettelijk erfgenaam van

[echtgenote],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. Ph.J.N. Aarnoudse.

Partijen zullen hierna CAK BZ en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. CAK BZ treedt op grond van het Bijdragebesluit Zorg op als zelfstandig inningbevoegde publiekrechtelijke rechtspersoon in het kader van de uitvoering van de eigen bijdrage Zorg zonder verblijf (thuiszorg). CAK BZ ontleent haar bevoegdheid aan artikel 5 van het besluit van 29 maart 1983, inhoudende de vaststelling van de algemene maatregel van bestuur zoals bedoeld in artikel 16 lid 1 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

2.2. CAK BZ stelt gebruikelijk aan de hand van de inkomensgegevens van degene die thuiszorg ontvangt de hoogte van de jaarlijkse eigen bijdrage vast. Tegen deze vaststelling, die een beschikking is in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht (AwB), staat binnen zes weken na dagtekening van de beschikking bezwaar open.

2.3. CAK BZ heeft in de periode van 9 januari 2006 tot 31 december 2009 aan mevrouw [echtgenote] (overleden op 30 januari 2011) facturen verzonden betrekking hebbend op de eigen bijdrage en het aantal uren aan haar verleende thuiszorg. Het totaalbedrag van deze facturen bedraagt EUR 4.220,64. Deze facturen zijn niet voldaan.

3. Het geschil

3.1. CAK BZ vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 5.778,15 vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. CAK BZ stelt dat zij aan de hand van de inkomensgegevens van [gedaagde] en zijn overleden echtgenote - van telkens twee jaar daarvoor - de hoogte van de jaarlijkse eigen bijdrage heeft vastgesteld. Tegen deze beschikkingen is geen bezwaar gemaakt zodat de jaarlijkse beschikkingen onherroepelijk zijn en formele rechtskracht hebben, zodat zowel het bestaan als de hoogte van de eigen bijdragen vaststaan. In het kader van de zorgverlening heeft CAK BZ van het zorgkantoor Carinova het aantal geleverde zorguren ontvangen. Na ontvangst van deze informatie is CAK CZ met inachtneming van de eerder vastgestelde eigen bijdrage overgegaan tot het opleggen van de gezonden en thans gevorderde facturen.

4.2. [gedaagde] stelt dat hij in het verleden de zaken van zijn vrouw heeft behartigd. Zij leed aan Alzheimer. Hij probeert al vanaf april 2006 duidelijkheid te verkrijgen over hetgeen is gefactureerd, waartoe hij diverse brieven aan CAK BZ heeft gezonden waarop nooit een inhoudelijke reactie is gekomen. De beschikkingen waar CAK BZ zich op beroept zijn nooit ontvangen. Hij heeft dus (namens zijn vrouw) ook nooit bezwaar kunnen aantekenen, wat hij zeker zou hebben gedaan als hij daartoe in de gelegenheid zou zijn gesteld. Er is derhalve geen sprake van het bestaan van formele rechtskracht.

4.3. Na het verweer van [gedaagde] dat hij de beschikkingen waarop CAK BZ zich beroept niet heeft ontvangen heeft CAK BZ bij repliek gesteld dat zij deze beschikkingen niet kan overleggen, omdat ze slechts eenmaal worden verstrekt. Wel heeft zij bij repliek een aan [gedaagde] gezonden brief in het geding gebracht d.d. 1 september 2011 waaruit volgens CAK BZ volgt hoe de door haar berekende eigen bijdrage tot stand is gekomen. Alle in die brief voormelde gegevens stonden eveneens in de door CAK aan [gedaagde] en [echtgenote] toegezonden beschikkingen. Zonder eerder afgegeven beschikkingen ten aanzien van de hoogte van de eigen bijdrage zou het voor CAK CZ niet mogelijk zijn facturen op te stellen en deze aan [gedaagde] en [echtgenote] toe te sturen. In alle facturen van CAK BZ wordt expliciet verwezen naar de eerder door haar afgegeven schriftelijke beschikkingen ten aanzien van de hoogte van de eigen bijdrage over elke specifiek zorgjaar. Tussen partijen staat dus vast dat door CAK BZ schriftelijke beschikkingen zijn afgegeven op basis waarvan de openstaande facturen zijn gebaseerd.

4.4. De rechtbank oordeelt als volgt. Dat CAK BZ de door haar bedoeld beschikkingen aan [echtgenote] en/of [gedaagde] heeft gezonden is in het geheel niet komen vast te staan. CAK BZ is niet in staat een kopie van deze beschikkingen in het geding te brengen. Wat de inhoud is van deze beschikkingen is eveneens op geen enkele wijze komen vast te staan. Dat in de (gevorderde) facturen wordt verwezen naar deze beschikkingen betekent nog niet dat deze ook zijn toegezonden aan [echtgenote] en/of [gedaagde]. Evenmin is dit af te leiden uit het gegeven dat [echtgenote] en/of [gedaagde] meerdere malen om toezending van inkomensformulieren hebben gevraagd. Het mag verder dan wel zo zijn dat CAK BZ zonder beschikkingen geen factuur kan opmaken, ook dat wil nog niet zeggen dat de beschikkingen aan [echtgenote] en/of [gedaagde] zijn toegezonden. Ook de inhoud van de beschikkingen staat geenszins vast. Dat de inhoud daarvan neerkomt op hetgeen is neergelegd aan de aan [gedaagde] gezonden brief van 1 september 2011 blijkt nergens uit.

Al met al moet worden vastgesteld dat er geen sprake is van beschikkingen met formele rechtskracht. De hoogte van de eigen bijdrage en daarmee de juistheid van de facturen staat dus niet vast.

De "uitnodiging" van CAK BZ aan [gedaagde] om zich bij dupliek aan de hand van de brief van CAK BZ van 1 september 2011 uit te laten of de door CAK BZ gehanteerde gegevens die ten grondslag liggen aan de door haar berekende eigen bijdrage juist zijn, heeft [gedaagde] terecht niet aanvaard. De discussie over de juistheid van de eigen bijdrage en de daaraan ten grondslag liggende gegevens hoort, gelet op het vorenstaande, immers niet thuis in een civiele procedure maar in een bestuursrechtelijk procedure.

De eindconclusie is dat CAK BZ de juistheid van haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd, zodat deze moet worden afgewezen.

4.5. CAK BZ zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht EUR 71,00

- salaris advocaat 768,00 (2.0 punt × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 839,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt CAK BZ in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 839,00 te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 5699.90.734 ten name van MvJ Arrondissement Zwolle onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2012.