Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2012:2173

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
02-06-2015
Zaaknummer
20491 1 1 KL ZA 12-3 86
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Lelystad

zaaknummer 1 rolnummer: 20491 1 1 KL ZA 12-3 86

Vonnis in kort geding van 14 december 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam] BEHEER B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

advocaat mr. E.T. van Dalen te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROYAL LWING B.V.,

gevestigd te Urk,

gedaagde,

advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle.

Partijen zullen hierna [naam] Beheer en Royal Living genoemd worden.

1 De procedure

1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    - de dagvaarding met 1 1 producties

  • -

    - de brief van 7 december 2012 van Royal Living met 4 producties

  • -

    - de mondelinge behandeling

  • -

    - de pleitnota van [naam] Beheer

  • -

    - de pleitnota van Royal Living.

1. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2. 1 . In oktober 2010 heeft [naam] Beheer Royal Living opdracht gegeven voor de bouw

van een bedrijfshal te [vestigingsplaats]. Bestuurder van [naam] Beheer is de heer [A] (hierna:

[A]). De bedrijfshal is gebouwd op een stuk grond dat in eigendom toebehoort aan

mevrouw [X] (hierna: [X]). [X] is de echtgenote van [A].

Eveneens in oktober 201 0 heeft [X] Royal Living opdracht gegeven voor de bouw van

een woning bij de bedrijfshal, op hetzelfde stuk grond.

2.2.

Op 14 maart 201 1 hebben [X] en [naam] Beheer een overeenkomst tot

vestiging van een zelfstandig recht van opstal gesloten voor de bedrijfshal op de grond die

in eigendom toebehoort aan [X]. Bij notariële akte van 21 april 2012 is het recht van

opstal gevestigd.

2.3.

Tijdens de bouw van de bedrijfshal is onenigheid ontstaan tussen [naam] Beheer en

Royal Living. Tussen [X] en Royal Living is onenigheid ontstaan over de bouw van de

bedrijfswoning.

2.4.

[naam] Beheer heeft diverse facturen van Royal Living onbetaald gelaten.

2.5.

In januari 2012 heeft Royal Living hekken rondom de bedrijfshal geplaatst en zich

beroepen op haar retentierecht.

2.6.

Bij vonnis van 8 augustus 2012 heeft deze rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad

verklaard vonnis [naam] Beheer veroordeeld om aan Royal Living te betalen een bedrag van

€ 42.253,84, vermeerderd met rente en kosten. Tegen dit vonnis heeft [naam] Beheer bij

Appèl dagvaarding van 2 november 2012 hoger beroep ingesteld.

2.7.

Bij deurwaardersexploot van 21 september 2012 heeft Royal Living executoriaal

beslag laten leggen op het recht van opstal. Daarnaast heeft Royal Living executoriaal

beslag laten leggen op de aandelen die [naam] Beheer in twee van haar

dochtervennootschappen houdt.

2.8.

Bij deurwaardersexploot van 8 november 2012 heeft Royal Living de

voorgenomen executoriale veiling van de bedrijfshal op 19 december 2012 aan [naam]

Beheer laten aanzeggen.

2.9.

Op 30 november 2012 heeft [X] conservatoir derdenbeslag onder [naam]

Beheer, ten laste van Royal Living, laten leggen.

2. 10. [naam] Beheer heeft tot op heden niet voldaan aan het vonnis van 8 augustus 2012.

3 Het geschil

3 . 1 . [naam] Beheer vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij

voorraad, Royal Living verbiedt om over te gaan tot executie van het vonnis van

8 augustus 2012 in het algemeen, en in het bijzonder dat de voorzieningenrechter Royal

Living verbiedt om de executieveiling van de bedrijfshal op 19 december 2012 door te laten

gaan, totdat door het Gerechtshof in Arnhem in het door [naam] Beheer ingestelde hoger

beroep tegen het vonnis van 8 augustus 2012 definitief zal zijn beslist. Het voorgaande op

straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200.000,00 voor iedere overtreding van dit

verbod en met veroordeling van Royal Living in de proceskosten.

3.2.

Royal Living voert verweer.

3 .3 . op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het standpunt van [naam] Beheer

4. 1 . [naam] Beheer grondt haar vorderingen op misbruik van recht door Royal Living.

Hiertoe voert zij het volgende aan.

4.2.

[naam] Beheer stelt dat de executoriale verkoop weinig tot niets zal opleveren. Zij

baseert deze stelling op de navolgende omstandigheden. De bedrijfshal is op grond van een

recht van opstal op een stuk grond van [X] gebouwd. Voor het recht van opstal betaalt

[naam] Beheer een maandelijkse retributie van € 300,00 aan [X]. Bovendien is de duur

van het recht van opstal beperkt in tijd, zodat de eigendom van de bedrijfshall op termijn zal

eindigen en aan de eigenaar van de grond zal toevallen. De veilingkoper is aan deze met het

recht van opstal verbonden voorwaarden gebonden, aldus [naam] Beheer. De bedrijfshall is

niet afgebouwd, zodat slechts een casco bedrijfshall zal worden geveild. Voorts rust op de

bedrijfshall een hypotheekrecht, welk recht in rang véér gaat op het retentierecht van Royal

Living. Ten slotte, zo stelt [naam] Beheer, heeft de gemeente Urk in haar bestemmingsplan

bepaald dat de bedrijfshall en de bedrijfswoning gezamenlijk een eenheid vormen. Door deze

gewenste eenheid zal de verkoop van enkel de bedrijfshall onaantrekkelijk zijn voor

potentiële kopers.

4.3 .

[naam] Beheer stelt voorts dat Royal Living de executoriale verkoop enkel wenst

uit te voeren met het doel om [naam] Beheer, [A] en [X] te schaden. Daartoe

voert [naam] Beheer aan dat Royal Living, hoewel zij weet dat de executieveiling haar niets

zal opleveren, deze toch door wil laten gaan. Voorts stelt [naam] Beheer dat Royal Living

haar in de voor Urk karakteristieke hechte gemeenschap bewust in een kwaad daglicht stelt

door haar afte schilderen als wanbetaler. Daarnaast heeft Royal Living buitensporig veel

aandacht gevestigd op het geschil tussen partijen door een grote reclamezuil aan het begin

van het dorp te plaatsen en door in social media als Facebook en Twitter onnodige

ruchtbaarheid aan het geschil te geven. Ten slotte wijst [naam] Beheer op het executoriale

beslag op haar aandelen in twee van haar dochtervennootschappen. Door dit beslag heeft

Royal Living volgens [naam] Beheer de keuze voor een voor [naam] Beheer minder

bezwarende wijze om haar vordering voldaan te krijgen. Nu zij een voor [naam] Beheer juist

zeer bezwarende wijze kiest maakt Royal Living misbruik van haar recht.

4.4.

De aansluitingen van de nutsvoorzieningen van de woning van [X] zijn in de

bedrijfshall gesitueerd, zodat verkoop van de bedrijfshall tot het bezwaarljke gevolg leidt dat

[X] enkel met toestemming van de nieuwe eigenaar deze aansluiting kan bereiken.

4.5.

Ten slotte heeft [X] (in het kader van de procedure die aanhangig is tussen De

Boer en Royal Living over de bedrijfswoning) een conservatoir derdenbeslag ten laste van

Royal Living onder [naam] Beheer gelegd, uit hoofde van een vordering die [X] op

Royal Living pretendeert te hebben. [naam] Beheer stelt dat zij als gevolg van dit beslag niet

meer bevrijdend aan Royal Living kan betalen. Hierdoor is het voor [naam] Beheer

onmogelijk om aan haar betalingsverplichting jegens Royal Living uit hoofde van het te

executeren vonnis te voldoen.

5 Het standpunt van Royal Living

5. 1 . Royal Living betwist dat sprake is van misbruik van recht. Zij wenst de

openstaande facturen betaald te krijgen. [naam] Beheer heeft tot op heden niet uit eigen

beweging betaald. Het vonnis van 8 augustus 2012 heeft niet tot betaling geleid, evenmin als

het door Royal Living gelegde executoriaal beslag op de bedrijfshall en de aandelen.

Hierdoor ziet Royal Living thans geen andere mogelijkheid dan tot executoriale verkoop

over te gaan.

5.2.

Anders dan [naam] Beheer, verwacht Royal Living een reële opbrengst van de

executoriale verkoop. Volgens Royal Living is er volop belangstelling voor de veiling.

Bovendien vertegenwoordigt de bedrijfshall een behoorlijke waarde, mede gelet op de

(bouw)materialen waarvan de hal is vervaardigd. Royal Living overweegt daarom ook zelf

op de hal te bieden. Voorts stelt [naam] Beheer zelf dat de bank de bedrijfshall als zekerheid

heeft aanvaard voor een hypothecaire lening aan [naam] Beheer van € 120.000,00. Anders

dan [naam] Beheer meent, stelt Royal Living dat zij haar retentierecht wel jegens de

hypotheekverstrekker kan tegenwerpen. In dat kader beroept zij zich op de artikelen 3:291

en 3:292 BW.

5.3.

Royal Living betwist voorts dat zij [naam] Beheer met de voorgenomen executie

bewust tracht te schaden. Met de ruchtbaarheid die zij op advies van de veilingnotaris aan de

verkoop heeft gegeven heeft Royal Living enkel beoogd een goede opbrengst te realiseren.

Dit is ook in het belang van [naam] Beheer. Ten aanzien van het beslag op de aandelen voert

Royal Living aan dat haar als schuldeiser van [naam] Beheer het recht toekomt zelf te

bepalen op welke vermogensbestanddelen van [naam] Beheer zij haar vordering verhaalt.

5.4.

Dat de aansluiting van de nutsvoorzieningen zich in de bedrijfshall bevindt, kan

volgens Royal Living niet aan tenuitvoerlegging van het vonnis in de weg staan. Dit

probleem is eenvoudig op te lossen door in overleg met de nieuwe eigenaar de aansluitingen

naar de bedrijfswoning te verplaatsen.

5.5.

Ten aanzien van het door [X] onder [naam] Beheer gelegde conservatoir

derdenbeslag voert Royal Living het volgende aan. Op [naam] Beheer rust ingevolge een

uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis een betalingsverplichting jegens Royal Living.

Hierdoor is volgens Royal Living geen sprake van een vrijwillige nakoming maar van een

verplichting tot betaling onder dwang van de door Royal Living voorgenomen executie.

Daardoor komt [naam] Beheer, anders dan zij zelf stelt, geen beroep op een

opschortingsrecht op grond van het bepaalde in artikel 475h Rv toe. Ten slotte heeft Royal

Living aangevoerd dat de conservatoir beslaglegger [X] is. Zij is geen partij bij de

onderhavige procedure. Of betaling door [naam] Beheer een onrechtmatige daad jegens De

Boer oplevert doet in dit kort geding niet ter zake. Bovendien zijn [A] en [X]

echtgenoten en kunnen [naam] Beheer en [X] daarom in dit geval materieel

vereenzelvigd worden, aldus Royal Living.

6 De beoordeling

6. 1 . In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een

vonnis slechts schorsen, indien zij van oordeel is dat de executant - mede gelet op de

belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad -

geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot

tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis

klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging

op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan

de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een

onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

6.2.

Gelet op de gemotiveerde betwisting door Royal Living acht de

voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk dat de veiling van de bedrijfshall een

dusdanig lage opbrengst zal opleveren dat voortzetting daarvan misbruik van recht aan de

zijde van Royal Living oplevert. Royal Living heeft onweersproken gesteld dat er veel

belangstelling is voor de veiling en volgens de eigen stelling van [naam] Beheer heeft de

bank in ruil voor een hypothecaire lening van € 120.000,00 een recht van hypotheek op de

bedrijfshall heeft aanvaard.

Met de stelling dat het hypotheekrecht van de bank vóór het retentierecht gaat, miskent

[naam] Beheer dat Royal Living al beschikt over een executoriale titel en de

hypotheekhoudster(s) blijkens het als productie 2 door [naam] Beheer overgelegde exploot

heeft/hebben verzuimd de executie over te nemen.

Bovendien is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat Royal Living, anders dan

[naam] Beheer heeft gesteld, ingevolge artikel 3 :29 1 lid 2 BW haar retentierecht jegens de

hypotheekverstrekker kan inroepen. De vordering van Royal Living op [naam] Beheer komt

voort uit de overeenkomst van opdracht tot bouw van de bedrijfshall en onweersproken is

door Royal Living gesteld dat [naam] Beheer bevoegd was deze overeenkomst met Royal

Living te sluiten omdat de bank de financiering nu juist met het oog op de bouw van de

bedrijfshall heeft verstrekt.

6.3.

Royal Living heeft gemotiveerd betwist dat zij de executieverkoop wenst voort te

zetten met het enkele oogmerk om [naam] Beheer te schaden. Gelet hierop acht de

voorzieningenrechter hetgeen [naam] Beheer dienaangaande heeft gesteld onvoldoende om

dit oogmerk aan te nemen. De stelling dat de veiling niets zal opleveren is hiervoor

beoordeeld. De stelling van [naam] Beheer dat Royal Living haar via Twitter en Facebook

zwart maakt is niet geconcretiseerd en op geen enkele wijze onderbouwd. Het enkele feit dat

een bord geplaatst is waarop de veiling wordt aangekondigd is een niet ongebruikelijke

wijze om zoveel mogelijk potentiële kopers te attenderen op de voorgenomen veiling.

6.4.

Het enkele feit dat de aansluitingen van de nutsvoorzieningen van de

bedrijfswoning in de bedrijfshall zijn aangelegd, acht de voorzieningenrechter onvoldoende

om tot misbruik van recht te komen. Deze situatie leidt niet tot een noodtoestand aan de

zijde van [naam] Beheer.

[A] en [X] hebben zelf(om hen moverende redenen) gekozen voor een

constructie waarin de eigendom van de bedrijfshall en de bedrijfswoning niet bij dezelfde

(rechts)persoon ligt. Deze omstandigheid kan [naam] Beheer dan ook niet in het kader van

een executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis aan Royal Living

tegenwerpen. Hetzelfde geldt met betrekking tot de stelling — wat daar verder ook van zij —

dat de gemeente Urk niet akkoord gaat “met het verkopen van de bedrijfshal zonder dat de

bedrijfswoning daarbij wordt betrokken.” De voorzieningenrechter kan [naam] Beheer in dit

verband niet volgen in haar standpunt dat door toedoen van Royal Living “de

bedrijfswoning en de bedrijfshall nu uit elkaar [wordt] gehaald.” [naam] Beheer en [X]

hadden dat immers zelf al door middel van het vestigen van het recht van opstal

bewerkstelligd.

6.5.

Het op verzoek van [X] op 30 november 2012 ten laste van Royal Living

onder [naam] Beheer gelegde derdenbeslag betreft een conservatoir beslag (en niet een

executoriaal beslag zoals [naam] Beheer in punt 71 van de dagvaarding heeft gesteld). Dit

beslag kan dan ook niet aan de executie van het uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in

de weg staan. Niet valt in te zien waarom dit conservatoir derdenbeslag de voortzetting van

de executie in dit geval onrechtmatig jegens [naam] Beheer zou doen zijn.

6.6.

Nu bovendien gesteld noch gebleken is dat het te executeren vonnis op een

juridische of feitelijke misslag berust of dat sprake is van een noodtoestand aan de zijde van

[naam] Beheer, is ook op dit punt niet vast komen te staan dat Royal Living misbruik van

haar recht maakt. Het is aan Royal Living om afte wegen of zij het risico wil nemen van

een eventueel (deels) andersluidende beslissing in hoger beroep.

6.7.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vorderingen van [naam]

Beheer afwijzen.

6.8.

[naam] Beheer zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden

veroordeeld. De kosten aan de zijde van Royal Living worden begroot op:

-griffierecht € 575,00

- salaris advocaat € 904,00

Totaal € 1.479,00

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

7. 1 . wijst de vorderingen af,

7.2.

veroordeelt [naam] Beheer in de proceskosten, aan de zijde van Royal Living tot op

heden begroot op € 1 .479,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in

art. 6: 1 19 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit

vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.3 .

veroordeelt [naam] Beheer in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00

aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [naam] Beheer niet binnen

14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de

uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de

explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente

als bedoeld in art. 6: 1 19 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de

betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

7.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op

14 december 2012