Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BW0732

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
04-04-2012
Zaaknummer
Awb 11/1507
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering verlening vrijstelling voor bouwen van centrumvoorzieningen op recreatiepark Old Heino; terecht een evidente privaatrechtelijke belemmering aangenomen voor verlening van vrijstelling; beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 11/1507

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

European Care Residence Hotel and Resort Groot Stokkert BV,

gevestigd te Schalkwijk, eiseres,

gemachtigde: D. Kochx,

en

het college van burgemeester en wethouders van Raalte,

verweerder,

en

[belanghebbende]

wonende te Heino,

gemachtigde: mr. D. Pool

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2008 heeft verweerder aan eiseres een reguliere bouwvergunning verleend ten behoeve van het bouwen van centrumvoorzieningen op percelen van het recreatiepark Old Heino, kadastraal bekend gemeente Heino, sectie G, nummer(s) 659 gedeeltelijk, plaatselijk gemerkt Zwolseweg 71A, 8141 EA Heino.

Het daartegen door belanghebbende gemaakte bezwaar is bij het besluit van 28 november 2008 gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het besluit van 15 juli 2008 herroepen en meegedeeld dat verlening van vrijstelling op grond van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) niet mogelijk is.

Het tegen dit besluit door eiser ingestelde beroep is bij de uitspraak van de rechtbank van 18 augustus 2009 gegrond verklaard en de rechtbank heeft het besluit van 28 november 2008 daarbij vernietigd.

Bij besluit van 27 mei 2010 heeft verweerder het bezwaar van belanghebbende wederom gegrond verklaard, het besluit van 15 juli 2008 herroepen en meegedeeld dat geen medewerking kan worden verleend aan vrijstelling op grond van artikel 19 van de WRO.

Het beroep is ter zitting van 19 september 2011 behandeld. Namens eiseres zijn verschenen C.J. Bol en gemachtigde voornoemd. Namens verweerder is verschenen P.B.M. Droste. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door gemachtigde voornoemd.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen middels mediation tot oplossing van het geschil te komen. Mediation is niet geslaagd.

Partijen hebben toestemming gegeven een nadere zitting achterwege te laten.

Overwegingen

1. Eiseres is eigenaar van 32 van de ca. 180 recreatiewoningen op het recreatieterrein Old Heino aan de Zwolseweg 71a te Heino.

Op 15 april 2008 is namens eiseres een aanvraag om bouwvergunning ingediend ten behoeve van het oprichten van centrumvoorzieningen op dit park, waaronder een receptie, winkel, fitnessruimte en een restaurant. Belanghebbende heeft een agrarisch bedrijf met varkens en melkrundvee. Zijn bedrijf grenst direct aan het recreatieterrein.

2.1 Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht, dat is opgenomen in artikel 1.2, tweede lid, gelezen in verband met artikel 1.5, tweede lid, van de Invoeringswet Wabo, volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn, indien de aanvraag om verlening van een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid van artikel 1.2 of de aanvraag om een projectbesluit vóór inwerkingtreding van de Wabo is ingediend. Nu hiervan in dit geval sprake is, zal de rechtbank uitgaan van het recht, zoals dit gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreden van de Wabo.

Met ingang van 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden en met ingang van die datum is de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) ingetrokken. Volgens het overgangsrecht – in het bijzonder de artikelen 9.1.11, tweede lid, en 9.5.1 van de Invoeringswet Wro – blijven de bepalingen uit de WRO respectievelijk de Woningwet van toepassing op aanvragen die – zoals in dit geval - zijn ingediend vóór 1 juli 2008.

Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet mag de reguliere bouwvergunning slechts en moet deze worden geweigerd, indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld.

Ingevolge artikel 19, eerste lid van de WRO kan de gemeenteraad, behoudens het gestelde in het tweede en derde lid, ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Onder een goede ruimtelijke onderbouwing wordt bij voorkeur een gemeentelijk, intergemeentelijk of regionaal structuurplan verstaan. Indien er geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt er gemotiveerd waarom het te realiseren project past binnen de toekomstige bestemming van het betreffende gebied. De gemeenteraad kan de in de eerste volzin bedoelde vrijstellingsbevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders.

2.2 Het recreatieterrein Old Heino ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Landgoed Old Heino”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 24 juni 1997.

Op 23 januari 1998 hebben gedeputeerde staten van Overijssel (GS) goedkeuring onthouden aan dat deel van de bestemming “Recreatieve doeleinden” voor zover gelegen binnen de hinderzone van het agrarische bedrijf aan de Zuthemerweg 1 (het bedrijf van belanghebbende). De hinderzone bedraagt blijkens het besluit van GS 100 meter.

Het belangrijkste deel van het bouwplan ligt binnen deze zogenaamde hinderzone.

Nu goedkeuring is onthouden aan dit deel van het bestemmingsplan geldt hier nog het bestemmingsplan “Buitengebied Heino” op grond waarvan het betrokken perceel de bestemmingen “Agrarisch gebied” en “Landschappelijk waardevol agrarisch gebied” heeft.

Gronden met deze bestemmingen zijn bedoeld voor agrarische bedrijfsvoering en extensieve recreatie, respectievelijk de uitoefening van het agrarisch bedrijf en het behoud van de cultuurhistorische, natuurwetenschappelijke en landschappelijke waardevolle waarden.

3.1 Vaststaat, en tussen partijen is niet in geschil, dat het bouwplan niet past binnen deze agrarische bestemmingen en in strijd is met de betreffende bebouwingsvoorschriften. De gevraagde bouwvergunning kan alleen worden verleend indien daarvoor ook vrijstelling wordt verleend.

3.2 Aan de vrijstellingsweigering heeft verweerder ten grondslag gelegd dat sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan vrijstellingsverlening in de weg staat. Verweerder doelt hiermee op een op 31 maart 2004 gesloten overeenkomst tussen de rechtsvoorganger van eiseres, v.o.f. Grondmaatschappij “Old Heino”, en belanghebbende. Van de overeenkomst is een notariële akte opgemaakt die is ingeschreven in het kadastraal register. In de overeenkomst is onder artikel 3 opgenomen dat de overdracht van het perceel bos geen verandering zal brengen in de plaats van de stankcirkel, zoals neergelegd op de bestemmingsplankaart met de aanduiding “grens hinderzone agrarisch bedrijf”. Verder is overeengekomen dat partijen zich ook in de toekomst zullen onthouden van pogingen om de stankcirkel te doen opschuiven en dat de stankcirkel mitsdien wordt gehandhaafd. Op grond van artikel 8 van de overeenkomst zijn de verplichtingen die over en weer voortvloeien uit de overeenkomst ook van toepassing op opvolgende eigenaren.

In een op 2 mei 2011 gehouden gesprek met de maatschap Logtenberg hebben de maten aangegeven onverkort vast te houden aan de situering van de stankcirkel, aldus verweerder.

3.3 De rechtbank stelt vast dat vorengenoemde overeenkomst is aan te merken als een kwalitatieve verbintenis als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

3.4 Eiseres betoogt dat verweerder ten onrechte een privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter voor de vrijstelling ten behoeve van de realisering van het bouwplan heeft aangenomen.

3.5 Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in haar uitspraak van 3 oktober 2007 (LJN: BB4718), staat een evidente privaatrechtelijke belemmering aan verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan in de weg. Vrijstelling mag in dat geval eerst verleend worden, nadat die belemmering is opgeheven.

Niet in geschil is dat het bouwplan grotendeels is geprojecteerd binnen de hinderzone agrarisch bedrijf zoals aangegeven op de plankaart van het bestemmingsplan “Landgoed Old Heino”. Nu eiseres en belanghebbende (als rechtsopvolger van v.o.f. Grondmaatschappij “Old Heino”) middels een kwalitatieve verbintenis jegens elkaar zijn verbonden om binnen deze zogenaamde stankcirkel geen geurgevoelige objecten te realiseren danwel wijzigingen aan te brengen in het agrarisch bedrijf van belanghebbende die verandering brengen in de plaats of omvang van de stankcirkel, heeft verweerder terecht een evidente privaatrechtelijke belemmering aangenomen voor verlening van vrijstelling. Het door eiseres gestelde, dat volgens de huidige milieuregelgeving een stankcirkel van 50 meter voldoende is, doet hieraan niet af. Mocht sprake zijn van versoepeling van de milieuregels in de door eiseres veronderstelde zin dan had zij de burgerlijke rechter kunnen vragen de overeenkomst op grond van het bepaalde in 6:258, eerste lid, van het BW te wijzigen wegens onvoorziene omstandigheden. Een dergelijk verzoek aan de burgerlijke rechter is niet gedaan. Middels mediation is getracht partijen op dat punt tot overeenstemming te laten komen, hetgeen niet is gelukt.

3.6 Uit het voorgaande volgt dat niet kan worden gezegd dat verweerder niet in redelijkheid de benodigde vrijstelling heeft kunnen weigeren.

3.7 Verweerder heeft terecht de bij besluit van 15 juli 2008 verleende bouwvergunning in bezwaar herroepen wegens strijd met het bestemmingsplan.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door hem en

mr. A. Landstra als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag