Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BV7951

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
08-03-2012
Zaaknummer
190434 / KL ZA 11-1001
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verplichting tot betaling voor voorzieningen op bungalowpark.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: 190434 / KL ZA 11-1001

Vonnis in kort geding van 16 november 2011

in de zaak van

[A],

wonende te [woonplaats] (Ghana),

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. H. Hulshof te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELBORU B.V.,

gevestigd te Rutten, gemeente Noordoostpolder,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. G.J. Baken te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder.

Partijen zullen hierna [A] en Elboru genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 16 producties;

- de brief van 31 oktober 2011 van de zijde van Elboru met 6 producties;

- de eis in reconventie met producties [nummer] en 8 van de zijde van Elboru;

- de mondelinge behandeling van 2 november 2011;

- de pleitnota van [A];

- de pleitnota van Elboru.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in conventie en in reconventie

2.1. [A] heeft op 28 juli 2002 van Elboru een perceel grond gekocht, gelegen op het bungalowpark 'Het Groene Kwadrant' te Rutten, gemeente Noordoostpolder. Op 18 oktober 2002 is dit perceel geleverd aan [A].

2.2. Elboru heeft [A] na het sluiten van de koopovereenkomst en vóór de levering een tarievenlijst met kosten voor het gebruik van verschillende diensten op 'Het Groene Kwadrant' doen toekomen (hierna: de Tarievenlijst 2002). In de Tarievenlijst 2002 staat onder meer vermeld:

"[...] Service kosten kavel [nummer] ..bedraagt 400 euro per jaar (1)

Tarieven per jaar (2) in euro

Rioolrecht, zuiveringslasten 86

Huisvuil 120

CAI 70

Energiekosten (3)

[...]

-elektriciteit [...]

-Water [...]

[...]

(1) De pacht/servicekosten kunnen jaarlijks worden geïndexeerd op basis van CBS index "reeks werknemersgezinnen, met laag inkomen.

Te betalen per 1-1 en 1-7 van het lopend jaar

(2) De tarieven kunnen naar aanleiding van de gemeentelijke/overheids wijzigingen worden aangepast.

Te betalen per 1-1

(3) De tarieven kunnen naar aanleiding van de tariefsaanpassingen van de energiedistributie maatschappij ESSENT worden aangepast, en zijn inclusief vastrecht en meterhuur

Te betalen op voorschot basis per 1-1 en 1-7 vooraf

[...]"

[A] heeft de Tarievenlijst 2002 op 31 juli 2002 voor akkoord ondertekend en retour gezonden.

2.3. Begin 2004 heeft [A] aangegeven niet langer gebruik te willen maken van de dienst voor het afvoeren van huisvuil en heeft hij de betaling hiervoor gestaakt. Hierover is met Elboru een geschil ontstaan.

2.4. In 2007 heeft [A] aangegeven tevens niet langer gebruik te willen maken van de dienst voor het leveren van CAI-signaal en heeft hij de betaling hiervoor gestaakt. Ook hierover is tussen partijen een geschil ontstaan.

2.5. Bij brief van 5 september 2011 heeft Elboru aan [A] verzocht de betalingsachterstand inclusief rente ad EUR 2316,92 voor 16 september 2011 te voldoen. Elboru heeft in dit kader geschreven:

"[...] Indien wij voor deze datum geen betaling van u hebben ontvangen zijn wij genoodzaakt om de dienstverlening, zoals wij in de tarieven overeenkomst, met u zijn overeengekomen zonder verdere aankondiging op te schorten.

Dit betekent dus ook dat wij u zullen afsluiten van gas en elektra. [...]"

2.6. Op 16 september 2011 heeft Elboru [A] middels een advocaat gesommeerd de betalingsachterstand inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 2.516,71 op uiterlijk 21 september 2011 te voldoen. Hierbij is aangekondigd dat op 21 september 2011 afsluiting van de nutsvoorzieningen zal volgen indien de betaling niet uiterlijk op 21 september heeft plaatsgevonden.

2.7. Op 27 september 2011 heeft Elboru de elektriciteitsvoorziening op het perceel van [A] afgesloten.

3. Het geschil in conventie en reconventie

3.1. [A] vordert in conventie:

- Elboru te gelasten de levering van elektriciteit aan [A] voort te zetten en daartoe het chalet van [A] op het bungalowpark 'Het Groene Kwadrant' binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis weer aan te sluiten op de elektriciteits-voorziening op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,00 per dag of dagdeel dat Elboru in gebreke blijft aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen, met een maximum van EUR 25.000,00;

- Elboru te verbieden de levering van andere diensten dan het huisafval of de CAI op te schorten vanwege de weigering van [A] tot betaling van de diensten huisvuil en CAI, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,00 door Elboru aan [A] te betalen indien Elboru in strijd met het in deze te wijzen vonnis tot opschorting overgaat;

- Elboru te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. Elboru vordert in reconventie [A] te veroordelen tot voldoening van het bedrag van EUR 2.526,86, vermeerderd met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 27 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander met veroordeling van [A] in de kosten voor het afsluiten en aansluiten van de elektra, en in de kosten van deze procedure in reconventie, te begroten volgens het gebruikelijke tarief, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 7 dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en reconventie

4.1. Gelet op de samenhang tussen het geschil in conventie en reconventie zal de voorzieningenrechter deze gezamenlijk behandelen.

4.2. Het spoedeisend belang van eiser in conventie vloeit in voldoende mate voort uit zijn stellingen en standpunten.

4.3. Tussen partijen is niet in geschil dat er een overeenkomst tussen hen tot stand is gekomen die strekt tot het tegen betaling leveren van diensten door Elboru aan [A], van welke overeenkomst de Tarievenlijst 2002 deel uitmaakt. [A] stoelt zijn vordering tot heraansluiting van de elektriciteitsvoorziening op deze overeenkomst.

4.4. Elboru voert hiertegen als verweer dat zij haar verbintenis tot het leveren van elektriciteit uit hoofde van de overeenkomst heeft opgeschort, nu [A] de eindnota's die Elboru aan [A] heeft verzonden in het kader van de overeengekomen dienstverlening deels onbetaald heeft gelaten.

4.5. [A] stelt als reactie op dit verweer ten eerste dat het onbetaald gebleven deel van de eindnota's niet was verschuldigd, nu hij de diensten voor het afvoeren van huisvuil en het leveren van CIA-signaal heeft opgezegd. Ten tweede stelt hij dat er finale kwijting voor de onbetaald gebleven delen van de eindnota's tot juli 2006 heeft plaatsgevonden en ten derde stelt hij dat het opschorten van de levering van elektriciteit niet in redelijke verhouding staat tot de deels onbetaald gebleven eindnota's.

In het navolgende wordt hierop nader ingegaan.

Verschuldigdheid van de onbetaald gebleven deel van de facturen

4.6. Zoals hiervoor al is overwogen is tussen partijen niet in geschil dat er een overeenkomst tussen hen tot stand is gekomen die strekt tot het tegen betaling leveren van diensten door Elboru aan [A], van welke overeenkomst de Tarievenlijst 2002 deel uitmaakt. Partijen verschillen wel van mening over het antwoord op de vraag welke rechtsgevolgen deze overeenkomst heeft. [A] stelt zich hierbij op het standpunt dat hij per jaar kan kiezen van welke diensten van Elboru hij wel en van welke diensten hij geen gebruik wenst te maken. De tarieven zoals vermeld in de Tarievenlijst 2002 gelden enkel voor het jaar 2002, zodat daarna elk jaar tussen partijen opnieuw overeenstemming dient te worden bereikt over de tarieven voor het betreffende jaar, aldus [A]. Elboru daarentegen stelt zich op het standpunt dat [A] gebonden is aan het totaalpakket van diensten zoals opgenomen in de Tarievenlijst 2002, waarbij zij gerechtigd is om de tarieven jaarlijks te indexeren.

4.7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen heeft, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 van het Burgerlijk Wetboek).

4.8. In dit kader acht de voorzieningenrechter van belang dat er op bungalowparken vrijwel altijd een bestaande basisinfrastructuur aanwezig is, zonder welke een min of meer normale bewoning niet mogelijk is. Eigenaren van vakantieverblijven op bungalowparken maken gebruik van deze basisinfrastructuur en hebben zelfs baat bij de enkele aanwezigheid daarvan, ongeacht de omvang van het feitelijk gebruik van die infrastructuur. Een (aspirant) eigenaar van een vakantieverblijf op een bungalowpark dient zich er dan ook altijd van bewust te zijn dat het onvermijdelijk is dat hij voordeel van die basisinfrastructuur zal genieten.

4.9. Deze basisinfrastructuur moet, net als in een gewone wijk buiten zo'n park, worden onderhouden en vervangen, terwijl dat, anders dan bij een gewone wijk het geval is, niet uit openbare middelen bekostigd wordt.

De eigenaren van de vakantieverblijven en de beheerder/exploitant van het bungalowpark hebben tegenover elkaar dan ook een verplichting om er enerzijds zorg voor te dragen dat gebruik van de vakantieverblijven middels instandhouding van de basisinfrastructuur mogelijk is en anderzijds dat de kosten die het in stand houden van die basisinfrastructuur met zich meebrengt worden vergoed. Dit sluit ook aan bij de in de wet opgenomen regeling betreffende ongerechtvaardigde verrijking. Zouden de (individuele) eigenaren niet in de kosten deelnemen, dan zouden zij ongerechtvaardigd verrijkt worden ten opzichte van de exploitant die de basisinfrastructuur in stand houdt en ten opzichte van de andere eigenaren die wel in de kosten deelnemen en op wiens schouders de door de weigerachtige eigenaren niet betaalde bijdragen feitelijk geheel of gedeeltelijk zouden komen te rusten. In dit kader kan ten slotte tevens aansluiting worden gezocht bij de regeling voor appartementsrechten in boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, waar ook beoogd wordt een regeling te treffen met betrekking tot de kosten van het beheer van gemeenschappelijke (basis-)voorzieningen.

4.10. Ook op 'Het Groene Kwadrant' is een basisinfrastructuur aanwezig, welke wordt beheerd door Elboru. Op grond van voorgaande overwegingen geldt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat [A] en Elboru tot elkaar in een rechtsverhouding staan die met zich brengt dat zij zich over en weer elkaars gerechtvaardigde belangen met betrekking tot (de kosten van) de dienstverlening moeten aantrekken. [A] is aldus voor (het beheer van) de basisinfrastructuur en de dienstverlening door Elboru een bijdrage in de kosten verschuldigd, zoals partijen ook zijn overeengekomen blijkens de Tarievenlijst 2002.

4.11. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan [A] hierbij gelet op voorgaande overwegingen niet worden gevolgd in zijn standpunt dat hij per jaar kan kiezen van welke van de in de Tarievenlijst 2002 genoemde voorzieningen hij wel of niet gebruik wenst te maken.

De afvoer van huisvuil betreft een noodzakelijke basisvoorziening en - anders dan [A] heeft gesteld - kan van Elboru in redelijkheid niet worden verwacht dat zij controleert wie van deze algemeen toegankelijke voorziening gebruik maakt. Ten aanzien van de levering van het CAI-signaal is onweersproken gebleven dat het een gemeenschappelijk abonnement betreft en dat, hoewel afsluiting van één chalet wel mogelijk lijkt, die afsluiting niet leidt tot lagere kosten, maar juist tot een hogere vergoeding voor de overige eigenaren op het bungalowpark.

4.12. Gelet op hetgeen in de Tarievenlijst 2002 is bepaald omtrent een mogelijke jaarlijkse wijziging van de kosten (vg. hiervoor r.o. 2.2.) is de voorzieningenrechter voorts voorshands van oordeel dat de Tarievenlijsten van de daaropvolgende jaren ook deel uitmaken van de overeenkomst tussen [A] en Elboru. [A] zal derhalve de op de eindnota's vermelde kosten dienen te voldoen.

4.13. De voorzieningenrechter overweegt hierbij nog het volgende. Hoewel ter zitting naar voren is gekomen dat de bron van onvrede over de (gehoudenheid aan de) Tarievenlijst 2002 is gelegen in de omstandigheid dat [A] geen zeggenschap heeft over de vraag bij welke leverancier de levering van de diensten wordt ondergebracht, heeft [A] niet gesteld dat Elboru op dit punt onverantwoorde keuzes maakt of onredelijke hoge tarieven hanteert. Dat dit het geval zou zijn is de voorzieningenrechter ook niet anderszins gebleken. Elboru heeft in dit kader onweersproken gesteld dat het uitgangspunt van de exploitatie van het bungalowpark "kostendekkendheid met een positief resultaat" is.

Finale kwijting

4.14. De door [A] gestelde finale kwijting voor de onbetaald gebleven delen van de eindnota's tot juli 2006 is door Elboru gemotiveerd weersproken. Elboru heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat was afgesproken dat er finale kwijting plaats zou vinden als [A] de bij de verschillende instanties tegen Elboru aangespannen procedures zou intrekken, hetgeen niet is gebeurd. Hiermee is volgens Elboru de voorwaarde voor de finale kwijting komen te vervallen en is dus geen sprake geweest van een finale kwijting. [A] heeft vervolgens op zijn beurt gesteld dat de finale kwijting niet voorwaardelijk was.

4.15. Door partijen is niet weersproken dat er tussen hen over een finale kwijting is gesproken ten aanzien van de verschuldigde eindnota's tot 1 juli 2006. In geschil is echter of de finale kwijting daadwerkelijk tot stand is gekomen. Nu in productie 7 van de dagvaarding als schrijven van Elboru staat vermeld:

"[...] De finale kwijting die wij elkaar over en weer hebben gegeven is voor ons een eerste bemoedigende stap in deze richting. [...]",

acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk geworden dat de finale kwijting tot stand is gekomen. Dit betekent dat de door Elboru gevorderde betaling van de eindnota's 2004/2005 en 2005/2006 niet voor toewijzing in aanmerking komt.

Redelijke verhouding

4.16. Ingevolgde artikel 6:52 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldenaar, bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten totdat voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen de vordering en de verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen.

4.17. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter bestaat tussen de verplichting van [A] tot betaling van de vergoeding van de diensten, zoals (initieel) overeengekomen in de Tarievenlijst 2002 enerzijds en de verplichting van Elboru tot het leveren van die diensten anderzijds, voldoende samenhang om de afsluiting van [A] van de elektriciteitsvoorziening te rechtvaardigen. Deze verbintenissen vloeien immers voort uit dezelfde rechtsverhouding, namelijk de rechtsverhouding zoals die (initieel) is vastgelegd in de Tarievenlijst 2002.

4.18. Doordat [A] de verschuldigdheid van enige bijdrage, namelijk die voor de levering van onder meer elektriciteit, gas en water, wel heeft erkend, maar desondanks de volledige betaling van het dienstenpakket achterwege laat, heeft [A] het over zichzelf afgeroepen dat Elboru is overgegaan tot afsluiting van de elektriciteitsvoorziening, waarvoor overigens tijdig is gewaarschuwd. Dat [A] wel de bijdrage voor de levering van onder meer de elektriciteit heeft voldaan, maakt dit niet anders. Het voldoen van deze bijdrage kan namelijk niet los worden gezien van de overige verplichtingen van [A] om bij te dragen in de kosten van het beheer van het bungalowpark en de dienstverlening door Elboru. Bovendien tast de afsluiting van de elektriciteit voor [A] niet de primaire levensbehoeften aan, nu het hier om een vakantieverblijf gaat. Te meer niet aangezien [A] voor het overgrote deel van zijn tijd in het buitenland verblijft. Aldus staat het afsluiten van de elektriciteit in redelijke verhouding tot de deels onbetaalde eindnota's.

Conclusie ten aanzien van de vordering in conventie

4.19. De vordering in conventie zal op grond van het voorgaande worden afgewezen. Hierbij gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat het chalet van [A] op de kortst mogelijke termijn weer zal worden aangesloten op de elektriciteitsvoorziening nadat [A] het hierna in reconventie toe te wijzen bedrag zal hebben voldaan.

De vordering in reconventie

4.20. Voor toewijzing van een vordering tot betaling van een geldsom in kort geding is slechts plaats als het bestaan van die vordering voldoende aannemelijk is, er voorts sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist en ten slotte het risico tot terugbetaling, bij afweging van de belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.

4.21. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, ondanks dat het geschil al enkele jaren speelt, Elboru een spoedeisend belang bij toewijzing van de vordering heeft. Dit aangezien het in stand houden van de basisinfrastructuur door Elboru slechts mogelijk is middels de bijdragen door de eigenaren en om het ontstaan van een negatieve voorbeeldfunctie van [A] jegens de overige eigenaren te voorkomen.

4.22. Gelet op hetgeen hiervoor in rechtsoverwegingen 4.12. en 4.15. is overwogen staat het bestaan en de omvang van de vordering met betrekking tot de eindnota's vanaf juli 2006 voldoende vast.

4.23. Nu ten slotte de stelling van Elboru dat er geen restitutierisico bestaat, niet door [A] is bestreden, zal de vordering in reconventie worden toegewezen, met dien verstande dat op grond van het in 4.15. overwogene de vordering voor wat betreft de eindnota's tot 1 juli 2006 wordt afgewezen. Ook de gevorderde kosten voor af- en aansluiting zullen worden afgewezen, aangezien deze onbegroot zijn. Het toe te wijzen bedrag is aldus EUR 1.520,00. Tegen de (ingangsdatum van de) gevorderde rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat ook die zal worden toegewezen, met dien verstande dat, gelet op het feit dat een deel van de vordering wordt afgewezen, de rente over de toegewezen eindnota's zal worden toegewezen vanaf de respectievelijke vervaldata.

Overige vorderingen

4.24. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het geding in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Elboru worden begroot op:

- griffierecht EUR 560,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.464,00

4.25. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Elboru heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.26. [A] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij tevens in de proceskosten van het geding in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Elboru worden begroot op:

- salaris advocaat EUR 408,00 (factor 0,5 × tarief EUR 816,00)

Totaal EUR 408,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Elboru tot op heden begroot op EUR 1.464,00;

in reconventie

5.3. veroordeelt [A] om aan Elboru te betalen een bedrag van EUR 1.520,00 (vijftienhonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de respectievelijke vervaldata van de eindnota's 2006/2007, 2007/2008, 2008/2009, 2009/2010, 2010/2011 en 2011/2012 tot de dag van volledige betaling;

5.4. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Elboru tot op heden begroot op EUR 408,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang vanaf 7 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.5. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2011.