Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:BV3133

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
11-01-2012
Datum publicatie
12-03-2012
Zaaknummer
178905 / HZ ZA 10-1638
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringskwestie. Inbraak, al dan niet in scène gezet. Bewijslastverdeling. Geen bevrijdend verweer, maar gemotiveerde betwisting door verzekeraar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 178905 / HZ ZA 10-1638

Vonnis van 11 januari 2012

in de zaak van

1. [A],

wonende te [woonplaats],

2. [B],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. D.H. Sloof te Almere,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.F.H.M. van Haastert te Zwolle.

Partijen zullen hierna [A c.s.] en ABN AMRO genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van ABN AMRO

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie tevens houdende akte wijziging eis van [A c.s.]

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van ABN AMRO

- de conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende akte wijziging eis en akte in het geding brengen producties van [A c.s.]

- de antwoordakte producties van ABN AMRO.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A c.s.] heeft een inboedelverzekering afgesloten bij ABN AMRO. Op de verzekeringsovereenkomst zijn de Gemeenschappelijke voorwaarden Pakket 2006 en de Speciale voorwaarden Pakket 2006 Inboedelverzekering van toepassing.

2.2. In de 'Gemeenschappelijke voorwaarden Pakket 2006' (hierna: de gemeenschappelijke voorwaarden) staat onder meer vermeld:

2.F Opzegmogelijkheden

1 Door de verzekeraar

De verzekering eindigt door een schriftelijke opzegging van de verzekeraar:

(...)

b Binnen één maand nadat een gebeurtenis die voor de verzekeraar tot een uitkeringsverplichting kan leiden, door de verzekerde aan de verzekeraar is gemeld of nadat de verzekeraar een uitkering krachtens de verzekering heeft gedaan dan wel heeft afgewezen. De verzekering eindigt op de in de opzeggingsbrief genoemde datum, zij het niet eerder dan twee maanden na de datum van de dagtekening van de opzeggingsbrief, behoudens in het geval dat de opzegging verband houdt met het opzet van een verzekerde de verzekeraar te misleiden.

3.B.2 Opzettelijk onjuiste gegevens

Elk recht op uitkering vervalt, indien de verzekeringnemer/verzekerde bij schade opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt of verzekeraar heeft getracht te misleiden.

3.C Verlies van aanspraak op schadevergoeding

Geen aanspraak op vergoeding van schade bestaat:

(...)

3.C.2 indien door de onder 1 genoemden bij gelegenheid of ter zake van enige schade feiten en omstandigheden, betrekking hebbend op die schade en die voor de beoordeling daarvan voor verzekeraar van belang zijn, opzettelijk worden verzwegen of valse opgaven worden gedaan.

2.3. Artikel 4 van de 'Speciale voorwaarden Pakket 2006 Inboedelverzekering' (hierna: de speciale voorwaarden) bepaalt voorts:

Artikel 4

Dekking in de woning

Extra uitgebreide dekking

Verzekerd is schade aan of verlies van de in de woning aanwezige inboedel, plotseling en onvoorzien veroorzaakt of ontstaan door:

(...)

16 Diefstal en beschadiging als gevolg van diefstal/inbraak

2.4. Op 28 december 2009 - [A c.s.] verkeerde op dat moment in de Verenigde Staten van Amerika - heeft de politie na een telefonische melding van de buurman van [A c.s.] geconstateerd dat er een gat zat in de draadglasruit naast de voordeur van de huurwoning van [A c.s.] aan de [adres] te [woonplaats].

2.5. Op 29 december 2009 heeft de schoonvader van [A], [C], vastgesteld dat er was ingebroken en er diverse zaken waren weggenomen uit de woning. Op advies van de politie heeft hij een noodreparatie laten uitvoeren waarbij een nieuwe glasplaat achter het gat in de ruit werd geplaatst.

2.6. Op 4 januari 2010 heeft [A c.s.] bij de politie aangifte gedaan van diefstal en op 10 januari 2010 heeft hij het schadevoorval schriftelijk bij ABN AMRO gemeld.

2.7. [D] van [bedrijf A] heeft in opdracht van ABN AMRO de schade vastgesteld. In zijn rapportage d.d. 15 maart 2010 staat onder meer vermeld:

Eigen bevindingen

(...)

Wij hebben een foto van de kapot geslagen gematteerde draadglas isolatieruit gezien en twijfelen of een inbreker zonder kleerscheuren en/of verwondingen door het gat van circa 80 x 100 centimeter grootte het appartement heeft kunnen betreden en verlaten.

2.8. In opdracht van ABN AMRO heeft [E] van de Afdeling Fraude- & Criminaliteit Bestrijding Group Integrity van [bedrijf B] een tactisch onderzoek ingesteld. In zijn rapportage d.d. 23 juni 2010 staat het volgende vermeld:

Hierbij is vastgesteld dat het niet reëel is dat de inbraak is gebeurd zoals door verzekerde gepresenteerd.

Het gat in de ruit zou groot genoeg zijn om enkele goederen af te voeren. Echter, niet om de toegang tot de woning te kunnen verschaffen. Het door 'handreiking' openen van de naastgelegen voordeur was niet mogelijk omdat deze ten tijde van de inbraak afgesloten (nachtslot) is geweest.

Het vermoeden bestaat nu dat [A] een onwaarachtige c.q. valselijke schadeclaim heeft ingediend. De inbraak is kennelijk in scene gezet. Verzekerde [A] heeft op die wijze, het opmaken/gebruiken van een schadeaangifteformulier en voeging van relevante dossierstukken zoals taxatierapport en/of factuur c.q. een 'samenweefsel van verdichtsels', getracht verzekeringspenningen te verkrijgen waarop hij (wellicht) geen recht had.

2.9. In een e-mail d.d. 24 februari 2011 heeft assurantiespecialist Radstaake het volgende verklaard:

Gezien de omvang (46 cm x 76 cm) van het gat lijkt mij toe dat hier zeker iemand door naar binnen kan want nergens wordt bewezen dat dit een volwassene moet zijn. En dat er geen verwondingen zijn ontstaan lijkt mij redelijk aangezien er verschillende dunne vloermatjes in de hal aanwezig zijn die gebruikt kunnen zijn om de scherpe randen af te dekken.

(...)

Overigens ben ik diverse getuigenverklaringen tegengekomen die aangeven dat er ook een forse hoeveelheid glas in de woning lag.

2.10. In opdracht van [A c.s.] heeft Radstaake voorts een verslag uitgebracht met betrekking tot het schadebeeld. In dit verslag d.d. 20 mei 2011 staat onder meer vermeld:

Dit is gebroken glas doch zoals verwacht blijft bij dit type glas het kapotgeslagen glas in het ijzeren rasterwerk hangen.

(...)

Het enig glas dat binnen in de woning terecht komt, is het glas dat door de klauw van de hamer wordt weggedrukt. De rest van het raam wordt vanaf de galerij weggetrokken omdat men dan het lichaamsgewicht als kracht kan gebruiken. Het wegslaan van het glas rond het framewerk is zeer arbeidsintensief en volslagen nutteloos.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [A c.s.] vordert - na vermindering en wijziging van eis - uitvoerbaar bij voorraad:

I de veroordeling van ABN AMRO om de opzegging van de inboedel-, aansprakelijkheid- en rechtsbijstandverzekering van [A c.s.] per 23 september 2010 ongedaan te maken met veroordeling van ABN AMRO om de bedoelde verzekeringen vanaf 23 september 2010 voort te zetten althans dekking te bieden onder de betreffende verzekeringen totdat de verzekeringen op rechtsgeldige wijze zijn geëindigd, althans te beslissen als door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

II een verbod aan ABN AMRO ten aanzien van [A c.s.] een FISH-melding bij de Stichting CIS te Zeist te doen op straffe van een dwangsom groot EUR 500,00 voor elke dag dat ABN AMRO nalaat aan het ten deze te wijzen vonnis te voldoen;

III de veroordeling van ABN AMRO om aan [A c.s.] te vergoeden de door hem geleden schade zoals vastgesteld door [bedrijf A], te begroten op EUR 17.051,17 te verhogen met de wettelijke rente vanaf 28 december 2009 althans vanaf een dag als door de rechtbank in goede justitie te bepalen tot aan de dag der algehele voldoening;

IV de veroordeling van ABN AMRO om aan [A c.s.] te betalen een bedrag van EUR 774,35 (zijnde kosten voor het onderzoek van Radstaake);

V de veroordeling van ABN AMRO om aan [A c.s.] te vergoeden de kosten die [A c.s.] maakt of zal maken voor het doen uitvoeren van een reconstructie;

VI de veroordeling van ABN AMRO in de kosten van deze procedure.

3.2. ABN AMRO voert gemotiveerd verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. ABN AMRO vordert uitvoerbaar bij voorraad de veroordeling van [A c.s.] tot betaling van een bedrag van EUR 2.625,00 - zijnde de onderzoekskosten van [E] -, vermeerderd met rente en kosten.

3.5. [A c.s.] voert gemotiveerd verweer.

3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. [A c.s.] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij op grond van de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst recht heeft op uitkering van de door hem geleden schade. Voorts heeft [A c.s.] betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk opgeven van valse gegevens dan wel het misleiden van ABN AMRO, zodat ABN AMRO ten onrechte heeft geweigerd het schadebedrag ad EUR 17.051,17 uit te keren en de verzekeringsovereenkomst met ingang van 23 september 2010 heeft opgezegd.

4.2. ABN AMRO stelt zich op het standpunt dat de inbraak "in scene" is gezet en dat [A c.s.] zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk opgeven van valse gegevens dan wel misleiding van ABN AMRO teneinde verzekeringspenningen te verkrijgen. ABN AMRO was derhalve op grond van de in r.o. 2.2 vermelde clausules gerechtigd om zowel de schade-uitkering te weigeren als de overeenkomst met ingang van 23 september 2010 op te zeggen. Bovendien moet - aldus ABN AMRO - [A c.s.] op grond van artikel 4.16 van de Speciale Voorwaarden stellen en bewijzen dat er daadwerkelijk een inbraak heeft plaatsgevonden.

4.3. Ter onderbouwing van haar verweer dat de inbraak gefingeerd is en [A c.s.] opzettelijk valse gegevens heeft verstrekt, heeft ABN AMRO onder meer gewezen op de volgende feiten en omstandigheden:

- door medewerkers van de politie Almere werd op en na 4 januari 2010 aan ABN AMRO gemeld dat er bedenkingen waren ten aanzien van de inbraak;

- in zijn rapport d.d. 15 maart 2010 heeft schade-expert Van Everdingen gemeld dat hij betwijfelde of een inbreker zonder kleerscheuren en/of verwondingen door het gat van circa 80 bij 100 centimeter het appartement heeft kunnen betreden of verlaten;

- senior tactisch onderzoeker [E] heeft in zijn rapport d.d. 23 juni 2010 geconcludeerd dat het niet reëel is dat de inbraak is gebeurd zoals [A c.s.] heeft gepresenteerd. In zijn visie is het gat in de ruit te gering om toegang tot de woning te kunnen verschaffen en lag volgens getuigen het (merendeel van het) glas van de vernielde ruit buiten het appartement. Bovendien beschikten alleen [A c.s.] en de inwonende broer van [B] over sleutels van het appartement en was het door 'handreiking' openen van de naastgelegen voordeur niet mogelijk omdat deze ten tijde van de inbraak afgesloten (nachtslot) is geweest.

4.4. [A c.s.] heeft hiertegen betoogd dat het gat in de ruit groot genoeg was om toegang tot de woning te verschaffen. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [A c.s.] een e-mail d.d. 24 februari 2011 van assurantiespecialist Radstaake ingebracht waarin deze heeft verklaard dat gezien de omvang van het gat (46 cm bij 76 cm) - volgens ABN AMRO 46 cm bij 60,48 cm - en gelet op de mogelijkheid om de scherpe randen van het gat met - in de hal reeds aanwezige - dunne vloermatjes af te dekken, iemand zonder verwondingen door het gat naar binnen kan zijn gegaan. Voorts heeft Radstaake erop gewezen dat hij in diverse getuigenverklaringen is tegengekomen dat er ook een forse hoeveelheid glas in de woning lag. Bovendien brengt - aldus Radstaake in zijn verslag d.d. 20 mei 2011- de aard van het glas met zich dat kapotgeslagen glas in het ijzeren rasterwerk blijft hangen zodat het voor een inbreker gemakkelijker is om met de klauw van een hamer het glas naar buiten te trekken dan naar binnen te drukken/slaan. [A c.s.] heeft daarnaast nog ter verklaring aangevoerd dat er weinig glas in de woning werd aangetroffen omdat de vader van [B] het glas in de woning had opgeruimd.

4.5. De rechtbank overweegt als volgt.

De kern van het geschil spitst zich toe op de vraag of er daadwerkelijk (en niet in scene gezet) een inbraak heeft plaatsgevonden.

Indien vast komt te staan dat er sprake is van een inbraak heeft [A c.s.] ingevolge voormelde verzekeringsovereenkomst recht op uitkering van het schadebedrag en heeft ABN AMRO - die het fingeren van de inbraak daaraan ten grondslag had gelegd - ten onrechte de overeenkomst per 23 september 2010 opgezegd.

Partijen hebben zich dienaangaande uitvoerig en gemotiveerd uitgelaten zodat bewijslevering hier duidelijkheid moet verschaffen waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat op degene die uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst als de onderhavige schadevergoeding ter zake van inbraak vordert, ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast rust van zijn stelling dat die inbraak heeft plaatsgevonden indien, zoals hier het geval is, de verzekeraar die stelling genoegzaam gemotiveerd betwist (vgl. onder meer HR 28 oktober 1994, NJ 1995, 141). De rechtbank zal [A c.s.] derhalve toelaten tot het leveren van dit bewijs conform zijn bewijsaanbod en als in het dictum vermeld. Het is daarbij aan [A c.s.] om te bepalen of hij dit bewijs ter plaatse (ter gelegenheid van een descente) en al dan niet door middel van een reconstructie wil leveren.

4.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1. draagt [A c.s.] op te bewijzen feiten en/of omstandigheden, waaruit volgt dat daadwerkelijk de inbraak heeft plaatsgevonden en niet in scene is gezet;

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 januari 2012 voor uitlating door [A c.s.] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen, al dan niet ter plaatse en / of door een ander bewijsmiddel (zoals een reconstructie);

5.3. bepaalt dat [A c.s.], indien hij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen;

5.4. bepaalt dat [A c.s.], indien hij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op maandagen, dinsdagen, donderdagen en vrijdagen in de maanden februari tot en met april 2011 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. T.R. Hidma in het gerechtsgebouw te Zwolle aan de Luttenbergstraat 5, dan wel ter plaatse aan de [adres] te [woonplaats],

5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan,

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2012.