Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BW1156

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
06-04-2012
Datum publicatie
06-04-2012
Zaaknummer
196351 - KZ ZA 12-51
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op vrijdag 6 april uitspraak gedaan in het kort geding dat leden van de Zwolse ruitervereniging Ritsaert hadden aangespannen tegen die vereniging. De rechter heeft hen grotendeels in het gelijk gesteld.

Een aan de vereniging gelieerde stichting had het ruitersportcentrum, waar de activiteiten van de vereniging plaatsvinden, verkocht aan een bestuurder van die stichting en een dochter van een andere bestuurder. De betrokkenen van de ruitervereniging wilden daarover opheldering. Zij eisten dat zij als lid zouden worden toegelaten tot de algemene ledenvergadering van de vereniging. Ook wilden zij dat bepaalde onderwerpen werden geagendeerd.

De vereniging vond dat de verkoop een aangelegenheid was van de stichting. Zij weigerde de verkoop en een eerdere statutenwijziging te agenderen. Het bestuur had in de weken voor de ledenvergadering een lid dat de media had benaderd geroyeerd en de inschrijving van leden die zich onlangs hadden aangemeld ongeldig verklaard.

De voorzieningenrechter heeft deze bestuursbesluiten geschorst. De betrokken leden moeten toegang krijgen tot de binnenkort te houden ledenvergadering om daar hun rechten als lid te kunnen uitoefenen. Voorts moeten de door de betrokken leden aangedragen onderwerpen op de agenda worden geplaatst, omdat ze wel degelijk de vereniging direct raken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2012-0015

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 196351 / KZ ZA 12-51

Vonnis in kort geding van 6 april 2012

in de zaak van

1. [eiser A],

wonende te [plaats],

2. [eiser B],

wonende te [plaats],

3. [eiser C],

wonende te [plaats],

4. [eiser D],

wonende te [plaats],

5. [eiser E],

wonende te [plaats],

6. [eiser F],

wonende te [plaats],

7. [eiser G],

wonende te [plaats],

8. [eiser H],

wonende te [plaats],

9. [eiser I],

wonende te Nieuwleusen,

10. [eiser J],

wonende te [plaats],

11. [eiser K],

wonende te [plaats],

12. [eiser L],

wonende te [plaats],

13. [M],

wonende te [plaats],

eisers,

advocaat mr. A.A. Bos te Zwolle,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

ZWOLSE RUITERCLUB "RITSAERT",

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

2. [gedaagde], in zijn hoedanigheid als voorzitter van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Zwolse Ruiterclub “Ritsaert”,

wonende te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. M.C. Janus-Maaskant te Zwolle.

Eisers zullen hierna gezamenlijk ook worden aangeduid als [eiser] c.s. Eisers sub 1, 2, 3 en 4 zullen afzonderlijk respectievelijk worden aangeduid als [eiser A], [eiser B], [eiser C] en [eiser D]. Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als Ritsaert c.s. en afzonderlijk als Ritsaert en [gedaagde].

1. De procedure

1.1. De in de dagvaarding vermelde eisers sub 5 en 6 ([naam] en [eiser M]) hebben hun vorderingen ingetrokken.

1.2. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de producties 15 en 16 van [eiser] c.s.

- de productie 17 van [eiser] c.s.

- de wijziging van eis en de producties 18 en 19 van [eiser] c.s.

- de producties A tot en met O van Ritsaert c.s.

- de productie P van Ritsaert c.s.

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser] c.s.

- de pleitnota van Ritsaert c.s..

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Ritsaert is een vereniging die - kort gezegd – als doelstelling heeft het (doen) beoefenen en bevorderen van de paarden- en/of ponysport. De activiteiten van Ritsaert vinden plaats op het Ruitersportcentrum Zwolle (verder: het ruitersportcentrum).

2.2. De statuten van Ritsaert van 26 april 2011 houden – voor zover van belang – het volgende in:

Artikel 4 lid 1 en 2:

“1. Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen. (…). Een lid kan slechts tot het lidmaatschap worden toegelaten indien hij tevens als lid tot de KNHS wordt toegelaten, tenzij het lid reeds uit andere hoofde lid is van de KNHS.

2. De toelating tot de vereniging kan nader worden geregeld in een reglement.”

Artikel 6 lid 1, 3 en 5, eerste zinsnede:

“1. Het lidmaatschap van de vereniging eindigt door het overlijden van het lid, alsmede door opzegging of royement door de vereniging of opzegging door het verenigingslid.”

“3. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen tegen het einde van zijn boekjaar. Opzegging door de vereniging kan geschieden wanneer:

a. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet of niet tijdig nakomt, waaronder begrepen het niet nakomen van financiële verplichtingen tegenover de vereniging;

b. het lid de belangen van de vereniging of van de paardensport schaadt;

c. het lid niet voldoet aan de vereisten die de statuten voor het lidmaatschap stellen;

d. de KNHS het lid het lidmaatschap opzegt.

Voorts kan de vereniging het lidmaatschap met onmiddellijke ingang door opzegging doen beëindigen indien redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden verlangd het lidmaatschap te laten voortduren en/of indien de KNHS het lid het lidmaatschap opzegt.”

“5. Het bestuur is bevoegd een lid te ontzetten uit diens lidmaatschap (royement) wanneer het lid in ernstige mate in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.”

Artikel 15, lid 1, 3, 4 en 5

“1. De agenda van de algemene vergadering wordt ten minste drie weken voor de dag van de algemene vergadering ter kennis van de leden gebracht door publicatie in de officiële mededelingen of door toezending aan de leden.”

“3. Uiterlijk twee weken voor de dag van de vergadering van de algemene vergadering kunnen ten minste drie leden voorstellen aan de agenda toegevoegd worden.

4. Het bestuur is bevoegd later ingekomen voorstellen, alsmede eigen voorstellen alsnog op de agenda te plaatsen.

5. De algemene vergadering kan geen besluiten nemen over voorstellen die niet in de agenda zijn vermeld, tenzij de algemene vergadering bij meerderheid anders beslist.”

2.3. Het ruitersportcentrum bestaat uit een terrein met daarop een gebouwencomplex gelegen aan de Hollewandsweg 15-15c te Zwolle. De Stichting Ruitersport Zwolle-Zuid (verder: de stichting) heeft in 2001 - onder meer - het ruitersportcentrum in eigendom verkregen.

2.4. In de statuten van de stichting van 13 april 2001 is in artikel 2 het doel van de stichting vastgelegd. Artikel 2 lid 1 luidde - voor zover van belang – als volgt:

“De stichting heeft ten doel: de instandhouding en exploitatie van een binnen- en buitenmanege ter bevordering van de paardensport in Zwolle en omgeving, alsmede de verbetering van de kwaliteit daarvan, alles in de ruimste zin des woords. Zulks in het bijzonder ten gunste van de Zwolse Ruiterclub “Ritsaert” dan wel de leden van die vereniging. (…).”

2.5. Op grond van artikel 4 van voornoemde statuten had Ritsaert een benoemingsrecht ten aanzien van ten minste twee en ten hoogste drie bestuursleden in het bestuur van de stichting.

2.6. In april 2011 zijn de statuten van de stichting gewijzigd. In de nieuwe statuten is de zinsnede dat de stichting ten gunste van de vereniging opereert niet meer opgenomen.

2.7. In artikel 4 lid 2 van de statuten is – voor zover van belang - het volgende bepaald:

“Het bestuur van de vereniging: Vereniging Zwolse Ruiterclub “Ritsaert”, gevestigd te Zwolle heeft een recht tot voordracht ten aanzien van ten minste twee en ten hoogste drie bestuursleden; (…).”

2.8. Op dit moment hebben drie bestuursleden van Ritsaert zitting in het bestuur van de stichting.

2.9. Eisers sub 1 en 5 tot en met 13 hebben zich begin maart 2012 als niet-rijdend leden van Ritsaert aangemeld. Bij brieven van 1 en 2 maart 2012 heeft [naam A] de lidmaatschappen van hen als niet-rijdende leden bevestigd. In deze brieven is het volgende opgenomen:

“Hierbij bevestig ik uw lidmaatschap als niet-rijdend lid van de Zwolse Ruiterclub Ritsaert en ik dank u voor het aanmelden.

Met vriendelijke groet,

[naam A]

Secretaris Zwolse Ruiterclub Ritsaert”

2.10. De stichting heeft alle activa, opstallen en andere (on)roerende goederen verkocht. Het erfpachtrecht van het perceel, plaatselijk bekend Hollewandsweg 15, 15A en 15C, te Zwolle, en de opstallen zijn op 15 maart 2012 voor € 250.000,-- geleverd aan WIKA Holding B.V., die (middellijk) toebehoort aan [naam B] en [naam C]. [naam B] is bestuurslid van de stichting en [naam C] is dochter van [naam D], eveneens bestuurslid van de stichting.

2.11. Het bestuur van Ritsaert heeft haar leden schriftelijk uitgenodigd voor een algemene ledenvergadering op 28 maart 2012 onder vermelding van de agendapunten.

2.12. [eiser A], [eiser B] en [eiser C] hebben bij e-mail en brief van 17 maart 2012 het bestuur van Ritsaert verzocht een viertal punten op de agenda van de algemene ledenvergadering te plaatsen. Het betreft de volgende punten:

“1. De aanpassing van de statuten van de stichting in april 2011

2. De voorgenomen verkoop van de stichting van alle activa, opstallen en andere (on)roerende zaken die destijds aan de vereniging toebehoorden aan een bestuurslid van de stichting en een dochter van een bestuurslid van de stichting.

3. Ontslag/schorsing huidig bestuur

4. Benoeming nieuw bestuur.”

2.13. Bij brieven van 22 maart 2012 heeft Ritsaert de inschrijvingen van eisers sub 1 en 4 tot en met 13 als lid ongeldig verklaard. In de brieven staat het volgende vermeld:

“U heeft zich aangemeld als lid van de vereniging Zwolse Ruiterclub Ritsaert, en als zodanig bent u door onze secretaris ingeschreven.

Men kan echter alleen lid worden van onze vereniging indien men diensten afneemt van het Ruitersportcentrum Zwolle, dat wil zeggen indien men rijlessen volgt of een paard in pensionstalling heeft.

Nu gebleken is dat u noch rijlessen volgt op het Ruitersportcentrum Zwolle, noch een paard in pensionstalling heeft, heeft de secretaris u ten onrechte als lid ingeschreven.

Middels deze brief wordt uw inschrijving dan ook ongeldig verklaard.”

2.14. [eiser C] is door Ritsaert bij besluit van 16 maart 2012 met onmiddellijke ingang geroyeerd als lid. Zij is daar enige dagen later bij ongedateerde brief van in kennis gesteld. In de brief is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“Dit royement is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Door uw acties om de verkoop van het Ruitersportcentrum Zwolle te voorkomen heeft u tevens de vereniging benadeeld. Hiertoe wordt opgemerkt dat de (mede) op uw initiatief verschenen publicaties in “De Stentor” en uw ingezonden brief in deze krant een negatieve uitstraling op de vereniging hebben.

2. Daarnaast heeft u leden van de vereniging telefonisch en per mail benaderd om uw verhaal te vertellen met betrekking tot de verkoop van het Ruitersportcentrum Zwolle, waarbij u deze leden dringend verzocht heeft om naar de algemene ledenvergadering te komen om het huidige verenigingsbestuur af te zetten. Tevens heeft u oud leden benaderd om nog even lid van de vereniging te worden zodat ook zij toegang hebben tot de ledenvergadering en dat u bereid bent om de contributie voor hen te betalen.

3. In dit kader heeft u gebruik gemaakt van gegevens die de leden van de vereniging in vertrouwen aan het bestuur van de vereniging gegeven hebben. Hiervan had u, alleen al uit privacy-overwegingen, geen gebruik mogen maken.”

2.15. Ritsaert heeft bij brief van 22 maar 2012, gericht aan [eiser B], het verzoek om de agenda van de algemene ledenvergadering aan te vullen met de voorgestelde onderwerpen afgewezen. In de brief is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

“Het bestuur richt haar antwoord op dit verzoek alleen aan u, aangezien mevrouw [eiser] geroyeerd is als lid en de inschrijving van [naam E] ongeldig is, omdat hij niet in aanmerking komt voor een lidmaatschap gelet op het beleid dat de vereniging dienaangaande heeft. (Hij neem geen diensten af van het ruitersportcentrum.)

Uw verzoek om aanvulling van de agenda voor de Algemene Ledenvergadering is, gelet op het bepaalde in artikel 15, derde lid, van de statuten van de vereniging, niet alleen te laat ingediend, maar moet tevens door drie leden worden gedaan. Ingevolge het vierde lid van dit artikel is het bestuur echter bevoegd later ingekomen voorstellen alsnog op de agenda te plaatsen.

Het bestuur zal echter geen gebruik maken van deze bevoegdheid, omdat de eerste twee door u aangevoerde punten geen verenigingsaangelegenheden zijn. Als bestuur zullen wij in de ledenvergadering wel een uitleg geven naar de leden over de verkoop van het Ruitersportcentrum Zwolle.

Evenmin bestaat aanleiding om het derde en vierde punt aan de agenda toe te voegen, aangezien het bestuur geen enkele reden ziet om af te treden.”

3. Het geschil

3.1. [eiser] c.s. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de besluiten van Ritsaert om [eiser] c.s. als lid te weigeren en/of te royeren schorst, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist;

2. Ritsaert c.s. hoofdelijk veroordeelt om op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,00 voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod [eiser] c.s. als volwaardig lid (met stemrecht) te accepteren, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist.

3. Ritsaert c.s. hoofdelijk veroordeelt om op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,00 voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod [eiser] c.s. toe te laten in de eerst volgende algemene ledenvergadering en iedere daarop volgende algemene ledenvergadering en hen aldaar in staat te stellen hun rechten als lid uit te oefenen, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist.

4. het besluit van Ritsaert tot weigering om de door [eiser] c.s. voorgedragen onderwerpen op de algemene ledenvergadering van 28 maart 2012 te agenderen en te behandelen, schorst, totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist;

5. Ritsaert c.s. hoofdelijk veroordeelt om op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,00 voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod binnen twee weken na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, op de volgens de statuten voorgeschreven wijze een algemene ledenvergadering bijeen te roepen en te houden;

6. Ritsaert c.s. hoofdelijk veroordeelt om op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,00 voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod in de eerst volgende algemene ledenvergadering alle door [eiser] c.s. aan te dragen onderwerpen te agenderen en te behandelen, waaronder in ieder geval:

a. de aanpassing van de statuten van de Stichting Ruitersport Zwolle-Zuid in april 2011

b. de verkoop en levering door de Stichting Ruitersport Zwolle-Zuid van alle activa, opstallen en andere (on)roerende zaken, gelegen te Zwolle aan de Hollewandsweg 15 en 15 a t/m c;

c. ontslag/schorsing huidig bestuur

d. benoeming nieuw bestuur.

7. Ritsaert c.s. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten van dit geding.

3.2. Ritsaert c.s. voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ritsaert c.s. heeft gesteld dat zij rauwelijks is gedagvaard, zodat [eiser] c.s. niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen, althans in de proceskosten moet worden veroordeeld.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het feit dat de ene partij de andere partij zonder voorafgaande sommatie dagvaardt nog niet meebrengt dat eerstgenoemde partij niet ontvankelijk is in haar vorderingen. Wel kan dit onder omstandigheden meebrengen dat de rauwelijks dagvaardende partij, ondanks dat zij in het gelijk wordt gesteld, geen of slechts in beperkte mate aanspraak kan maken op de gebruikelijke vergoeding voor proceskosten.

In het onderhavige geval kan aangenomen worden dat [eiser] c.s. niet voorafgaande aan het uitbrengen van de dagvaarding in gesprek is gegaan met Ritsaert c.s. en evenmin Ritsaert c.s. heeft gesommeerd datgene te doen wat thans in kort geding is gevorderd. Dit kan echter niet tot het door Ritsaert c.s. gewenste gevolg leiden. Immers, de brieven waarin de inschrijvingen ongeldig werden verklaard en de brief waarin [eiser B] werd meegedeeld dat de agenda niet werd aangevuld zijn gedateerd 22 maart 2012, terwijl [eiser C] rond die tijd de brief betreffende haar royement heeft ontvangen. Nu de algemene ledenvergadering op 28 maart 2012 stond gepland, was er sprake van een dusdanige spoedeisendheid dat [eiser] c.s. niet verweten kan worden dat zij direct tot dagvaarding is overgegaan.

4.2. Van een spoedeisend belang is - hoewel de algemene ledenvergadering is uitgesteld - nog steeds sprake aangezien op korte termijn een nieuwe datum te verwachten is.

4.3. De voorzieningenrechter zal thans beoordelen of er redenen bestaan om de besluiten van Ritsaert c.s. om eisers als lid te weigeren te schorsen. Deze besluiten gelden niet voor [eiser B] en [eiser C], zodat de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat uitsluitend eisers 1 en 4 tot en met 13 dit vorderen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat artikel 4 van de statuten van Ritsaert slechts twee eisen stelt aan het lidmaatschap: het moet gaan om een natuurlijk persoon en de persoon moet als lid worden toegelaten tot de KNHS. Niet is gebleken dat deze eisen in onderhavig geval een belemmering vormen om betrokkenen als lid toe te laten. In de brieven van Ritsaert van 22 maart 2012 staat voorts vermeld dat men alleen lid kan worden van Ritsaert indien men diensten afneemt van het Ruitersportcentrum Zwolle. Dit is echter in de statuten van de vereniging niet terug te vinden, terwijl de vereniging blijkens het contributieoverzicht ook niet-rijdende leden heeft. Ritsaert c.s. heeft in dat verband aangevoerd dat het algemeen beleid is dat zij alleen leden toelaat die actief deelnemen dan wel betrokken zijn bij de vereniging. Dat dit beleid op rechtsgeldige wijze is vastgelegd, heeft Ritsaert c.s. echter niet aannemelijk gemaakt.

Bovendien hebben de betreffende eisers met kracht van argumenten bepleit zeer betrokken te zijn bij de vereniging. Door hen, zonder navraag naar hun bedoelingen, uit te sluiten van het lidmaatschap heeft Ritsaert naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter in strijd gehandeld met de vereiste redelijkheid en billijkheid, alsmede het hierna in rechtsoverweging 4.4 te vermelden beginsel van hoor en wederhoor.

Voorts geldt het volgende.

In de statuten van Ritsaert is over de toelating als lid uitsluitend bepaald dat dit nader kan worden geregeld in een reglement. Niet gesteld is dat dit heeft plaatsgevonden, zodat de aanvullende regel van artikel 2:33 BW geldt. Volgens deze bepaling beslist het bestuur van de vereniging over de toelating van een lid en kan bij niet-toelating de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

In casu hebben de betrokkenen zich als lid aangemeld en vervolgens het lidmaatschap bevestigd gekregen door [naam A]. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is volgens de regels van aanbod en aanvaarding een geldig lidmaatschap tot stand gekomen. Ritsaert c.s. heeft weliswaar betoogd dat zij niet aan de bevestiging van [naam A] is gebonden, omdat zij dit op persoonlijke titel heeft gedaan, maar dat kan Ritsaert c.s. niet baten. Als vaststaand kan immers aangenomen worden dat [naam A] blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel sinds 24 november 2010 bestuurder van Ritsaert is. Weliswaar staat zij niet als secretaris van Ritsaert geregistreerd, maar aannemelijk is geworden dat zij wel belast is met het secretariaat van Ritsaert. In de brieven van 22 maart 2012 heeft Ritsaert verwezen naar de inschrijving “door onze secretaris”. Daar komt bij dat, blijkens de door Ritsaert c.s. overgelegde productie E, Ritsaert er eveneens van uitgaat dat haar secretariaat bestaat uit [naam F] en [naam A]. Nu [naam A] bestuurder van Ritsaert is en daarbij (feitelijk) is belast met het secretariaat en betrokkenen na hun aanmelding bij de vereniging vervolgens een reactie hebben ontvangen van de vereniging in de vorm van een bevestiging van het lidmaatschap afkomstig van een bestuurslid, hebben zij redelijkerwijs mogen aannemen dat zij lid waren geworden van de vereniging.

Artikel 6 van de statuten bepaalt op welke wijze het lidmaatschap eindigt. De door Ritsaert gehanteerde methode om de inschrijving ongeldig te verklaren is daarin niet vastgelegd. Voor zover dit - welwillend lezend - als een opzegging zou moeten worden beschouwd als bedoeld in lid 3 sub c van artikel 6 geldt dat in dat geval pas tegen het einde van het boekjaar mag worden opgezegd.

Slotsom is dat in hoge mate aannemelijk is dat een bodemrechter, later oordelend, de onderhavige besluiten als in strijd met de statuten, althans op basis van de gronden als bedoeld in artikel 2:14 of 2:15 BW nietig zal verklaren. Er bestaat derhalve aanleiding om de onderhavige besluiten te schorsen, totdat in de bodemprocedure is beslist.

4.4. De voorzieningenrechter komt vervolgens toe aan de beoordeling van het besluit van het bestuur van Ritsaert van 14 maart 2012 om [eiser C] met onmiddellijke ingang te royeren als lid van de vereniging. Dit besluit is bij ongedateerd schrijven aan [eiser C] kenbaar gemaakt. De voorzieningenrechter constateert dat de statuten in artikel 6 lid 5 de bevoegdheid geven aan het bestuur om een lid te royeren, onder meer wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Deze grond heeft het bestuur in haar ongedateerd schrijven ook gebruikt. De voorzieningenrechter laat in het midden het antwoord op de vraag of de gedragingen van [eiser C] (voldoende) reden waren tot royement, omdat reeds op andere gronden de vordering tot schorsing toewijsbaar is.

Royement is de zwaarst mogelijke verenigingsrechtelijke sanctie en is een maatregel van tuchtrechtelijke aard. Dit brengt mee dat de besluitnemende instantie grote zorgvuldigheid moet betrachten bij de besluitvorming en dient te handelen conform de algemene rechtsbeginselen, waaronder het beginsel van hoor en wederhoor.

Dit geldt te meer wanneer het iemand betreft die, zoals wel vaststaat, meer dan 10 jaar lid is van de vereniging, bestuurslid is geweest en ten tijde van het royement nog in een of meer commissies zat.

Vaststaat dat in de bestuursvergadering van Ritsaert van 14 maart 2012 het besluit is genomen [eiser C] als lid van de vereniging te royeren en dat zij vóór dat besluit niet is gehoord door het bestuur. Nu vóór het nemen van het royementsbesluit door Ritsaert geen hoor en wederhoor is toegepast, heeft Ritsaert bij de voorbereiding van dat besluit een elementair rechtsbeginsel geschonden. De voorzieningenrechter acht de kans zeer gering dat het royementsbesluit – indien beoordeeld in een bodemprocedure – in stand zal blijven.

De vordering tot schorsing van het besluit om [eiser C] als lid van Ritsaert te royeren zal dan ook worden toegewezen.

4.5. Uit het vorenstaande volgt dat Ritsaert [eiser] c.s. op dit moment dient aan te merken als volwaardige leden (met stemrecht) en dat zij haar dient toe te laten tot de (eerstvolgende) algemene ledenvergadering(en). Zij dient aldaar in staat te worden gesteld haar rechten als lid uit te oefenen. Dit wordt slechts anders indien het lidmaatschap van een betrokkene (op andere, rechtsgeldige wijze) eindigt. De vorderingen onder 2 en 3 zijn in zoverre toewijsbaar.

4.6. De vordering onder 4 zal worden afgewezen, nu de algemene ledenvergadering van 28 maart 2012 is uitgesteld.

4.7. [eiser] c.s. heeft aangevoerd dat zij belang heeft om op korte termijn geïnformeerd te worden over de statutenwijziging van de stichting en de verkoop van het ruitersportcentrum, omdat zij mogelijk de vernietiging van deze besluiten wil inroepen, hetgeen binnen een termijn van één jaar dient plaats te vinden. De voorzieningenrechter ziet hierin, gelet op de in statuten voorgeschreven termijnen, aanleiding om Ritsaert te gebieden om binnen twee weken na betekening van dit vonnis een algemene ledenvergadering bijeen te roepen op de volgens de statuten voorgeschreven wijze, waarbij de vergadering binnen een termijn van vier weken dient plaats te vinden.

4.8. Ten slotte is aan de orde de vordering om alle aan te dragen onderwerpen te agenderen en te behandelen, waaronder de eerder aan de orde geweest zijnde onderwerpen, als vermeld in rechtsoverweging 2.12.

De voorzieningenrechter merkt in dat verband op dat het haar verbaast dat het bestuur niet al uit zichzelf de verkoop van de ruitersportcentrum op de agenda van de algemene ledenvergadering heeft gezet.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een verwevenheid tussen Ritsaert en de stichting, die ertoe noopt de gang van zaken bij de stichting af te stemmen met Ritsaert. Van belang is dat de stichting in het leven is geroepen ten dienste van Ritsaert. Daar komt bij dat statutair is bepaald dat drie bestuursleden van Ritsaert tevens bestuurslid van de stichting zijn. Ritsaert c.s. heeft weliswaar betoogd dat de desbetreffende bestuursleden zitting hebben in het stichtingsbestuur zonder last of ruggespraak, maar voorshands moet worden aangenomen dat de bestuursleden van Ritsaert haar belangen vertegenwoordigen in het stichtingsbestuur.

Naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter zijn de statutenwijziging van de stichting en de verkoop van het ruitersportcentrum veranderingen die de vereniging direct raken en daarmee, anders dan Ritsaert c.s. stelt, een verenigingsaangelegenheid. [eiser] c.s. heeft terecht zorg geuit over de gang van zaken bij de stichting. Niet uit te sluiten valt dat zij, en andere leden, in het uitoefenen van hun hobby beknot dreigen te worden. De leden van Ritsaert zijn niet, dan wel in beperkte mate, geïnformeerd over de veranderingen, terwijl daar wel alle aanleiding toe was. Ook het bestuur vindt dat op haar de plicht rust om op de ledenvergadering verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid. Zelfs op het verzoek tot agendering van deze onderwerpen heeft het verenigingsbestuur afwijzend gereageerd, terwijl de stichting en het verenigingsbestuur zich ondanks alle onrust is blijven hullen in een zweem van geheimzinnigheid. [eiser] c.s. heeft derhalve alle belang bij agendering van deze onderwerpen. Dat het bestuur tijdens de algemene ledenvergadering wel uitleg wil geven, is geen argument om deze punten niet te agenderen.

Het belang van [eiser] c.s. bij de agendering van de voorgedragen vergaderpunten is alleen al gelegen in het feit dat, gelet op het bepaalde in artikel 15 lid 5 van de statuten, de agendering daarvan van invloed kan zijn op de besluitvorming tijdens de algemene ledenvergadering.

Er bestaat eveneens aanleiding de punten 3 en 4 te agenderen. Dat het bestuur geen reden ziet af te treden, betekent nog niet dat deze punten niet behoren te worden geagendeerd. Kennelijk gaat Ritsaert c.s. ervan uit dat het bestuur zal worden weggestemd, maar [eiser] c.s. wil niet meer en niet minder dan de mogelijkheid hebben deze punten op de vergadering aan de orde te stellen. Ritsaert heeft daartegen onvoldoende ingebracht.

Slotsom is dat er met betrekking tot deze vier punten reden bestaat de vordering toe te wijzen. De voorzieningenrechter acht de vordering voor het overige te ruim geformuleerd, zodat de vordering onder 6 zal worden toegewezen als na te melden.

4.9. De door [eiser] c.s. gevorderde dwangsommen zullen, gelet op de geringe inkomsten van Ritsaert, worden beperkt tot € 500,00 per overtreding, met dien verstande dat tegen ieder afzonderlijk lid een afzonderlijke overtreding kan worden begaan, en gemaximeerd tot een bedrag van in totaal € 15.000,00. De dwangsommen zullen worden toegewezen als volgt.

4.10. Met betrekking tot de vordering tegen [gedaagde], als voorzitter van Ritsaert, oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. [eiser] c.s. heeft aangevoerd dat zij [gedaagde] heeft gedagvaard, omdat hij als voorzitter van Ritsaert uitvoering dient te geven aan het gevorderde. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen door [eiser] c.s. is aangevoerd geen reden om de vorderingen ook tegen [gedaagde] toe te wijzen, daar het voor zich spreekt dat de voorzitter van Ritsaert zorg zal dragen voor de uitvoering van hetgeen waartoe Ritsaert is veroordeeld, mede gezien de op te leggen dwangsommen. Daarnaast is van belang dat [gedaagde] als afzonderlijk bestuurslid van Ritsaert te weinig beschikkingsmacht heeft en hij afhankelijk is van de medewerking van (een) andere bestuurder(s).

4.11. De beslissing zal, gelet op het karakter van de gevraagde voorzieningen, zoals door [eiser] c.s. is verlangd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.12. Ritsaert zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] c.s. worden begroot op:

- dagvaarding € 97,64

- griffierecht 267,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal € 1.268,64

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. schorst de besluiten van Ritsaert waarbij [eiser C] als lid is geroyeerd en de inschrijvingen van eisers 1 en 4 tot en met 13 ongeldig zijn verklaard, totdat in de bodemprocedure zal zijn beslist,

5.2. gebiedt Ritsaert [eiser] c.s. als volwaardig lid (met stemrecht) te accepteren, totdat in de bodemprocedure zal zijn beslist.

5.3. gebiedt Ritsaert [eiser] c.s. toe te laten in de eerstvolgende algemene ledenvergadering en iedere daarop volgende ledenvergadering en haar aldaar in staat te stellen haar rechten als lid uit te oefenen, totdat in de bodemprocedure zal zijn beslist,

5.4. gebiedt Ritsaert om binnen twee weken na betekening van dit vonnis op de volgens de statuten voorgeschreven wijze een algemene ledenvergadering bijeen te roepen, waarbij de vergadering binnen een termijn van vier weken dient te worden gehouden;

5.5. gebiedt Ritsaert in de eerstvolgende algemene ledenvergadering de volgende onderwerpen te agenderen en te behandelen:

a. de aanpassing van de statuten van de Stichting Ruitersport Zwolle-Zuid in april 2011

b. de verkoop en levering door de Stichting Ruitersport Zwolle-Zuid van alle activa, opstallen en andere (on)roerende zaken, gelegen te Zwolle aan de Hollewandsweg 15 en 15 a t/m c;

c. ontslag/schorsing huidig bestuur

d. benoeming nieuw bestuur.

5.6. veroordeelt Ritsaert om aan [eiser] c.s. een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van de in 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 of 5.5 uitgesproken hoofdveroordeling(en), tot een maximum van in totaal € 15.000,00 is bereikt,

5.7. veroordeelt Ritsaert in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] c.s. tot op heden begroot op € 1.268,64,

5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2012.?