Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BY9161

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
189179 / HA ZA 11-911
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Terugvordering van door gedaagde verduisterde gelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 189179 / HA ZA 11-911

Vonnis van 16 november 2011

in de zaak van

naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELECTRABEL NEDERLAND N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

eiseres,

advocaat mr. M.A.R.M. van Camp te Amsterdam,

tegen

G. CONTENT,

wonende te Zwolle,

gedaagde,

advocaat mr. R.J. van Betten te Zwolle (onttrokken).

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mededeling van de advocaat van gedaagde dat deze zich als advocaat van gedaagde aan de zaak onttrekt, waarna zich voor gedaagde geen nieuwe advocaat heeft gesteld

- de akte uitlating (verzoek vonnis) van eiseres.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. De stellingen van eiseres kunnen, behoudens het navolgende, het gevorderde dragen en zijn door gedaagde niet weersproken. Het gevorderde zal daarom worden toegewezen als na te melden.

2.2. Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten.

Deze vordering zal worden afgewezen. Het beslag moet nietig worden geacht, nu niet gebleken is dat eiseres binnen acht dagen na het instellen van de eis in de hoofdzaak een afschrift van de dagvaarding aan de derde heeft betekend, hetgeen ingevolge artikel 721 Rv op straffe van nietigheid is voorgeschreven.

2.3. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht 3.529,00

- salaris advocaat 1.421,00 (1,0 punt × tarief € 1.421,00)

Totaal € 5.026,31

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen een bedrag van € 105.892,50 (éénhonderdvijfduizendachthonderdtweeënnegentig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de overgeboekte bedragen, telkens vanaf de data waarop de overboekingen zijn verricht, tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen een bedrag van € 2.842,00 aan (buitengerechtelijke) incassokosten,

3.3. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 5.026,31, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag, berekend vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.4. veroordeelt gedaagde in de nakosten, aan de zijde van eiseres begroot op EUR 131,00 zonder dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgehad, vermeerderd met een bedrag van EUR 68,00 indien en voor zover de veroordeelde partij niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan de veroordeling heeft voldaan en het vonnis om die reden is betekend,

3.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2011.