Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BV9657

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
22-03-2012
Datum publicatie
22-03-2012
Zaaknummer
Awb 12/353
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een moskee in Almere; bezwaren te laat gemaakt en aantal bewoners hebben slechts beperkt zicht op het gebouw; voorzieningenrechter verklaart verzoeken niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 12/353

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

Bewoners Sieradenbuurt en Tempo Doeloestraat

te Almere, verzoekers,

gemachtigde: (…),

en

het college van burgemeester en wethouders van Almere,

verweerder,

en

Vereniging Omar IBN Al Khattab,

belanghebbende.

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2011 heeft verweerder aan belanghebbende een omgevings-vergunning verleend voor het oprichten van een moskee op het perceel 3S1 (Indische buurt) te Almere.

Verzoekers hebben daartegen bezwaar gemaakt.

Op 20 februari 2012 heeft verzoeker verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de omgevingsvergunning wordt geschorst.

Het verzoek is ter zitting van 15 maart 2012 behandeld. Van verzoekers is gemachtigde voornoemd verschenen, alsmede (…)e en(…). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.C. Haan en mr. A.D. Maarsingh. Namens belanghebbende

zijn verschenen (…) en (…).

Overwegingen

1.Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2.1 Het bouwplan voorziet in het oprichten van een moskee, met daarin een gebedsruimte, een winkeltje en onderwijslokalen. Onderdeel van het bouwplan zijn twee minaretten met een hoogte van 23.65 m.

2.2 Ingevolge artikel 2.1, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk.

Artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a en c van de Wabo bepaalt, voor zover hier van belang, dat voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, de omgevingsvergunning wordt geweigerd indien de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij de bouwverordening of indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan.

Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Indische Buurt” zoals partieel herzien bij raadsbesluit van 8 april 2010 (eerste en tweede partiële herziening) rust op het betrokken perceel de bestemming “Gemende doeleinden”. Op de plankaart staat een bouwhoogte van 16 meter en een bebouwingspercentage aangegeven van 60%, waarbij15% een afwijkende bouwhoogte mag hebben van maximaal 40 meter.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onder e, van de planvoorschriften zijn deze gronden onder meer bestemd voor maatschappelijke voorzieningen.

Ingevolge artikel 7, tweede lid, aanhef en onder a, van de planvoorschriften mogen op deze gronden ten behoeve van deze bestemming uitsluitend worden gebouwd gebouwen.

Ingevolge artikel 1 van de planvoorschriften wordt in deze voorschriften verstaan onder

maatschappelijke voorzieningen: (overheids)voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, religie, sport, onderwijs, kinderopvang, en daarmee gelijk te stellen sectoren.

3.1 De voorzieningenrechter ziet zich vooreerst gesteld voor de vraag of verzoekers belanghebbende zijn.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 7:1, eerste lid, en artikel 6:4, eerste lid, van deze wet, kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en vervolgens beroep instellen bij de rechtbank.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

3.2 Het bestreden gebouw is gelegen op een afstand van minimaal 165 meter van de woningen van de bewoners van de Sieradenbuurt. Omdat zich tussen deze woningen en

het bestreden bouwplan een 8,20 meter hoge geluidswal, een openbaar vervoerbaan, een verhoogd gelegen spoorbaan en de Tempo Doeloestraat bevinden, hebben verzoekers hoogstens beperkt zicht op het gebouw. Voor zover al sprake is van zicht, is dat op (een deel van) de minaretten. Een dergelijk zicht is dusdanig op de achtergrond en derhalve van een dermate geringe betekenis dat de bewoners van de Sieradenbuurt door het bestreden bouwplan niet rechtstreeks in hun belangen worden geraakt. Het feit dat de enige toegangsweg tot de Sieradenbuurt voor auto’s via de Bintangweg leidt doet hieraan niet af.

3.3 Hieruit volgt dat de bewoners van de Sieradenbuurt naar voorlopig oordeel geen belanghebbende zijn bij het bestreden besluit en de bezwaren van de bewoners van de Sieradenbuurt naar verwachting door verweerder niet-ontvankelijk zullen worden verklaard.

3.4 De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bewoners van de Tempo Doeloestraat gezien de afstand van het bouwplan tot hun woningen wel als belanghebbende in de zin artikel 1:2 van de Awb bij het bestreden besluit aangemerkt dienen te worden, zodat kan worden overgegaan tot een nadere beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening.

3.5 Om tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek te komen dient tevens de vraag te worden beantwoord of verzoekers tijdig bezwaar hebben gemaakt.

3.6 Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn

aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekend-gemaakt. De bestreden omgevingsvergunning is bekendgemaakt door toezending van het besluit op 1 november 2011 aan belanghebbende, zodat de bezwaartermijn heeft gelopen

van 2 november 2011 tot en met 13 december 2011. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers eerst bij faxbericht gedateerd 14 februari 2012 en door verweerder ontvangen op 16 februari 2012 bezwaar hebben gemaakt tegen de omgevingsvergunning. De termijn als bedoeld in artikel 6:7 van de Awb is derhalve ruimschoots overschreden.

3.7 Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Verzoekers stellen zich op het standpunt dat zij niet in verzuim zijn geweest, omdat bij de kennisgeving van de aanvraag en van de verlening van de omgevingsvergunning als locatie gebiedscode 3S1(Indische buurt) is vermeld, welke code op een dermate groot gebied slaat, dat daaruit geen locatie is af te leiden. Bij de kennisgeving van de verlening van de omgevings-vergunning is naast de gebiedscode 3S1 (Indische buurt) het adres Bintangweg 3 vermeld, welk adres niet bestaat, omdat een straatnaambord met opschrift Bintangweg ontbreekt.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers met de kennisgeving van de vergunningverlening op de gemeentelijke website bekend hadden kunnen zijn met de locatie waar het bestreden bouwplan is geprojecteerd. De straatnaam Bintangweg is reeds op 25 januari 2010 vastgesteld door verweerder en op 30 januari 2010 bekendgemaakt in het huis-aan-huisblad Almere Vandaag, alsmede op de gemeentelijke website. Van verschoonbare termijnoverschrijving vanwege een gebrekkige kennisgeving van verlening van de omgevingsvergunning is derhalve geen sprake. Van verzoekers mag een actieve houding worden verwacht om na te gaan waar de moskee precies komt als zij daar mogelijk bezwaar tegen hebben. Daarbij wordt opgemerkt dat andere omwonenden dan verzoekers wel tijdig kennis hebben genomen van de bestreden omgevingsvergunning blijkende uit het feit dat

die andere bewoners,van de Sieradenbuurt, zoals ter zitting door verweerder is aangegeven, wel tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de omstreden omgevingvergunning.

Voor zover al sprake zou zijn van verschoonbare termijnoverschrijding wegens gebrekkige kennisgeving door verweerder, dan geldt volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een belanghebbende in beginsel binnen

14 dagen nadat hij van het bestaan van het besluit op de hoogte is geraakt of had kunnen raken, zijn bezwaren kenbaar dient te maken.

Uit het bericht op teletekst van omroep Flevoland op 31 januari 2012 dat op de hoek van de Sieradenweg en de Evenaar naast de starterswoningen van Goede Stee op 25 februari 2012 de eerste paal in de grond gaat voor de bouw van een moskee en het gegeven dat op die datum (31 januari 2012) feitelijk al voorbereidingswerkzaamheden zijn gestart voor die bouw (piketpaaltjes), kan de algemene bekendheid van de bouw van die moskee op die plaats op die datum worden afgeleid. Het had op die datum bij omwonenden bekend kunnen zijn.

Nu pas op 16 februari 2012 bezwaar is gemaakt zijn verzoekers ook in dit opzicht te laat met hun bezwaar.

3.8 Naar voorlopig oordeel is het bezwaar van de bewoners van de Tempo Doeloestraat

niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Het verzoek om voorlopige voorziening

is om die reden niet-ontvankelijk.

3.9 Voor wat betreft de door verzoekers gesteld strijdigheid van de hoogte van de minaretten met de bebouwingsvoorschriften uit het bestemmingsplan merkt de voorzieningenrechter ten overvloede op dat het bouwplan op dit punt naar voorlopig oordeel niet in strijd is met de planvoorschriften, nu ingevolge artikel 7, derde lid, aanhef en sub b, de bouwhoogte op maximaal 15% van het betreffende bestemmingsgvlak ten hoogste 40 meter mag bedragen.

3.10 Dat er wordt gebouwd op de erfgrens van de Sieradenweg (Bintangweg) is eveneens niet in strijd met de planvoorschriften, nu de voorgeschreven afstand tot de perceelgrens van 2.50 meter alleen geldt voor de grens tussen kavels.

3.11 Ten aanzien van het door verzoekers gestelde gebrek aan parkeergelegenheid bij de moskee geldt dat het bouwplan voorziet in 40 parkeerplaatsen, 33 parkeerplaatsen op eigen terrein en 7 parkeerplaatsen in het aangrenzende openbaar gebied. Daarmee is gedeeltelijk toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 2.5.30, vijfde lid van de Bouwverordening van de gemeente Almere 2007 (Bouwverordening) inzake het bij gemeentelijke gronduitgifte voorzien in de realisering van parkeerplaatsen van gemeentewege. In het verweerschrift heeft verweerder afdoende gemotiveerd dat het bouwplan voor wat betreft parkeergelegenheid voldoet aan de Bouwverordening. Verweerder is bij het aantal parkeerplaatsen uitgegaan van de opgave van belanghebbende dat rekening gehouden dient te worden met 200 bezoekers, terwijl uitgaande van het oppervlak van de gebedsruimten op basis van de “Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2004)” van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) uitgegaan kon worden van 150 bezoekers en daarmee van

30 parkeerplaatsen.

Overigens bevat de koopovereenkomst tussen belanghebbende en de gemeente Almere inzake kavel S10 voor de ontwikkeling van de moskee een bepaling dat belanghebbende gehouden is de gemeente te betalen voor realisering extra parkeerplaatsen mocht er een tekort zijn.

Voor zover verzoekers hebben beoogd te betogen dat het bouwplan voor wat betreft het aspect parkeren in strijd is met de toelichting van het bestemmingsplan geldt dat de toelichting geen zelfstandige norm bevat.

4. Uit het voorgaande volgt dat de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk zijn.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

-verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van de bewoners van de Sieradenbuurt niet-ontvankelijk;

-verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening van de bewoners van de Tempo Doeloestraat eveneens niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzieningenrechter, en door hem en mr. A. Landstra als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.